Oog op de Oudheid

Zoals ik al eens eerder heb aangegeven, hebben we naast de traditionele Week van de Klassieken, waarin in heel Nederland en België de oude wereld in het zonnetje wordt gezet, ook een Romeinenweek met speciale aandacht voor de Lage Landen in de Romeinse tijd. Eigenlijk is zo’n doublure vooral logisch, aangezien iedereen (nou ja, bijna iedereen) geboeid is door de “age of experiment” die de Oudheid nu eenmaal is. Toch zijn er ook nadelen en daarom zullen het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) en RomeinenNU de twee evenementen verbinden door “Oog op de Oudheid”: vier dinsdagavonden in het museum, waarop de laatste ontwikkelingen uit de doeken worden gedaan.

Zoals het programma er nu uit ziet – dus met een slag om de arm – vindt elke avond plaats in de Tempelzaal van het RMO, begint het om 20:00 (zaal open 19:30), wordt het gepresenteerd door classica Tazuko van Berkel, is er een pauze met Romeinse wijn van  Eet!verleden, en eindigt het rond de klok van tienen met een korte discussie onder leiding van wetenschapsjournalist Marcel Hulspas.

Lees verder “Oog op de Oudheid”

De bevrijding van Mosul

De verwoestingen in het ruïnegebied van Nineveh

Het plaatje hierboven heb ik overgenomen uit een van de vorig jaar verschenen publicaties in het kader van de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden: Nineveh, the Great City, een bundel artikelen onder redactie van Lucas Petit en Morandi Bonacossi. Links ziet u een satellietfoto van dat deel van het moderne Mosul waarin het antieke Nineveh ligt, herkenbaar als een lange rechthoek. Rechts ziet u het plattegrond van de oude Assyrische hoofdstad Nineveh, met herkenbaar de twee voornaamste ruïneheuvels: Küyünjik met de antieke paleizen en Nebi Yunus, waar het mausoleum is van de profeet Jona.

Of beter: was, want het is inmiddels door de zogenaamd Islamitische Staat verwoest. De ironie is dat daardoor een paleis uit de zevende eeuw v.Chr. zichtbaar is geworden. Het bestaan ervan was al bekend maar het blijft een geluk bij een ongeluk dat het nu dankzij de vandalen kan worden onderzocht. Op de Leidse expeditie is een filmpje te zien van een drone die door de onderaardse gangen vliegt.

Lees verder “De bevrijding van Mosul”

Fenicië, Assyrië, Egypte, Karthago & Italië

Fenicisch edelsmeedwerk (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Op de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden is ook één van mijn favoriete voorwerpen uit de oude wereld te zien: de hierboven afgebeelde schaal. Die bestaat uit vier ringen: middenin is een steenbok te zien met een jong, omgeven door lotusbloemen; daar omheen is een leeuwenjacht te zien; de derde cirkel toont soldaten; de rand ten slotte is leeg gelaten.

Klik het hierboven even aan, ik heb speciaal een wat groter plaatje dan anders neergezet. (Meer foto’s vindt u hier.) Misschien ziet u wat er zo wonderlijk is aan dit voorwerp.

Lees verder “Fenicië, Assyrië, Egypte, Karthago & Italië”

De val van Nineveh

De laatste verdedigers van Nineveh

Hoe het Assyrische Rijk precies ten onder is gegaan, er is niemand die het weet. Onder koning Esarhaddon had het nog Egypte onderworpen, onder Aššurbanipal bloeide het wereldrijk, maar vanaf diens dood kampte het met steeds meer problemen: onrust in het binnenland, onrust in Babylonië, onrust aan de grenzen. De Egyptenaren en Babyloniërs wisten onafhankelijk te worden en de laatsten bestreden hun voormalige meesters, daarbij geholpen door de Meden uit het Zagrosgebergte. De stad Aššur viel in 614, Nineveh twee jaar later, en in 610 kwam er ook een einde aan de laatste Assyrische burcht in Harran.

Die feiten staan vast, maar niemand weet waarom het zo liep. Het helpt niet dat we voor deze periode van verval minder bronnen hebben. Imperial overstretch kan een factor zijn geweest voor de neergang van Assyrië. Dat het rijk sowieso nooit meer is geweest dan een plundermachine, zal ook een rol hebben gespeeld. In elk geval: in 612 was het voorbij.

Lees verder “De val van Nineveh”

De leeuwenjacht van Aššurbanipal

De leeuwenjacht van Aššurbanipal (detail; British Museum, Londen)

Vandaag het einde van mijn reeks over museumstukken die te maken hebben met de expositie over Nineveh in het Rijksmuseum van Oudheden. Volgende week nog iets over de val van de Assyrische hoofdstad en daarna wil ik op gezette tijden schrijven over andere Assyrische zaken, al weet ik momenteel nog niet wat. Maar vandaag de laatste aflevering uit deze museumstukkenreeks en dat moet dus wel een hoogtepunt zijn uit de oud-oosterse kunst: de leeuwenjacht van koning Aššurbanipal.

De reliëfs zijn zo rond 650 v.Chr. vervaardigd. U zult ervoor naar het British Museum moeten, want dit soort kunstvoorwerpen lenen musea niet gemakkelijk aan elkaar uit. Alles klopt aan de leeuwenjacht van koning Aššurbanipal. De leeuwen zijn perfect weergegeven, de anatomie van de en profil afgebeelde jagers is in orde. De reliëfs moeten ooit beschilderd zijn geweest maar ook zonder kleur zijn ze fenomenaal. Maar waarom werden ze eigenlijk gemaakt?

Lees verder “De leeuwenjacht van Aššurbanipal”

De bibliotheek van Aššurbanipal

Sumerisch-Akkadisch woordenboek (Louvre, Parijs)

Ik ben de afgelopen week drie keer met de trein heen en weer geweest naar Leeuwarden en hoewel die rit niet zo druk is als die naar Hilversum, Utrecht of Leiden, ben je ook op weg naar het noorden gedwongen mee te luisteren naar andermans gesprekken. Zo ontdekte ik het onbegrijpelijke feit dat er mensen zijn die nog niet naar zijn geweest de expositie over Nineveh in het Rijksmuseum van Oudheden. Heel gek.

Voor degenen die er nog niet waren, blog ik nog maar eens over een Assyrisch voorwerp: een kleitablet. Daarvan zijn er in Nineveh tienduizenden gevonden. In het paleis van koning Aššurbanipal waren het er zelfs zo veel dat de opgravers meenden dat het ging om een complete bibliotheek. Weliswaar was veel materiaal in feite geschreven voor zijn voorgangers, maar de naam “bibliotheek van Aššurbanipal” is blijven hangen.

Lees verder “De bibliotheek van Aššurbanipal”

MoM | Altijd te weinig bewijsmateriaal (2)

Grafmasker uit Nineveh (British Museum, Londen)

In het eerste deel van dit stukje wees ik erop dat er discussie is over het bestaan van een Damis-bron die Filostratos kan hebben gebruikt bij het schijven van het Leven van Apollonios van Tyana. Eén van de argumenten daartegen is dat Filostratos Damis typeert als inwoner van Ninos, dat wil zeggen Nineveh. Die stad was echter in 612 v.Chr. verwoest,  wat zou suggereren dat Filostratos iets verzon.

***

Nineveh was dan wel in 612 verwoest, de stad was niet volledig verlaten. De Atheense huurling Xenofon bezocht “Mespila”, zoals de stad inmiddels heette, in 401 v.Chr. en beschrijft de stadsmuren (Anabasis 3.4.10). De dag ervoor daarvoor had hij “Larissa” bezocht, waarin we Nimrud herkennen. Xenofon vertelt hoe de bewoners van die stad waren gevlucht naar de ziggurat die onlangs door ISIS de Tigris is ingebulldozerd (Anabasis 3.4.6-9).

In beide steden zijn voorwerpen gevonden uit alle eeuwen. Toen ik vorig jaar een Nineveh-nummer van Ancient History Magazine redigeerde, plaatste ik een afbeelding van wat oorbellen uit de Parthische tijd maar het grafmasker dat dit artikel siert zou eveneens hebben gekund. Het dateert uit de tweede eeuw n.Chr. Opnieuw verbreden we het werkterrein door er aanvullende informatie bij te halen, en wel uit de archeologie. Simpel gezegd: de oudheidkundige die Filostratos in de schoenen schoof dat hij Damis uit een niet-meer-bestaande stad liet komen, vergat dat er meer informatie bestaat dan alleen tekstuele.

Lees verder “MoM | Altijd te weinig bewijsmateriaal (2)”