Voor-westerse geschiedenis (6) herders

Herders in de Zagros

Wie door het Midden-Oosten reist, stuit vroeg of laat onvermijdelijk op herders die hun kuddes verplaatsen van de zomer- naar de winterweiden en terug. Ze trekken daar wat meer de aandacht dan in Griekenland of Italië, hoewel ook daar nog altijd herders zijn die met geiten en runderen heen en weer trekken. In Spanje zijn de cañadas, de wegen waarlangs herders hun kuddes verweidden, niet meer wat ze zijn geweest, en dat geldt ook voor de drailles uit het zuiden van Frankrijk, maar de aloude levenswijze is niet verdwenen. Ik zag vorige maand ergens bij Murcia nog een verkeersbord dat automobilisten attendeerde op grote kuddes.

Ook in onze eigen contreien benutten boeren nog altijd winter- en zomerweides. Ik herinner me uit mijn Veluwse jeugd dat de koeien met vrachtwagens naar Friesland gingen. De winter- en zomerweiden hoeven overigens niet zo ver uit elkaar te liggen: in Zwitserland bestaat Almwirtschaft, waarbij de kuddes van het dal naar – je raadt het nooit – de alm worden verplaatst. En weer terug natuurlijk. Het moge duidelijk zijn: veeteelt beperkt zich niet tot ’n grasveldje met wat prikkeldraad erom.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (6) herders”

Cornucopia

Een vrouw uit Gandara met een cornucopia (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Onlangs zag ik in de supermarkt hoeveel soorten olijfolie leverbaar waren, en toen dacht ik aan overvloed en aan de “hoorn des overvloeds”: de cornucopia. Dit oude mythologische symbool is vanaf de Renaissance gedegradeerd tot decoratie, maar het bezit een diepere betekenis. Maar eerst de mythe.

Geitenhoorn

Over het ontstaan van de “hoorn des overvloeds” is weinig discussie. Hij stamt uit de Grieks-Romeinse mythologie. Het Latijnse cornucopia is een samentrekking van de woorden cornu (hoorn) en copia (voorraad) en het voorwerp heette in het oorspronkelijke Grieks Keras Amaltheias, de “hoorn van Amaltheia”. Dat was de geit die de jonge oppergod Zeus voorzag van melk. Toen één van haar hoorns afbrak vulde Zeus deze met allerlei rijkdommen en gaf hem aan de godin Tyche, de menselijke fortuin. Naast het roer (als richtinggever van het menselijk bestaan) en het “rad van fortuin” is de cornucopia een van de goddelijke attributen van Vrouwe Fortuna.

Lees verder “Cornucopia”

Xenofon in Armenië

Het historische Armenië had een gevarieerd landschap; dit is de omgeving van Bitlis.

We gaan naar Armenië. Ik liet u een paar dagen geleden achter bij de Assyrische hoofdsteden Kalhu en Nineveh, waar Xenofon en zijn huurlingen de nachten hadden doorgebracht. Vervolgens marcheerden ze langs de rivier de Tigris naar het noordwesten. We kunnen de route tot Cizre vrij precies op de landkaart volgen, maar daarna wordt het lastiger. Zowel het commentaar van Otto Lendle als de Landmarkvertaling houden het erop dat de huurlingen de rivier Bitlis stroomopwaarts volgden tot aan de gelijknamige stad. Ook het huidige Muş zou zijn aangedaan.

Armenië in de winter

De tocht door het destijds nog door Armeniërs bewoonde land was lastig. Een snee was ghevallen groot. Het was februari 400 v.Chr. en stervenskoud.

Lees verder “Xenofon in Armenië”

Dierenbotten uit Carnuntum

Na afloop van een jachtpartij in het amfitheater worden de kadavers geruimd. Eén beer geeft zich nog niet gewonnen. Dit reliëf komt uit Kibyra en is nu in de Archeologische Musea van Istanbul.

Even ten oosten van Wenen ligt Carnuntum. Een Romeinse legioenbasis zoals er wel meer zijn: een groot fort, een rivierhaven, een stad ernaast, een residentie voor een bestuurder, heiligdommen. Het Veertiende Legioen Gemina, hier gestationeerd, had het allemaal. En wat zo aardig is: het is nauwelijks overbouwd, zodat de plek een archeologische vindplaats hors catégorie is.

Momenteel doen bioarcheologen onderzoek naar het amfitheater bij het fort, waar de botten zijn gevonden van de dieren die daar in de Late Oudheid in de arena zijn omgebracht. U denkt nu aan leeuwen, maar daarvan zijn geen resten gevonden. De archeologen hebben wel een door honden aangevreten panterbot aangetroffen, maar het is onduidelijk of de panter het in de arena heeft moeten opnemen tegen wilde honden of wolven, of dat het kadaver voor de honden is geworpen. Was de panter een exoot, de rest van de dieren was inheems: beren, herten, wolven, bizons en wat everzwijnen. Na de jachtpartijen in de arena gingen ze allemaal naar de slager, die het vlees verkocht en de botten dumpte. Zie het plaatje hierboven.

De slager slachtte verder varkens (daarover binnenkort meer), schapen, paarden, ezels, kippen, ganzen, hazen en een enkele geit. De opgravers vonden ook visgraten en de botjes van raven, kraaien en kauwen. Kortom, afgezien van de panter waren het allemaal inheemse dieren, wat misschien een aanwijzing is voor de regionalisering van de Romeinse economie in de Late Oudheid. Er was echter nóg een exoot.

Lees verder “Dierenbotten uit Carnuntum”

Culturele eerstes

gobekli_tepe_05_er
Göbekli Tepe

Wie in de achttiende eeuw zou hebben gevraagd waar de beschaving vandaan kwam, zou hebben kunnen rekenen op verbaasde reacties: uit Mesopotamië natuurlijk! De Bijbel was daarover immers duidelijk: de eerste hoofdstukken van de Bijbel spelen in de Hof van Eden, op de vlakte van Sinjar en in de stad Harran. Ook de steden Babylon en Ur, die wat zuidelijker liggen, worden vermeld. De vroegste mensen hadden gewoond in Mesopotamië en waren daar hun paradijselijke superioriteit kwijtgeraakt. Uitzwervend over de wereld waren ze gedegenereerd.

Je zou in de achttiende eeuw ook een ander antwoord hebben kunnen krijgen, dat een andere definitie van beschaving veronderstelt. Sinds de Renaissance was men van mening dat het vooral Rome was geweest waar de wereldgeschiedenis een sprong voorwaarts had gemaakt. Daar was getoond hoe je efficiënt moest besturen, mooie kunst kon maken, goed kon schrijven. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond een derde theorie: toen kregen de Grieken de reputatie als eersten het stadium van primitiviteit te hebben verlaten en dat der beschaving te hebben bereikt. Griekenlands voortreffelijkheid werd vooral verkondigd door J.J. Winckelmann, en ook al was zijn verklaring stapelgek, dit idee bleef nog enige tijd in zwang. Het scheelde weinig of de Griekse originaliteit zou zijn vastgelegd in de preambule van de Europese Grondwet, en dat zou dan even absurd zijn geweest als de wet waarmee Indiana de waarde van pi wilde vastleggen.

Lees verder “Culturele eerstes”

Leer en perkament

Leerbewerking

Even iets recht zetten. Een paar dagen geleden viel op deze kleine blog een bijdrage te lezen van een dikke Amsterdamse historicus, tevens medewerker van uw binnenkort favoriete oudheidkundige tijdschrift Ancient History Magazine, die in de Livius Nieuwsbrief uw aandacht vroeg voor

een lief artikel over de zorg waarmee een vier millennia oude perkamentrol wordt gerestaureerd.

Naar aanleiding van die opmerking kreeg opgemelde dikke Amsterdamse historicus een mailtje van een vriendelijke papyroloog, Klaas Worp, die hem op de vingers tikte. In het artikel in The Guardian waarnaar was gelinkt, was immers geen sprake van een perkamenten rol, maar van een rol gemaakt van leer.

Lees verder “Leer en perkament”