De eerste gladiatoren

Campaanse gladiatoren (museum van Paestum)

[Bijna iedereen heeft wel een idee van wat gladiatoren waren: Romeinse strijders die in arena’s als het Colosseum vochten om de bevolking te vermaken. Die kennis is meestal opgedaan in stripboeken als Asterix, Hollywoodfilms of tv-series. Daardoor zingen veel misvattingen rond over gladiatoren. Svenja Grosser-Fabian behandelt zes van die misverstanden.]

De Etruskische oorsprong van de gladiatorengevechten

De Romeinen zelf dachten dat de gladiatorenspelen afkomstig waren uit Etrurië. De vierde-eeuwse schrijver Athenaios, die in zijn Deipnosophistai (“geleerde mensen aan tafel”) allerlei fragmenten van eerdere auteurs citeert, haalt Nikolaos van Damascus aan, die in de eerste eeuw v. Chr. had geschreven dat de Romeinen hun traditie van gladiatorengevechten van de Etrusken hadden overgenomen. Inderdaad is het  woord lanista voor de manager van een gladiatorenschool ontleend aan de Etruskische taal. Het betekent beul. Ook de figuur van Charon, die de dode noxii (“veroordeelden”) wegsleept uit de arena, is van Etruskische oorsprong.

Lees verder “De eerste gladiatoren”

De slag bij Sentinum (3)

Soldaten zoals die vochten bij Sentinum (Louvre, Parijs)

[Slot van een reeks over de slag bij Sentinum. Het eerste deel was hier.]

Het zag er tijdens de slag bij Sentinum, 13 april 295 v.Chr., slecht uit voor de Romeinen, schreef ik gisteren. Op de rechtervleugel had consul Quintus Fabius Rullianus de Samnieten weten tegen te houden, maar op de linkervleugel waren de troepen van zijn collega Publius Decius Mus in de problemen gekomen toen hun Gallische tegenstanders strijdwagens inzetten. Wat volgde, is een van de beroemdste uit de geschiedenis van de Romeinse Republiek: de devotio van Decius Mus.

Devotio

Een devotio is een oud ritueel. Daarbij wijdde iemand zich aan de goden en zocht tijdens het gevecht de dood. De vijand had zich dan vergrepen aan iemand die speciale protectie van hogere machten genoot en zou daardoor een vloek op zich laden. Titus Livius vertelt:

Lees verder “De slag bij Sentinum (3)”

De slag bij Sentinum (2)

De slag bij Sentinum

[Tweede deel van een driedelige reeks over de slag bij Sentinum. Het eerste deel was hier.]

295 v.Chr. zou het jaar zijn werd beslist over de toekomst van Italië. In het voorjaar vernamen de Romeinen dat de Etrusken en Samnieten van plan waren hen met twee legers in de tang te nemen. Ze waren zich in het noorden al aan het verzamelen. De Romeinen stuurden er vier legioenen op af, gecommandeerd door de consuls Quintus Fabius Rullianus en Publius Decius Mus. Tegelijk moest een leger van twee legioenen in het zuidoosten beletten dat nieuwe Samnitische troepen zich bij hun hoofdmacht voegden. Nog eens twee legioenen rukten op naar het stadje Camerinum in Umbrië om de Etrusken en Umbriërs daarheen te lokken. Door deze maatregelen konden de consuls zich bij Sentinum concentreren op hun gevaarlijkste tegenstanders, de Samnieten en Senonen. Het gevecht dat daar plaatsvond, is het eerste uit de Romeinse geschiedenis dat zich enigszins laat reconstrueren.

Lees verder “De slag bij Sentinum (2)”

De slag bij Sentinum (1)

Helm uit de derde eeuw v.Chr., zoals gedragen door de soldaten bij Sentinum (British Museum, Londen)

De legioenen! Rome veroverde er in de vierde eeuw v.Chr. Italië mee, schakelde er in de derde eeuw Karthago mee uit, en onderwierp er daarna de rest van de Mediterrane wereld mee. Oppervlakkig gezien leken de legioenen op de legers die in deze tijd vochten voor de grote hellenistische koninkrijken rond het oostelijk bekken van de Middellandse Zee. Overal vormden zwaarbewapende infanteristen de kern van de slagorde en was de cavalerie ondergeschikt. De antieke economie kende immers geringe rendementen en infanterie was overal goedkoper dan ruiterij, die bovendien niet werkelijk betrouwbaar kon zijn zolang de stijgbeugel niet was uitgevonden.

Stootkracht versus wendbaarheid

Het verschil tussen de hellenistische wereld en Rome was de opstelling van de soldaten. In een Griekse falanx bleef een soldaat die vooraan stond daar ook staan, zelfs als hij na een kwartier vechten bezweek aan de combinatie van psychische stress en fysieke uitputting. In Rome, dat geen koninkrijk met een professioneel leger was, maar een republiek met dienstplichtige boeren, was het ondenkbaar dat een commandant op deze wijze zou omspringen met zijn electoraat. De Romeinen offerden daarom stootkracht op om hun legioenen zo te structureren dat de voorste linie kon worden vervangen terwijl het gevecht al gaande was.

Lees verder “De slag bij Sentinum (1)”

Mondelinge literatuur: Curtius of Anchouros?

Olielampje (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius kan het vaak aardig vertellen. Hier is, in de vertaling van mw. Van Katwijk-Knapp, een verhaal uit het zesde boek van zijn Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad:

In hetzelfde jaar zakte, naar men zegt, ten gevolge van een aardbeving of een andere natuurkracht ongeveer in het midden van het Forum de grond tot een onpeilbare diepte weg, waardoor een reusachtige kloof ontstond. Iedereen droeg aarde aan, maar men zag geen kans die bodemloze afgrond te vullen. Ten slotte gingen ze zich op aanwijzing van de goden afvragen wat de grootste kracht van het Romeinse volk uitmaakte; want, zo verkondigden de zieners, dat moest daar geofferd worden, als ze wilden dat het Romeinse Rijk eeuwig zou blijven voortbestaan.

Volgens het verhaal wees Marcus Curtius, een voortreffelijke jonge krijgsman, hen terecht: hoe konden ze eraan twijfelen of er iets goeds bestond dat meer karakteristiek was voor de Romeinen dan wapens en moed? … Hij hief de handen ten hemel, strekte ze toen uit naar de gapende kloof in de aarde en naar de schimmen van de onderwereld, en wijdde zich ten dode. Daarna besteeg hij in volle wapenrusting zijn paard, dat zo schitterend mogelijk was opgetuigd, en wierp zich in de afgrond. Een menigte van mannen en vrouwen gooide wijgeschenken en vruchten op hem neer.

Lees verder “Mondelinge literatuur: Curtius of Anchouros?”

De ganzen van het Capitool

De ganzen van het Capitool (reliëf uit het museum van Ostia)

Een van de oudste data uit de Romeinse geschiedenis die we precies kennen is 18 juli 387 v.Chr., de dag waarop de Romeinen aan het riviertje Allia, even ten noorden van hun stad, een nederlaag leden tegen een leger van Gallische Senonen. Het kan ook 386 zijn geweest en misschien is dat iets plausibeler om een reden die ik zo zal uitleggen.

Wat die Galliërs daar deden, is onbekend, al staat vast dat ze enkele maanden later in dienst waren van Dionysios, de alleenheerser van Syracuse. Dat deze contact met ze heeft gelegd via een bevriende Griekse stad aan de Adriatische Zee, ze als huurlingen in dienst heeft genomen en ze heeft gevraagd om, als ze toch naar hem op weg waren, ook even het land van de langzaam steeds belangrijkere stad Rome te plunderen, en dat ze daarbij wat succesvoller waren dan voorzien, is denkbaar. De Romeinse traditie houdt het er overigens op dat de Galliërs op zich niets tegen de Romeinen hadden maar dat een Romeinse gezant de furor Gallicus over zijn stad afriep door het volkenrecht te schenden.

Lees verder “De ganzen van het Capitool”

Consullijst

De Fasti Capitolini, de consullijst van de Romeinse Republiek (Rome, Capitolijnse Musea)

Als je één stad zou moeten aanwijzen als hét centrum van de oude wereld, kun je kiezen uit Babylon, Athene, Jeruzalem en Rome. Als je in die laatste stad één plek moest aanwijzen, zou dat het Forum Romanum zijn. En daar was de Triomfboog van keizer Augustus een van de opvallendste monumenten. De inscriptie waarvan ik hierboven een fragment toon, was onderdeel van die boog (of van een monument er onmiddellijk naast).

Het is de geautoriseerde lijst van de Romeinse magistraten. Iets boven het midden leest u bijvoorbeeld Bellum Punicum Primum ofwel “Eerste Punische Oorlog”, het eerste conflict tussen Rome en Karthago. Daaronder vindt u de namen van de consuls uit het eerste oorlogsjaar: Appius Claudius Caudex en Marcus Fulvius Flaccus. Daar weer onder staan Manius Valerius Maximus en Manius Otacilius Crassus. Als u goed kijkt ziet u dat voor die regel nog XC staat. Ooit stond er CCCCXC maar vier Cs zijn weggevallen. De betekenis is dat Valerius en Otacilius consuls waren in het 490e jaar sinds de stichting van Rome.

Lees verder “Consullijst”

Romeinse muurschildering

Scène uit de Samnitische Oorlogen (Capitolijnse Musea, Rome)
Scène uit de Samnitische Oorlogen (Capitolijnse Musea, Rome)

Ik zou de geschiedenis van de stad Rome vóór 300 v.Chr. niet “mysterieus” willen noemen. De hoofdlijnen kennen we wel. Er is echter veel dat onduidelijk is. Het probleem is dat we niet goed weten wat de waarde is van de historische auteurs over deze periode: Diodoros van Sicilië, Titus Livius en Dionysios van Halikarnassos. Het is duidelijk dat deze schrijvers, die leefden in de tweede helft van de eerste eeuw v.Chr., gebruik maakten van oudere bronnen, en we kennen enkele namen van eerdere auteurs, maar we hebben geen goed beeld van wat daaraan vooraf is gegaan.

Wel lijkt dit zeker: elk jaar werd Rome bestuurd door een college van twee consuls of van drie, vier of zes krijgstribunen, waarvan we de namen ook kennen, maar er ontbreken vier colleges. De namen zijn echter correct: het onafhankelijke bewijs is dat als je de magistratenlijst analyseert, je ziet dat sommige families langzaam aan populariteit winnen, een tijdje invloedrijk zijn, en dan in verval raken. Bij een volledig verzonnen lijst zouden de patronen niet zo natuurlijk zijn.

Lees verder “Romeinse muurschildering”