Wie is de god der joden?

Sepforis, Huis met het Dionysosmozaïek

In de voor-westerse wereld woonden allerlei volken, die regelmatig met elkaar te maken hadden en probeerden elkaar te begrijpen. Om zoiets te doen, druk je andermans denkbeelden uit in je eigen termen. Dit is vooral goed gedocumenteerd voor de antieke religie. De Romeinen interpreteerden de Griekse Hera alsof dat hun Juno was; de Grieken interpreteerden de Fenicische Melqart en de Indische Krishna alsof het Herakles was. De jargonterm is syncretisme.

De vraag welke god de joden vereerden, vormde het onderwerp van geleerde tafelconversatie. Althans, zo presenteert de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos het aan het begin van de tweede eeuw na Chr. in zijn essaybundel Vragen tijdens het diner. Een van de heren die aanliggen stelt de vraag of dat nou “de vrouwenopzwepende, van waanzinnige eerbetuigingen bloeiende Dionysos” is of Adonis. Een zekere Moiragenes geeft antwoord:

Lees verder “Wie is de god der joden?”

Tipasa

Tipasa, Villa aux fresques

Ik heb het voorrecht nogal wat te kunnen reizen. Mijn laatste reis, per trein en bus door Spanje, waas puur vakantie. Maar de meeste reizen maak ik als reisleider en omdat ik ook het programma van zo’n reis maak, kan ik eigenlijk altijd wel iets invoegen dat ik zelf nog nooit heb gezien. Ik denk dat ik bovengemiddeld veel antieke ruïnes en archeologische musea heb bezocht, en ik zou niet goed weten wat ik de allermooiste vind – maar de Algerijnse stad Tipasa scoort hoog, heel hoog.

Het begint natuurlijk bij de locatie: aan de kust. In de hierboven afgebeelde villa moet het heerlijk wonen zijn geweest, met altijd het ruisen van de zee en een achtertuin die ook destijds overging in een bos. Dat was niet overal zo; momenteel zijn er meer bomen dan vroeger, zodat de site iets feeërieks heeft, al is het natuurlijk niet bepaald historisch verantwoord. Ik zei dat Tipasa mooi is, niet dat je er als het ware door een antieke stad wandelde. Daarvoor moet je naar Pompeii.

Lees verder “Tipasa”

De Tempelreiniging

Tyrische sjekel (Nationaal Museum, Beiroet)

Zoals u wellicht weet, heeft Jezus van Nazaret op zeker moment de geldwisselaars weggeranseld van het terrein rond de tempel in Jeruzalem. De gebeurtenis staat bekend als de Tempelreiniging. Hier is het verhaal volgens Marcus.

Jezus ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: “Staat er niet geschreven: ‘Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn’? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!”

Toen de hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was, zochten ze naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen.noot Marcus 11.15-18; NBV21.

Matteüs en Lukas vertellen ruwweg hetzelfde, de evangelist Johannes biedt andere informatie:

Lees verder “De Tempelreiniging”

De hoofddoek (2) het westen

Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.

Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt tevens uit teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.

Lees verder “De hoofddoek (2) het westen”

Het vierkinderenrecht

Reconstructie van het beeld van keizer Augustus uit Primaporta (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

De huwelijkswetgeving lag keizer Augustus na aan het hart. We weten niet waarom precies, maar zijn hele regering lang heeft hij geprobeerd de relaties tussen man en vrouw te reguleren. Uit het jaar 18 v.Chr. dateert de Lex Julia de maritandis ordinibus, die bepaalde wie met wie konden trouwen. Vermoedelijk uit hetzelfde jaar dateert de Lex Julia de adulteriis coercendis, ofwel een wet tegen overspel. Wellicht hingen deze wetten samen met de afkondiging van een “nieuwe era” in het daaropvolgende jaar.  We lezen verder over wetgeving de pudicitia, betreffende de openbare zeden.

Hoe belangrijk dit thema was voor Augustus, blijkt wel uit het feit dat hij niet alleen het burgerlijk recht maar ook het strafrecht inzette. Bovendien bleef hij erop terugkomen: alsof drie wetten nog niet genoeg waren, herhaalde hij de wetgeving het in 9 na Chr., al liet hij het indienen toen over aan de twee consuls. Deze wet staat bekend als de Lex Papia et Poppaea, die de maatregelen uit de eerstgenoemde wet aanvulde en aanscherpte.

Lees verder “Het vierkinderenrecht”

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)

Afgelopen zaterdag werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden het boek Rome en de Lage Landen van de Belgische historicus, archeoloog en museumdirecteur Robert Nouwen ten doop gehouden. Dat is een heel belangrijk boek: de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw. Ik heb vorig jaar opgetreden als meelezer van het manuscript, en mocht bij de presentatie een toespraakje houden. Uiteraard deed ik dat maar wat graag. Dit is wat je noemt: de eer hebben iets te mogen doen.

Maar er was een probleem. Al vóór de presentatie waren verschillende mensen verbijsterd over het bescheiden karakter van de presentatie. Iemand noemde de locatie een “derderangszaaltje”, en inderdaad: de Tempelzaal in het museum had meer voor de hand gelegen dan de Trajanuszaal. We hadden ook kunnen uitwijken naar de Waalse Kerk. Bij een zo belangrijk boek beleg je een symposium met een dozijn hoogleraren uit binnen- en buitenland. Je nodigt het NOS-journaal uit en de koning, die immers de bekendste historicus van Nederland is, en die ook het eerste exemplaar aannam van de Wereldgeschiedenis van Nederland. Wij oudheidkundigen zijn toch niet minder dan andere historici?

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)”

De tweede broodvermenigvuldiging

De Damascuspoort in Gerasa, een van de steden in de Dekapolis

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament, en ik ga verder waar ik onlangs was gebleven. Toen behandelde ik de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging: het verhaal van de vijf broden en de twee vissen. Ik wees er toen op dat het Marcusevangelie nóg zo’n verhaal bevat. Het is vrijwel identiek.

Toen er op een keer weer een grote menigte bijeen was, en ze niets meer te eten hadden, riep hij de leerlingen bij zich en zei tegen hen: “Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij me en hebben niets te eten. Als ik hen met een lege maag naar huis stuur, raken ze onderweg uitgeput; sommigen zijn immers van ver gekomen.”noot Marcus 8.1-3; NBV21.

Lees verder “De tweede broodvermenigvuldiging”

Vijf broden, twee vissen

Brood en vis (Catacomben, Rome)

Een van de bekendste verhalen uit het Nieuwe Testament, waarover ik op zondagen nogal eens blog, is dat over de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Het zijn overigens twee verhalen over twee gebeurtenissen, beide te vinden bij Marcus: het eerste verhaal speelt zich af in de omgeving van het Meer van Galilea, en het tweede in de Dekapolis.noot Marcus 8.1-10. Daarover een andere keer meer, vandaag het verhaal in Galilea.

Dat begint ermee dat Jezus en enkele volgelingen naar een afgelegen plek varen, waar ze echter geen rust vinden, maar worden opgewacht door een grote menigte. Jezus “voelde medelijden met hen,” schrijft Marcus, “want ze waren als schapen zonder herder” – een echo van Jezus’ missie om de verloren schapen van Israël terug te halen.

Lees verder “Vijf broden, twee vissen”

Een dynastiek monument

Beeld van een Romeinse keizer (Oud Museum, Cherchell)

In mijn reeks over de laatste jaren van Julius Caesar blogde ik onlangs over zijn testament, waarin hij zijn achterneef Gaius Octavius adopteerde. De jongeman zou, behalve een enorm fortuin, de naam Gaius Julius Caesar erven en aan het hoofd van de familie Julius komen staan. Geld en naam en familie waren, in combinatie met een nietsontziend cynisme, voldoende om zijn oudoom/adoptiefvader te imiteren en eveneens een putsch uit te voeren. Als keizer Augustus regeerde hij nog veertig jaar en het moet gezegd: hij bracht de rust waar de Romeinse bevolking sinds het begin van de Tweede Burgeroorlog naar snakte.

Overal verrezen standbeelden. Niet alleen tijdens zijn leven, ook daarna, want zijn opvolgers legitimeerden zich door te verwijzen naar de stichters van de dynastie: Augustus en zijn adoptiefvader Caesar. Misschien is het bovenstaande beeld een voorbeeld. Het probleem is: het hoofd ontbreekt. Het kan dus Augustus voorstellen, maar ook iemand anders, en dan komt keizer Claudius (r.41-54) in aanmerking, omdat het beeld tijdens zijn regering is vervaardigd.

Lees verder “Een dynastiek monument”

Het joodse tweegodendom

Als een Perzische koning een vizier had en als een Romeinse keizer een praetoriaanse prefect had, dan was het alleen maar logisch dat God zelf eveneens beschikte over een rechterhand. Het antieke jodendom kende dus een tweede, jongere of lagere godheid. Dat denkbeeld past niet goed bij het moderne idee dat de joden monotheïsten waren, maar het tweegodendom is goed gedocumenteerd: in het land van Israël en daarbuiten, bij diverse joodse stromingen, vanaf de tweede eeuw v.Chr. tot in de Vroege Middeleeuwen. Tweegodendom was destijds zeker niet verwaarloosbaar.

Over dit onderwerp publiceerde de Duitse godsdiensthistoricus Peter Schäfer in 2017 Zwei Götter im Himmel. Ik las vorige maand de drie jaar later verschenen Engelse vertaling, Two Gods in Heaven, waarin hij ook ingaat op kritiek op het oorspronkelijke boek. Schäfer biedt een overzicht van het tweegodendom, waarbij hij zich beperkt tot de joodse receptie vanaf het Bijbelboek Daniël tot en met de laatantieke mystiek en de Babylonische Talmoed. De christelijke receptie, dat Jezus van Nazaret die tweede godheid was, behandelt hij slechts zijdelings.

Lees verder “Het joodse tweegodendom”