Relevance is the enemy of history

Het bovenstaande plaatje doet de ronde op de sociale media. De strekking is duidelijk: christelijk Rechts in de Verenigde Staten heeft niets begrepen van het christendom. Dat wil ik best wel voor mijn rekening nemen maar er zijn kanttekeningen te plaatsen.

Vraag één: wat is christendom? Dat is zo simpel nog niet. Het is in elk geval een verzameling ideeën, gegroeid in de loop van een kleine tweeduizend jaar. Sommigen benadrukken Bijbelstudie, anderen leggen de nadruk op sacramenten en rituelen. Zo nu en dan is het een onderdeel van ’s mensen culturele of nationale identiteit. Doordat eigenlijk alles én het tegendeel daarvan vroeg of laat christelijk is, zijn christelijke ideeën overal om ons heen. Ook waar we het misschien niet meteen verwachten. Het humanisme valt bijvoorbeeld te interpreteren als een vorm van christendom.

Hieruit volgt dat de Christus van Amerikaans evangelisch Rechts een loot kan zijn aan de christelijke boom, aangezien alle ideeën vroeg of laat christelijk zijn, en dat deze Christus óók valt te interpreteren als niet-christelijk. Datzelfde geldt voor het in het plaatje getoonde alternatief: ja, die Linkse Christus staat in een christelijke traditie, en nee, deze Christus is net zo goed een politiek construct.

Lees verder “Relevance is the enemy of history”

De historische Jezus

Broodvermenigvuldiging (Wandschildering uit de catacombe van Petrus en Marcellinus, eerste helft derde eeuw)

Gisteren kreeg ik de vraag of er, aan de hand van de criteria van het onderzoek naar de historische Jezus die ik had beschreven, een biografie van Jezus viel te schrijven. Het antwoord is vrij simpel: nee. Althans niet in de normale zin van het woord. We hebben wel wat biografische gegevens en die zal ik hieronder geven, maar een verhaal waarin zijn persoonlijke ontwikkeling valt te schetsen, is niet mogelijk. Zelfs het op volgorde plaatsen van de gebeurtenissen is niet mogelijk, al heeft het niet ontbroken aan pogingen om de joodse feestdagen die in het Johannes-evangelie staan vermeld, te gebruiken als structuur voor een geschiedenis van Jezus’ optreden.

Het probleem is dat die structuur iets zegt over Johannes’ literaire vormgeving van een reeks losse anekdotes, zoals ook de structuur van het Marcus-evangelie (beginnend in Galilea en dan met een grote boog door de periferie naar Jericho en op naar Jeruzalem) dient om een reeks losse anekdotes te ordenen. Het enige deel waar de relatieve chronologie vaststaat, is de laatste week van Jezus’ leven. Daarvóór is er geen eerder of later.

Toch weten we wel wat dingen met een redelijke mate van zekerheid – al zal het lijstje u wellicht tegenvallen. Ik geef een schets. Wie meer wil weten, kan mijn boek Israël verdeeld lezen.

Lees verder “De historische Jezus”

De dood van de messias (5)

De kruisiging (George Bandele)

Als we Marcus 15.25 mogen geloven, werd Jezus tijdens het derde uur gekruisigd, dat wil zeggen rond een uur of negen in de ochtend. Johannes 19.14 corrigeert het: het gebeurde rond het zesde uur, rond het middaguur. Beide auteurs vermelden waarom Pilatus Jezus ter dood veroordeelde: hij was “Koning der Joden”. Als Jezus deze titel inderdaad heeft gedragen, had hij zich schuldig gemaakt aan wat ooit perduellio had geheten, “hoogverraad”, en waarvoor in deze tijd de term maiestas in zwang aan het raken was. Het begrip bleek tijdens de regering van Tiberius nogal rekkelijk.

De vraag is in welke zin een timmermanszoon uit Nazaret koning kan zijn geweest. Uiteraard heeft dat iets te maken met het feit dat hij claimde de messias te zijn, de persoon van wie een deel der Joden geloofde dat hij Israël zou herstellen.

Lees verder “De dood van de messias (5)”

De dood van de messias (1)

Jezus’ prediking

Toen Ivo de Wijs de Woutertje Pieterse hertaalde voegde hij aan Multatuli’s boek een slothoofdstuk toe waarin de titelheld natuurlijk trouwt met Femke en ook een echte baan vindt: pater Jansen zorgt ervoor dat de jongen conservator wordt in een etnografisch museum. Een briljante vondst. Ik meen me te herinneren dat De Wijs Woutertje maakte tot conservator van het Missiemuseum in Steyl, waar ik vorige week ben wezen kijken en de foto nam die u hierboven ziet. Dit schitterende houtsnijwerk maakt deel uit van een kerkdeur, vervaardigd door een Yoruba-kunstenaar uit Nigeria, George Bandele. Gemaakt in 1962 is het ongeveer een eeuw te jong om te zijn verworven door conservator Pieterse, maar soit: ik heb het toch maar mooi gezien en het vormde aanleiding voor de blogstukjes van de komende dagen.

***

Hierboven ziet u dus Jezus’ prediking. Wat hij predikte, is in één zin samen te vatten:

De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.

God zou persoonlijk komen om de wereld te besturen, de natuur zou veranderen, de zondaars en de rijken zouden worden bestraft en de laatsten zouden de eersten zijn.

Lees verder “De dood van de messias (1)”

De Petrus van Fik Meijer (1)

Wie via een boek van Fik Meijer kennismaakt met de Oudheid, herkent misschien dat de auteur een karikatuur biedt van wat wetenschap is. Dat is een probleem. Hij kan zich namelijk ook presenteren als lid van de academische gemeenschap, waardoor (ten onrechte) de indruk ontstaat dat oudhistorici wetenschappelijk niet meekomen, wat er op zijn beurt toe leidt dat bona fide oudheidkundigen niet de aandacht krijgen die ze verdienen.

Meijers vorige boek, Jezus en de vijfde evangelist, illustreerde het mechanisme. Het bood Jezusmythicisten op een presenteerblaadje de argumenten om te concluderen dat de emeritus-hoogleraar, en dus de wetenschap waarin hij een leerstoel bekleedde, het spoor volkomen bijster is. Helemaal onterecht is die conclusie niet: vijfendertig jaar academisch wanbeleid trekken hun sporen. Desondanks is oude geschiedenis nog altijd een serieuze activiteit. Dat wil ik tonen aan de hand van Meijers Petrus. Leerling, leraar, mythe.

Het gaat me daarbij niet om Meijers o zo zichtbare slordigheden. Ook gaat het niet om het feit dat hij (zoals wel meer oudhistorici) het grote publiek denkt te kunnen informeren op een wijze die al een kwart eeuw verouderd is. Ik wil me in plaats daarvan concentreren op fouten die voortkomen uit het onvoldoende toepassen van de historische methoden. Daardoor is Petrus, net als Jezus en de vijfde evangelist, geen geschiedenisboek zoals je van een historicus verwacht maar in feite een boek met een christelijke agenda.

Lees verder “De Petrus van Fik Meijer (1)”

Geweld in Judea (4)

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70. Let op de stenen kruiken, dat erop wijst dat de bewoners de regels volgden om water ritueel rein water te houden.

In de drie voorgaande stukjes (een, twee, drie) heb ik erop gewezen dat verschillende aspecten van het jodendom, zoals het uit de jaren 160 stammende Eindtijddenken en het in de vroege eerste eeuw v.Chr. ontstane messianisme, een reactie vormden op geweld en onderdrukking. We kunnen beiden ideeën volgen tot aan het begin van de jaartelling. Er waren messiaanse opstanden na de dood van koning Herodes en er waren, toen de Romeinen Judea enkele jaren later annexeerden, mensen die meenden dat dit het moment was om gewapenderhand Gods heerschappij op aarde te vestigen. Of zij meenden te leven in de Eindtijd, is onduidelijk, maar het idee dat Gods heerschappij op het punt stond te beginnen, suggereert van wel.

De Romeinen wisten alle opstanden te onderdrukken en garandeerden het gebied een betrekkelijke rust. Dat brengt me bij mijn zesde stelling:

6. Ondanks de Pax Romana bleven de oude verzetsideologieën bestaan

Lees verder “Geweld in Judea (4)”

NWA: Jezus

Palestijnse synagoge (Museumpark Orientalis)

Omdat dit jaar chanoeka en kerstmis samenvallen, een stukje over de beroemdste jood aller tijden, en wel n.a.v. één van de vragen die aan de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) is voorgelegd:

Heeft Jezus Christus bestaan?

Het antwoord is simpel: volgens de huidige wetenschappelijke methode wel. Er zijn critici die daar anders over denken en daarvoor dwingende en minder dwingende argumenten hebben. Grosso modo komen die erop neer dat er méér bewijs nodig is dan de evangeliën van Marcus en Johannes, de alleen uit reconstructie bekende bron Q, de brieven van Paulus, twee vermeldingen bij Flavius Josephus (waarvan er één dient te worden gereconstrueerd) alsmede de nauwelijks informatieve Openbaring van Johannes en nog wat andere brieven. Vooruit, laten we de Didache er ook nog bij doen. Je zou wensen dat er méér was dan vier à vijf echte bronnen en wat strooigoed.

Lees verder “NWA: Jezus”

3x Jezus: vragen en antwoorden

Sinds Trouw op maandag 2 februari een interview afdrukte met dominee Edward van der Kaaij, die vertelde te hebben ontdekt dat Jezus niet heeft bestaan, zijn er historici die de krant de maat nemen. Ik ben een van die historici: nog op die maandag heb ik mijn wekelijkse stuk op de nieuwssite Sargasso benut om uit te leggen dat er iets mis was gegaan. Wat brengt een dominee op het idee dat Jezus niet bestond? Waar bemoeien historici zich mee? Wie zijn de verkondigde Jezus, de historische Jezus en de mythische Jezus? Wat is eigenlijk het probleem?

Hoezo, Jezus heeft niet bestaan?

Klopt. Jezus’ historiciteit staat niet ter discussie en heeft ook nooit ter discussie gestaan. Dominee Van der Kaaij is het slachtoffer van desinformatie. Hij is eerder beklagenswaardig dan boosaardig.

Lees verder “3x Jezus: vragen en antwoorden”

De halachische Jezus

Jezus met de Wet van Mozes (Catacombe van Domitilla, Rome)

Zoals de vaste lezers van deze kleine blog weten, ben ik momenteel bezig met mijn boek over de manier waarop joden en christenen gescheiden wegen zijn gegaan, Israël hersteld. Na in twee hoofdstukken de politieke versplintering en de Romeinse annexatie te hebben beschreven, ben ik nu bezig met het even versnipperde religieuze landschap.

Het is gebruikelijk om op dit punt te verwijzen naar Flavius Josephus, een Joodse historicus die in zijn Joodse oudheden een overzicht heeft opgenomen van de drie belangrijkste stromingen in het jodendom: de sadduceeën, de farizeeën en de essenen. Hij presenteert ze zó dat een Griekse of Romeinse lezer ze kan begrijpen: alsof het filosofische stromingen zijn. De essenen zijn bijvoorbeeld te vergelijken met de aanhangers van Pythagoras. Ook voor de moderne lezer is dit een toegankelijke benadering, dus auteurs die eerder boeken hebben geschreven over de geschiedenis van het jodendom of het ontstaan van het christendom, hebben dankbaar gebruik gemaakt van Josephus.

Lees verder “De halachische Jezus”