
Sinds de Kruistochten presenteerden de maronieten, die woonden in de afgelegen valleien van het Libanongebergte, zich als rooms-katholieken. De paus wees regelmatig nuntii (ambassadeurs) aan. In 1596 zond paus Clemens VIII de jezuïet Girolamo Dandini (1554-1634) naar het oosten om aanwezig te zijn bij een synode in het klooster van Onze Lieve Vrouw van Qannoubine in de Qadishavallei. Dit was de tijd van de Fakhr-ad-Din over wie ik al eens eerder schreef.
Dandini bleef drie maanden bij de maronieten. Hij was niet alleen geïnteresseerd in de religieuze opvattingen van deze christenen, maar ook in hun gewoontes. Dandini’s aantekeningen vormen een vroeg etnografisch rapport en zijn familie heeft het na zijn dood gepubliceerd als Missione apostolica al patriarca, e maroniti del Monte Libano (1656).









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.