Domitianus (35): Dominus et deus

Genius (Capitolijnse Musea, Rome)

Aan het einde van zijn leven had Alexander de Grote verklaard dat hij een god op aarde was. Sindsdien was verering vrij standaard bij de koningen van het Ptolemaïsche Egypte, waar men niet alleen op Alexander maar ook op een faraonische traditie teruggreep. Ook in het Seleukidische Rijk bestond een heersercultus. In het Romeinse Rijk lag het moeilijker. Men vereerde echter overleden, vergoddelijkte keizers en ook de genius (levenskracht, persoonlijke beschermgod) van de regerende vorst. Dat gebeurde op ’s keizers verjaardag en op de dag van zijn troonsbestijging.

Het beeld hierboven toont zo’n genius. Het komt uit de Capitolijnse Musea in Rome maar is nu op de expositie over keizer Domitianus in het RMO in Leiden. Domitianus had zich al eerder betoond als een nieuwe Meleager en liet, zoals gebruikelijk, zijn genius vereren.

Dominus et deus

Allemaal niets bijzonders, maar hij ging een stap verder. Bij zijn zelfpresentatie speelde niet een rol dat hij een zoon was van de vergoddelijkte Vespasianus (filius divi Vespasiani), hij wilde zelf worden aangesproken als god (deus). Volgens de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio gaven slaafse onderdanen zoveel eerbewijzen aan Domitianus, dat de hele wereld, althans voor zover door de Romeinen beheerst, leek te zijn gevuld met portretbustes en standbeelden van goud en zilver. Domitianus

Lees verder “Domitianus (35): Dominus et deus”

Domitianus (34): Het verre oosten

Domitianus (Badisches Landesmuseum, Karlsruhe)

Misschien is bovenstaande zilveren schijf wel het meest curieuze stuk op de expositie over keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het moge duidelijk zijn dat het gaat om een portret van Domitianus. Aan de hand van het kapsel is te zeggen: gemaakt na 84. Verder is duidelijk dat het gaat om een zilveren schijf. Maar wat is het?

De uitleg in het museum identificeert het als de achterkant van een spiegel. Maar het zou ook een medaillon kunnen zijn of, zoals archeologen het noemen, een contorniaat. De naam van de maker is bekend: hij heet Euporos. Maar die naam helpt ons niet verder. Het meest bijzondere is echter de vindplaats. Het bordje in het museum zegt doodleuk “Noord-Iran”.

Lees verder “Domitianus (34): Het verre oosten”

Domitianus (33): Via Domitiana

Reliëf langs de Via Domitiana (Castello di Baia, Italië)

Bovenstaand reliëf, doorgaans te zien in het Castello di Baia op 25 kilometer ten westen van Napels, is momenteel aanwezig in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, deel uitmakend van de expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96). Het is afkomstig uit Puteoli (het huidige Pozzuoli aan de Baai van Napels) en komt van een monument voor de aanleg van de Via Domitiana.

Dat klinkt heel chique en zo’n monument suggereert dat het ook werkelijk iets chiques was, maar zo speciaal was het niet. Wie Rome verliet over de Via Appia, bereikte op een gegeven moment het havenstadje Sinuessa, waar de weg het binnenland inkronkelde, richting Capua, en daarvandaan verder over de Abruzzen naar Brindisi. Van Sinuessa liep ook een oeroude weg langs de kust, richting Puteoli. Domitianus heeft die weg laten verharden. Niet meer.

Lees verder “Domitianus (33): Via Domitiana”

Domitianus (32): De Palatijn

Reconstructie van de troonzaal op de Palatijn

De Palatijn! Mooi hè. Zo zag de troonzaal eruit in het paleis dat de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) liet bouwen op de centrale heuvel in Rome. Het groen basalten standbeeld links staat tegenwoordig in Parma met een ander beeld uit dezelfde reeks: een Hercules en een Dionysus. In de Romeinse sculptuur behoren deze macho’s, die zich evident hebben vergrepen aan de anabole steroïden, tot mijn persoonlijke favorieten.

Ergens in deze zaal hing de voorhang uit de tempel in Jeruzalem. Na een audiëntie deed rabbi Eleazar ben Yose verslag:

Ik heb de voorhang gezien en er zaten veel vlekken in van het bloed van de os en de bok van Grote Verzoendag.

De menora, eveneens afkomstig uit de tempel in Jeruzalem, schijnt te hebben gestaan in de door Domitianus’ vader Vespasianus gebouwde tempel van de Vrede.

Lees verder “Domitianus (32): De Palatijn”

Domitianus (31): Een brug in Egypte

Inscriptie uit Kift (British Museum, Londen)

Inscriptie EDCS-17100167 uit Egypte, wie kent haar niet?! De inscriptie is gevonden in Koptos aan de Nijl en documenteert hoe de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) een brug liet bouwen. Doorgaans zou u de Noordzee moeten oversteken om EDCS-17100167 te bewonderen in het British Museum in Londen, maar momenteel hoeft u niet verder dan Leiden te gaan, waar EDCS-17100167 staat opgesteld in de Domitianus-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden.

Bruggenbouwer

Imp(erator) Caesar Domitianus Aug(ustus)
Germanicus pontif(ex) maximus trib(unicia)
potest(ate) co(n)s(ul) XV censor perpetuus p(ater) p(atriae)
pontem a solo fecit
M(arco) Mettio Rufo (praef)ecto Aeg(ypti)
Q(uinto) Licinio Ancotio Proculo praef(ecto) cast(rorum)
L(ucio) Antistio Asiatico praef(ecto) Beren(ices)
cura C(ai) Iuli Magni |(centurionis) leg(ionis) III Cyr(enaicae)

Wat vertaalbaar is als:

Lees verder “Domitianus (31): Een brug in Egypte”

Domitianus (30): Apotheose

De apotheose van Julia (Fitzwilliam Museum, Cambridge)

Het gebruik staat bekend als apotheose, vergoddelijking. Een Romeinse keizer met een natuurlijke opvolger – lees: een (geadopteerde) zoon – kreeg na zijn dood goddelijke eerbewijzen. Dit gebruik was na de dood van Caesar ontstaan en een Romeinse aanpassing van de hellenistische heersercultus. En die was op zijn beurt een aanpassing van de Egyptische verering van de koning, de god die de mensheid representeerde vis-à-vis de andere goden. Niet voor elke keizer was een apotheose weggelegd. Als een keizer moest wijken na een staatsgreep – lees: vermoord was – zou de Senaat de nagedachtenis officieel vervloeken. Dat heette een damnatio memoriae en zou het lot zijn van de in Leiden met een tentoonstelling herdachte keizer Domitianus (r.81-96).

Keizerinnen, prinsen en prinsessen konden ook weleens een vergoddelijking tegemoet zien. Het gebeurde met Flavia Julia. Nadat ze in de Tempel van de Familie Flavius (de familienaam van de dynastie) was bijgezet, kreeg ze eerbewijzen als Diva Julia Augusta. De munt hierboven voegt aan die titel toe dat ze de dochter was van de Divus Titus. Normaalgesproken ligt deze sestertius in het Fitzwilliam-museum in Cambridge, maar nu is hij op de Leidse expositie.

Lees verder “Domitianus (30): Apotheose”

Domitianus (29): Flavia Julia

Julia

In 89 overleed Flavia Julia, ook wel aangeduid als Julia, dochter van Titus en erkend als keizerin (Augusta). Volgens een oude traditie was ze geboren op de dag dat haar vader Jeruzalem innam. Het kan natuurlijk waar zijn, maar het is in de antieke letteren niet ongebruikelijk geboortes te presenteren als gelijktijdig met bekende gebeurtenissen. Olympias baarde Alexander in de nacht waarop de Artemistempel van Efese afbrandde. Van die dingen.

Flavia Julia trouwde met Sabinus, consul in 82. Er gingen echter ook geruchten dat Julia, toen Domitianus zijn echtgenote Domitia Longina in 83 had verstoten, ’s keizers maîtresse was geweest. Dat zou neerkomen op overspel en incest. Het lijkt laster.

Lees verder “Domitianus (29): Flavia Julia”

5000 jaar kralen

Kralenkettingen voor vroegmiddeleeuwse Romeinse dames (Santa Prassede, Rome)

In 2016 was er een kort bericht, dat nauwelijks de aandacht kreeg die het verdiende: in een graf in Noorwegen waren glazen kralen  gevonden, afkomstig uit het atelier van de glasmaker van Toetanchamon. De sterkste aanwijzing was het gebruikte kobalt. De kleuren van glas worden immers vervaardigd door metaal toe te voegen aan het mengsel van kwarts en potas dat glas feitelijk is. Met een techniek die bekendstaat als Laser Ablation Inductively Coupled Plasma Mass Spectrometry (kortweg plasmaspectrometrie) is vast te stellen waar welk metaal is gewonnen en dus een uitspraak te doen over de herkomst. Een ander instrument uit het kralenonderzoek is de stereomicroscoop, waarmee is vast te stellen welke technieken de oude kunstenaars hebben benut.

Er waren in 2016 in totaal 271 Mediterrane kralen gevonden op eenenvijftig plaatsen in Noorwegen en Denemarken en die kwamen niet alleen uit Egypte maar ook uit Mesopotamië. Het onderzoek toont wat er momenteel technisch mogelijk is, maar ook welke vérstrekkende conclusies bereikbaar zijn. Het handelsnetwerk van veertiende-eeuws Egypte strekte zich uit tot voorbij de Noordzee. Met tussenschakels, vanzelfsprekend, maar toch.

Lees verder “5000 jaar kralen”

Domitianus (28): De “Mainz Pedestals”

Een van de Mainz Pedestals (Landesmuseum, Mainz)

Keizer Domitianus leidde de oorlog tegen de Chatten vanuit Mainz. De legioenbasis werd tijdens zijn regering herbouwd en uit die bouwfase stammen ook de “Mainz Pedestals”, een verzameling reliëfs die, zoals de naam al aangeeft, was aangebracht op de sokkels van enkele zuilen. Ik weet niet hoe ze heten in het Nederlands of Duits.

Vroeger stonden ze opgesteld in de wereldberoemde Steinhalle van het Landesmuseum, maar die is al jaren gesloten en zal niet heropend worden. De zaal is namelijk enkele jaren in gebruik geweest als vergaderruimte voor het Landesparlement, en dat is de parlementariërs zo goed bevallen dat ze niet meer weg willen. We kijken in Nederland vaak bewonderend naar het Land der Dichter und Denker, maar volmaakt is het ook daar niet.

Lees verder “Domitianus (28): De “Mainz Pedestals””

Domitianus (27): Germanië en Dacië

Vondsten uit een Germaans graf (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

De expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden is meer kunsthistorisch dan historisch van aard. Die keuze kun je maken. (In datzelfde museum is de Griekse afdeling ook meer kunsthistorisch dan historisch van opzet.) Het Leidse museum heeft daarom weinig aandacht voor de vijanden waarmee Domitianus heeft gevochten: de Germanen en de Daciërs.

Misschien heeft bij de afwegingen een rol gespeeld dat aan beide volken recentelijk mooie exposities gewijd zijn geweest. Vorig jaar kwamen de Germanen aan bod in een erg goede overzichtstentoonstelling in Bonn. Die was heel, heel sterk, vooral doordat de organisatoren het Nachleben, waarmee oudheidkundigen aangeven dat ze zélf de Oudheid onvoldoende interessant vinden, vakkundig naar een zij-zaal hadden weggejonast. De expositie toonde de oude wereld gewoon zoals ze was, dat is immers voldoende de moeite waard. Momenteel is er overigens een soortgelijke expositie over Roms fließende Grenzen in Detmold, waarvan ik hoop dat de organisatoren dezelfde wijsheid hebben gehad.

Lees verder “Domitianus (27): Germanië en Dacië”