[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.]
Empel
Een van de interessantste Nederlandse opgravingen van de afgelopen halve eeuw is de tempel van Empel, een dorp dat u even ten noorden van Den Bosch kunt vinden, vlakbij de rivier de Maas. Hier stond ooit een opvallend grote tempel, gewijd aan Hercules Magusanus.
[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.]
Tongeren
Over het vervloekingstablet (defixio) uit Tongeren heb ik al eens eerder geblogd, maar het is te interessant om het niet nog eens te doen. Het is tenslotte een jubileumdag. Net zoals de assemblage uit Tudderen, waarover ik al eens schreef, documenteert het voorwerpje oosterse invloeden in de Lage Landen. Het is alleen twee eeuwen ouder dan het gouden tabletje uit Tudderen: het Tongerse voorwerp dateert uit het laatste derde van de eerste eeuw. Geschreven in zowel het Grieks als het Latijn verwijst het naar de joodse god Jahweh. Zesmaal zelfs.
[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.]
Meisje van Yde
Yde is een Drents dorpje halverwege Groningen en Assen. In 1897 is daar bij een vennetje het stoffelijk overschot gevonden van een jonge vrouw, die tijdens haar leven gebocheld was en mank liep. Ze was nog geen anderhalve meter lang en daarom heet ze het Meisje van Yde. Ze was blond maar deels kaal, ze was gewikkeld in een versleten mantel, ze had een steekwond bij het linker sleutelbeen en om haar nek was een koord dat driemaal rond was gebonden en aan de linkerzijde vastgeknoopt.
Schrijfplankje van Tolsum (Fries Museum, Leeuwarden)
[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.]
Tolsum
Dat had ik niet verwacht: dat ik nog nooit heb geblogd over het Schrijfplankje van Tolsum, hoewel dat toch een van de bekendste voorwerpen is uit de archeologie van de Romeinse Lage Landen. Simpel samengevat: het is zo’n wastafeltje, waarop de Romeinen met een stilus (zeg maar een satéstokje) dingen noteerden. Als iemand hard drukte, raakte hij het hout onder het laagje was en die krassen zijn nog leesbaar.
[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.]
Ezinge
Laten we er geen doekjes om winden: bovenstaande voorwerpjes zijn visueel niet heel aantrekkelijk. Het zijn weefgewichtjes, die in een weefgetouw onderaan de scheringen hingen. Archeologen moeten er tienduizenden hebben opgegraven, want het maken van textiel is natuurlijk iets van alle oude beschavingen. Ik heb eens ergens gelezen dat mensen al in het Paleolithicum plantenstengels vlochten, dat men in het Neolithicum draden leerde spinnen en dat de eerste weefgetouwen zo rond 5000 v.Chr. zijn gebouwd. Of dat klopt, laat ik in het midden; waar het om gaat is dat de weefgewichtjes uit Ezinge volkomen normaal waren.
Depositie uit Hoogstraten (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.]
Hoogstraten
Een van de (althans voor mij) wonderlijke aspecten van de Bronstijd is wat archeologen een depositie noemen. Simpel gezegd: mensen laten ergens met opzet kostbaarheden achter. Waarom? We kunnen het ze niet langer vragen, en het antwoord “het zal wel religieus zijn” is vanzelfsprekend een voorbeeld van de Eerste Hoofdwet van de Archeologie. Al heb ik geen idee wat het anders kan zijn geweest.
Aardewerk van de Swifterbantcultuur (Museum Schokland)
Op 14 juli 2011 plaatste ik het eerste stukje op deze blog. Anders gezegd: vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar. Dit is het 7400e stukje en u schreef meer dan 60.000 reacties. Tot voor kort waren er ongeveer 4000 bezoekers per dag, maar sinds Google automatisch antwoorden genereert, is dat ingezakt tot ongeveer 3000. Om de vijftiende verjaardag te vieren, plaats ik vandaag vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftien Nederlandstalige provincies. (De slimmerik die opmerkt dat dat meer zijn, mag concluderen dat ik het historische onrecht ongedaan maak dat Vlaanderen en Holland ooit zijn gesplitst.) Vijftien blogjes dus, van de Prehistorie tot de Merovingische tijd.
De Swifterbantcultuur
Deze reeks kan niet anders dan beginnen in de Prehistorie, en uit het rijke aanbod selecteer ik de Swifterbantcultuur, die is ontdekt toen Oostelijk Flevoland in de jaren vijftig droogviel. Aan de noordrand van de polder bleek een oud krekenlandschap te liggen – door slimme aanplant opnieuw herkenbaar – waarin ooit mensen hadden gewoond met een eigen, in de naoorlogse jaren nog nergens gedocumenteerde archeologische cultuur. Inmiddels kennen archeologen wel meer vindplaatsen en is bekend dat de Swifterbantcultuur heeft bestaan tussen ongeveer 5600 en 3400 v.Chr.
Het zal u in het vorige blogje al zijn opgevallen dat wat een plein leek, werd aangeduid als Tempel van de Vrede. Dat is omdat het Latijnse templum niet alleen verwijst naar een gebouw, maar ook naar een ruimte die was afgebakend om zieners de vlucht van de vogels te laten observeren. Zo’n templum was een vierkant stuk grond dat met een bepaalde formule in gebruik was genomen.noot Varro, De Latijnse taal 7.8.
De Tempel van de Vrede was dus een vierkante ruimte, aan alle zijden omgeven door galerijen met pilaren uit grijs en roze Egyptisch graniet, met de hoeken gericht naar de hoofdwindstreken, ongeveer een hectare groot. Om een beeld te krijgen van de afmetingen: de huidige Torre dei Conti staat op wat vroeger de noordpunt was en de SS. Cosma e Damiano staat op de zuidhoek. Ik weet niet of de vergelijking met de Vrijdagmarkt in Gent voor veel lezers iets verheldert, maar dat plein heeft dezelfde oriëntatie en afmetingen.
Het centrum van Rome met de Keizerfora (Museo nazionale della civiltá romana, Rome)Voor ik u vandaag meeneem naar de Tempel voor de Vrede in Rome, eerst even een woord over de grotere stedenbouwkundige context, namelijk die van de zogeheten Keizerfora.
De Keizerfora
Het eerste daarvan was het Forum van Caesar waarover ik al eens eerder blogde. Het lag ten noorden van het Forum Romanum. Later had keizer Augustus daar een derde forum aan toegevoegd. De Grieks-Romeinse geograaf Strabon van Amaseia was onder de indruk van de nieuw aangelegde pleinen:
Als je langs het oude Forum gaat en ziet hoe het ene forum na het andere zich daarnaast uitstrekt, en als je de basilieken ziet en de tempels en het Capitool en de kunstwerken daar en op de Palatijn en in de Porticus van Livia, dan zou je alles daarbuiten makkelijk kunnen vergeten. Zo overweldigend is Rome.noot Strabon, Geografie 5.3.8; vert. Simone Mooij.
Jarenlang was het een van de topstukken in het Landesmuseum in Bonn: het skelet van de eerst-gevonden Neanderthaler, ook wel bekend als “Neandertal 1”. Ontdekt in 1856 in het naar een meneer Joachim Neumann Neander genoemd dal, en opeens belangrijk na de publicatie van Darwins Origin of Species, is dit gedeeltelijk bewaarde skelet een van de belangrijkste voorwerpen uit de wetenschapsgeschiedenis.
De vondst, waarvan ontdekker Johann Carl Fuhlrott meteen begreep dat het ging om een andere mensensoort, is destijds niet zo grondig gedocumenteerd als wij nu wenselijk vinden. Waar de botten hebben gelegen, was daardoor lange tijd onduidelijk, maar gelukkig is de vindplaats rond 2000 teruggevonden, inclusief enkele nieuwe stukjes van het 40.000 jaar oude skelet. Deze gebeurtenis lijkt de aanleiding te zijn geweest voor de bouw van een nieuw museum in het Neanderdal, gewijd aan zijn beroemdste ingezetene, op nog geen halve kilometer van de vindplaats. Bonn moet zich, qua beroemde ingezetenen, nu beperken tot Beethoven.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.