Geliefd boek: Rebel land

De interessantste reisverhalen worden geschreven door auteurs die maandenlang op dezelfde plek blijven om mensen en hun omgeving goed te leren kennen. Een prachtig voorbeeld is Rebel land. Among Turkey’s Forgotten Peoples (2009) van Christopher de Bellaigue (1971). Die ‘vergeten’ volkeren zijn Alevieten (aanhangers van een vrijzinnige islamitische stroming in het soennitische Turkije), Armeniërs en Koerden.

De schrijver kent het westerse deel van Turkije goed. Liefde bracht hem naar Istanbul, maar die liefde ging over. Hij sprak toen zo goed Turks dat Turken hem vroegen uit welk deel van Turkije hij kwam. Een nieuwe liefde brengt hem naar Teheran waar hij gaat werken als correspondent voor de Britse Economist. Perzisch wordt zijn nieuwe taal.

Bloedige gebeurtenissen

Na enkele jaren in Teheran besluit hij een boek te schrijven over de herinneringen van bewoners in de kleine stad Varto, gelegen in het verre zuidoosten van Turkije, aan de moord op Armeniërs en Koerden. De oudste bewoners hebben de Armeniërs in hun stadje nog meegemaakt of kennen de bloedige gebeurtenissen uit de verhalen van hun ouders. Zijn Turks blijkt niet meer te zijn wat het is geweest, maar toch kan hij nog alle gesprekken in het Turks voeren.

Lees verder “Geliefd boek: Rebel land” →

De veldslagenatlas van Johannes Kromayer

Kromayers reconstructie van Caesars slag aan de Aisne met linksboven een alternatieve versie. Luchtfoto’s hebben inmiddels Kromayers versie bevestigd.

Een Franse filosoof wiens naam me is ontschoten zei ooit dat de Europese culturele identiteit was te herleiden tot vier instellingen. Hij bedoelde het Britse parlement, het Vaticaan, de Académie des sciences en de Preußische Kriegsakademie. Democratie, monotheïsme, wetenschap en oorlog lijken me een vrij adequate samenvatting van een paar eeuwen geschiedenis. De laatstgenoemde instelling bestaat niet langer, maar het was geen onzin wetenschappelijk te kijken naar oorlog.

Ach ja, Duitsland. In een land dat ook het gymnasium vorm heeft gegeven, was onvermijdelijk dat de Generalstab gefascineerd was door de Oudheid. Aan de Kriegsakademie behoorden de antieke campagnes tot de leerstof. Alleen Duitse officieren konden de welbeschouwd curieuze vergelijking van Tannenberg en Cannae verzinnen. Het waren diezelfde Duitse officieren die, met een soldatenoog voor een goed bivak, archeologen konden aanwijzen waar ze Romeinse kampen langs de Lippe zouden vinden. En het was de Generalstab die vanaf 1900 Johannes Kromayer subsidieerde.

Lees verder “De veldslagenatlas van Johannes Kromayer” →

Geliefd boek: Palaces for the People

“Je wordt toch verliefd op iemand omdat je die leuk vindt,” zei ooit een eerstejaarsstudente tegen mij als docent sociologie. Sociologen zijn meer geïnteresseerd in de vraag waar het van afhangt dat mensen elkaar zullen ontmoeten. Mijn tegenvraag was dan ook naar welke cafés of disco’s ze ging, en waarom. De mogelijkheid dat mensen op elkaar verliefd worden is immers ingeperkt door de sociale en fysieke omgeving waarin ze verkeren. Dat was al het uitgangspunt van mijn favoriete stadssociologie uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, de zogenaamde Chicago School:

It has focused on human behaviour as shaped by social structures and physical environmental factors, rather than genetic and personal characteristics. As applied to humans who are considered responsible for their own destinies, members of the school believed that the natural environment, which the community inhabits, is a major factor in shaping human behaviour, and that the city functions as a microcosm.

Lees verder “Geliefd boek: Palaces for the People” →

Moses Shapira in Crooswijk

Toegangspoort en drenkelingenloods, begraafplaats Crooswijk

Vorig jaar rond deze tijd blogde ik enkele keren over Moses Shapira. De Pools-Duitse, in Jeruzalem gevestigde handelaar in oudheden kwam in 1872 in opspraak doordat hij vervalste Moabitische beeldjes had verkocht. Als je het verhaal leest, zie je hoe gewiekst hij de prijs opdreef door tegen Britse kopers te zeggen dat het Altes Museum in Berlijn zulk materiaal al bezat. Een van de bedrogenen was Herbert Kitchener, de latere veldmaarschalk.

Dode-Zee-rollen

De maker van de beeldjes was een zekere Salim al-Khouri en Shapira wist in 1872 nog de indruk te wekken dat hij nergens van had geweten. Zijn reputatie had echter stevige krassen opgelopen en toen hij elf jaar later in West-Europa aankwam met een oude Deuteronomium-rol, geloofde niemand dat die echt was. Dat er ooit elf geboden zouden zijn geweest, was natuurlijk vrij onwaarschijnlijk. En de man was dus ook niet heel geloofwaardig.

Lees verder “Moses Shapira in Crooswijk” →

Heinrich Dressel

Monte Testaccio

“Ik ben er zowat blind door geworden”: er zullen weinig oudheidkundigen zijn die zó ver zijn gegaan als Heinrich Dressel. Geboren in Rome in 1846 als zoon van een medewerker van de Pruisische diplomaat, groeide hij op in Italië. In 1868, kort voor de Italiaanse annexatie van Rome, week hij uit naar Duitsland. Eenmaal toegelaten tot de Berlijnse universiteit, studeerde hij in 1871 bij Theodor Mommsen af op de bronnen van de Epitome de Caesaribus van Aurelius Victor, waarna hij een prijs kreeg voor zijn studie naar de bronnen van de Etymologieën van Isidorus van Sevilla. Deze studie werd aanvaard als proefschrift, waarna Mommsen de achtentwintigjarige geleerde inlijfde als medewerker van het Corpus Inscriptionum Latinarum. Als u dat werk niet kent: het is een complete boekenkast vol lijvige boeken, waarin alle bekende Latijnse inscripties staan.

Rome en Berlijn

In 1877 keerde hij terug naar Rome om daar verder te werken aan het Corpus. Daar werd hij in het volgende jaar benoemd tot hoogleraar. Na lange aarzeling keerde hij echter weer terug naar Berlijn, als directeur van het Pruisische penningenkabinet. Dat is volgens mij de adembenemende collectie van het Bode-museum, maar ik kan ernaast zitten. Hij verwierf de beroemde gouden penningen uit Abukir (een, twee, drie, vier).

Lees verder “Heinrich Dressel” →

De Tabaksopstand

Samarra

Mijn grootvader heeft zijn gezin enige tijd in leven gehouden door tabak van Antwerpen naar Arnhem te smokkelen. Verhalen over tabak en illegaliteit hebben dus altijd mijn belangstelling, zoals het verhaal over de Tabaksopstand.

Mirza Shirazi

De protagonist heet Muhammad Hasan en was in 1814 geboren in Shiraz. Zijn vader Mirza Mahmud was naar Mekka geweest en droeg daarom de titel sayyid, die Muhammad Hasan zelf ook kreeg na die pelgrimage. Hij zou dus Sayyid Muhammad Hasan ibn Sayyid Mirza Mahmud al-Shirazi hebben kunnen heten, ware het niet dat hij een zoon Muhammad Mu’iz al-Din had, zodat hij die woorden, samen met abu (“vader van”) ook nog ergens in zijn naam kon voegen. Hij heet kortweg Mirza Shirazi.

Lees verder “De Tabaksopstand” →

Geliefd boek: Hirsch & Cie

Het in 1912 geopende Hirschgebouw aan het Leidseplein in Amsterdam imponeert nog steeds door zijn omvang. Tegenwoordig heeft een computerfirma een grote vestiging in het gebouw en komt er een heel ander publiek dan in de hoogtijdagen van het modehuis Hirsch & Cie. Femke Knoop heeft over dat modehuis een luxueus uitgevoerd, maar niet duur boek, geschreven. Hirsch & Cie in Amsterdam (1882- 1976). Haute Couture op het Leidseplein (2018).

Modehuis aan het Leidseplein

Directeuren en klanten, soms ook personeel, lieten zich regelmatig fotograferen bij het fotoatelier Merkelbach dat op de bovenste etage was gevestigd. De schrijfster maakt royaal gebruik van deze foto’s. Het boek levert geschiedenissen van de oprichters, het personeel en de gebouwen waarin het bedrijf was gevestigd. Kleding en reclame en klanten krijgen de nodige aandacht.

Lees verder “Geliefd boek: Hirsch & Cie” →

De sji’ieten van Irak (4)

Abbas haalt water: afgebeeld op een fontein in Basra. Dit is een standaardmodel-fontein dat je overal in Irak ziet.

[Dit is het vierde stuk over de geschiedenis van de sji’ieten. Het eerste is hier.]

Irak is momenteel een overwegend sji’itisch land. De imams die ik in het vorige stukje noemde, liggen begraven in grote heiligdommen in Najaf, Kerbala, Bagdad en Samarra en meer dan de helft van de bevolking rekent zich tot de sji’a. Na de verdrijving van Saddam Hussein wonnen de sji’ieten aan politieke invloed. Toen het leger op de vlucht sloeg voor de zogenaamd Islamitische Staat, speelden sji’itische milities een belangrijke rol bij het herstel van het centrale gezag. De laatste verkiezingen gingen vooral over de vraag welke sji’itische groep de meeste stemmen zou krijgen, degenen die vooral naar Iran keken of degenen die een meer nationale koers wilden varen.

Soennitisch Irak

Omdat de heiligdommen hier zijn en het sji’itische bevolkingsdeel zo groot is, zou je verwachten dat deze vorm van islam altijd de meeste aanhang heeft gehad. Toegegeven, de Abbasidische kaliefen en de Ottomaanse sultans waren soennieten, maar een soennitische overheid sluit een sji’itische bevolking niet uit. Het wonderlijke is dat de bevolking van het Tweestromenland pas na pakweg 1830 is gesji’itiseerd. Voordien beperkte de sji’a zich tot de steden met de heiligdommen – en die waren klein. In Najaf woonden op een gegeven moment maar dertig families.

Lees verder “De sji’ieten van Irak (4)” →

De moderne Olympische Spelen

Een coach, twee worstelaars en een scheidsrechter (Nationaal Museum, Athene)

O ja, de Olympische Spelen, die zijn er ook nog. Er zullen de komende dagen wel weer commentatoren zijn die het een Griekse uitvinding noemen. Dat zegt vooral iets over de negentiende-eeuwse gewoonte om alles te voorzien van een Grieks antecedent. Ook onze democratie zou uit Griekenland komen, hoewel ze feitelijk is ontstaan in onze waterschappen en de middeleeuwse standenvergaderingen. Trouwens, ons systeem is, vanuit oud-Grieks perspectief bezien, op z’n best een gecontroleerde oligarchie. Dat wij het laatste woord niet hebben over staatsverdragen, zou een Athener maar vreemd hebben gevonden.

Griekse Olympische Spelen

Zoiets is het ook met de Olympische Spelen: een verzonnen antiek antecedent voor een wezenlijk modern iets. De kloof tussen de twee is groot. De Griekse Olympische Spelen waren alles wat hun moderne naamgenoot nou net verafschuwen. De toenmalige sportwedstrijden waren bijvoorbeeld niet internationaal, maar exclusief Grieks. Niet-Grieken waren simpelweg niet welkom. Voor de koningen van Macedonië, die beweerden uit de Griekse stad Argos te komen, wilde men wel een uitzondering maken toen dat om politieke redenen opportuun was.

Lees verder “De moderne Olympische Spelen” →

De Protocollen van de Wijzen van Zion

Ophef, een jaar of drie geleden, over de website van de NOS, waar de joodse miljardair-filantroop George Soros was getypeerd als invloedrijke bemoeial met tentakels in de wereldpolitiek. Protesten, beschuldigingen van antisemitisme, een NOS die het aanvankelijk niet wilde corrigeren, een NOS die dat later wel deed. Het antisemitische aspect, waarvan ik in het midden laat of een NOS-medewerker het beoogde, is de aanname dat joden de wereldpolitiek naar hun hand zouden zetten. Die aantijging komt uit De Protocollen van de Wijzen van Zion, een beruchte vervalsing uit het laatste jaar van de negentiende eeuw.

Klaas Smelik, tot voor kort hoogleraar Hebreeuws in Gent, wijdde in 2011 een boek aan de bizarre geschiedenis van deze invloedrijke antisemitische tekst: De zeven levens van de Protocollen van de Wijzen van Zion. Het verscheen in een (nog leverbare) Nederlandse versie en een zo te zien niet meer leverbare Vlaamse versie. Smelik behandelt het ontstaan van de tekst in Russische kringen in Parijs, de wijze waarop het schotschrift naar tsaristisch Rusland kwam en daar na de Revolutie van 1917 aan invloed won, de verspreiding in de westerse wereld (Henri Ford!), het gebruik in het Derde Rijk, de huidige populariteit in het Midden-Oosten en tot slot de curieuze draai in New Age-kringen.

Lees verder “De Protocollen van de Wijzen van Zion” →