Faits divers (11): archeologie

Deze Olmeekse jaguar-vaas heeft alleen heel indirect iets te maken met het onderwerp van dit blogje, de archeologie, maar ik heb niks beters en ik vind het voorwerp wel heel erg mooi (Museum aan de Stroom, Antwerpen)

In de reeks faits divers deze keer wat recent nieuws over archeologie: good, bad, and important.

Het goede nieuws

Ik heb al vaker geblogd over de pogingen de verbrande boekrollen in Herculaneum te ontcijferen. Inkt was in de Oudheid met Arabische gom gebonden verbrande koolstof, dus het is lastig die te isoleren van de verkoolde papyrus. Het is zwart op zwart. De papyrusrollen waren bovendien opgerold toen de Vesuvius uitbarstte. Met een combinatie van hoogenergetisch licht en CT-scans komt het lezen van de oude teksten desondanks binnen handbereik. Aangezien er maar een beperkt aantal lettervormen is, kunnen we met artificiële intelligentie langzaam woorden herkennen.

Dat het lukt is geen nieuws. Men is er al jaren mee bezig – hier is een blogje uit 2019 – en er is al een (gratis te downloaden) publieksboek. Dat er inmiddels vooruitgang is, was al in oktober bekend. Maar dat van een van de rollen 5% van de woorden is ontcijferd, is een grotere stap voorwaarts dan verwacht. Een doorbraak is het niet, want de eigenlijke doorbraak was er al, en het is ook geen sprong vooruit. Maar wel een grotere stap dan verwacht.

Lees verder “Faits divers (11): archeologie” →

Het jaar 1000: vroege globalisering?

Zoals ik zojuist beschreef, toont Daan Nijssen in Alle wegen leiden naar Babel hoe de grote handelswegen in het oude Nabije Oosten en de Mediterrane wereld groeiden. De Chinezen hoefden alleen maar in te pluggen in een bestaand netwerk. Dat is waar Nijssens verhaal eindigt. Het boek van Valerie Hansen, The Year 1000, pakt de draad een ruim millennium later op als de ontstane handelsnetwerken een schaalvergroting zouden hebben ondergaan.

In de woorden van Hansen, die geschiedenis doceert aan de Yale-universiteit, begon de globalisering rond het Jaar 1000. Dat is een samengestelde bewering die haar dwingt twee dingen te bewijzen:

  1. er was zoiets als globalisering,
  2. die begon rond 1000.

Dat laatste is natuurlijk slechts een nummer. Historici hebben vanouds een ambigue houding ten opzichte van l’an mil, waarvan ze enerzijds weten dat het geen keerpunt was, maar dat ze anderzijds graag gebruiken als signaalwoord om aandacht te trekken. “Globalisering” is ook geen fijn woord. Hansen focust op handel en heeft het soms ook over geweld, maar haar essentialistische beeld van religie laat haar geen ruimte voor wederzijdse beïnvloeding tussen de wereldgodsdiensten, die toch ook hoort bij het algemene culturele proces. Zelfs als we haar conceptuele vaagheid accepteren, is The Year 1000 echter mislukt. Hansen kan het eerste deel van haar stelling illustreren, niet méér, en bewijst het tweede geheel niet.

Lees verder “Het jaar 1000: vroege globalisering?” →

Precolumbiaanse kunst

Azteekse watergodin uit Mexico

Ongetwijfeld woedt er discussie over de vraag of we de geschiedenis van de Amerika’s vóór de komst van Columbus nog moeten aanduiden als “precolumbiaans”. Zoals alle historische periodiseringen verheldert én verdoezelt ook dit etiket. Ja, de komst van mensen van overzee was een schok, een breuk. Nee, er waren continuïteiten.

Schok en continuïteit

De klap van de Spaanse aanwezigheid was in elk geval onvoorstelbaar. De conquistadores kwamen met schepen, paarden, kanonnen, christendom, gouddorst en het pokkenvirus. De mensen in Midden-Amerika, die leefden in wat wij het Chalcolithicum zouden noemen, konden zich geen voorstelling maken van wat hun te wachten stond. Vermoedelijk begrepen ze het evenmin nadat Hernán Cortés, samen met de Tlaxcalteken en de Texcoca’s, de hoofdstad Tenochtitlan had verwoest. De ervaren schok schiep ruimte voor de snelle verspreiding van het christendom en de Spaanse taal.

Lees verder “Precolumbiaanse kunst” →

Invisibilisering

Vernon Ah, “Unwritten” (2011; Volkenkundig Museum, Leiden)

In de laatste versie van het computerspel Civilization zat een aardig nieuwtje: een van de wereldwonderen die de speler kan bouwen, heet Huey Teocalli. Dat is in de taal van de Azteken, het Nahuatl, de naam voor de grote tempel van Tenochtitlan, gewijd aan de oorlogsgod Huitzilopochtli en de regengod Tlaloc. En nu we het toch hebben over de Azteken: op de tentoonstelling in Leiden heet de Codex Borgia Codex Yoalli Ehecatl. Dat is Nahuatl voor “nacht en wind”.

Invisibilisering

Het zijn twee voorbeelden van een algemenere neiging om dingen aan te duiden met de naam die de betrokkenen er zelf aan geven. We hebben het niet meer over Peking maar over Beijing, niet meer over Opper-Volta maar over Burkina Faso. Dat heeft zo nu en dan iets gekunstelds, maar de bedoeling is goed. Hoewel niet iedereen de Codex Yoalli Ehecatl meteen zal kunnen plaatsen, associeer je zo’n naam tenminste eerder met Midden-Amerika dan als de tekst Codex Borgia zou hebben geheten. Die plaats je immers gelijk in het Europa van de Nieuwe Tijd. De gedachte dat het weleens niet om een Griekse of Latijnse tekst zou gaan, komt vermoedelijk niet eens bij je op.

Lees verder “Invisibilisering” →

Geliefd boek: 1491

Ik houd van geschiedenisboeken die zich niet beperken tot geschreven en archeologische bronnen, maar vanuit een scala aan wetenschappelijke disciplines een breed beeld schetsen van historische ontwikkelingen, een volk of een gebied. Het gebeurt nog steeds veel te weinig. In “1491” laat Charles C. Mann zien wat de waarde is van die brede benadering. Hij benut inzichten uit archeologie, geschreven kronieken en inscripties, genetica, antropologie, geologie, biologie en meer.

De subtitel is De ontdekking van pre-Columbiaans Amerika en die slaat niet, zoals menigeen zal denken, op de ontdekking van Amerika door Columbus en zijn Europese tijdgenoten, maar op de recente ontdekkingen van archeologen, historici, biologen en anderen. Amerika was geen dunbevolkt continent met rondzwervende stammen van jagers-verzamelaars, zoals geschiedenisboekjes in de regel nog steeds schetsen. Het had in 1491 tussen de 40 en 60 miljoen inwoners, kende hoogontwikkelde landbouw, grote steden en een ontwikkelde wetenschap. Niet overal natuurlijk, maar meer dan genoeg om ons beeld van het pre-Columbiaans Amerika stevig bij te stellen.

En dat is precies van Mann met zijn boek beoogt. Het boek bestaat uit drie delen.

Lees verder “Geliefd boek: 1491” →

Pre-Clovis

Enkele clovis-voorwerpen (Ubersees-Museum, Bremen)

Wetenschap schrijdt voort met stapjes. Vandaag lees ik over een zo’n kleine stap: de ontdekking van een prehistorische nederzetting van zo’n 14.000 jaar oud bij Triquet in westelijk Canada. In Nederland wordt het, zonder veel context, gemeld door Nu.nl. De context is echter boeiend, al moeten we ervoor teruggaan naar de vijftiende eeuw.

Zoals bekend stak Columbus in de zomer van 1492 de Atlantische Oceaan over, op weg naar India. Hij ontdekte enkele eilanden en identificeerde de bewoners als Indiërs. Vijf jaar later constateerde Amerigo Vespucci dat deze eilanden niet behoorden bij India, maar een Nieuwe Wereld vormden, die de cartograaf Waldseemüller in 1507 naar Vespucci “Amerika” doopte. De ontdekking vormde een schok, groter en dieper dan wij ons kunnen voorstellen.

Lees verder “Pre-Clovis” →

Columbus

U weet het: in 1492 bereikte Columbus Amerika. Iets minder beroemd, maar even belangrijk: Bartolomeüs Diaz leidde in diezelfde jaren de eerste westerse expeditie naar de Indische Oceaan. De twee mannen ontdekten echter méér dan alleen twee zeevaartroutes: ze voeren in feite het middeleeuwse wereldbeeld aan flarden.

Het is niet zo dat de middeleeuwers dachten dat de aarde een platte schijf was: dat misverstand is in 1828 door de Amerikaanse romancier Washington Irving de wereld in geholpen. Columbus, Diaz, hun matrozen en hun opdrachtgevers wisten heel goed dat de aarde een bol was. Wat wel nieuw was, was Diaz’ conclusie dat de Indische Oceaan geen binnenzee vormde en viel te bereiken door van de Atlantische Oceaan om Kaap de Goede Hoop heen te varen. Dat betekende, om te beginnen, dat het Verre Oosten per schip te was bereiken en dat er voor ondernemers prachtkansen lagen; het betekende bovendien het ongelijk van de Griekse geograaf Ptolemaios, die in de Renaissance gold als onfeilbaar.

Lees verder “Columbus” →

Het Amerika van Recep Erdoğan

Vroege kaart van Amerika

Moslims hebben Amerika ontdekt, aldus de Turkse president Recep Erdoğan. Het gebeurde in 1178 en het bewijs, opgeduikeld door ene Youssef Mroueh, is dat Columbus in zijn logboek zou vermelden dat hij op maandag 21 oktober 1492 een moskee zag op een heuvel aan de kust van Cuba.

De claim klopt niet en dan bedoel ik niet dat 21 oktober in dat jaar viel op een zondag. En ik bedoel evenmin dat Columbus’ schepen op dat moment niet bij Cuba waren. Het probleem is dat het logboek, dat in 1991 in het Nederlands is vertaald door Hans Werner, domweg niet is te gebruiken voor dit type informatie.

Lees verder “Het Amerika van Recep Erdoğan” →