De leercurve

Van het bovenstaande grafiekje zal niet onmiddellijk duidelijk zijn wat het voorstelt, dus ik verklap het meteen: het geeft de frequentie aan waarmee ik in mijn boeken gebruik heb gemaakt van de puntkomma. Dat is misschien wel het meest omstreden leesteken. Er zijn er die menen dat het gebruik duidt op intellectuele luiheid omdat de auteur de verbanden tussen zijn zinnen ongewis kan laten; Kurt Vonnegut meende dat het “een hermafrodiet in travestie” was (wat zou hij ermee hebben bedoeld?) en beschuldigde de gebruikers ervan te willen etaleren dat ze naar school waren geweest; en zelf gebruik ik de puntkomma onder meer als een opsomming bestaat uit volledige zinnen.

Geïnspireerd door een artikel over Vonneguts opmerking ben ik gaan turven hoe vaak ik de puntkomma gebruik. Ik keur het gebruik zelf niet af maar schrijf ook voor mensen die dat wel doen en heb er in het verleden daarom weleens op gelet. Hierboven dus: het aantal puntkomma’s per duizend woorden met van links naar rechts (1) Een interim-manager in het Romeinse Rijk, (2) Hollands glorie, (3) De randen van de aarde, (4) Archeologie van de futurologie, (5) Alexander de Grote, (6) Polderdenken, (7) Oorlogsmist, (8) Spijkers op laag water, (9) Vergeten erfenis, (10) De rand van het Rijk, (11), De klad in de klassieken en (12) Israël verdeeld. (Van Alexander de Grote heb ik het bestand niet meer.)

Lees verder “De leercurve”

Toneel in de Oudheid

toneel_in_de_oudheid

Wat je ook mag denken van de oude Grieken en Romeinen, ze weten de aandacht wél vast te houden. Al een eeuw of zes. En terecht, want wie zich in de antieke culturen verdiept, vindt steeds weer iets om zich over te verbazen en van te genieten. Veel fans zijn lid van het Nederlands Klassiek Verbond, dat volgend jaar alweer tachtig jaar bestaat, en lezen het daarmee geaffilieerde tijdschrift Hermeneus, dat nog tien jaar ouder is.

Vanouds geven beide handen en voeten aan het Renaissance-denkbeeld dat je door kennis van de oude wereld het betrekkelijke leert zien van je eigen tijd en wat wijsheid opdoet. Beide geloven bovendien in het mooie zeventiende-eeuwse ideaal dat het genot van deze kennis, het verworven inzicht en de ontdekkingsvreugde niet het privilege moeten blijven van een geleerde elite, maar bereikbaar dienen te zijn voor iedereen.

Lees verder “Toneel in de Oudheid”

Byzantijnse keizerinnen

Sinds maandag werk ik min of meer onafgebroken aan Ancient History Magazine, uw binnenkort favoriete oudheidkundige tijdschrift. Inmiddels is het grootste deel van het debuutnummer opgemaakt en het ziet er prachtig uit. Hoe mooi, ontdekt u het snelst als u een abonnement neemt.

Ik maak lange dagen – vandaag van vóór negen uur ’s morgens tot tien uur ’s avonds – maar dat is geen straf als je bezig bent met het werk waar je van houdt. Het woord “flow” is van toepassing.

Lees verder “Byzantijnse keizerinnen”

De farao en de dief

farao2

Er was eens een koning, zo vertelt de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos, en die heette Rampsinitos. Hij was onmetelijk rijk en bezat daarom een heus geldpakhuis. Hij wist echter niet dat de bouwmeester in een van de buitenmuren een steen had aangebracht die zonder veel moeite kon worden losgemaakt. Wie het wel wisten, waren de twee zonen van de bouwmeester, die zich verschillende keren aan ’s konings geld hielpen.

De farao zon op tegenmaatregelen en liet daarom klemmen plaatsen. Toen de twee inbrekers weer eens in het geldpakhuis waren, liep een van hen in de val – letterlijk – en omdat hij merkte dat hij er niet uit kon komen, vroeg hij zijn broer hem te onthoofden. De volgende ochtend zag Rampsinitos wat er was gebeurd, en omdat hij wist dat inbrekers doorgaans niet hoofdeloos zijn, concludeerde hij dat er nog een dief moest zijn.

Lees verder “De farao en de dief”

De keizers van het Byzantijnse Rijk

Het hof van het Byzantijnse Rijk (op een reliëf uit Istanbul).

Ik heb de woorden van de Duitse filosoof Georg Hegel al eens eerder geciteerd: de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk was

eine tausendjährige Reihe von fortwährenden Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosigkeit.

Andere negentiende- en twintigste-eeuwse auteurs hebben soortgelijke uitspraken gedaan. Moderne auteurs over het onderwerp nemen deze opmerkingen vaak als uitgangspunt om aan te geven hoe sterk onze opvattingen sindsdien zijn veranderd.

Zo ook Hein van Dolen in zijn sympathieke Een kleine geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Hij begint met de constatering dat het onderwerp “verwaarloosd en ondergewaardeerd” is geweest, wijst erop dat dit beeld de afgelopen halve eeuw radicaal is gekanteld en neemt de lezer vervolgens mee door een geschiedenis van ruim elf eeuwen.

Lees verder “De keizers van het Byzantijnse Rijk”