Petrus in Rome (2)

Petrus krijgt van Christus de sleutels (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In het vorige blogje heb ik het literaire bewijs voor Petrus’ aanwezigheid in Rome uiteengezet. Het was ambigu. In dit blogje behandel ik het archeologische bewijs.

In 1950 kondigde de paus aan dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het geheim onder de Sint-Pietersbasiliek opgravingen waren verricht en dat een graf was gevonden dat wellicht van Petrus was geweest. Er waren bij dat graf ook botten gevonden, maar die waren op dat moment slechts oppervlakkig onderzocht. Dat de paus erover zweeg, was verstandig, want ze bleken afkomstig van twee mannen, een vrouw, een varken en een paard.

Een rode muur

Dit was echter niet het einde van het verhaal. Achter het graf hadden de opgravers een roodkleurige muur met een nis en een klein altaartje gevonden. Dit kon niet anders zijn dan het door Eusebios van Caesarea op gezag van Gaius genoemde tropaion. Op en rond die muur waren graffiti aangebracht die Petrus vermeldden. De opgravers haalden Margherita Guarducci erbij, een specialiste die al eerder de Wet van Gortyn had uitgegeven. Aan de hand van de graffiti concludeerde zij dat hier toch ergens het graf van Petrus moest zijn. Toen ze een van de arbeiders vroeg of er weleens botten bij die muur waren gevonden, antwoordde die van wel. Elke avond, als de opgravers naar huis gingen, was een Vaticaanse functionaris langs gekomen om de menselijke resten weg te nemen, aangezien die nou eenmaal netjes dienden te worden herbegraven.

Lees verder “Petrus in Rome (2)”

Faits divers (55) mopperblog

Chrysippos (Museo archeologico nazionale, Napels)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer gemopper op de journalistiek, twee petities voor bedreigde geesteswetenschappelijke instellingen, maar ook een leuk einde.

Caesar in Tongeren

Al een tijdje ligt de hypothese op tafel dat de Eburonen van koning Ambiorix het Romeinse Veertiende Legioen van Julius Caesar hebben verslagen in de omgeving van Berg, een piepklein en – u raadt het al – hoog gelegen kerkdorpje onder de rook van Tongeren. Tot de argumenten voor die hypothese behoren dat de naam Atuatuca, die wordt gebruikt voor zowel de plaats van de Romeinse nederlaag als het latere Romeinse stadje, over maar een korte afstand verplaatst hoeft te zijn; verder, dat er een oude cultusplaats was; bovendien dat er zoveel munten zijn gevonden dat aannemelijk is dat dit de centrale plaats was van de Eburonen. Ik heb er eerder over geschreven en steeds als ik op weg ben van Maastricht naar Tongeren, fiets ik even over die bult in de hoop archeologen tegen te komen.

Lees verder “Faits divers (55) mopperblog”

Een portret van Petrus

Petrus (Ägyptisches Museum, Leipzig)

Op de katholieke heiligenkalender is het morgen de feestdag van Petrus en Paulus. Het leek me daarom aardig eens te bloggen over het bovenstaande, Koptische portretje uit in de zesde eeuw. Het stelt Sint-Petrus voor en ik fotografeerde het, net als het Koptische alfabet waarover ik gisteren blogde, vorig jaar in het charmante Ägyptisches Museum van Leipzig.

Het reliëfje is onderdeel van een gedeeld bewaard gebleven, versierde dwarsbalk; de beeldhouwer had links ervan drie rozetten afgebeeld. Daarnaast – helemaal links op het fragment – was een volgend rozet, waarop Christus lijkt te hebben gestaan. De symmetrie van de Byzantijnse kunst dicteerde dat er nog verder naar links opnieuw drie rozetten zijn geweest met uiterst en links het portret was van een tweede heilige.

Lees verder “Een portret van Petrus”

Faits divers (54)

Spiegel uit Argos (Zwinger, Dresden)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer twee leuke ontdekkingen en iets wat u ontdekken moet.

Augustinus

De eerste leuke ontdekking betreft twee preken van Augustinus. Eigenlijk is het niet helemaal eerlijk dat we nu meer materiaal hebben van een Latijnse auteur van wie we sowieso al overstelpend veel teksten hebben: met naar schatting 5.000.000 woorden is het oeuvre van de laatantieke bisschop het grootste uit de Latijnse literatuur. En nu dus twee extra preken.

Lees verder “Faits divers (54)”

De Romeinse Provence (2)

Romeinse brug in Vaison

[Tweede deel van een blogje over Gallia Narbonensis, ofwel de Provence in de Romeinse tijd. Het eerste deel was hier.]

Keizertijd

Een geschiedenis van Gallia Narbonensis in de Keizertijd is een standaardverhaal. Het Romeinse Rijk, gevestigd met Blut und Eisen, garandeerde rust. Gallia Narbonensis behoorde in deze wereld tot de “binnencirkel” van de Romeinse provincies, wat inhield dat zo’n provincie meer belastingen betaalde dan de Romeinse overheid investeerde. Het was een wingewest. In de buitencirkel, waar de kostbare grenslegers waren gestationeerd, was dat andersom: daar gaf de overheid meer uit dan het aan belastingen binnen haalde.

Lees verder “De Romeinse Provence (2)”

Faits divers (53) Bananen

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer – serieus! – een mogelijkheid om uw redacteur in Leiden te zien optreden als banaan 🍌. Maar eerst andere zaken.

Klaas Worp

Papyroloog Klaas Worp is overleden. Hij gold als een van “the big three”, waarmee werd bedoeld dat hij behoorde tot de meest geciteerde en invloedrijkste geleerden in zijn vakgebied. Ik heb hem leren kennen toen ik werkte aan mijn boek Bedrieglijk echt, en ik zou aan de necrologie op de website van de Leidse universiteit twee dingen willen toevoegen. Het eerste is dat zijn onmiskenbare liefde voor zijn vak tegen het einde van zijn leven begon af te nemen. Eén van zijn ergernissen was dat zijn waarschuwingen voor Dirk Obbink in de wind zijn geslagen. Als zoiets ter sprake kwam, kon hij zich weleens een brompot betonen. Het andere dat ik noem is dat ik hem tijdens onze samenwerking altijd heb ervaren als hoffelijk, als oprecht geïnteresseerd en als een uitstekende docent, voor wie werkelijk geen moeite te veel was. Dat klinkt wellicht wat obligaat, maar het komt uit mijn hart.

Lees verder “Faits divers (53) Bananen”

De Romeinse Provence (1)

Pont du Gard

Ik noem dit blogje “De Romeinse Provence”, opdat u meteen weet dat het gaat over het Mediterrane zuidoosten van Frankrijk. De Romeinen hebben het gebied in de loop der eeuwen aangeduid met verschillende namen, te beginnen met Gallia Transalpina, “het Gallië aan de andere kant van de Alpen”. Het andere Gallië, vanuit Rome bezien aan “deze kant” van de bergketen, was de Povlakte, die vanouds werd bewoond door Kelten.

Gallia Transalpina

In de vroegste tijden hadden de Romeinen hartelijke contacten met de Griekse havenstad Marseille, en toen de Romeinen ontdekten dat de mensen in het achterland van Marseille dezelfde Gallische taal spraken als de bewoners van de Povlakte, was de naam Gallia Transalpina al snel bedacht. De Galliërs woonden in heuvelforten als Ensérune en Le Cailar, waarover ik al eens blogde.

Lees verder “De Romeinse Provence (1)”

Het Proto-Elamitisch

Een proto-Elamitische tekst (Nationaal Museum, Teheran)

Misschien verwacht u vandaag een methodisch stukje, want het is maandag, maar ik geef u in plaats daarvan een blogje over een onontcijferde taal, het Proto-Elamitisch. Het enige methodische dat daaraan valt te ontdekken, is dat ik drie foefjes toon waarmee onderzoekers dit type probleem aanpakken.

Maar eerst even vier jaar terug. Toen blogde ik over de ontcijfering van een oude schriftsoort, het zogeheten Lineair Elamitisch, dat in het zuidwesten van Iran in gebruik is geweest tussen ongeveer 2300 en 1900 v.Chr. De taal die ermee werd geschreven, een vroeg soort Elamitisch, lijkt op geen enkele andere antieke taal, wat het interessant maakt. Helaas zijn er maar weinig geleerden die het kunnen lezen, en dat is jammer, want zeker de jongere taalfasen zijn rijk gedocumenteerd.
Lees verder “Het Proto-Elamitisch”

Het model van David Clarke

Het model van David Clarke (klik=groot)

Vorige week blogde ik over de Ladder van Hawkes: een manier om de relatie tussen de diverse oudheidkundige deelgebieden te conceptualiseren. Een archeoloog kan aan de hand van zijn vondsten vrij robuuste uitspraken doen over het technologisch peil van een samenleving, en als dat eenmaal is vastgesteld, blijft er maar een beperkt aantal configuraties over waarmee, op een hogere tree van deze “ladder”, de economie valt te organiseren. De economie stelt weer beperkingen aan de sociale verhoudingen, weer een tree hoger, en de sociale verhoudingen hebben weer enige invloed op de ideologie.

Er zit veel in dit concept dat de moeite van het overwegen waard is. Hoe hoger we komen op deze ladder, hoe minder robuust onze kennis is en hoe vaker archeologen een beroep moeten doen op andere vakgebieden. En er is een zwak punt: het is niet zo dat uitsluitend lagere treden beperkingen opleggen aan de hogere; het omgekeerde gebeurt ook. Het schema van de Britse archeoloog David Clarke, gepubliceerd in 1968, houdt daar rekening mee. Het is het plaatje hierboven. Het eerste wat opvalt is dat het enorm complex is, maar gelukkig heeft Kees Huijser, die dit plaatje voor u maakte, er kleur aan toegevoegd. Dat helpt.

Lees verder “Het model van David Clarke”

D’Artagnan, archeologie en de waakhond

Generiek plaatje van D’Artagnan

Het bericht die je wist dat zou komen: er is van alles verkeerd gegaan bij het onderzoek in de kerk van Wolder bij Maastricht, waar het stoffelijk overschot zou liggen van D’Artagnan, zoals u tot vervelens toe hebt vernomen de vierde van Dumas’ Drie Musketiers. De beschuldigingen zijn niet mals: het botmateriaal is verstoord, de documentatie is gebrekkig, de resten zijn vervoerd in schepijsbakjes, de opgraver heeft op het graf gestaan, het onderzoek is niet uitgevoerd volgens de regels. De betrokken archeoloog, die vóór zijn pensioen veertig jaar heeft gewerkt in Maastricht, is aangehouden.

De berichtgeving bevat twee rode vlaggen: de eerste is dat men nog onderzoekt hoe groot de schade is en de tweede is dat degenen die dat onderzoeken, anoniem willen blijven. Ik wil geloven dat er iets grondig verkeerd is gegaan. Waar rook is, is meestal ook vuur. Als iemand echter tegenwerpt dat het lijkt op moddergooien als iemand de pers anoniem informeert over onderzoek dat nog moet plaatsvinden, dan denk ik dat ook daarvoor iets valt te zeggen. Ik schort mijn oordeel over wat zich daar in het zand heeft afgespeeld dus op, en bedek de naam van de betrokkene met de mantel der liefde.

Lees verder “D’Artagnan, archeologie en de waakhond”