Kruik (Ninevitisch 5)

Aardewerk uit het allervroegste Nineveh (Ashmolean Museum, Oxford)

Het zal niemand verbazen dat ik vandaag nog even verder blog over de Nineveh-tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden. Eigenlijk heb ik een groot deel van de afgelopen vrijdag fluitend doorgebracht, mijn foto’s ordenend en bladerend in de mooie catalogus. Museumbezoek kan je soms zo blij maken. Dat geldt overigens ook voor de betrekkelijk nieuwe Griekse opstelling in opgemeld museum: gewoon móói – alleen een ongelooflijke droogstoppel loopt na het zien daarvan niet blijer het Rapenburg op.

Dat geldt dus ook voor de kruik die hierboven is afgebeeld. Normaliter moet je ervoor naar Oxford, naar het Ashmolean Museum, maar de komende maanden is ’ie in Nederland. En ook dit stuk ceramiek is dus gewoon mooi. En bovendien verdraaid oud.

Lees verder “Kruik (Ninevitisch 5)” →

Nineveh!

Koning Manishtusu

Het is een beetje lastig te bloggen over een expositie waar je zelf enorm naar hebt uitgezien. Ik bedoel natuurlijk de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden, waarover ik sinds juli elke vrijdag heb geblogd. Gistermorgen schoof ik aan bij de perspresentatie en zag ik eindelijk waar ik zo naar had uitgezien. Ik heb ervan genoten, maar dat was wel omdat ik blij was bekend materiaal terug te zien en onbekend materiaal te ontdekken. Dat is natuurlijk leuk voor mij, maar ik ben daardoor niet in de positie te beoordelen of anderen, voor wie het een eerste kennismaking is met Assyrië, er evenveel van zullen genieten.

Ik denk overigens dat u er plezier aan zult beleven. De bezoekcijfers van The Great Liao in het Drents Museum in Assen tonen dat Nederlanders kunnen genieten van een esthetiek die niet meteen aansluit op de westerse. Assyrische kunst mag dan soms wat ongebruikelijk ogen, je herkent meestal wel wat het voorstelt en wat de kunstenaar ermee wil zeggen. De bordjes met uitleg zijn erg verhelderend.

Lees verder “Nineveh!” →

Nahr al-Kalb

Twee reliëfs aan de Nahr al-Kalb: Ramses II (links) en Esarhaddon (rechts)

Even ten noorden van Beiroet stroomt de Nahr al-Kalb (“hondenrivier”) uit in de Middellandse Zee. Het is een lieflijke vallei, waarin een mooie middeleeuwse brug een opvallend punt vormt, maar de monding is een wat rommelig geheel: een brug voor een autosnelweg, een hoop afval, een tunnel door een vooruitspringende rots, een tweede brug, een jachthaven, een flatgebouw.

Het is echter een leuk (zij het gevaarlijk) punt om, op weg van Beroet naar Byblos of Tripoli even uit te stappen, want zo’n beetje elk leger dat hier langs is gekomen, heeft er zijn naam in de rotswand achtergelaten. Als ik het goed heb geteld zijn er twee monumenten, één lege sokkel en tweeëntwintig inscripties in zeven verschillende talen. Interessant vond ik vooral de inschriften uit de tijd van de twee wereldoorlogen: de Arabische en Britse legers die in 1918 Damascus, Homs en Aleppo innamen; de Fransen en Britten die Beiroet bezetten; de Franse interventie in Arabisch Syrië; een monument voor het Franse garnizoen; een inscriptie om te gedenken dat in 1941 de Vrije Fransen de Vichy-Fransen verdreven; het begin van de Libanese onafhankelijkheid.

Lees verder “Nahr al-Kalb” →

Apsasitu

Afdruk van een Assyrische rolzegel (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Elke vrijdag blog ik over een voorwerp dat iets heeft te maken met de oude Assyriërs, het Noord-Iraakse volk dat de grondslag legde voor het oosterse wereldrijk. Dat doe ik, zoals de lezers van deze inmiddels niet meer zo kleine blog weten, omdat 20 oktober in het Rijksmuseum van Oudheden een expositie begint over de laatste Assyrische hoofdstad, Nineveh. Dit weerhoudt me er natuurlijk niet van ook eens een voorwerp te bespreken uit het collega-museum in Amsterdam, het Allard Pierson-museum. Hierboven ziet u de afdruk van een rolzegel.

Anders dan een zegelring, waarmee je een klein stempeltje drukt in de lak, werd een rolzegel gebruikt om uit te rollen over een kleitablet. De oppervlakte van de afdruk is dus groter – en altijd langgerekt – en dat bood de kunstenaar de ruimte om er echt iets van te maken. Er zijn er honderden, duizenden gevonden.

Lees verder “Apsasitu” →

Een lamassu uit Nineveh

Nineveh: een lamassu (foto Diane Siebrandt)

De foto hierboven behoort tot de reeks UNESCO-foto’s die ik een tijdje geleden kreeg toegestuurd en waarover toen al blogde. Het is een lamassu: een grote, monumentale stier met vleugels, een mensenhoofd en een kroon. Dit fabeldier bewaakte in Assyrië allerlei poorten, zoals de toegangen tot de koninklijke paleizen en tot de steden. De foto toont de Nergal-poort van Nineveh. Lamassus zijn ook opgegraven in Khorsabad, de residentie van de Assyrische vorsten vóór koning Sanherib Nineveh stichtte (hier). Een provinciaal paleis kon ook door lamassus worden bewaakt: daar is een stukje over zo’n beest uit het museum van Deir ez-Zor in Syrië.

Het meest opvallende trekje van een lamassu is dat hij vijf poten heeft. Of dit alleen maar een artistieke conventie is, zodat je vanuit elke hoek altijd minimaal vier poten ziet, of dat het ertoe bijdraagt dat de dieren extra angstaanjagend zijn voor het kwaad dat ze geacht worden buiten te houden, weet ik eerlijk gezegd niet.

Lees verder “Een lamassu uit Nineveh” →

Nineveh, die grote stad

Stele van Sanherib uit Nineveh (Archeologisch museum, Istanbul)

Nineveh werd gesticht door de Assyrische koning die in onze taal Sanherib wordt genoemd, wat een weergave is van de Hebreeuwse versie van die naam. In het Engels wordt hij meestal Sennacherib genoemd, een vorm die teruggaat op de Griekse weergave van dezelfde naam. Beide geven hetzelfde Assyrisch woord weer, Sîn-aḫḫe-eriba, “de god Sin heeft de broers vervangen”. Anders gezegd: Sanheribs ouders, koning Sargon en koningin Atalia, hadden al minimaal twee zonen moeten begraven. Het herinnert ons aan de kindersterfte in voorindustriële samenlevingen.

Sanherib volgde zijn vader in 704 v.Chr. op en zette op sommige punten een heel ander beleid in. Zo gaf de nieuwe vorst de door Sargon gestichte hoofdstad Dur Šarrukin (Khorsabad) op en verplaatste hij de residentie naar Nineveh, waar hij het “paleis zonder gelijke” bouwde. Het was ruim twaalf hectare groot en had ruim tachtig vertrekken. De stèle hierboven, die ik fotografeerde in het fenomenale archeologische museum van Istanbul, beschrijft de stichting van de nieuwe hoofdstad.

Lees verder “Nineveh, die grote stad” →

De opvolging in Assyrië

De koning en de toekomstige koning van Assyrië: Sargon (r) en Sanherib (l). Reliëf uit Khorsabad, nu in het Louvre, Parijs.

In eerdere stukje heb ik beschreven hoe Assyrië met een combinatie van efficiënt (en wreed) militair optreden, competente bureaucratie en gedegen bestuur het Midden-Oosten verenigde en de grondslagen legde voor een wereldrijk dat later weliswaar door de Babyloniërs, Perzen en Macedoniërs zou worden overgenomen maar steeds een eenheid bleef. Het doorgeven van de macht was hierbij vanzelfsprekend. Het was een van de centrale thema’s in het denken van het antieke Nabije Oosten.

Het keert op allerlei punten terug. In de mythische tijd was bijvoorbeeld de macht van de ene generatie goden overgegaan op een andere. Er was geen enkele reden om niet alle goden in één pantheon onder te brengen, als one happy family onder leiding van een wijze oeroude oppergod, maar zo zagen de Mesopotamiërs het niet. Na de scheppergoden en na Enlil was het de beurt van Marduk.

Lees verder “De opvolging in Assyrië” →

De val van Lachis

Sanheribs belegering van Lachis. Reliëf uit Nineveh, nu in het British Museum (Londen)

Had ik het in deze reeks n.a.v. de komende Nineveh-expositie in het RMO vorige week over de ondergang van Israël, het noordelijkste van de twee joodse koninkrijken in de IJzertijd, vandaag schrijf ik over de wijze waarop de Assyriërs het zuidelijke rijk, Juda, in 701 te pakken namen. Voor uw begrip: de hoofdstad was Jeruzalem, waar koning Hizkia resideerde en de tempel stond, maar de voornaamste stad was Lachis. Die wat westelijker gelegen stad lag veel gunstiger ten opzichte van de belangrijke weg van Egypte naar Syrië.

Hierboven ziet u een reliëf uit Nineveh met daarop de belegering van Lachis. Wellicht is het het handigst om het even aan te klikken en te vergroten want er zijn veel details te zien. Aan de linkerzijde boogschutters die de verdedigers van de muren proberen te verjagen, middenin de (door archeologen teruggevonden) belegeringsdam naar de stad op de heuvel, en rechts de bestorming van de stad, met daartussenin nog wat gespietste lijken. Althans, ik hoop dat het lijken zijn en geen levende mensen.

Lees verder “De val van Lachis” →

Assyrisch fort in Megiddo

Assyrische gebouwen in Megiddo

De Assyriërs legden de grondslagen voor wat we het oosterse wereldrijk zouden kunnen noemen: één staat die de hele Vruchtbare Halve Maan verenigde. De gelegde fundamenten zijn daarna solide gebleken: ook nadat de Assyrische heerschappij ten onder was gegaan – Nineveh viel in 612 v.Chr. – bleef de eenheid bewaard, zij het onder Babylonische heerschappij. Later namen de Achaimenidische Perzen, Alexander de Grote en diens opvolgers de macht over.

Hoe bouwden de Assyriërs dat rijk? Grote, professionele legers om te beginnen. Gecalculeerde wreedheid ook, want dat demoraliseerde potentiële vijanden. Deportaties. Een efficiënte bureaucratie, die bijvoorbeeld verdragen op schrift stelde. Capabele bestuurders. En natuurlijk ook garnizoenen in de onderworpen gebieden. Garnizoenen die we archeologisch terugvinden. Eén voorbeeld ziet u hierboven: Megiddo.

Lees verder “Assyrisch fort in Megiddo” →

De ziggurat van Nimrud

De ziggurat van de Assyrische stad Nimrud in beter dagen.

Een ziggurat is het Mesopotamische equivalent van een Egyptische piramide: een grote, door mensenhanden gemaakte berg. De twee soorten monument zijn ook ruwweg even oud: de bouw gaat terug tot het derde millennium v.Chr. Er zijn echter twee verschillen: een ziggurat was geen graf maar een tempel, en ziggurats werden gebouwd tot in de hellenistische tijd, ruim een millennium nadat de Egyptenaren hadden besloten dat het welletjes was geweest.

Hoewel niet zo groot als de piramide van Cheops, konden de Mesopotamische tempeltorens behoorlijk hoog zijn. “Ziggurat” betekent dan ook zoiets als “hoogbouw”. De toren in Babylon was bijvoorbeeld 92 meter hoog. Het monument staat bekend als Etemenanki, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”, wat veel zegt over de symbolische betekenis van een ziggurat. De tempeltoren van Anu in Uruk, een van de jongste uit de reeks, moet nog hoger zijn geweest. Voor de best-bewaarde ziggurat moet u naar Choga Zanbil in het Iraanse Khuzestan. Aan de voet meet die ruim honderd bij honderd meter en de bakstenen berg was zestig meter hoog.

Lees verder “De ziggurat van Nimrud” →