Zes vragen aan Piet Gerbrandy

Elfde-eeuws portret van Boëthius

De vaste lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek “zes vragen”, waarin oudheidkundigen vertellen wat ze nu eigenlijk doen. Dat zijn namelijk lang niet altijd de activiteiten waarmee het vakgebied in het nieuws komt. Vandaag is het woord aan classicus Piet Gerbrandy.

Wat bestudeert u?
Mijn onderzoeksveld is nogal breed – ik ben er nooit zo goed in geslaagd me ergens in te specialiseren – maar ik houd me als classicus het liefst bezig met Latijnse teksten die zich bevinden op het snijvlak tussen poëzie, filosofie en religie, met als voornaamste focus de Late Oudheid (vierde t/m zevende eeuw) en de twaalfde eeuw; maar ik maak ook weleens een uitstapje naar het Grieks. Ik ben vooral geïnteresseerd in werken waarvan niet helemaal duidelijk is tot welk genre ze nu eigenlijk behoren, en die je in zekere zin experimenteel kunt noemen. Dat raakt aan mijn andere hoedanigheid: ik bestudeer ook hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Verder houd ik me bezig met retorica en poëtica (ik vertaalde Quintilianus’ Opleiding tot redenaar en Aristoteles’ Poëtica).

Lees verder “Zes vragen aan Piet Gerbrandy” →

Zes vragen aan Fleur Kemmers

Fleur Kemmers

De vaste lezers van deze blog kennen de rubriek “zes vragen”, waarin wetenschappers kunnen vertellen wat ze nu eigenlijk doen. Dat is namelijk niet altijd wat het publiek denkt. Vandaag is het woord aan numismate Fleur Kemmers.

***

Wat bestudeert u?
Ik onderzoek de munten en het geld van de antieke wereld. Dat is het vakgebied van de numismatiek (nummus, “munt”), oftewel muntkunde. In de antieke wereld ontstaan de eerste munten rond het midden van de zevende eeuw v.Chr. in Lydië (nu Turkije). De productie van munten is sindsdien niet meer onderbroken geweest. Het fenomeen geld is natuurlijk veel ouder dan munten. Ook in de oude wereld waren er andere geldvormen dan munten (denk aan graan, baren edelmetaal, maar ook giraal geld). Omgekeerd kunnen munten meer functies vervullen dan alleen betaal- en spaarmiddel. De afbeeldingen en opschriften op munten zijn vanaf het begin gebruikt als politiek communicatiemiddel.

Lees verder “Zes vragen aan Fleur Kemmers” →

Zes vragen aan Renske Janssen

Renske Janssen

De vaste lezers van deze blog kennen de rubriek waarin dit de alweer zesde aflevering is: we laten oudheidkundigen aan het woord over hun onderzoek en hun visie op het wetenschappelijk proces. Vandaag is het woord aan rechtshistorica Renske Janssen, die eerder een bekroond proefschrift schreef over de juridische kant van de vervolging van joden, waarzeggers en christenen, Marginalized Religion and the Law in the Roman Empire. Ze is tevens de initiatiefnemer van de vlogserie Wegen naar Rome.

Wat bestudeert u?
Ik werk aan recht en bestuur in het Romeinse Rijk, met name de periode tussen ca. 100 v.Chr. en 250 na Chr. Ik ben vooral geïnteresseerd in hoe het recht in de dagelijkse praktijk werkte en hoe mensen die geen juridische experts waren daarover nadachten. Aan welke criteria moest een goede wet volgens hen voldoen, wiens belangen moest het recht beschermen en in welke mate bestond er voor hen een verband tussen recht en rechtvaardigheid? De situatie in de Romeinse provincies is hierbij bijzonder interessant. Als Rome de macht over een bepaald gebied overnam, betekende dat niet dat lokaal recht en bestuur ook meteen werd vervangen – sterker nog, dat zou waarschijnlijk erg onpraktisch zijn geweest. Dat betekent dus dat we niet alleen over de keizer en de gouverneur moeten nadenken als we willen weten hoe de Romeinse wereld functioneerde, maar ook over de rol van de lokale bevolking.

Lees verder “Zes vragen aan Renske Janssen” →

Zes vragen aan Josine Schrickx

Josine Schrickx

De trouwe lezers van deze blog kennen de rubriek waarin dit de alweer vijfde aflevering is: met enkele vragen richten we de schijnwerper op de onderzoekers en het wetenschappelijk proces. Vandaag is het woord aan Josine Schrickx, die in München werkt aan de Thesaurus Linguae Latinae.

**

Wat bestudeert u?
Alles wat van het Latijn overgeleverd is vanaf de vroegste fragmenten uit de zesde/vijfde eeuw v.Chr. tot ca. 600 na Chr. Ik ben eindredacteur van het grootste woordenboek van het Latijn, de Thesaurus linguae Latinae.

Lees verder “Zes vragen aan Josine Schrickx” →

Zes vragen aan Bert van der Spek

De “Arched Room” in het British Museum, waar Van der Spek kleitabletten kan bestuderen.

De trouwe lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek waarin dit de vierde aflevering is: ik wil de aandacht weghalen bij de gemakzuchtige stukken over archeologische vondsten en de ongefundeerde parallellen tussen toen en nu, en terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Vandaag is het woord aan oudhistoricus Bert van der Spek, aan wiens handboek ik eerder een reeks blogjes wijdde, maar die meer heeft gedaan dan alleen een handboek maken.

**

Wat bestudeert u?
De geschiedenis van Babylonië na de verovering door Alexander de Grote in 331 v.Chr., die de zgn. Hellenistische periode inleidde. Veruit de meeste bronnen over deze periode zijn in het Grieks gesteld (geschiedschrijvers die soms eeuwen later leefden, Griekse inscripties). Daardoor hebben veel oudhistorici (die veelal opgeleid zijn als classici) door een Griekse bril naar het Hellenistische Nabije Oosten gekeken.  Ik probeer de in het Babylonisch geschreven bronnen bij het onderzoek te betrekken.

Lees verder “Zes vragen aan Bert van der Spek” →

Zes vragen aan Gert Knepper

Vollgraff aan het werk op het Domplein in Utrecht (1934)

De trouwe lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek waarin dit de derde aflevering is: ik wil de aandacht weghalen bij de gemakzuchtige stukken over archeologie en de ongefundeerde parallellen tussen toen en nu, en terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Vandaag is het woord aan classicus Gert Knepper, die weleens eerder schreef voor deze blog en geen onbekende is in de reageerpanelen van deze blog.

***

Wat bestudeert u?
De afgelopen jaren heb ik me beziggehouden met een onderzoek naar het leven van de Nederlandse classicus Carl Wilhelm Vollgraff (1876-1967, z’n achternaam spreek je gewoon op z’n Nederlands uit), met de bedoeling om diens biografie te schrijven.

Lees verder “Zes vragen aan Gert Knepper” →

Zes vragen aan Wil Kuijpers

Wil Kuijpers (© H. Kolkert)

Als er journalistieke aandacht is voor de Oudheid, gaat het meestal over archeologische vondsten, die nogal stereotiep worden gebracht (“schat”, “mysterie”). Verder zijn er altijd weer slecht onderbouwde parallellen tussen toen en nu (West-Europa wacht al twee eeuwen het veronderstelde lot van het Romeinse Rijk). Met de rubriek “zes vragen” wil ik de aandacht terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Als lezers weten wat onderzoekers doen, begrijpen ze immers beter wat er op het spel staat en herwint de oudheidkunde draagvlak.

Als tweede laat ik archeoloog Wil Kuijpers aan het woord, die zich bezighoudt met Romeinse baggervondsten uit het Nederlandse rivierengebied. Daarbij staat de vraag centraal in hoeverre zulk materiaalonderzoek kan bijdragen aan de reconstructie van verdwenen Romeinse nederzettingen. Hij combineert vondstanalyses met landschappelijk onderzoek, historische bronnen en vergelijkingen met andere vindplaatsen langs de limes.

***

Wat bestudeert u?

Als burgeronderzoeker onderzoek ik archeologische vondsten uit onderspoelde Romeinse vindplaatsen in het Gelderse rivierengebied. Mijn bevindingen deel ik via publicaties en lezingen.

Lees verder “Zes vragen aan Wil Kuijpers” →

Zes vragen aan Vincent Hunink

Drie beeldschermen en Vincent Hunink

Als er journalistieke aandacht is voor de Oudheid, gaat het meestal over archeologische vondsten, die nogal stereotiep worden gebracht (“schat”, “mysterie”). Verder zijn er altijd weer slecht onderbouwde parallellen tussen toen en nu (West-Europa wacht al twee eeuwen het veronderstelde lot van het Romeinse Rijk). Vandaag begint op deze blog een rubriek waarin ik de aandacht meer wil leggen op het eigenlijke wetenschappelijke proces. Als lezers weten wat onderzoekers feitelijk doen, begrijpen ze immers beter wat er op het spel staat en herwint de oudheidkunde draagvlak. Als eerste laat ik de Nijmeegse classicus Vincent Hunink aan het woord.

Sinds 1990 vertaalt hij met grote regelmaat teksten van klassieke en niet-klassieke auteurs. Recent werkte hij mee aan Ik en Rome, de grote uitgave van de verzamelde brieven van Cicero, en vertaalde hij de brieven van Plinius de Jongere. Zijn nieuwe vertaling is: Commodianus, Ik wijs de weg! een experiment uit het vroege christendom (Instructiones).

Lees verder “Zes vragen aan Vincent Hunink” →