De Deltawerken

Oosterscheldekering
De Oosterscheldekering is het geavanceerdste van de Deltawerken

Nog een fijne fietstocht voor als u eens een hele dag hebt: neem de trein naar Middelburg, bewonder de monumentale trap van het raadhuis en het drakengevelsteentje even verderop, fiets verder naar Veere (ik kwam hier destijds iemand tegen die mij herkende van mijn blog), en rijd dan naar het noorden. Net als op de Afsluitdijk kun je de wind beter in de rug hebben, maar het is een fantastische tocht.

Eerst passeer je de dam over het Veerse Gat tussen Walcheren en Noord-Beveland maar al snel ligt de prachtige waterkering van de Oosterschelde voor je. Ik ben een nette, oppassende burger, die echt wel weet hoe lelijk nationalisme is, heus, maar als ik dit zie, voel ik toch een stukje poldertrots. Dat wordt overigens ook bij de grootste chauvinist de kop weer ingedrukt als hij het eiland Schouwen voorbij is en de volgende dam bereikt.

Lees verder “De Deltawerken”

De Watersnoodramp

Gedenksteentje voor de Watersnoodramp in Vlissingen

Ten tijde van wat Zeeuwen “de ramp” noemen, woonde ik in de Spanjaardstraat in Middelburg. Op zaterdag 31 januari 1953 mocht ik met mijn vader mee naar de boulevard in Vlissingen.

Het water van de Westerschelde beukte tegen de walkant en spatte uitbundig over mijn vaders Ford V8. Mijn vader hield van dit natuurgeweld en wilde, als het stormde, altijd naar Vlissingen. De mooiste sport voor ons was de auto uitrennen, en voordat de golf de wal raakte weer droog de auto in springen. In de auto waren we veilig, dat was een kolos.

Ik herinner me dat mijn vader het portier van de auto (aan de zeekant) niet kon openen. De wind was te sterk. Hij draaide zijn portierraam open, en door de luchtdruk woei spontaan mijn deur open. Dat was schrikken. We kregen hem met grote moeite dicht toen mijn vader zijn portierraam weer had open gezwengeld.

Halverwege de boulevard had de zee een gat geslagen en gaapte er een diepe, kolkende afgrond. Aan de rand van dat gat stond een man, leunend tegen de storm in, om goed te kunnen kijken. Hij hing in een hoek van 60 graden boven de krater. Dat beeld vergeet ik nooit.

Lees verder “De Watersnoodramp”

Friezen en Franken (en Noormannen)

Draak uit Dorestad (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb nu twee stukken geschreven over de geschiedenis van de Friezen, de kustbewoners van Nederland in het eerste millennium, en de Franken, de bewoners van het binnenland. Ik maakte gebruik van De Friezen (2013), Koningen en krijgsheren (2009) en Bonifatius in Dorestad (2016) van Luit van der Tuuk, de curator van het Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede en de beheerder van websites over Dorestad en de Noormannen in de Lage Landen.

De twee eerstgenoemde boeken eindigen niet bij Karel de Grote, waar ik u gisteren achterliet, maar behandelen ook de regeringen van zijn zoon Lodewijk de Vrome en die van diens zoons Lotharius, Karel de Kale en Lodewijk de Duitser. Kende ik van de periode tot en met Karel de Grote de hoofdlijnen wel ongeveer, nu merkte ik dat ik die voor de tweede helft van de negende eeuw niet kende. Of althans niet zoals Van der Tuuk ze schetst. Wat ik wél wist was dat de mensen te lijden hadden van zowel de invallen van de Noormannen als een reeks complexe burgeroorlogen tussen eerst Lodewijk de Vrome en daarna tussen zijn zonen onderling. Nooit had ik die gewelddadige gebeurtenissen met elkaar in verband gebracht. Van der Tuuk wijst erop dat de Noormannen partij waren in de Karolingische burgeroorlogen.

Lees verder “Friezen en Franken (en Noormannen)”

Friezen en Franken (2)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Vermogende Franken droegen mantelspelden als deze (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige stukje behandelde ik, aan de hand van de boeken van Luit van der Tuuk, de Friezen: de bewoners van het gebied langs de Noordzeekust vanaf Walcheren tot de Deense istmus. Dit keer wil ik het hebben over de tweede groep in de Lage Landen: de Franken. Dit is een van de stamfederaties die in de derde eeuw na Chr. zijn ontstaan uit oudere stammen: de Amsivariërs langs de Eems, de Chattuariërs langs de Hase, de Chamaven in de Achterhoek. Archeologisch is er geen verschil met de bewoners van het oude Drenthe, waarvan we de naam niet kennen. Misschien hoorden de Tubanten er eveneens bij en gingen ook de Chauken en Friezen op in deze federatie toen zij in de derde eeuw het kustgebied verlieten en het binnenland introkken.

De nieuwe federatie heet, misschien wel naar een van de deelnemende stammen, de Saliërs, de “Salische Franken”.Er waren meer groepen Franken. Ook de oude Bructeren uit het Roergebied en de Chatten van het Taunusgebergte werden Frankisch genoemd.

In het midden van de vierde eeuw trokken de Salische Franken het Romeinse Rijk binnen. Generaal Julianus – de latere keizer – stond ze toe zich te vestigen in wat nu Brabant heet. Ze waren overigens niet de eersten: uit aardewerkstudies waarover ik al eerder blogde, weten we dat al in de derde eeuw mensen vanuit Drenthe naar het Scheldegebied verhuisden. Door deze migraties verschoof de Taalgrens naar waar ze nu ligt.

Lees verder “Friezen en Franken (2)”

Friezen en Franken (1)

tuuk_friezen

Het zal de trouwe lezers van deze kleine blog niet zijn ontgaan dat mijn belangstelling voor de Franken en het “Germaanse” deel van onze geschiedenis groeit. De reden is dat die nogal stiefmoederlijk wordt bedeeld nu er zo verschrikkelijk veel aandacht is voor de limes, de grens van het Romeinse Rijk langs de Rijn. Tegelijk is ons Germaanse verleden belangrijk: de Germanen gelden immers traditioneel – en niet zonder goede redenen – als onze voorouders. Dat maakt ze automatisch interessant.

Op zich is het echter wel logisch dat ze wat weinig aandacht krijgen: ze schreven nauwelijks. Er zijn geen bronnen waarin ze zelf melden wat ze dachten van de komst van de Romeinse legioenen. We weten niet hoe ze zich voelden bij handel en ruil, we kennen hun religie vooral uit latere, vijandige bronnen en we kennen hun literatuur alleen uit middeleeuwse teksten. Als het Romeinse staatsapparaat instort en de Franken de macht overnemen, zijn het christelijke auteurs die schrijven over de nieuwe, Germaanse heersers. Zelden of nooit horen we hen in hun eigen woorden.

Lees verder “Friezen en Franken (1)”

Adriaan en Olivier

middelburg_monumentale_trap

Het was in het allerholst van de nacht en twee grote volle manen stonden met verwijtende gezichten aan de hemel.
“Hoe hard rijden we nu?” vroeg ik.
“Zesennegentig,” zei Adriaan en draaide achteloos het stuur drie keer rond.
“Wáár rijden we nu?” vroeg ik.
“Om de markt in Rittenburg,” zei Adriaan.
“Rittenburg is een prachtig oud stadje,” zei ik. “Het bezit een fraai middeleeuws stadhuis, met een monumentale trap.”
“Nee,” zei ik, toen het lawaai had opgehouden, “het bezát een fraai middeleeuws stadhuis. Kijk nu toch eens wat je gedaan hebt! Je kunt toch niet met een auto deze monumentale trap op!”
“Is die auto van u?” vroeg de agent.
“Geweest,” zeiden wij, en schudden de overblijfselen van ons af.

Lees verder “Adriaan en Olivier”

Willibrordus

Reliekschrijn van Willibrordus (Catharinakathedraal, Utrecht)

In het jaar 384 overleed in Maastricht bisschop Servatius, die tot kort daarvoor had geresideerd in Tongeren. Veel meer weten we eigenlijk niet over de man, wiens leven vooral bekend is uit latere legenden. Toch is zeker dat er christelijke gemeenschappen waren in de twee genoemde Romeinse steden. Uit Nijmegen is er nog een haarspeld met een Christusmonogram, die erop wijst dat er ook aan de Waal christenen leefden. Dat was zo’n beetje al het bewijs voor de aanwezigheid van het christendom in de Lage Landen in de Romeinse tijd.

De val van Rome

Een generatie na de dood van Servatius viel het Romeinse rijksbestuur in onze contreien weg. De macht kwam in handen van de laatste garnizoenscommandanten, die stonden aan het hoofd van plaatselijk gerekruteerde legertjes. Nu was de plaatselijke bevolking aan het begin van de vijfde eeuw niet meer wat ze voordien was geweest: in 355 waren groepen Frankische immigranten vanuit het huidige Drenthe, Gelderland en Overijssel het Romeinse Rijk binnengetrokken, waar generaal Julianus hun land in het huidige Brabant had toegewezen en had geëist dat ze zouden dienen in de legers. Toen het Romeinse staatsapparaat rond 410 dus wegviel – de onlangs gevonden munten uit het Limburgse Echt werpen enig licht op deze gebeurtenis – kwam de macht in handen van mannen met Frankische (over)grootouders. Als de nieuwe heersers christelijk zijn geweest, zal het geloof niet heel diep hebben gezeten.

Lees verder “Willibrordus”