Spijkers op laag water

spijkers.jpg

Ik beheer een vrij grote oudheidkundige website (Livius.org) en dat levert me honderden mailtjes met vragen op. Inmiddels zijn het er meer dan 4000. Ze komen bijna zonder uitzondering voort uit misverstanden, en sinds 2009 ben ik aan het inventariseren welke er nu werkelijk bestaan. Conclusie één: pseudowetenschap vormt geen enkel probleem, het echte probleem is dat academische oudheidkundigen verouderde informatie rondpompen.

De antwoorden op mijn mailtjes heb ik bewaard, zodat het schrijven van Spijkers op laag water in feite bestond uit het aan elkaar schrijven van de leukste antwoorden. Een groot deel is in het Engels vertaald en kan hier worden gevonden; één Nederlands voorbeeld is hier. Het echte werk zat in het nawoord, waarin ik uitlegde dat oudheidkundigen zoveel verouderde informatie rondpompen doordat het vakterrein te versplinterd is geraakt, doordat er te snel te veel informatie bij komt en doordat de studieduur is bekort.

Het idee om een lichtvoetig boek af te ronden met een zakelijk nawoord, dat de lezer meer treft doordat het zo onverwacht is, heb ik overigens ontleend aan een roman van F. Springer (deze natuurlijk).

Ten geleide

De vroegste geschiedenis

De archaïsche tijd (ca. 800 – ca. 480 v.Chr.)

Het klassieke Griekenland (480- 323 v.Chr.)

De opkomst van Rome (275 – 30 v.Chr.)

De verovering van de Lage Landen (19 v.Chr. – 41 n.Chr.)

Joden en christenen (63 v.Chr. – 70 n.Chr.)

Het Romeinse Keizerrijk (70 n.Chr. – ca. 300 n.Chr.)

De Late Oudheid (ca. 300 – 600 n.Chr.)

Nawoord