Het is een bekend probleem, waarmee iedereen wel eens wordt geconfronteerd die schrijft over het oude Griekenland. Hoe geef je de antieke namen weer? Of, anders gezegd, hoe geef je iets weer dat is geschreven in een ander alfabet?
Ruwweg bestaan er twee systemen: min of meer letterlijk translitereren, zoals in de Germaanse talen gebruikelijk is (bijv. Θεόκριτος wordt Theokritos), en latiniseren, zoals gebeurt in de Romaanse talen en het daarop geënte Engels (Theocritus).
Ik heb weinig met klassieke muziek. Als musici in twee-en-een-halve minuut en met drie akkoorden hun punt niet kunnen maken, zijn het volgens mij stuntels. Liever The Ramones dan Bach. Met Russen heb ik ook al niet zo veel. In september 1984 moest ik in militaire dienst: een compleet jaar heb ik verspild om te verhinderen dat ze ons land zouden veroveren. Tussen mij en de Russen wordt ’t nooit meer wat.
Maar verdraaid als het niet waar is. Op zoek naar iets anders struikelde ik over deze opname van het Lied van de Wolgaslepers.
Taal heeft zijn eigen logica. Of beter: gebrek daaraan. Wanneer we het hebben over “Orwelliaans taalgebruik” bedoelen we Newspeak, de welbewuste beperking van de taal die wordt nagestreefd in de dystopische samenleving van Orwells beroemde satire 1984. Het echte taalgebruik van de Britse journalist George Orwell (1903-1950) was precies het tegengestelde.
Orwell was een verklaard tegenstander van politieke invloed op de taal. In zijn in 1946 gepubliceerde essay Politics and the English Language verwoordt hij zijn eigen gedachten over het onderwerp. Hij benadrukt precisie en duidelijkheid, en beargumenteert dat vaagpraterij een geweldig middel is voor politieke manipulatie – precies dat wat wij nu “Orwelliaans” noemen. Hij biedt zes nuttige tips om de taal te redden uit de klauwen van politici:
Wanneer je in een museum met Romeinse inscripties de grafstenen leest, zul je vaststellen dat oude mensen vrijwel zonder uitzondering stierven toen ze 60, 70 of 80 waren. De oude Romeinen wisten gewoon niet precies hoe oud ze waren – afgezien dan van de man, genoemd door Plinius de Oudere, die zijn leeftijd van 130 jaar kon bewijzen met behulp van zijn belastingaangifte.
Ik wilde eens controleren of dit patroon ook in het Rijnland voorkwam. Mainz was de logische kandidaat: in het Landesmuseum is een mooie “Steinhalle” vol inscripties. Bovendien was Mainz een garnizoenstad, waarvan ik vermoedde dat er wel een soort administratie zou zijn bijgehouden. Ik verwachtte een min of meer regelmatig patroon tot pakweg 45-50 jaar: dan zwaaiden de legionairs af, maar tot dat moment zou de statistiek een normale mortaliteit moeten vertonen. Na 50 verwachtte ik dan de normale pieken bij 60, 70 en 80.
Van 2005 tot 2020 vatte ik het online beschikbare oudheidkundige nieuws elke maand samen en mailde dat als de Livius Nieuwsbrief naar een groeiend publiek. Uiteindelijk waren er 7900 abonnees, maar de kwaliteit van de samengevatte berichten was abominabel. Rond 2014 constateerde ik dat 40% van de online-artikelen fouten bevatte die de betrokken wetenschappers herkend behoorden te hebben. Het duurde daarna nog zes jaar tot bij mij het kwartje viel: door die informatie te delen, zelfs als ik aangaf dat het onzin was, was ik medeplichtig aan de academisch desinformatie. Dus stopte ik ermee. De oudheidkunde gaat kapot, zeker, maar het hoeft niet door onze handen te gebeuren.
Hieronder vindt u een van de nieuwsbrieven. Veel links zijn inmiddels verouderd.
========================================
NIEUW OP DE LIVIUS-WEBSITE
Uw redacteur hoorde in Trabzon hoe enthousiast Turken zijn als Trabzonspor met 0-1 wint van Inter – zelfs de zeeschepen toeterden mee – en vierde het met een pagina aan het antieke Trapezus. Ook een mooi Perzisch graf.
Ik blogde al eens over mijn bezoekjes aan Göbekli Tepe bij Sanli Urfa in Zuidoost-Turkije. Het gaat om een belangrijke opgraving uit het vroege, voor-keramische Neolithicum. Wát er nu eigenlijk is opgegraven, is eigenlijk niet helemaal duidelijk, hoewel opgraver Klaus Schmidt er vrij zeker van is dat de plek een religieuze functie heeft gehad. In zijn aardige, mooi geïllustreerde boek Sie bauten die ersten Tempel biedt hij veel informatie.
Het zit goed in elkaar. In het eerste hoofdstuk legt hij uit hoe de vindplaats werd geïdentificeerd. Dat is een aardig verhaal, want de plek was al enkele tientallen jaren bekend. De echte vinder zag enkele grote stenen echter aan voor een islamitische begraafplaats, en begreep daardoor het belang niet. Schmidt, die profiteerde van de resultaten van de opgravingen bij Çatalhöyük, Çayönü, Nevali Çori en Gürcütepe die sinds de eerste ontdekking waren gedaan, was de eerste die wél begreep hoe enorm belangrijk Göbekli Tepe (“buikheuvel”) in feite was.
Zoals iedereen heb ik drie soorten meningen: tientallen voor consumptie aan de borreltafel, een handvol politieke en een paar echte. In de eerste categorie vallen de stelling dat de Nobelprijs voor de letteren moet worden toegekend aan Bob Dylan en dat dikke mensen gezelliger zijn dan sportieve. Zoals ik al zei: dit is voor de borreltafel. Voor een grappiger mening geef ik de mijne graag op.
Aan andere oordelen houd ik langer vast. Als het om politiek gaat ben ik, om eens iets te noemen, een voorstander van het redden van onze planeet. Daarom ben ik voor elke maatregel die het produceren van afval en baby’s ontmoedigt. Die mening geef ik niet zo makkelijk op, maar het is niet onmogelijk. Misschien duurt het een dag voor ik toegeef, maar als iemand met argumenten komt, akkoord.
[Ik kreeg net deze vertelling over de mail toegestuurd. Ze is te aardig om niet te delen.]
Rabbi Yisroel ben Eliezer, beter bekend als de Baal Shem Tov, was gewend om, steeds wanneer er een calamiteit dreigde voor zijn volk, naar een geheime plaats in het bos te gaan. Daar stak hij vuur aan, en hij richtte een bepaald gebed naar de Maker van het Universum. Dan werd de catastrofe afgewend.
Ik moest laatst op een avond met de trein van Zutphen naar Apeldoorn. Er zaten misschien twintig mensen in het boemeltreintje. Ik zit ook wel eens in de forensentrein van Amsterdam-Zuid naar Den Haag HS. Daarin zitten honderden mensen, misschien wel duizend. Houd dat verschil even in gedachten als je het recente persbericht van ProRail leest.
De punctualiteit lag met 94,7% (punctualiteit <5 minuten) in het eerste halfjaar hoger dan in het eerste half jaar in 2010 (93,8%).
De Turkse TV-zender Kanal T had onlangs een opvallend idee: een TV-show met tien atheïsten, die worden toegesproken door een joodse rabbi, een islamitische imam, een boeddhistische monnik en een christelijke priester. Wat van priester, dat staat er niet bij: het kan een grieks-orthodoxe pope zijn, maar ook een vertegenwoordiger van een van de oosterse kerken. Aan het einde van de show bepalen de atheïsten wie ze het meest overtuigend vonden. De winnaar krijgt als prijs een reis naar Rome, Jeruzalem, Mekka of Tibet.
De bekende Amerikaanse blogger Jim West presenteerde dit als “stupid news of the week”, en hoewel hij me vaak tot stof tot nadenken geeft, ben ik het dit keer niet met hem eens. We moeten als de wiedeweerga zo’n show organiseren in Nederland. Voor zo’n programma zou ik een TV kopen, of op zijn minst even aanschuiven bij mijn buurmeisje, want dit is iets wat ik wil zien: hoe een geestelijk leider zijn geloof uitlegt als hij niet kan preken voor de eigen gemeente. Niks is immers makkelijker dan zeggen dat Christus is gestorven voor onze zonden als je publiek dat al gelooft; het wordt pas de moeite waard om het uit te leggen aan een publiek dat vragen stelt als “wat is zonde?” Dit kan alleen maar briljant worden.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.