Hedonisme (4): De tuin van Epikouros

Epikouros (Museo Barracco, Rome)

[Tijdens het Hellenisme kregen de Academie van Plato en de Peripatetische school van Aristoteles gezelschap van nieuwe filosofische stromingen, zoals het Cynisme. In deze vijfdelige reeks: de hedonisten. Het eerste deel was hier.]

Een eeuw na Aristippos, omstreeks 305 voor Christus, kocht de filosoof Epikouros een huis met een grote ommuurde achtertuin in Athene. In die tuin onderwees hij zijn versie van het hedonisme, dat daarmee pas echt een grote stroming werd. Dat zou zo zijn in de hele hellenistische wereld en ook in de eeuwen daarna.

Zo’n hedonistische tuin spreekt natuurlijk tot de verbeelding, maar wie hoopt dat die epicurische tuin het toneel was van woeste orgieën wordt teleurgesteld. Zoeken naar genot op korte termijn leidt volgens Epikouros niet tot bevrediging. Integendeel. Wie teveel eet wordt ongezond. Teveel drinken leidt tot een kater. Kortzichtige genotzucht leidt tot verslaving. En daarbij moeten we soms nu eenmaal minder leuke dingen doen om leuke dingen te bereiken.

Lees verder “Hedonisme (4): De tuin van Epikouros”

De eerste filosofen (10): De atoomtheorie

Zogenaamd portret van Demokritos, grondlegger van de atoomtheorie (Capitolijnse Musea, Rome)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

De deeltjes van Leukippos en Demokritos

Leukippos leefde in Thracië, het Griekse gebied ten noorden van de Egeïsche Zee. Volgens deze filosoof bestaat alles wat is uit heel kleine, ondeelbare elementen, die hij atomen noemde. Daarbij stelde hij dat alles een kenbare natuurlijke oorzaak heeft. Er zijn geen goden, en er is geen hogere wil of kracht die bepaalt wat er gebeurt. En dus ook geen Nous.

Zijn leerling Demokritos, afkomstig uit dezelfde regio, werkte deze theorie verder uit. De atomen zijn volgens hem ondeelbaar, maar verschillen wel van vorm en eigenschap. Atomen bewegen zich door het niets, het liefst in een rechte lijn, en zonder doel.

Lees verder “De eerste filosofen (10): De atoomtheorie”

In memoriam Simone Mooij-Valk (2)

Marcus Aurelius

[Vandaag twee jaar geleden overleed Simone Mooij-Valk. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2016/2017 mocht ik haar levensbericht schrijven. Het aardige van zo’n tekst is dat je, meer dan in een necrologie in een krant, ruimte hebt om iets over iemand te vertellen. Bij dezen een iets aangepaste digitale versie, waarvan het eerste deel hier is.]

Stoïcijnen en epicureeërs

Alle antieke Griekse en Latijnse literaire teksten bij elkaar, dat is ongeveer twee of drie boekenkasten vol. Iedereen zal daarin selecteren en Simone koos na haar pensioen niet voor de teksten die ze op school met haar leerlingen had gelezen. Haar eerste liefde was het Latijn en ze was voornemens Boëthius’ Vertroosting van de filosofie te gaan vertalen. Omdat net in die jaren echter een andere Nederlandstalige uitgave verscheen kwam dit plan te vervallen, maar nu viel haar oog op het Griekstalige werk van Marcus Aurelius, die van 161 tot 180 na Chr. keizer was van het Romeinse Rijk. Ivo Gay, destijds directeur van uitgeverij Ambo, wilde haar vertaling graag uitgeven en nadien verschoof haar belangstelling steeds verder naar ander Griekse proza uit de Romeinse keizertijd. ‘De tweede eeuw’, zou ze later zeggen, ‘dat is mijn eeuw.’

Lees verder “In memoriam Simone Mooij-Valk (2)”

Diogenes van Oinoanda

Niet-opgegraven inscriptie (Oinoanda)

Een van de sympathieke trekken van de Romeinse cultuur is dat rijke mensen zich aan hun stand verplicht voelden iets te doen voor hun stadsgenoten. Dat kon de vorm aannemen van patronage – een miljonair bemiddelde bijvoorbeeld tussen de gemeente en de provinciale bestuurders – maar het kon ook betekenen dat zo iemand per testament iets naliet aan zijn stad. Van Plinius de Jongere is bekend dat hij Como een bibliotheek schonk, maar ook een badhuis was een mogelijkheid, of een portico, of een uitkering voor de wezen of een jaarlijkse vleesmaaltijd op de overlijdensdag van de weldoener.

De oudheidkundige jargonterm, bij mijn weten voor het eerst vermeld door Henri Pirenne en later verbreid door Paul Veyne, is évergetisme, wat is afgeleid van het oud-Griekse euergetes, “weldoener”. Natuurlijk mogen we cynisch denken dat deze liefdadigheid alleen maar mogelijk was door het uitbuiten van slaven, want ook het Romeinse Rijk was het paradijs niet, maar toch: onsympathiek is het idee van noblesse oblige nou ook weer niet.

Lees verder “Diogenes van Oinoanda”

Klassieke literatuur (6d): filosofie

Zenon van Kition, stichter van de stoïcijnse filosofie (Neues Museum, Berlijn)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks bied ik een persoonlijke keuze, waarbij het leesplezier voorop zal staan. Wie zich er werkelijk in wil verdiepen, kan beter aan een universiteit een cursus doen. Voor de Latijnse literatuur is er bovendien Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en de christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag vervolg ik waar ik was gebleven: bij de Griekse filosofie. Eerdere delen waren gewijd aan de allereerste filosofen, aan Parmenides, Plato en Aristoteles, en aan twee hellenistische scholen. Vandaag de hoofdlijnen van de Stoa en het Epicurisme; later een gastauteur over de Romeinse ideeën.]

Als je mij zou vragen welk deel van de antieke filosofie ik het meest waardevol vind, dan zou ik antwoorden: de ethische stelsels uit de tijd na Alexander de Grote. De wereld van de Griekse cultuur was groter geworden, mensen identificeerden zich minder met de oude stadstaten en iemand muntte het woord “wereldburger” om aan te geven dat een verstandig mens zich overal thuis kon voelen. Maar hoe leefde je verstandig en wat was goed in een wereld waarin de traditionele banden en zekerheden er niet meer waren? Het individu moest het inzicht meer dan ooit uit zichzelf zien te halen. Dat lijkt wel een beetje op het individualisme dat in onze samenleving zo hoog staat aangeschreven en dat maakt de hellenistische filosofen voor ons redelijk toegankelijk.

Lees verder “Klassieke literatuur (6d): filosofie”

Klassieke literatuur (6b): filosofie

Parmenides, een van de vaders van de filosofie (Museum van Velia)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een vooral persoonlijk antwoord geven. Wie zich er werkelijk in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een collegereeks. Voor de Latijnse literatuur is er bovendien Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag vervolg ik met een stukje over de antieke filosofie – deel één was hier en het vervolg is al daar.]

Het zijnde is. Het niet-zijnde is niet. Dat klinkt logisch maar het is toch wat problematisch, althans dat was het voor de Griekse denker Parmenides van Elea (c. 500 v.Chr.). In een lang, gedeeltelijk overgeleverd gedicht betoogde hij dat als dit waar zou zijn, er geen verandering kon bestaan, aangezien dan bijvoorbeeld iets dat niet is verandert in iets dat is, of andersom. Denk maar aan een groeiende boom: er is meer, meer, meer hout – wat betekent dat er meer, meer, meer zijnde is en minder, minder, minder niet-zijnde. En dat kan natuurlijk niet.

Lees verder “Klassieke literatuur (6b): filosofie”

Ideologie, vermomd als geschiedenis

swerve

In 2011 werd de Martinus Nijhoffprijs toegekend aan classicus Piet Schrijvers, de vertaler van De natuur van de dingen van de Romeinse dichter Lucretius. Het is een fenomenale tekst, waarin wordt beschreven dat alle materie bestaat uit atomen, dat de kosmos niet is geschapen, dat de goden niet zijn geïnteresseerd in het menselijk lot, dat bij de dood de ziel in atomen uiteenvalt, dat er geen leven is na de dood en dat mensen zoveel mogelijk moeten genieten van het leven. Lucretius vat zo de ideeën samen van de Griekse filosoof Epikouros (341-270 v.Chr.).

Lucretius werd aanvankelijk geprezen (onder andere door zijn tijdgenoot Cicero) maar zijn populariteit zal zijn afgenomen toen in de late tweede eeuw na Chr. de literaire en filosofische smaak begon te veranderen. Andere wijsgerige ideeën, zoals het pythagorisme en het platonisme, wonnen aan invloed. Wanneer ergens een bibliotheek moest worden gekopieerd, kregen teksten als die van Lucretius geen prioriteit, zodat ze uit roulatie raakten. In de negende eeuw werd een oud manuscript nog enkele malen overgeschreven, maar een heel populair boek was De natuur van de dingen niet.

Lees verder “Ideologie, vermomd als geschiedenis”