Circus Maximus (3)

Wagenmenner uit het Circus Maximus (Palazzo Massimo, Rome)

[Laatste van drie stukjes over het Circus Maximus in Rome. Het eerste was hier.]

Keizer en volk

Zelfs keizers en gladiatoren waren minder populair dan wagenmenners. Gezien hun populariteit deed een keizer er goed aan zich te vertonen in zijn loge in het Circus. Iets van de populariteit van de sportlieden straalde dan op hem af. Bovendien kon de vorst, door openlijk te delen in de emoties die de races opriepen, tonen dat hij niet van zijn onderdanen verschilde. Zo bezien deed keizer Marcus Aurelius het verkeerd:

Hij had de gewoonte tijdens de Circusvoorstellingen te lezen, te luisteren en te signeren, en het verhaal gaat dat de menigte hem daarover dikwijls schertsend heeft gekapitteld. (Historia Augusta, Marcus Aurelius 15.1)

Lees verder “Circus Maximus (3)”

Circus Maximus (2)

Maquette van het Circus Maximus in de keizertijd. Het keizerlijk paleis is rechtsboven te zien. (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

[Tweede van drie stukjes over het Circus Maximus in Rome. Het eerste was hier.]

Het circus als tempel

De middenrail van het Circus Maximus, waar de vierspannen zevenmaal omheen moesten rijden was in de keizertijd ruim 335 meter lang. Op de keerpunten stonden beeldjes van zeven dolfijnen en zeven eieren, die tijdens de race zó werden verplaatst dat de jockeys konden zien hoeveel ronden ze nog hadden te gaan. Halverwege stond een door keizer Augustus uit Egypte geïmporteerde obelisk, die was gewijd aan de Zon en daarom voorzien van een gouden bol aan de top. Hij was vervaardigd voor farao Seti II en staat tegenwoordig op de Piazza del Popolo. Later zou keizer Constantius II er een tweede obelisk naast plaatsen, die nu staat bij de Sint-Jan van Lateranen. Gemaakt voor farao Toetmoses III is dit het oudste monument in Rome.

Lees verder “Circus Maximus (2)”

Circus Maximus (1)

Meppel, wie zou de gemeente misgunnen dat ze een historisch themapark krijgt? Ik vind het sympathiek en leuk. Maar laat het dan wel een béétje historisch correct zijn. Dus geen Romeinse paardenraces in een amfitheater, zoals op het plaatje hierboven, dat ik hier vond.

Even simpel samengevat, zoals het was in de Romeinse keizertijd:

  • theaters waren er toen voor grote toneelvoorstellingen;
  • odeons waren er voor kleine voorstellingen (denk ook aan muziek);
  • amfitheaters waren er voor jachtpartijen, executies en gladiatorengevechten;
  • stadia waren er voor atletiek;
  • en voor paardenraces ging je in de keizertijd naar het hippodroom of, zoals de Romeinen het noemden, circus.

En de beroemdste hippodroom van allemaal was het Circus Maximus in Rome.

Lees verder “Circus Maximus (1)”

Oxyrhynchos (3)

De nachtwacht van Oxyrhynchos heeft een verzoek aan de politie. Om bewustzijn voor het belang van hun opgraving te creëren, zorgden Grenfell en Hunt ervoor dat ook musea buiten Oxford beschikking kregen over delen van het materiaal. Daarom is dit verzoekschrift te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel.

Mijn vorige blogje over Oxyrhynchos rondde ik af met een opmerking over het kadaster. Dat was een voorbeeld van een administratief document. Daarover nu het een en ander.

Het dagelijks leven

Uit Oxyrhynchos kennen we belastingaangiften, vergunningen, een beschrijving van restauratiewerkzaamheden, aktes, regelgeving, het rapport van een lijkschouwer, verzoekschriften, notulen van rechtszaken, aantekeningen van een volkstelling, juridische paperassen, een verslag van werkzaamheden aan de afwateringskanalen en documenten met betrekking tot de graanuitdeling aan de armen. Een apart genre is de acclamatie, waarmee de volksvergadering of een andere samenkomst van burgers loftuitingen richtte tot de gezagsdragers.

Lees verder “Oxyrhynchos (3)”

Naufragium: schipbreuk bij een paardenrace?

Een “naufragium” (Palazzo Trinci, Foligno; © Wikimedia Commons | Gebruiker JoJan)

Wie moderne literatuur over paardenrennen in de Romeinse tijd leest, ziet steeds weer dat een schrijver de val van een strijdwagen een naufragium of ‘schipbreuk’ noemt. Geen enkel Latijns woordenboek vermeldt echter deze betekenis, zelfs de Thesaurus linguae Latinae niet in het lemma naufragium. Voor dit lemma heeft Marijke Ottink alle citaten van het woord naufragium uit de Oudheid gecontroleerd. Waar stoelt de bewering dat een valpartij een naufragium heette dan op?

Inscripties

In een paar inscripties staat vermeld dat iemand is omgekomen bij een schipbreuk. De volgende inscriptie gaat over een soldaat die gelegerd was in Britannia en geen centurio meer kon worden omdat hij omkwam bij een schipbreuk (naufragio).

[ ̣ ̣ ̣]
opt[i]onis ad spem
ordinis (centuria) Lucili
Ingenui qui
naufragio perit
s(itus) e(st)

…een adjudant in de centurie van Lucilius Ingenuus in afwachting van promotie tot centurio, die omkwam bij een schipbreuk, is [hier] begraven. (RIB 544)

Lees verder “Naufragium: schipbreuk bij een paardenrace?”

WvdK | Xerxes in Larissa en Halos

De haven van Halos; het genoemde “volkshuis” zal bij de fabrieken achteraan hebben gelegen.

In 480 v.Chr. vielen de Perzen Griekenland binnen. Onze voornaamste bron is de heerlijk schrijvende Herodotos van Halikarnassos. Aan hem en de Perzische oorlog tegen de Grieken wijdde ik mijn boekje Xerxes in Griekenland, waarin ik uitleg hoe weinig we van de gebeurtenissen weten en hoe absurd het is à la Tom Holland hier een wereldhistorische gebeurtenis van te maken waarin de westerse wereld de verschrikkingen van de oosterse onderdrukking bespaard bleven. Meer hier.

In de eerst week van september, nu dus 2499 jaar geleden, trok het enorme Perzische leger door het Noord-Griekse landschap dat Thessalië heet en bereikte Achaia. Herodotos onderbreekt het verhaal van de opmars met interessante anekdotes.

Lees verder “WvdK | Xerxes in Larissa en Halos”

Antieke paarden

Romeins legerpaard uit Ockenburg (Museon, Den Haag)
Dit Romeinse paard uit Ockenburgh was opvallend groot, vergeleken met de paarden die de naburige Cananefaten gebruikten. In het antieke Zuid-Holland bestonden dus minimaal twee paardensoorten naast elkaar (Museon, Den Haag).

Ik schreef een paar dagen geleden een stukje over de verspreiding van de Indo-Europese talen. Oorspronkelijk werden die – volgens de meest gebruikelijke interpretatie van het complexe bewijsmateriaal – gesproken door de mensen van de Yamnaya-cultuur (kurgan-cultuur, putgrafcultuur…) uit Oekraïne. Die hadden het paard gedomesticeerd, wat hun extra mobiliteit verschafte. Hun cultuur verspreidde zich over een steeds groter gebied en ze namen hun taal met zich mee. Of beter gezegd talen. Door de steeds grotere onderlinge afstanden viel de oertaal steeds verder uiteen.

De expansie naar het westen begon tussen 3500 en 3000 v.Chr.: eerst langs de Zwarte Zee naar de Beneden-Donau – u leest er hier meer over – en dan daarvandaan stroomopwaarts naar het Karpatenbasin en daarvandaan naar West-Europa, later ook van de Beneden-Donau over het Balkangebergte richting Griekenland. Die laatste beweging wordt geplaatst rond 2000 v.Chr. De uitbreiding naar het oosten begon op datzelfde moment – eerst naar Kazachstan, later door Turkmenistan en Oezbekistan naar het zuiden, en tot slot richting Iran en India. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is dit beeld van de recente Prehistorie gebaseerd op taalkundig en archeologisch materiaal en in 2015 bevestigd door DNA-onderzoek, al blijven er natuurlijk vragen en vraagjes.

Lees verder “Antieke paarden”