Geliefd boek: De moordenaars van de keizer

De klassiek taalkundige en docent Engelse literatuur Santiago Posteguillo (Valencia 1967) is een productief man. In 2006 publiceerde hij het eerste deel van wat een trilogie over Scipio Africanus zou worden. In 2011 volgde Los asesinos del emperador (de moordenaars van keizer Domitianus – in beide betekenissen van het woord), wat het begin werd van een trilogie over Trajanus. Tussendoor waren er nog wat studies over literatuur, en in 2018 volgde het eerste van twee romans over keizerin Julia Domna. Zijn eigen website gewaagt verder van meer dan zeventig wetenschappelijke publicaties, maar daar heb ik weinig van kunnen vinden.

In Spanje vliegen zijn historische romans de winkel uit, maar daarbuiten is hij te weinig bekend. Om onverklaarbare redenen worden er zelfs geen vertalingen gemeld.

Lees verder “Geliefd boek: De moordenaars van de keizer”

Geliefd boek: De adelaar van het Negende

Morgen eindigt de Week van de Klassieken en ik vraag uw aandacht voor een boek dat menigeen allang kent: De adelaar van het Negende van Rosemary Sutcliff. Toen het in 1954 verscheen, heette het nog een kinderboek, tegenwoordig zouden we het vermoedelijk een young adult noemen. Al zou je het ook kunnen beschouwen als een Bildungsroman. Wat het genre ook zij: het is een geweldig boek. Ik ken verschillende mensen die door De adelaar van het Negende een liefde voor de oude wereld hebben ontwikkeld.

De ondergang van het Negende

Het verhaal gaat over een jonge Romeinse officier, Marcus, die gewond raakt en wordt gedemobiliseerd. Als hij eenmaal is hersteld, besluit hij te gaan uitzoeken wat er is gebeurd met het Negende Legioen Hispana, dat ooit vanuit York naar het noorden is gemarcheerd, de mist in, en waar niemand ooit meer van heeft gehoord. Marcus’ vader is missing in action.

Lees verder “Geliefd boek: De adelaar van het Negende”

Geliefde boek: Im Westen nichts Neues

Een Duitse soldaat uit de Eerste Wereldoorlog (©Bundesarchiv)

Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque stond al een tijdje op het lijstje van boeken die ik toch echt nog eens wilde lezen. Toen ik een vroege druk uit 1929 op Boekwinkeltjes zag kocht ik hem, voor een grijpstuiver. Een boek met een geschiedenis – en wat voor een. Het heeft de tweeënnegentig jaar echter prima doorstaan en is met zijn naturel linnen band nog in puike staat. De eerste eigenaar kocht het ooit bij Van Benthem & Jutting, Algemeene Boekhandel te Middelburg. Ik had me al aangegord voor een gotische letter, maar dat viel mee: alleen op het inlegvel met reclame van de uitgever – Im Prophyläen-Verlag Berlin – dat nog steeds ongeschonden tussen de pagina’s ligt, staat wat gotisch schrift. Deze luxe uitgave van Im Westen nichts Neues kostte destijds zes mark. Ik kreeg hem op woensdag. De dag daarna viel Rusland Oekraïne binnen. Oekraïne, het grote grensland. Twee zielen in één borst, een strijdtoneel van eeuwen.

Verwoeste generatie

Door toeval lees ik dus de een van de meest indringende oorlogsromans ooit terwijl in Oekraïne een oorlog in volle gang is. Remarque is nog steeds actueel. Zelf zei hij een beeld te willen schetsen van zijn generatie – de jongens die vanuit de schoolbanken naar het front werden gestuurd:

Lees verder “Geliefde boek: Im Westen nichts Neues”

Spokenjagers & duivelbezweerders

Ik houd van boeken die niet op andere boeken lijken, zoals Het Chazaars woordenboek van Milorad Pavic. Daarom was ik blij met The Seven Deaths of Evelyn Hardcastle van Stuart Turton, dat ik ooit typeerde als “Agatha Christie in combinatie met Groundhog Day in combinatie met Inferno van Larry Niven in combinatie met Cluedo in combinatie met De vale schepper in combinatie met Gosford Park”. Ik was opnieuw blij toen ik onlangs ontdekte dat Turton inmiddels een tweede roman heeft gepubliceerd, The Devil and the Dark Water.

Dit keer is het allemaal wat minder exuberant. Het is een spookverhaal met een detective, of een detectiveverhaal met horrorelementen. In 1634 vertrekt het VOC-schip Saardam van Batavia richting Amsterdam, maar al voor vertrek zijn er vreemde dingen gebeurd. Zo heeft een tongloze leproos, tongloos of niet, de naderende ondergang van het schip aangekondigd en vervolgens levend verbrand. Dan bent u op pagina 7. In de volgende 541 pagina’s gebeuren steeds vreemdere dingen, zoals dat het konvooi van zeven in de nachten gezelschap krijgt van een achtste schip, dat nooit te identificeren is en bij zonsopgang steeds verdwenen is. Dieren komen om het leven. De leproos, ofschoon dood, spookt door het schip. Iemand wordt vermoord in een afgesloten kamer. Er is een duivel aan boord.

Lees verder “Spokenjagers & duivelbezweerders”

De ketter van Carthago (2)

De vorig jaar verschenen historische roman De ketter van Carthago van Frans Willem Verbaas gaat niet en wel over Augustinus, de bisschop van Hippo over wie ik gisteren blogde. De hoofdpersoon heet Spes en wordt aangetrokken, afgestoten, opnieuw aangetrokken, weer afgestoten en tot slot weer aangetrokken door de bisschop, die dus wel centraal staat in het boek. In feite is het samen te vatten als “hoe Spes bleef kijken naar Augustinus”.

Zoals zoveel historische romans moet je het boek niet lezen omdat het allemaal precies klopt. Nog voor de eerste zin gaat het al fout als er een datering anno Domini wordt gebruikt. Er waren in de Oudheid verschillende dateringssystemen, maar deze is pas in de zesde eeuw gemeengoed geworden. Augustinus dateerde bijvoorbeeld gebeurtenissen regelmatig aan de hand van de Romeinse consuls: zo lezen we in De stad van God dat Christus is gestorven toen Lucius Rubellius Geminus en Gaius Fufius Geminus het consulaat bekleedden. Er zijn in De ketter van Carthago wel meer dingen waar ik als historicus door afgeleid raakte, maar ik vind het niet helemaal eerlijk het boek daarop af te rekenen. Een roman die het verleden toont zoals het werkelijk was, zou zo saai zijn als het menselijk leven nu eenmaal is.

Lees verder “De ketter van Carthago (2)”

De ketter van Carthago (1)

De oudste afbeelding van Augustinus (Lateraan)

Waarom lezen mensen na zestien eeuwen nog altijd Augustinus? In mijn geval is het simpel: het zou voor een oudheidkundige bizar zijn een immens corpus aan informatie ongelezen te laten. Voor anderen is het misschien wat problematischer. Je kunt namelijk veel over de bisschop van Hippo zeggen, maar niet dat het een toegankelijke auteur is. Ik heb basisschoolkinderen een vertaling van Homeros’ verhaal over Bellerofon voorgelezen en ze begrepen het; je kunt Suetonius, Herodotos en het Epos van Gilgameš lezen zonder al te veel voorkennis; maar Augustinus is lastiger.

Een vrolijk mensbeeld heeft hij ook niet. De mens heeft zijn onvolmaaktheid te danken aan de zonden van zijn voorouders en is daardoor ook zelf een zondaar: dat is toch iets heel anders dan het Verlichtingsidee dat de mens van nature goed is en zichzelf kan verbeteren. Ik wil dat laatste geloven. Schindler’s List is zo’n boeiende film omdat het toont dat een opportunist een goed mens kan worden, wat een stuk interessanter is dan het obligate “goed mens degenereert tot slecht mens”. Een goed educatief systeem geeft mensen de middelen zichzelf te verbeteren. Noem het voor mijn part Bildung. Maar ondanks mijn sympathie voor die optimistische idealen ben ik niet blind voor het feit dat evenveel mensen niet boven zichzelf uitgroeien, onderpresteren en van goed mens opportunist worden. Augustinus’ mensbeeld mag dan somber zijn, het is niet onrealistisch.

Lees verder “De ketter van Carthago (1)”

Geliefd boek: De Kapellekensbaan

Ik zou graag eens de aandacht willen vestigen op één van de kleurrijkste schrijvers uit het Nederlands taalgebied, omtrent wie de laatste twintig jaar weinig meer gehoord wordt. Louis Paul Boon, chroniqueur van de arbeidersstrijd in Oost Vlaanderen. Of meer uitgebreid: chroniqueur van het leven van het gewone volk van de Middeleeuwen tot heden. Hij maakte dat leven aanschouwelijk door in Wapenbroeders het Middeleeuws verhaal Van den vos Reynaerde na te vertellen. Hij schreef historische romans over de Geuzentijd, de bokkenrijders en het Daensisme aan het eind van de 19e eeuw. Maar zijn magnum opus is De Kapellekensbaan/Zomer te Termuren. Deze laatste romans wil ik graag met deze beschouwing aan de vergetelheid ontrukken.

Romans in de klassieke zin van het woord zijn het niet. Het zijn eerder collages of raamvertellingen, maar het feit dat er door alle verschillende verhalen een rode draad loopt, rechtvaardigt de term “roman”. De roman wordt bevolkt door personages in hetzelfde buurtje die elkaar dagelijks ontmoeten en becommentariëren. Ieder personage is op één of andere manier wel auteur.

Lees verder “Geliefd boek: De Kapellekensbaan”

Kraaien in het paradijs

Ik schrijf dit op een mooie vrijdagmorgen. Ik zette zojuist de balkondeuren open en zag in de tuin van de buren een paar groene halsbandparkieten. Mooie beestjes, waarvan de herkomst in Amsterdam een bekend verhaal vormt, maar ze hebben de huismussen verdrongen die hier vroeger nog weleens zaten. Ook de duiven zijn er niet langer. Het is een kleine herinnering aan het feit dat onze leefomgeving permanent verandert. Op zich niets catastrofaals maar het valt ook niet helemáál los te zien van de klimaatcrisis waarin we verkeren. Ik las gisteren dat wereldwijd nog maar drie procent van de ecosystemen onaangetast is.

Ik weet niet wat dat betekent. Ik ben geen bioloog of klimaatwetenschapper. Vermoedelijk kunnen ook biologen en klimaatwetenschappers zich geen goede voorstelling maken van wat ons op de middellange termijn precies te wachten staat. Dan kan de verbeeldingskracht van een romanschrijver te pas komen. Ik heb het over Kraaien in het paradijs, de net verschenen tweede roman van Ellen de Bruin, waarin de neergang wordt beschreven van een geïsoleerd jungle-eiland. (Full disclosure: ik heb De Bruin weleens ontmoet en ze signeerde mijn exemplaar.)

[Hierna volgen enkele spoilers]

Lees verder “Kraaien in het paradijs”

Geliefd boek: De opgang van Stefan Hertmans

Vandag, na de Italiaan Pennacchi over Italië in de beide wereldoorlogen en daarna, twee prachtige Nederlandse (Vlaamse) romans over WO I en II in Vlaanderen. Omdat deze beide romans mij ook zeer lief zijn (prachtig geschreven, boeiende opbouw en thematiek) en ook wel een beetje omdat ik in de rubriek Geliefd boek geen recente Nederlandse literatuur tegenkom en daarover her en der ook nogal wat gemopperd wordt. Alsof er in Nederland en Vlaanderen geen goede hedendaagse literatuur geschreven zou worden. Quod non.

Evenals Pennacchi is Stefan Hertmans zelf deel van de geschiedenis waarover hij schrijft. Maar op een andere wijze, en met iets meer afstand. Tegelijk is met name De Opgang in tijd en geografische afstand veel dichter bij de hedendaagse Nederlandse lezer.

Lees verder “Geliefd boek: De opgang van Stefan Hertmans”

Geliefd boek: M, De zoon van de eeuw

Enige tijd geleden was in de serie Geliefde Boeken de beurt aan Het Mussolinikanaal van Antonio Pennachi. Ik werd zo nieuwsgierig dat ik het heb gekocht. Lokale, regionale, nationale en wereldgeschiedenis aan de hand van een familiegeschiedenis en dat weer in de vorm van een volkse monoloog… ik heb het ademloos gelezen. En het vervolg erop: Broederstrijd, ook.

Ik ben nog even bij Mussolini gebleven en lees nu M, De zoon van de eeuw. Een roman van Antonio Scurati. Maar is het eigenlijk wel een roman? Scurati volgt de ontwikkeling van Mussolini op de voet: van voorjaar 1919 tot en met 3 januari 1925. Ieder hoofdstuk wordt voorafgegaan door een aantal citaten uit de krantenartikelen, brieven en anderszins die de toenmalige geschreven actualiteit uitmaakten. Hij maakt in de tekst zelf ook gebruik van citaten die ik soms wel en waarschijnlijk vaker niet herken, soms slechts vermoeden kan vanwege het taalgebruik.

Lees verder “Geliefd boek: M, De zoon van de eeuw”