Geliefd boek: The Voyage of the Beagle

Charles Darwin (Natural History Museum, Londen)

De belangrijkste wetenschappelijk reis van de negentiende eeuw was misschien wel de vijfjarige tocht die Charles Darwin maakte aan boord van het zeilschip de Beagle. Darwin was pas 22 jaar oud toen het schip eind 1831 uit Engeland vertrok. Hij was een enorme geluksvogel dat hij deze reis op dat tijdstip kon maken. Zo waren er net nieuwe geologische inzichten gepubliceerd die hem hielpen bij zijn eigen waarnemingen. Was hij tien jaar later geweest dan zou waarschijnlijk iemand anders zijn ontdekkingen hebben gedaan. Wetenschappelijk succes berust soms op geluk en toeval.

Tijdens de wereldreis van de Beagle bracht hij overigens de meeste tijd op het vasteland door, vooral in Zuid-Amerika. Hij werkte hard en was voortdurend op expeditie, altijd bezig planten en dieren te verzamelen. In 1839 publiceerde Darwin met groot succes zijn reisverslag The Voyage of the Beagle. Het is een innemend boek, geschreven door een intelligente, goed observerende jongeman maar nog zonder vastomlijnde toekomstplannen.

Lees verder “Geliefd boek: The Voyage of the Beagle”

Digitale diplomatiek

Net als Darwins evolutieleer is de digitale diplomatiek gebaseerd op de Lachmann-methode.

Een tijdje geleden blogde ik over digitale historische taalkunde: dat wil zeggen de toepassing van het stamboommodel, in combinatie met digitalisering, bij de reconstructie van oude talen. Uiteraard zijn er slagen om de arm te maken, want talen veranderen zich nooit helemaal “op de automatische piloot”. Ik noemde fenomenen als de Sprachbund, waar het culturele feit dat mensen samenwonen een rol speelt bij de verandering van een taal.

Hoewel er dus slagen om de arm te maken zijn, is het idee van een stamboom een robuust wetenschappelijk model. Het is voor het eerst toegepast bij de reconstructie van oude handschriften (de Lachmannmethode), en beïnvloedde in de negentiende eeuw de biologie (de evolutieleer).

Lees verder “Digitale diplomatiek”

Historische taalkunde

Germaanse runentekst uit Tiel (“Van Halethwas, die de zwaardvechters zwaarden geeft”)

Een paar jaar geleden sprak ik een studente neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam die niet wist wat Gotisch was. Een medestudent wist het evenmin. Dat hoeft ook helemaal niet, maar het contrasteert wel wat met mijn vader, die de Germaanse taal nog moest leren om les te mogen geven op een middelbare school. Ik heb er weleens over geblogd. Ik zal in het midden laten of dit contrast helemaal representatief is voor het huidige hoger onderwijs, maar ik denk dat weinig mensen zullen tegenspreken dat de oude MO-opleidingen verrotte grondig waren terwijl de huidige academische opleidingen verrekte kort zijn.

Dat geldt – ik vertel de trouwe lezers van deze blog weinig nieuws – ook voor mijn eigen studietijd. Veel van wat ik had moeten leren om als oudheidkundige mijn vak te overzien, heb ik nooit onderwezen gekregen. Zoals historische taalkunde. Dat is echt een gat in mijn algemene ontwikkeling. Gelukkig zijn er alleszins toegankelijke boeken over dit onderwerp, waarop ik werd geattendeerd via de al even toegankelijke blog Neerlandistiek. Ik noem vier titels.

Lees verder “Historische taalkunde”

Karl Marx per Whatsapp

Marx en Engels (standbeeld in Berlijn)

De ideeën van de negentiende eeuw zijn nog bij ons: de democratie bijvoorbeeld en de nationale staat zoals geschapen door de politici naar wie de straten zijn vernoemd in uw plaatselijke staatsliedenbuurt. Of de moderne wetenschap met helden als Maxwell, Mendel, Mendeleev alsmede Koch, Cantor en Curie. We groeien met de negentiende eeuw op, leven er nog in en denken dat het niet anders kan. Sommige ideeën hangen we op aan een persoon, zoals de evolutieleer van Charles Darwin, de psychoanalyse van Sigmund Freud en het complex aan ideeën van Karl Marx.

Socioloog, econoom, politicus

Karl Marx was enerzijds socioloog en econoom en anderzijds politicus. Als politicus is hij – of misschien beter: zijn erfgoed – voldoende omstreden om een eerlijke blik op zijn rol als wetenschapper lastig te maken. En let’s face it: hij had het nogal bij het verkeerde eind, want hij meende het einde van het kapitalisme te beschrijven terwijl hij in feite stond aan het begin.

Geen wonder dat schoolkinderen, als ze over Karl Marx moeten schrijven, nogal eens radeloos zijn (“naar mijn mening was die man helemaal niet zo slim”). Eén moeder vroeg me om haar zoon van veertien of vijftien, op wie ik erg ben gesteld, eens te helpen. En zo kwam het dat ik vorige week een treinreis heb benut om per Whatsapp een cursus marxisme te versturen. Kortom: hier zijn Marx en zijn historische context, gereduceerd tot vierendertig appjes.

Lees verder “Karl Marx per Whatsapp”

Het backfire-effect

Anderhalf jaar geleden schreef Carlijne Vos een verhelderend stuk in De Volkskrant over asielzoekers, dat ze inleidde met de opmerking dat het tijd was “om fictie van feiten te onderscheiden”. Er was helemaal niets mis met haar betoog. Voor wie probeerde genuanceerd te denken over de problematiek, stond er veel lezenswaardigs in. Wie zich daarentegen vooral zorgen maakte en de nuance voorbij was, werd door het stuk vooral bevestigd in het idee dat die linkse journalisten van De Volkskrant desnoods gewoon logen om hun multiculti-ideaal op te dringen aan een Nederland dat met die gelukzoekers allang helemaal klaar was.

Die laatste reactie was dan een uiting van het backfire-effect. Het lijkt zo voorbeeldig wat Vos deed: het presenteren van de correcte feiten en het uitleggen van de wijze waarop die zijn vastgesteld, maar het werkt niet. Weliswaar is uitleg vaak een manier om een discussie naar een goed einde te brengen, maar dat is niet het geval wanneer de context al polemisch is. Dan worden zelfs de objectiefst-denkbare gegevens en de allerredelijkste methoden gewantrouwd.

Lees verder “Het backfire-effect”

De Everest Fallacy (opnieuw)

isfahan
Natuurhistorisch museum, Isfahan

1.

Bijna zes jaar geleden schreef ik:

Als ik bergen zou onderzoeken, zou de Mount Everest mij meteen opvallen, omdat het nu eenmaal de hoogste top ter wereld is. Maar zou ik al mijn kennis op deze berg baseren, dan gaat het mis: de Mount Everest is bijvoorbeeld grotendeels bedekt met sneeuw, en de meeste andere bergen zijn dat niet.

Het verschijnsel dat we het opvallendste ook belangrijk vinden, staat bekend als de “Everest Fallacy”. Deze neiging is vooral relevant voor de media, want nieuws is per definitie opvallend, extreem en dus niet-representatief. Een bomaanslag is extreem en daarom nieuws, maar is niet typerend voor wat er feitelijk gebeurt in een stad. Ik heb nooit de illusie gehad dat we ooit zonder de Everest Fallacy zouden leven. We zullen ons wereldbeeld altijd baseren op te extreme observaties.

2.

In het stukje waar ik zojuist naar linkte, gaf ik ook enkele voorbeelden van de Everest Fallacy. Voorbeelden die zes jaar geleden actueel waren. En over een daarvan wil ik het vandaag hebben.

Lees verder “De Everest Fallacy (opnieuw)”

Het backfire-effect

Vluchtelingenopvang, Sidon

“Tijd om fictie van feiten te onderscheiden”, schrijft Carlijne Vos in een verhelderend stuk in De Volkskrant van zaterdag 23 januari over de toestroom van asielzoekers. Er is niets mis met haar betoog en indien u het nog niet heeft gelezen, moet u dat zeker doen. Als u probeert genuanceerd te denken over de problematiek, heeft u een hoop gegevens bij elkaar. Als u zich daarentegen vooral zorgen maakt, zult u worden bevestigd in uw idee dat die linkse journalisten van De Volkskrant desnoods gewoon liegen om hun multiculti-ideaal aan u op te dringen.

Die laatste reactie is dan een uiting van het backfire-effect. Het presenteren van de correcte feiten is weliswaar een manier om een discussie naar een goed einde te brengen, maar niet als de context polemisch is, zoals met de huidige discussie. Om wat voorbeelden te geven uit mijn eigen vak, de oudheidkunde:

Lees verder “Het backfire-effect”

De god van de gaten

Demeter (“moeder aarde”) uit Selinus

In de achttiende eeuw stelden geleerden voor het eerst de vraag waar religie vandaan kwam. Ze opperden dat het iets te maken had met angst voor onbegrepen natuurkrachten. Voor die theorie konden ze teruggrijpen op het oude Griekenland, waar Zeus de dondergod was, Demeter de kiemkracht vertegenwoordigde en Poseidon werd geacht aardbevingen te veroorzaken. Wetenschappers hebben sindsdien uiteraard ontdekt dat bliksem, vruchtbaarheid en aardbevingen natuurlijke oorzaken hadden.

Er bleven echter voldoende onverklaarde zaken over en menig gelovige greep die aan als argument dat God toch bestond. De negentiende eeuw zag zo een leuk debat tussen enerzijds conservatieve gelovigen, die de aandacht vestigden op zaken die de wetenschap niet kon verklaren – zoals de genezingen in Lourdes – en die dan het bestaan van een welwillende godheid moesten bewijzen, en anderzijds wetenschappers die deze mysteriën een voor een toch verklaarden. Zeker nadat Darwin de evolutieleer had geformuleerd, was Gods bestaan een hypothese waaraan men weinig behoefte meer had.

Lees verder “De god van de gaten”

Klassieken & communicatie (4)

De Lachmannmethode was het model van Darwins evolutieleer

[Dit is het vierde van vijf stukjes over het belang van een uitgedachte communicatiestrategie voor de oudheidkundige disciplines. Het eerste is hier. Ik beschreef dat de structuur van de universiteit belet dat een goed communicatiemodel wordt ontwikkeld en waarom dat het aanzien van het vakgebied schaadt.]

Iedereen kan een boek schrijven over de Oudheid, maar met een opleiding kun je een goed boek schrijven. Je slaagt erin je publiek meer te verbazen, meer te laten genieten en beter te laten delen in de ontdekkingsvreugde. Je vermijdt religieuze, ideologische of nationalistische contaminatie. Als antwoord op de vraag hoe oudheidkundigen hun activiteiten zó kunnen uitleggen dat het publiek stopt met twijfelen aan het nut ervan, volstaat dus een traditioneel beroep op het plezier en belang van juiste informatie.

Lees verder “Klassieken & communicatie (4)”