Glossolalie

Armeense miniatuur van Pinksteren (Noravank)

Hoe groot de afstand is die ons scheidt van de oude wereld, merken we onder meer als we kijken naar het vroegste christendom. In de Eerste Brief aan de Korintiërs laat de apostel Paulus ons zien wie er zoal deel uitmaakten van een gemeente:

In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is. Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil.noot 1 Korintiërs 12.7-11; NBV21.

Lees verder “Glossolalie”

Het huis van Massinissa

Stamboom van het huis van Massinissa (klik=groot)

Het bovenstaande plaatje wilde ik al een tijdje hebben en ik ben blij dat Kees Huyser het voor me heeft gemaakt. (Dank je wel Kees!) Zoals u ziet is het een stamboom, meer precies die van het huis van Massinissa, die rond 203/202 door de Romeinen werd erkend als koning van Numidië – zeg maar het huidige Algerije.

Hij was niet de eerste koning in de regio: zijn vader Gaïa heerste al over de oostelijke Numidiërs, die bekendstaan als de Massyliërs. Een andere koning, Syfax, heerste over de Masaeisyliërs in het westen, verenigde beide rijken en werd vervolgens verdreven door Massinissa. Met Romeinse steun regeerde hij een halve eeuw en zou zijn koninkrijk hebben opgestoten in de vaart der volken. Dat lezen we althans bij de Griekse geschiedschrijver Polybios, die verrast zal zijn geweest door de Numidische macht rond het midden van de tweede eeuw, maar niet wist hoe sterk het rijk al in de derde eeuw was geweest. We hebben Massinissa’s portret op munten, maar ik heb nooit een echt helder exemplaar gevonden, dus we moeten het doen met het onderstaande plaatje.

Lees verder “Het huis van Massinissa”

Pontius Pilatus (6) Besluit

Kopie van de inscriptie van Pontius Pilatus uit Caesarea.

[Dit is het laatste van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Prefect

Ik heb in de vorige vijf blogjes verteld dat de evangelisten, Filon van Alexandrië en Flavius Josephus de voornaamste bronnen zijn voor de loopbaan van Pontius Pilatus. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemt de man ook een keer, en typeert hem als procurator. Hij was feitelijk prefect. Dat weten we uit bovenstaande inscriptie, gevonden in 1961 in Caesarea Maritima, de residentie van de gouverneur van Judea. Ik heb er al eens over geblogd.

De ene helft van de steen is beschadigd, maar we kunnen de andere helft lezen:

. . . . S TIBERIEUM
. . [Po]NTIUS PILATUS
[praefe]CTUS IUDA[ea]E
[ref]ECI[it]

Dit betekent dat Pontius Pilatus, de prefect van Judea, iets heeft hersteld dat Tiberieum heette. Wat dat zou moeten zijn geweest, is vooralsnog onbekend, maar het is aannemelijk dat het een tempel was ter ere van keizer Tiberius.

Lees verder “Pontius Pilatus (6) Besluit”

Pontius Pilatus (5) Pensioen

De berg Gerizim

[Dit is het vijfde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

De samaritaanse geloofsgemeenschap vond haar oorsprong in een conflict dat speelde in het Jeruzalem van de vierde eeuw v.Chr. Eén groep priesters heeft toen de stad verlaten en is opnieuw begonnen in de stad Samaria, bij het huidige Nablus, waar al eerder een belangrijke tempel had gestaan. De samaritanen geloofden dat er ooit een profeet “zoals Mozes” zou zijn, een messiaans figuur die zijn volgelingen zou leiden naar een beter bestaan.

De samaritaanse profeet

In 36 na Chr. beweerde iemand dat hij die “profeet als Mozes” was. Hij beloofde dat hij enkele heilige voorwerpen, begraven op de berg Gerizim, zou tonen, die zouden bewijzen dat hij inderdaad was wie hij zei te zijn. Zijn aanhangers kwamen bewapend naar de berg en Pontius Pilatus greep onmiddellijk in met zo’n duizend soldaten. Hij verspreidde de menigte en beperkte zich ertoe de leiders te executeren. Niettemin beschouwden de samaritanen zijn geweld als buitensporig. Daarom deden ze een beroep op de Syrische gouverneur, Lucius Vitellius, de vader van de latere keizer. Onze enige bron, de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, vertelt wat er daarna gebeurde:

Lees verder “Pontius Pilatus (5) Pensioen”

Het lege graf

Het lege graf (Rabbula-codex)

Er zijn onderwerpen waarover historici weinig te zeggen hebben, zoals Pasen. De historicus kan alleen constateren dat het dubbele idee van Christus’ verrijzenis en diens lege graf heel oud moet zijn. Daar blijft het echter bij. Een lichamelijke wederopstanding is niet alleen in strijd met de natuurwetten maar ook zonder parallel. Zo’n gebeurtenis ligt buiten het bereik van wat een historicus weten kan. Er desondanks uitspraken over doen is net zoiets als zoeken naar de Alpenpas van Hannibal: je kunt het niet weten en moet gewoon aanvaarden dat er grenzen zijn aan je kennis.

Vier visies

Wat een historicus óók kan doen, is verschillen constateren in de berichten over het lege graf. Hier is het verslag volgens Matteüs.

Lees verder “Het lege graf”

V Macedonica aan de Donau

Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

Lees verder “V Macedonica aan de Donau”

Pontius Pilatus (4) Jezus

Jezus voor Pilatus, zesde-eeuws handschrift

[Dit is het vierde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Van de diverse gebeurtenissen uit het gouverneurschap van Pontius Pilatus is de rechtszaak tegen Jezus natuurlijk het best geattesteerd en het beroemdst. Er zijn niet minder dan vier onafhankelijke verslagen: in chronologische volgorde zijn dat het evangelie van Marcus, de Joodse Oudheden van Flavius Josephus, het evangelie van Johannes en de Annalen van de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus. De lijdensverhalen van de evangelisten Matteüs en Lukas zijn afgeleid van dat van Marcus, maar bevatten informatie die authentiek zou kunnen zijn.

Jezus’ vergrijp

Op het eerste gezicht is het vreemd dat de Joodse leiders, met name de hogepriester Kajafas, Jezus overdroegen aan Pontius Pilatus. Natuurlijk had Jezus het komende Koninkrijk van God voorspeld, en ook had hij op het Tempelterrein de banken van de geldwisselaars omvergeworpen, maar eschatologisch gespeculeer en vandalisme waren geen redenen voor een executie. Wie in de joodse Tempel de regels overtrad, kreeg stok- of zweepslagen.

Lees verder “Pontius Pilatus (4) Jezus”

Pontius Pilatus (3) Aquaduct

De spaarbekkens van het aquaduct van Jeruzalem in 1905

[Dit is het derde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Het aquaduct en de tempelschat

Een antieke generaal die een overwinning had geboekt, wijdde dankbaar een tiende van de buit aan de goden, meestal in de vorm van mooi edelsmeedwerk. Als later dan weer eens een oorlog uitbrak, kon een generaal huurlingen in dienst nemen door wat edelmetaal uit een tempel mee te nemen. Anders gezegd: het was al eeuwen staande praktijk dat tempels dienden als bank. Deposito en kasopname. Dat was in de Romeinse wereld niet anders, al gebruikten gouverneurs het kapitaal toen steeds vaker voor infrastructurele projecten. In tijden van Pax Romana waren er immers weinig vijanden meer en de goden hadden er geen bezwaar als deze of gene constructie het leven van de vrome vereerders vereenvoudigde.

En dus liet Pontius Pilatus, gebruikmakend van het kapitaal in de tempel van Jeruzalem, een aquaduct bouwen voor de heilige stad; het is door archeologen teruggevonden. De bronnen lagen in de omgeving van Betlehem, waar ook spaarbekkens zijn geïdentificeerd. Het frisse water moet de hygiëne in het uit zijn voegen barstende Jeruzalem sterk hebben verbeterd. Het project bood bovendien werk aan allerlei mensen, wat des te urgenter was nu het meest arbeidsintensieve werk aan de Tempel van Herodes was afgerond.

Lees verder “Pontius Pilatus (3) Aquaduct”

Pontius Pilatus (2) Het begin

Caesarea Maritima

[Dit is het tweede van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Aankomst in Judea

In 26 na Chr. arriveerde Pontius Pilatus, wellicht met zijn echtgenote, in zijn nieuwe residentie in Judea: Caesarea Maritima. Vrijwel onmiddellijk begonnen de problemen: soldaten hadden voorwerpen naar Jeruzalem gebracht die een overtreding vormden van de regels. Over de aard van die voorwerpen lopen de bronnen uiteen, maar het was blijkbaar heel aanstootgevend. Er ging vervolgens van alles mis.

Over deze gebeurtenissen zijn drie bronnen. De oudste auteur is Filon van Alexandrië, die zijn informatie ontleent aan een brief die Herodes Agrippa I zou hebben gestuurd aan keizer Caligula.noot Filon, Gezantschap naar Caligula 299-305. De aanstootgevende objecten zouden schilden zijn geweest waarop de naam van de gouverneur en die van de keizer zouden hebben gestaan – een type inscriptie dat we goed kennen en dat in Caesarea zelfs is gedocumenteerd voor Pilatus. Er is niets onwaarschijnlijks aan Filons mededeling en het is moeilijk voorstelbaar dat een ere-inschrift aanstootgevend was. Ook het door Filon geschetste vervolg, dat prinsen uit de familie van koning Herodes bemiddelden, is volstrekt geloofwaardig.

Lees verder “Pontius Pilatus (2) Het begin”

Pontius Pilatus (1) Inleiding

Munt van Pontius Pilatus (Bibelhaus, Frankfurt a.M.)

Pontius Pilatus is vermoedelijk een van de allerberoemdste Romeinse bestuurders. Dat is niet onbegrijpelijk. Er is redelijk wat informatie over de man wiens bekendste wapenfeit het doodvonnis voor Jezus is. Er zijn echter twee problemen. Het eerste is dat onze informatie, zoals eigenlijk alle informatie uit antieke teksten, gekleurd is. Dat geldt om te beginnen voor de evangeliën, die zijn geschreven door mensen die wilden tonen dat het christendom geen staatsvijandige religie was, en die Pilatus presenteren als iemand die niet overtuigd was van Jezus’ schuld.

Ook de andere bronnen zijn echter gekleurd. Ze zijn geschreven door auteurs met redenen om Pontius Pilatus zwart te maken. Voor Flavius Josephus is bijvoorbeeld belangrijk dat zijn lezers begrepen dat Romeins wanbestuur had bijgedragen aan de Joodse Opstand van 66-70. De Joden moesten worden bestuurd door een Joodse vorst, zoals Josephus’ tijdgenoot Herodes Agrippa II. Dus kan Josephus’ beschrijving van gouverneur Pilatus niets anders zijn dan karaktermoord.

Lees verder “Pontius Pilatus (1) Inleiding”