Het Senaatsgebouw in Rome (1)

Het door Julius Caesar gebouwde Senaatsgebouw

Een van de opvallendste gebouwen op het Forum Romanum, althans in de huidige staat, is het Senaatsgebouw, de Curia. Het ziet eruit als een grote bakstenen kubus. Daarvóór lag het Comitium, waar vertegenwoordigers van het volk zich bij officiële gelegenheden verzamelden.

Senaat en Volksvergadering

Volgens de staatsrechtelijke fictie die is verwoord in de formule Senatus PopulusQue Romanus (S.P.Q.R.), regeerden “Senaat en Volk van Rome” samen over het wereldrijk. Comitium en Senaatsgebouw vormden daarom hét bestuurscentrum van de Mediterrane wereld – althans in theorie. In de praktijk was het de keizer die het beleid bepaalde. Het échte hart van het imperium was dan ook het Auditorium op de Palatijn, waar de vorst overlegde met zijn adviseurs.

Ook al had de Senaat in de Keizertijd nog maar weinig invloed, toch deed de heerser er goed aan het college met respect te bejegenen. De zeshonderd multimiljonairs die er zitting in hadden, konden het ook iemand die dertig legioenen commandeerde immers knap lastig maken.

Lees verder “Het Senaatsgebouw in Rome (1)”

Heliogabalus (5): religie

De door Heliogabalus gebouwde tempel van Elagabal in Rome (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[Dit is het vijfde van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]

Omdat de geschreven bronnen zo’n slecht chronologisch kader bieden, benutten oudheidkundigen munten en inscripties om de volgorde van de gebeurtenissen te reconstrueren. Dan valt op dat de eerste munten zelden verwijzen naar Heliogabalus’ favoriete god Elagabal. Slechts vier munten uit ongeveer 220 hebben afbeeldingen van de god.

Lees verder “Heliogabalus (5): religie”

De Dei Consentes

De porticus van de Dei Consentes (rechts), met links de Saturnustempel en vooraan de tempel van Vespasianus

Een van de opvallendste en tegelijk minst bekende monumenten van het oude Rome is te zien op de oostelijke helling van het Capitool, vanaf het Forum Romanum bezien recht achter de Tempel voor Saturnus en voor de massieve bogen van het gebouw dat bekendstaat als Tabularium. Of die laatste naam verdiend is, is een andere kwestie. Maar het gaat me vandaag om bovenstaand portiek. Het was gewijd aan de Dei Consentes, wat een andere naam was voor de twaalf Olympische goden. Die klinken ons vertrouwd in de oren en ook er zijn meer cultusplaatsen voor dit dozijn bekend, zoals het Dodekatheon van Barcelona. Desondanks is de verering van deze twaalf redelijk zeldzaam in de antieke cultuur.

De Romeinen hebben de cultus voor dit twaalftal ingevoerd in 217 v.Chr., aan het begin van de Tweede Punische Oorlog. Hannibal was de Alpen overgestoken, bedreigde Italië en de schrik zat er goed in. De geschiedschrijver Titus Livius vertelt dat aan de eerste plechtigheid alleen mensen mochten deelnemen die enig bezit hadden en dus zorg droegen voor het algemeen welzijn. De logica van het “dus” was dat alleen mensen met eigen land krijgsdienst deden en belasting betaalden. Van de armen, die ten tijde van oorlog niets – althans geen land – hadden te verliezen, werd niet verwacht dat ze oprecht bezorgd zouden zijn om de openbare orde en vrede:

Lees verder “De Dei Consentes”

De tempel van Elagabal in Rome

De schaarse resten van de tempel van Elagabal

Een van de meest curieuze personen uit de Oudheid was de kindkeizer Heliogabalus (r.218-222). Die heette eigenlijk Varius Avitus Bassianus, maar toen hij eenmaal keizer was, noemde iedereen hem Antoninus. De naam waaronder hij beroemd is geworden, Heliogabalus dus, is een verbastering van de naam van de door hem vereerde Syrische zonnegod Elagabal. Dat is ook al niet de echte naam van die god, want die heette in het Aramees Ila ha-Gabal, “heer van de berg”. De bijnaam Heliogabalus is daarvan dus een verbastering. Weliswaar zou Elagabalus meer voor de hand hebben gelegen, maar met het ietwat onlogische eerste element verwijst de weergave ook naar de Griekse zonnegod Helios.

Kortom: er was een kindkeizer die we gemakshalve Heliogabalus noemen en die vereerde een zonnegod die we Elagabal noemen.

Wie een mooi boek wil lezen over Heliogabalus’ wonderlijke regeringsperiode, kan terecht bij Louis Couperus. Zijn roman De berg van licht (1905) is in feite een omgekeerde Stille kracht: in het laatstgenoemde boek gaat een westerling ten onder in de Oost, in De berg van licht gaat een oosterling ten onder in het Westen. Het is trouwens interessant hoe Couperus een Syrische wereld toont waarin androgyniteit zo niet geaccepteerd dan toch denkbaar was. Wie nu fronst bij non-binariteit, zou eens Couperus kunnen gaan lezen.

Lees verder “De tempel van Elagabal in Rome”

Archaïsch Italië en het vroegste Rome

Oriëntaliserende kunst uit Italië: edelsmeedwerk uit de Bernardini-tombe bij Palestrina (Villa Giulia, Rome)

Ergens rond 300 v.Chr., nadat het in de slag bij Sentinum de macht van zijn Italische rivalen had gebroken, maakte Rome zijn opwachting in de geschiedenis. Een middelgrote hellenistische staat. In de loop van de derde eeuw bevocht Rome zich echter een plek onder de grootmachten. Eerst versloeg het koning Pyrrhos, vervolgens brak het de macht van Karthago, daarna verenigde het Italië in een slecht gedocumenteerde strijd tegen binnenvallende Galliërs, weer later viel het de Balkan binnen en veroverde het Andalusië. Dat laatste in de Tweede Punische Oorlog ofwel de oorlog tegen Hannibal.

Daarvóór, in de vijfde en vierde eeuw, was Rome een van de vele Italische stadstaten. En dáárvoor, in de zesde eeuw, regeerden koningen. Daar weten we heel weinig van, al staat vast dat de Karthagers rond 500 v.Chr. Romes gezag over enkele Latijnse havensteden erkenden. Maar wat daaraan voorafgaat, is even legendarisch als pakweg de heerschappij van Theseus over Athene. Wat doe je daarmee, als je De Blois of Van der Spek heet en Een kennismaking met de oude wereld schrijft?

Lees verder “Archaïsch Italië en het vroegste Rome”

Domitianus (20): De Albaanse Berg

De uil van Minerva (Vaticaanse Musea, Rome)

Wie Rome kent, kent de Albaanse Berg. Het is onmogelijk de dode vulkaan niet te zien. De Romeinen meenden dat de stichters van hun stad, Romulus en Remus, afkomstig waren uit een oudere stad op de berghellingen gelegen zou hebben. Daar was ook het heiligdom waar de Latijnse steden sinds mensenheugenis samen Jupiter vereerden. Een echte lieu de mémoire en eigenlijk een logische plek voor Domitianus om een buitenhuis te bouwen. Daarin was hij niet anders dan keizer Augustus, die zijn huis had gebouwd op de Palatijn, waar Romulus Rome had gesticht en al diverse belangrijke tempels stonden.

Keizerlijke villa

De Via Appia liep ruwweg langs Domitianus’ nieuwe villa, dus hij kon in enkele uren terug zijn in de stad, die hij in de verte zag liggen. Tegelijk was de Albaanse Berg ver genoeg om te vluchten voor het kabaal en de stank van de stad en haar honderdduizenden bewoners. Opnieuw niets vreemds. Zijn voorganger Tiberius had een buitenverblijf op Capri, Nero verkoos Antium, Hadrianus bouwde een parkachtig huis bij Tivoli. Elke Romeinse senator bezat wel een paar landhuizen, dus waarom de keizer niet?

Lees verder “Domitianus (20): De Albaanse Berg”

Allat, de vrouw van Allah

Allat (Museum van Aleppo)

Mijn reeks museumstukken heb ik altijd bedoeld om dingen te tonen die interessant zijn. Er moet een verhaaltje over te vertellen zijn. Als ze mooi zijn, is het meegenomen, maar het is niet mijn eerste opzet. Dit reliëf van de Arabische godin Allat is er een voorbeeld van. De ruwe zwarte steen (basalt uit de Hauran) is moeilijker tot verfijnde sculptuur om te zetten dan bijvoorbeeld marmer, maar de beeldhouwer heeft iets fraais gemaakt.

Allat  (اللات) betekent gewoon “godin”, zoals Allah gewoon “god” betekent. De gelijkenis van de twee namen suggereert dat we, zoals gebruikelijk in de Semitische wereld, te maken hebben met een normaal godenechtpaar, zoals Baäl en zijn Astarte of JHWH en zijn Asjera. In de Koran wordt Allat genoemd met Al-’Uzza en Manat als een van de drie godinnen die in Mekka bij de Kaäba werden vereerd en die een steen des aanstoots vormden voor Mohammed. De cultus beperkte zich echter niet tot het Arabische Schiereiland: Herodotos kende “Alilat” en stelde haar op gezag van een Perzische zegsman gelijk aan de liefdesgodin Afrodite (Historiën 1.131.3).

Lees verder “Allat, de vrouw van Allah”