Alexander de Grote in Pamfilië

Syllion

In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote in de eerste maanden van 333 v.Chr. langs de Lycische kust was getrokken. Na deze tocht kwamen de Macedoniërs aan in Pamfylië, een uitgestrekte vlakte in het zuiden van Turkije, die in het voorjaar even groen is als Holland of Vlaanderen. Net als de Grieken woonden de Pamfyliërs in met elkaar rivaliserende steden en ook hier gold dat de vijand van je buurman je vriend is. Anders gezegd: Alexander belandde in een politiek wespennest.

Het wespennest

Door zich te verbinden met het Lycische Faselis haalde hij zich een conflict op de hals met Termessos, en dat leidde er weer toe dat de Pamfylische stad Perge zich bij de Macedoniërs aansloot, wat op zijn beurt tot gevolg had dat die als vijanden werden beschouwd door de bewoners van Syllion en Aspendos. Met diplomatieke middelen zette Alexander de situatie naar zijn hand. Althans, dat dacht hij.

Lees verder “Alexander de Grote in Pamfilië”

De Frygiërs van koning Midas

Frygisch reliëfje (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb al een paar keer verwezen naar de Frygiërs, een volk dat in de IJzertijd woonde in Anatolië – zeg maar Turkije. Toen ik blogde over de taal van de Trojanen, wees ik er bijvoorbeeld op dat de Frygiërs vanaf de Balkan naar Anatolië waren gemigreerd en toen de voorouders van de Lydiërs naar het zuiden hadden geduwd. Voor deze migratie zijn verschillende aanwijzingen, zoals de verspreiding van typisch Balkan-aardewerk naar Troje VIIb. De Troje-expositie in Rotterdam stelde dit verband centraal, maar dat was in 1984. Ik weet niet of de archeologische inzichten nog dezelfde zijn.

Maar daarnaast is er het talige bewijs. De Frygische taal is te reconstrueren uit namen, citaten en pakweg 400 inscripties: ruim voldoende om te zien dat ze niet verwant is met de Anatolische talen van de Bronstijd, zoals het Luwisch, en de daarvan afgeleide IJzertijdtalen, zoals het Lydisch en het Karisch. Het Frygisch lijkt veel meer op de talen van het zuidelijke Balkanschiereiland en behoort dus tot een andere tak van de Indo-Europese familie. Ook de Griekse onderzoeker Herodotos weet dat de Frygiërs feitelijk Thracische Brygiërs waren, die ooit de Hellespont waren overgestoken.noot Herodotos, Historiën 7.3. De overgang van /b/ naar /f/ die we in deze twee eigennamen zien, is ook verder goed gedocumenteerd.

Lees verder “De Frygiërs van koning Midas”

Alexander de Grote: de eerste veroveringen

Alexander de Grote: de Azara-herme is het enige tijdens zijn leven gemaakte portret. Nu te zien in het Louvre, Parijs.

Het is met Alexander de Grote zoals met elke biografie: we moeten beginnen bij de ouders van de gebiografeerde. Wie daar iets over weet, begrijpt de achtergronden van het leven waarover je begint te lezen. Zeker bij Alexander is nuttig te weten dat zijn vader Filippos koning was van Macedonië. Hij had dit achtergebleven gebied gemoderniseerd en veranderd in een sterke staat met een machtig leger. Dat hij al vroeg de goudmijn van Amfipolis had bemachtigd, hielp daarbij buitengewoon. Verder had hij een agressieve buitenlandse politiek gevoerd. Ik noemde zijn interventie in de Derde Heilige Oorlog al. Ieder jaar trok hij ten strijde, steeds keerde hij terug met buit en daar liet hij de Macedonische aristocraten in delen. De gouden voorwerpen in het archeologische museum in Thessaloniki zijn de erfenis. Simpel samengevat: externe expansie garandeerde interne consolidatie, waardoor een achtergebleven regio veranderde in een sterk koninkrijk. Kortom, een “vroege staat”, om de term van Hans Claessen te gebruiken.

Het begin van de oorlog

In 340 v.Chr. was een conflict ontstaan met de Perzen. Filippos zag een kans, zeker toen twee jaar later koning Artaxerxes III Ochos overleed. Een burgeroorlog tussen Artaxerxes IV Arses en de satraap van Armenië was het gevolg, met hier en daar lokale opstanden. Uiteindelijk zou de Armeense satraap onder de naam Darius III Codomannus de oorlog winnen, maar zover was het nog niet. Filippos stuurde zijn voorhoede dus naar Azië, maar hij werd vermoord voordat hij zelf kon vertrekken (336).

Lees verder “Alexander de Grote: de eerste veroveringen”

De Gordiaanse knoop

De Azara-herme (Louvre, Parijs)

Het verhaal van de Gordiaans Knoop is wereldberoemd. Toen de Macedonische koning Alexander de Grote een knoop niet kon ontwarren, hakte hij die maar door. Maar ook al is de anekdote spreekwoordelijk geworden, we hebben geen idee wat er op het spel stond.

Situatie

De situatie kennen we. Alexander was met in het voorjaar van 334 v.Chr. een leger van ruim 40.000 man de Hellespont overgestoken en had daar een inderhaast samengesteld Perzisch leger verslagen. Hij had tijd verloren tijdens de belegering van Halikarnassos en was daarna het binnenland van het huidige Turkije binnengetrokken. In Gordion, ooit de hoofdstad van Frygië, bracht hij de winter door. Zolang hij niet wist hoe de Perzen zouden reageren op zijn inval, kon hij weinig anders doen wachten. Enerzijds was een Perzische vloot actief in de Egeïsche wateren, die de Macedonische aanvoerlijn kon afsnijden; anderzijds verzamelde de pas aangetreden Perzische koning Darius III een leger, ergens in het oosten. Alexander wist niet wat het voornaamste strijdtoneel zou zijn.

Lees verder “De Gordiaanse knoop”

Anatolische beschavingen

Groepsportret met curieuze verkeersborden

Ik ben nu alweer een paar dagen onderweg door Turkije en ben momenteel in Kayseri, een stad die ik nog nooit eerder bezocht. De reis verloopt voorspoedig, met geen grotere klachten dan een ergerlijke verkoudheid en een zonnebril die ik op de dag van aanschaf alweer kwijt was.

In Ankara sliepen we in een hotel tegenover de ruïne van het Romeinse badhuis. Dat is niet echt de moeite van een bezoek waard, maar als uitzicht was het natuurlijk niet slecht. Tot mijn vreugde was het museum van Anatolische Beschavingen, dat bij mijn weten tijdelijk gesloten was, toch open. Althans, gedeeltelijk. In elk geval waren de reliëfs te zien uit Karchemish en Arslantepe, plaatsen aan de Eufraat.

Lees verder “Anatolische beschavingen”