De palimpsesten van het Catharinaklooster

Het Catharinaklooster

Onder aan de voet van de Sinaïberg ligt al eeuwenlang het Catharinaklooster. Volgens de overlevering ligt het bij de plek van het Brandende Braambos. In 337 na Chr. zou keizerin Helena, de moeder van Constantijn de Grote, er een kapel hebben laten bouwen. Later, in de zesde eeuw, liet de Byzantijnse keizer Justinianus rond de kapel een versterkt klooster aanleggen. Dat bestaat nog en heeft zijn naam te danken aan de heilige Catharina van Alexandrië.

Catharina

Volgens een losjes op de historische Hypatia geïnspireerde legende was Catharina de dochter van de gouverneur van Alexandrië en was keizer Maxentius verliefd op haar. Ze sloeg hem af, omdat ze had beloofd maagd te zullen blijven. Maxentius liet het er niet bij zitten en stuurde veertig filosofen op haar af om haar ervan te overtuigen haar geloof af te zweren. Het tegendeel gebeurde. Katharina, die al op haar vijftiende Plato uit haar hoofd kende, bekeerde de filosofen.

Lees verder “De palimpsesten van het Catharinaklooster”

De Zeevolken

Het democratische metaal ijzer: klappersteen uit Drenthe (Hunebedcentrum, Borger)

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag eens hebben over de Zeevolken. Maar eerst iets over wat een handboek eigenlijk is: het bevat de basiskennis die een student beheersen moet voordat hij of zij zich kan verdiepen in de eigenlijke discussies. De stof wordt in het handboekcollege een beetje geproblematiseerd, en wordt daarna werkelijk bekeken door middel van literatuurlijsten en vooral werkcolleges. Zo was het althans in mijn tijd; of het nog steeds zo is, weet ik niet. In elk geval: de Zeevolken zijn typisch een thema waarover een student in een handboek leest, dat een docent bij het handboekcollege problematiseert en dat zich leent voor een werkcollege om te tonen hoe complex het is.

De Blois en Van der Spek wijzen op een reeks verschijnselen op de overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd. Er was een “concert van mogendheden”: Egypte, Assyrië, Babylonië en de Hittieten. Het laatste rijk viel rond 1200 v.Chr. uiteen en daaruit kwamen de Neo-Hittitische staten voort. Rond het Egeïsche-Zee-gebied kwam een einde aan de Mykeense paleisburchten. Steden als Ugarit werden verwoest en verlaten.

Lees verder “De Zeevolken”

Nieuwe oude alfabetten

Dedanitische inscriptie (Koning Saoed-universiteit, Riyad)

Ik heb al eens geschreven dat het niet de Feniciërs waren die het alfabet uitvonden, al hebben ze het wel doorgegeven aan de Grieken. Sinds het begin van de twintigste eeuw is bekend dat in de Sinaï-woestijn al alfabetisch werd geschreven in wat egyptologen de Tweede Tussenperiode noemen, tussen 1800 en 1550 v. Chr.

Primitievelingen

Nog oudere aanwijzingen voor het gebruik van iets dat alfabetisch kan worden genoemd, komen uit de Wadi el-Hol in Boven-Egypte. Daar lijken vermoedelijk West-Semitisch-sprekende arbeiders rond 1900 v.Chr. graffiti te hebben aangebracht. Je kunt je voorstellen hoe Egyptische klerken op die mensen neerkeken: wie een beetje wilde schrijven moest honderden hiërogliefen kennen, dat stelletje primitievelingen kende maar twee dozijn tekens, wat een simpelaars toch, die Aziaten konden nog niet eens een fatsoenlijk determinatief noteren.

Lees verder “Nieuwe oude alfabetten”

Cypriotische bronsbaren, groot en klein, echt en nep

Metaalbaar (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Als er één voorwerp is dat Cyprus zou kunnen symboliseren, dan is het wel de brons- of koperbaar hierboven, die momenteel aan een muur hangt op de Cyprustentoonstelling in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden. Het is dat het geen aantrekkelijk plaatje oplevert, anders zou dit het beeldmerk hebben kunnen zijn van die expositie, zó symbolisch is dit.

Cyprus is een van de plekken waar men in de Oudheid koper won. De plek was niet uniek – er is ook koper gewonnen in de Sinaïwoestijn en in de Araba – maar de koperrijkdom van Cyprus was exceptioneel. De pakweg tien koninkrijkjes op het eiland hadden allemaal wel een mijn en meestal ook wel een haven om het materiaal te exporteren. Vanaf het vierde millennium v.Chr. was er zo een basis voor de enorme welvaart van het eiland. Vanaf pakweg 3000 v.Chr. was die basis nog sterker, want men had inmiddels ontdekt dat je, door aan een kilo koper een mespuntje tin toe te voegen, een keiharde legering kreeg: brons. Dat moest komen van de Atlantisch kust, dus was er overzeese handel en dus zaten de Cyprioten opnieuw op de eerste rang.

Lees verder “Cypriotische bronsbaren, groot en klein, echt en nep”

Geleerde correspondentie

Schechters briefje aan Lewis
Schechters briefje aan Lewis

Het leven is leuker als je ineens over een kwart miljoen pond sterling beschikt. De twee zussen Agnes en Margaret Smith besloten op reis te gaan: in 1866 bezochten ze Egypte, waar ze een liefde voor oudheden ontwikkelden. Na terugkeer trouwden ze – voortaan heetten ze Agnes Lewis en Margaret Gibson – en leefden ze teruggetrokken op het Schotse platteland. De liefde voor het verre verleden was er echter nog en ze leerden diverse oude talen.

Toen hun echtgenoten overleden, besloten ze opnieuw een reis met een oudheidkundig thema te maken. In de bibliotheek van het Catharina-klooster in de Sinaï-woestijn bekeken ze in 1892 allerlei oude handschriften, die ze – anders dan andere westerse bezoekers – konden lezen. Tot hun ontdekkingen behoorde de oudste Aramese vertaling van de vier evangeliën, een handschrift dat enkele belangrijke tekstkritische problemen, zoals het einde van het Marcusevangelie, hielp oplossen.

Lees verder “Geleerde correspondentie”