De niet-kerstster

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Nee, er waren geen Drie Koningen bij de geboorte van Jezus. En ook geen Drie Wijzen. En evenmin was er een ster. Ik weet het, ze staan allemaal in elke kerststal, samen met een ouderlijk paar, een baby Jezus, een os, een ezel, een kudde schapen, minimaal één engel en een onbepaald aantal herders. Maar hoe charmant kerststalletjes ook zijn, opgemeld drietal heeft niets met de geboorteverhalen te maken. In de middeleeuwse volkscultuur zijn twee tradities samengevoegd die weinig met elkaar te maken hebben.

Brefos en paidion

Lukas beschrijft in zijn evangelie Maria’s zwangerschap, een volkstelling, een tocht van Nazaret naar Bethlehem, geen plaats in de herberg, de geboorte en de herders. In dit verhaal is sprake van een baby, brefos. Niets van dat alles bij Matteüs, waar Maria in een huis in Bethlehem woont als de oosterse wijzen haar kind komen vereren. Het kind is geen brefos meer maar is al een paidion. Dat woord beschrijft een oude baby of een jonge peuter, laten we zeggen een kind van tussen de zes maanden en twee jaar. Matteüs geeft dit ook aan als hij het heeft over de kindermoord: de slachtoffers waren geen baby’s maar kinderen tot twee jaar.

Lees verder “De niet-kerstster”

Messias (2)

Munt van Bar Kochba; de ster boven de tempel is het “logo” van een messias (Staatliche Münzsammlung, München)

In mijn eerste stukje vertelde ik dat het Joodse messias-concept een concreet, in dit ondermaanse uitvoerbaar programma was: een koning uit het huis van David die beter zou regeren dan koning Alexandros Yannai. Ik wees er ook op dat in het christendom, waarin messiaanse ideeën verstrengeld zijn geraakt met Eindtijdverwachtingen, de messias is gelijkgesteld aan de Mensenzoon die het Laatste Oordeel komt vellen, maar dat deze combinatie in het jodendom zeldzaam is. Ze is bij mijn weten alleen bekend uit de Gelijkenissen van Henoch.

Welke ideeën waren gebruikelijk in het Jodendom? Dat is zo simpel nog niet gezegd. We weten dat de stroming der sadduceeën alleen de Wet van Mozes erkende als geïnspireerd. Hoewel daarin een belangrijke tekst is opgenomen die messiaans zou worden geduid (Numeri 24.17-19; zie hieronder), is het alleszins mogelijk dat de sadduceeën niets van messianisme moesten hebben. Bij alvast één belangrijke groep joden circuleerden de ideeën dus vermoedelijk niet. De vraag waarmee deze alinea opende, is daarom zo makkelijk niet te beantwoorden. We zullen ons maar beperken tot de diverse teksten en ons onthouden van speculaties over de vraag of ze een gebruikelijk standpunt weergaven.

Lees verder “Messias (2)”

De opgraving van Tell Deir Alla

De oudheidkundige beschikt over teksten en over vondsten. Die twee soorten data documenteren op verschillende manieren hetzelfde verleden. Ze zijn allebei lastig. De geschreven bronnen veronderstellen een wereld, een wereldbeeld en een vormentaal die grondig afwijken van de onze; ze zonder doordachte uitlegstrategie (“hermeneutiek”) lezen is zoiets als bij de Ronde van Frankrijk gaan zoeken naar de man met de hamer. Archeologische vondsten zijn dan weer ambigu en zeggen alleen maar iets als je gerichte vragen stelt. Oudheidkunde is geen kwestie van “Data, data, speak to me!” De data zeggen pas iets als je een vraag en een methode hebt.

Lees verder “De opgraving van Tell Deir Alla”

Een proactief stukje over Drie Koningen

De Drie Koningen (Sant’ Apollinare Nuovo, Ravenna)

6 januari ofwel Drie Koningen ofwel Epifanie is een van die momenten waarop kwakhistorici hun kans grijpen om even wat onzin in de krant te krijgen. Het jaar is nog jong, de zaterdagkrant heeft ruimte, de nieuwsredacties zijn nog niet helemaal scherp en oudheidkundigen bijten, anders dan klimaatwetenschappers en artsen, zelden terug als er onzin wordt gedebiteerd. Tijd dus voor weer een proactief stukje in de ongetwijfeld ijdele hoop nog wat stommiteiten uit de krant te houden.

Er waren drie koningen

Tweemaal niet waar. Het verhaal over het bezoek van de wijzen uit het oosten is alleen te lezen in het evangelie van Matteüs – en wel hier – en vermeldt (a) geen koningen en (b) geen aantallen. Een onbepaald aantal magoi verschijnt ten tonele, dat is alles. Het aantal van drie is afgeleid van het drietal geschenken (goud, wierook en mirre) maar in de oosterse kerken kunnen het er twaalf zijn. De namen Caspar, Balthasar en Melchior zijn later verzonnen, al zijn ze al te lezen in de laatantieke Sant’ Apollinare in Ravenna. Zie boven. Merk op dat ze geen koninklijke attributen hebben. De koninklijke status zou een toevoeging zijn uit de Middeleeuwen, gebaseerd op Psalm 72.11:

Alle koningen zullen zich voor hem neerbuigen,
alle heidenen zullen hem dienen.

Lees verder “Een proactief stukje over Drie Koningen”

De ster van Betlehem

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Ik leerde Shirley kennen nadat ik wat geërgerde woorden had gewijd aan de brandspiegels waarmee de Griekse ingenieur Archimedes Romeinse schepen in brand zou hebben gestoken. Het verontruste me dat een oudhistoricus dit presenteerde als historisch feit, hoewel het in strijd was met de natuurwetten. Shirley was blij dat althans één “alfa” het probleem had herkend en legde me uit hoe ik het beter had kunnen uitleggen.

Er zijn meer “bèta’s” als Shirley: oud-gymnasiasten die hun liefde voor de oude Grieken en Romeinen hebben bewaard, zelfs al is er voor hoogopgeleiden noch online noch in de boekhandel goede informatie te vinden over de Oudheid. Dat stoort haar en op gezette tijden stuurt ze me mailtjes met de stommiteiten die ze bij haar lectuur nu weer is tegengekomen.

Lees verder “De ster van Betlehem”

Testimonia uit Qumran

Een van de Dode-Zee-rollen: 4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

Na het stukje dat ik gisteren wijdde aan de expositie over de Dode Zee-rollen in het Drents Museum kon het natuurlijk niet uitblijven dat ik zou schrijven over een van die perkamentfragmenten. Helaas is zowel in “The Shrine of the Book” in Jeruzalem als op de tentoonstelling in Assen fotografie uitdrukkelijk verboden. Meestal is zo’n verbod onzinnig omdat de makers van antieke voorwerpen al een tijdje dood zijn en hun rechten dus zijn verlopen, maar voor één keer valt er iets voor zo’n verbod te zeggen. Zeker, bezoekers begrijpen best dat het licht van een flitser te energierijk en de kans op schade te groot is, maar niet iedereen weet hoe z’n camera werkt. Je zou eens moeten weten hoe vaak suppoosten mensen moeten helpen die niet weten hoe ze de flitser van hun nieuwe camera uitkrijgen.

In het oude Archeologische Museum van Amman was men echter niet zo terughoudend, en zo heb ik toch wel een paar foto’s van Dode Zee-teksten, die in dat museum zijn terechtgekomen omdat het gebied waarin Qumran ligt, tot 1967 werd bestuurd door Jordanië. De snipper hierboven lag er destijds redelijk in het volle licht, en je kunt op de foto de schaduw van de vitrine goed herkennen. Het stukje perkament is een paar centimeter kleiner dan een A4tje. Onderzoekers kunnen aan de lettervormen zien dat het moet zijn geschreven aan het begin van de eerste eeuw v.Chr.

Lees verder “Testimonia uit Qumran”

Nieuwe RMO-afdeling Nabije Oosten

De vernieuwde afdeling Nabije Oosten

In 2018 bestaat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, waarover ik al eens eerder heb geblogd, twee eeuwen. Het zal er dan anders uitzien dan u misschien gewend bent, want momenteel worden de afdelingen een voor een gerenoveerd. De Nederlandse archeologie is al gedaan, de Griekse afdeling staat voor 2015 op het programma en de wereldberoemde Egyptische collectie voor 2017. En vanaf aanstaande zaterdag is de vernieuwde afdeling over het oude Nabije Oosten open.

Met een oppervlakte van 300 vierkante meter is het niet de grootste afdeling van het RMO. Bovendien, eerlijk is eerlijk, is de collectie te willekeurig samengesteld om een volledig chronologisch overzicht te geven van de ontwikkeling van de oud-oosterse culturen. Perzië is goed vertegenwoordigd, maar Sumerië weer wat minder. Je kunt met het aanwezige materiaal geen “rise of civilization”-achtige expositie inrichten.

Lees verder “Nieuwe RMO-afdeling Nabije Oosten”