Twee weken geleden, op 17 december, nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal nu mijn best doen ze te beantwoorden. Er waren betrekkelijk weinig vragen over het “klassieke” deel van de oude wereld, maar daarmee begin ik vandaag wel.
Wat vind je van de trailer van de verfilming van de Odyssee?
Historici hebben geen mening over kunst. Ik heb het n.a.v. de film Redbad al eens uitgelegd. We vragen filmmakers toch ook niet of ze een mening hebben over historische processen?
Wapenrusting uit de tijd van de Samnitische Oorlogen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
De Italiaanse havenstad Paestum is gesticht als een Griekse nederzetting aan de Tyrrheense Zee, bij het land van de Lucaniërs. Rond 410 v.Chr. namen die de macht in de stad over. Dat was geen ongebruikelijke gang van zaken. Op dat moment namen wel meer volken uit het Italische binnenland de steden aan de kust over. Het is ook niet zo dramatisch als het lijkt: er waren al heel lang intensieve culturele uitwisselingen. Op een zeker moment volgde echter een nieuwe machtsovername: Paestum kwam in Romeinse handen. Dat dateren we meestal rond de tijd van de oorlog tegen Pyrrhos, dus zeg maar rond 275 v.Chr. Maar wanneer was het eerste contact?
Dat is ingewikkeld. In de jaren dertig van de vierde eeuw v.Chr. groeiden in Centraal-Italië twee regionale grootmachten. De ene was Rome, dat de Latijnse steden had onderworpen. De ander was Samnium in de Abruzzen, dat geconfronteerd was geweest met een invasie van een Grieks leger, gecommandeerd door Alexandros van Molossis. Deze oorlog had de bewoners van Samnium, de Samnieten, gedwongen tot samenwerking. De relatie tussen de twee staten-in-opbouw was niet slecht; er waren afspraken over de grens en hoewel er aanwijzingen zijn voor een “Eerste Samnitische Oorlog”, is de consensus lange tijd geweest dat die niet heeft plaatsgevonden. Inmiddels zijn er theorieën dat er misschien toch iets is gebeurd, maar ook dan was het een kleinschalig conflict.
Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer rare munten, een interessante expositie, een interview, iets achter een betaalmuur en reclame.
Incusum
Op de expositie over Paestum in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is, vrij aan het begin, een vitrine waarin wat munten uit de vroegste bewoningsfase zijn te zien. Zeg maar uit de kolonisatieperiode, al geldt die benaming inmiddels als wat ongelukkig. In Leiden zie je de voorkant, de obverse. Zie boven. In de Staatliche Münzsammlung in München zag ik een paar weken geleden de achterkant, de reverse – zie de foto hieronder.
Nee, helaas, het bovenstaande reliëf. dat momenteel te zien is op de Paestum-expositie in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden, is nep. Het is een afgietsel van een reliëf dat ooit deel uitmaakte van een tempel, gewijd aan de Griekse godin Hera, te vinden bij de monding van de rivier de Sele. (Voor de liefhebbers: het is een metope, een onderdeel van het fries op de dwarsbalk van in Dorische stijl gebouwde tempel.) Het reliëf stelt Herakles voor, die de twee Kerkopen meeneemt.
Wie zijn dat nou weer?
In de klassieke traditie verrichtte de halfgod Herakles twaalf min of meer canonieke werken, maar er waren destijds veel meer verhalen in omloop. Eén van de oudste betrof twee kobolden, broertjes, die allerlei kattenkwaad uithaalden. Er was weinig waar ze bang voor waren, al had hun moeder hen gewaarschuwd voor een zekere Melampygos. Toen Herakles op een dag lag te slapen in de schaduw van een boom, probeerden ze zijn wapens te stelen, maar de mannetjesputter werd wakker en hing ze ondersteboven aan een juk over zijn schouders. Zie boven. Terwijl hij ze zo wegvoerde, herkenden ze zijn donkere billen (Grieks: melampygos), waarover ze allerlei grapjes maakten. Daar moest Herakles zo om lachen, dat hij ze maar liet gaan. Sindsdien heet een mannetjesputter in het Grieks een zwartbilman.
Achilleus en Memnon (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Afgelopen dinsdag ben ik in Leiden wezen kijken naar de nieuwe expositie in het Rijksmuseum van Oudheden over Paestum. Het is een mooie expositie, heel rustig van opzet, die de hele geschiedenis van de oude havenstad behandelt: de fase van de Griekse kolonisatie, de klassieke periode waarin de bewoners de beroemde tempels bouwden, de tijd waarin de inheemse Lucaniërs de macht overnamen en de Romeinse tijd. De rode draad zijn de godinnen van de stad, maar ook andere onderwerpen komen aan de orde, zoals de vervaardiging van rozenparfum en de strijd tegen de Samnieten (een volk uit de Abruzzen, achter de Lucaniërs).
De dwingende reden waarom u moet gaan kijken is de verzameling grafschilderingen. De allerberoemdste, de Duiker, is er niet. Die schildering is beschermd Italiaans kunstbezit en mag Italië niet verlaten. Daaraan wijdt het museum een filmpje. De schilderingen die wel in Leiden zijn, zijn echter adembenemend. Ik zal er nog weleens over bloggen. Voor het moment zeg ik alleen “gaat dat zien”, want een bezoek aan het museum in Paestum is niet voor iedereen weggelegd.noot Met de internationale trein is het overstappen in Brussel en Parijs voordat je in Milaan bent; daarvandaan de lokale treinen via Rome en Napels naar Paestum; en voor het laatste stuk is er een bus. Het is nogal een Keulse reis om in Paestum te komen, dus ga liever naar Leiden nu Paestum naar ons is gekomen.
Tempel Hera II in Paestum; helemaal rechts Hera I.
Wie Paestum bezoekt, de stad waaraan het Rijksmuseum van Oudheden vanaf 25 april een expositie wijdt, zal vooral getroffen zijn door de tempels. Ze zijn erg goed bewaard. Voor generaties West-Europese reizigers waren dit de enige tempels die ze kenden in Griekse stijl. Dat wil zeggen dat de gebouwen van alle zijden toegankelijk waren. De andere tempels van de Provence en Italië waren van het Romeinse type: ze stonden op een podium en je kon ze van maar één kant betreden. Voor de Europeanen die de “Grand Tour” maakten, was Paestum zo ongeveer het verste punt dat ze bereikten.
In het zuiden van Paestum staan twee tempels naast elkaar. Er zijn geen inscripties die precies duidelijk maken wie er werden vereerd, maar de wijgeschenken in de omgeving suggereren dat het terrein was gewijd aan de godin Hera, de echtgenote van de oppergod Zeus. Archeologen noemen de twee heiligdommen weleens Hera I en Hera II, waarbij de naam van de godin verwijst naar het terrein waarop ze staan en niet naar de godin die er werd vereerd.
Rijksmuseum van Oudheden introduceert exclusief parfum vervaardigd op oud-Romeinse wijze
Leiden, Nederland – 31 maart 2024 – Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden lanceert vandaag zijn eigen exclusieve parfum, vervaardigd op oud-Romeinse wijze van de blaadjes van rozen uit Paestum. Dit unieke parfum, genaamd Aroma Paestum, brengt een vleugje van de rijke historie van het oude Rome naar de moderne wereld.
De blaadjes van rozen uit Paestum, een stad gelegen in het zuiden van Italië, worden al eeuwenlang gewaardeerd vanwege hun uitzonderlijke geur en kwaliteit. Door gebruik te maken van authentieke recepten en traditionele methoden, heeft het Rijksmuseum van Oudheden een exclusieve formule ontwikkeld die de essentie van het oud-Romeinse tijdperk weerspiegelt.
Ik heb over van alles geblogd, maar nog nooit over Romeinse geuren. Het leek me daarom leuk eens een Romeins parfum te maken. De aanleiding is de naderende Paestum-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden, want Paestum was in de Romeinse tijd beroemd om de daar gekweekte rozen. Die vormden de basisstof voor – u raadt het al – rozenwater.
Uit het beroemde Casa dei Vettii in Pompeii hebben we afbeeldingen van eroten en psyches die aan het werk zijn met de apparaten waarmee de Romeinen parfum maakten. U ziet ze hierboven aan het werk: rechts pletten twee eroten de rozenbladeren, middenin bewerken ze de pulp en doen ze die in flesjes, helemaal links overhandigt een eroot een flesje aan een psyche.
Volgende maand, op 25 april om precies te zijn, beginnen in het Rijksmuseum van Oudheden (Leiden) twee exposities. De ene is gewijd aan de Romeinse villa’s in Limburg. Hier, in een uit het zuiden geïmporteerd ondernemingstype, werd het geld verdiend dat de Romeinen uitgaven aan de militaire periferie. Het is een ingewikkeld onderwerp, waar ik nog eens over zal bloggen. Ik ben in elk geval benieuwd.
De naam Paestum
De andere tentoonstelling is gewijd aan de Zuid-Italische stad Paestum, waarover ik op deze plaats al eens eerder heb geschreven. Destijds leek het mij een leuk idee om drie tussenkopjes te gebruiken om de drie bewoningsfasen aan te duiden. Die namen kende ik uit een oudheidkundige encyclopedie en zijn gebaseerd op de muntopschriften. De Griekse kolonie heette Poseidonia, “Poseidonstad”; toen de Lucaniërs (een Italisch volk) de stad rond 410 v.Chr. hadden overgenomen, noemden ze haar Paiston; en de Romeinen maakten daar Paestum van. Ruurd Halbertsma, die de expositie organiseert, vertelde me echter dat het niet klopte. Ook encyclopedieën verouderen.
Ten zuiden van Napels ligt de grote baai van Napels, met in het westen de Tyrrheense Zee, in oosten de Vesuvius, en in het zuiden het schiereiland van Sorrentino en het eiland Capri. Wie nog iets zuidelijker gaat, komt in Salerno en, nog even verder, in Paestum. In het Grieks heette het Poseidonia, “stad van Poseidon”: geen onlogische naam voor een havenstad. De stad lijkt rond 600 v.Chr. te zijn gesticht door Griekse kolonisten uit de omgeving van de Ionische Zee. Ze waren niet de eerste mensen, want de verering voor diverse godinnen gaat terug op inheemse culten.
Poseidonia
Het lijkt erop dat het plattegrond met langwerpige woonblokken dateert van vrij kort na de stadstichting. Zeg maar de zesde eeuw v.Chr.. Het plattegrond kent een opvallende scheiding van religieuze, bestuurlijke en residentiële delen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.