De joodse Diaspora (2)

Joods grafschrift uit Rome (Museo nazionale delle terme, Rome)

In het vorige stukje noemde ik de plaatsen waar aan het begin van de jaartelling Joden leefden. Dat was eigenlijk in de hele antieke wereld.

Variatie

Het gaat om groepen wier interne autonomie door het Romeinse Recht werd erkend, wat ook logisch was, want men kon alleen leven naar de eigen regels als de rest van de stedelijke gemeenschap daar een beetje rekening mee hield. Flavius Josephus biedt een opsomming van de rechten die Julius Caesar in een dozijn steden verleende aan de Joodse minderheden.

Ik gebruik tot nu toe de hoofdletter J, want tot nu toe ging het nauwelijks om religie. Maar de verspreiding van het volk betekende wel dat variatie ontstond in de joodse godsdienstige gebruiken en ideeën. Er waren allerlei afwijkingen van wat in het moederland gangbaar was. Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat Diaspora-Joden tijdens de sabbat vastten, wat mogelijk een manier was om in een overwegend niet-Joodse omgeving de spijswetten en sabbatsrust enigszins in acht te nemen. Later zou men in Rome het paaslam slachten zoals men dat in Jeruzalem had gedaan toen de tempel er nog stond, hoewel deze gewoonte in Judea was afgeschaft.

Lees verder “De joodse Diaspora (2)”

Klassieken & communicatie (2)

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

[Dit is het tweede van vijf stukjes over het belang van een uitgedachte communicatiestrategie voor de oudheidkundige disciplines. In het eerste deel wees ik erop dát deze ontbreekt.]

Voor ik inga op de genegeerde ontwikkelingen, wil ik wijzen op wat wél goed gaat. In de eerste plaats: er zijn classici als Vincent Hunink, die antieke teksten vertalen voor een breed publiek. Er zijn historici als Gé de Vries, die met Pogrom in Alexandrië een standaard heeft gezet. Er zijn steeds meer infrastructurele projecten waarbij de archeologische vondsten een plaats hebben, zoals het drive-in-museum dat Hazenberg Archeologie heeft ontworpen voor de gemeente Woerden. En ik wil Piet Gerbrandy noemen, die met Het feest van Saturnus een van de mooiste boeken schreef die ik ken. Het kán dus, maar als er een goed boek kan bestaan over de Romeinse literatuur, valt des te meer op dat er geen boek bestaat over de Romeinse geschiedenis of de Griekse literatuur.

Lees verder “Klassieken & communicatie (2)”