Aristofanes

Aristofanes (Kunsthistorisch Museum, Boedapest)

Een tijdje geleden blogde ik over Menandros, de Griekse blijspeldichter. Hij beïnvloedde de Romeinse komedie en daardoor, indirect, ook het toneel van de Renaissance. Iets preciezer gezegd: het Renaissancetoneel zette een middeleeuwse traditie voort maar daarbinnen volgden de auteurs klassieke voorbeelden. Zo ontstond toneel dat voor ons herkenbaar is. Als een hedendaags toneelgezelschap Menandros zou spelen, zouden wij het kunnen begrijpen.

Dat valt niet te zeggen van de andere komedieschrijver waarover we zijn geïnformeerd: de Athener Aristofanes (c.425-c.380 v.Chr.). Je kunt de vraag stellen of zijn toneelstukken wel komedies zijn, want een goed uitgewerkte plot is maar zelden aanwezig. Het begint altijd met een briljant plan (“laten we de god van de rijkdom genezen van zijn blindheid”, “ik ben de oorlog zat en sluit een privévrede”…), en dat plan leidt vervolgens tot een aantal tamelijk absurde scènes. Eind goed al goed, daarna; vaak is er een feestmaal. Muziek speelde een belangrijke rol in deze komedies, en bood misschien wat consistentie aan de opvoering. Maar we weten daar weinig van.

Lees verder “Aristofanes”

Herodas’ Bordeelbaas

Battaros
Battaros aan het woord (illustratie Harrie Geelen)

In het vorige blogje vertelde ik u over Herodas, de hellenistische dichter. Van hem zijn acht in iambische verzen geschreven kluchten over. Hieronder is Hein van Dolens vertaling van de tweede: een redevoering van de bordeelbaas Battaros, die de rijke Thales aanklaagt omdat hij een prostituee uit zijn bordeel heeft meegenomen.

De tekst is een parodie op een Atheense rechtszaak en de genoemde Chairoondas heeft in de zesde eeuw wetten opgesteld voor verschillende Griekse steden rond de Ionische Zee.

Lees verder “Herodas’ Bordeelbaas”

Herodas

Er gaan dagen, soms zelfs weken, voorbij zonder dat ik denk aan hellenistische poëzie. Terwijl de dichters uit Alexandrië best de moeite waard zijn. Zo was daar Kallimachos, die korte, complexe en – om eerlijk te zijn – elitaire gedichten schreef vol intertextuele verwijzingen. Het beroemde verhaal over de aan de hemel geplaatste haarlok van koningin Berenike, vormt het slot van het gedicht Oorzaken van Kallimachos. Tegenover deze poëzieopvatting stond die Apollonios, die met zijn Argonautika het aloude heldendicht nieuw leven inblies. We weten iets over de poëtische ruzies: Kallimachos vergeleek zijn eigen gedichten met helder water en de epen van Apollonios met een rivier (dus vol modder en kiezels).

Belangrijkste overeenkomst tussen de twee concurrerende visies op de dichtkunst: de torenhoge didactische ambities die de poëzie ooit had gehad, is opgegeven. Berenikes haarlok is een mooi stuk gelegenheidspoëzie, de Argonauten varen door een topografie waarvan de dichter weet dat die niet klopt. “In Alexandrië,” schrijft classicus Ilja Pfeijffer ergens, “ontstond de poëzie zoals ze is op haar best: nutteloos.”

Lees verder “Herodas”

De bronnen van Herodotos

De stadsmuur van Babylon, die Herodotos nooit heeft gezien.

[Vijfde van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Herodotos beweert dat hij de hele bekende wereld heeft bezocht. Onder zijn informanten heeft hij priesters uit Griekenland, Egypte en Babylon; Libiërs, Karthagers, Cyprioten, Egyptenaren, Grieken, Italianen, Perzen, Feniciërs en Skythen. Iedereen lijkt te hebben willen meewerken.

Fake nieuws?

Interviews lijken Herodotos’ belangrijkste bron te zijn geweest. Als een goed journalist presenteert hij zijn publiek verschillende versies van dezelfde gebeurtenis. Zo biedt hij in 8.37 niet alleen een Grieks verslag van de Perzische aanval op de Griekse tempel in Delfi, met daarin opgenomen de opportune verschijning van twee bovennatuurlijke helpers die de Perzische aanval pareerden, maar hij is er zelfs in geslaagd een Perzische informant van deze goddelijke interventie te vinden.

Lees verder “De bronnen van Herodotos”

Herodotos van Halikarnassos

Herodotos (Agora Museum, Athene)

Herodotos is mijn naam, ik kom uit Halikarnassos en maak hierbij het verslag wereldkundig van het onderzoek dat ik heb verricht om de herinnering aan het verleden levend te houden en de grootse, indrukwekkende prestaties van de Grieken en andere volkeren te vereeuwigen. Ik stel bij dit alles voornamelijk aan de orde door welke oorzaak zij met elkaar in conflict zijn gekomen.

Dit zijn de zelfverzekerde openingszinnen van Herodotos’ Historiën. De Grieken die ze hoorden, moeten verbaasd zijn geweest. Het was niet ongebruikelijk om de herinnering aan het verleden levend te houden door grootse en indrukwekkende prestaties op te tekenen, maar de barden van weleer, waren minder pretentieus geweest. Zelfs de grote dichter Homeros was zijn Ilias bescheidener begonnen:

Lees verder “Herodotos van Halikarnassos”

6. Uit de fuik?

Herodotos veranderde mijn leven (Agora Museum, Athene)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het zesde van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

In 1993 solliciteerde ik naar een OiO-positie. Hoewel mijn Leidse leermeester H.W. Pleket tegelijkertijd ontslag nam uit protest tegen de oprichting van de onderzoeksscholen, stond hij achter mijn plan. De beoordeling daarvan gebeurde door één hoogleraar, die het voorstel afwees. Als doctorandus 1 had ik daarvoor begrip.

Die berusting verdween toen ik leerde dat de succesvolle sollicitant eveneens doctorandus 1 was én de kandidaat van de hoogleraar die de aanvragen had beoordeeld. Het was beter geweest te zijn afgewezen na een integere beoordeling, want dan had ik geweten wat ik intellectueel waard was. Ik ben van nature onzeker en die onzekerheid is hierdoor verergerd.

Lees verder “6. Uit de fuik?”

Tip voor Valentijnsdag!

Ik maak even gebruik van mijn blog om reclame te maken. Als u geen zin hebt in reclame, zapt u gewoon weg en leest u bijvoorbeeld daar verder, even goede vrienden.

Ter zake. Als er iemand is voor wie ik graag reclame maak, is het de classicus Hein van Dolen, van wie ik buitengewoon veel heb geleerd. De reguliere lezers van deze blog zullen hem al wel kennen; in dit filmpje legt hij de Lachmannmethode uit. Hij is ook de auteur van dit leuke kinderboek en van een boek met Byzantijnse keizerinnenbiografieën. Maar bovenal is Van Dolen vertaler en hij hoopt vooral dat de in Nederland en Vlaanderen volstrekt vergeten Byzantijnse literatuur wat bekender wordt.

Lees verder “Tip voor Valentijnsdag!”

Mozes van Kreta

Een rots op Kreta, niet per se die van Mozes van Kreta

Als je een religie hebt die veronderstelt dat er een eindtijd zal zijn, of als je een godsdienst hebt die aanneemt dat een bovennatuurlijke macht ooit een lang-verloren koninkrijk zal herstellen, zullen er altijd mensen zijn die denken te kunnen uitknobbelen wanneer een en ander zal plaatsvinden. Ik heb weleens gewezen op de aanwezigheid van een henochitische berekening in het Lukasevangelie. De Babylonische Talmoed documenteert dat ook het jodendom zulke speculaties kende (Sanhedrin 97b).

Rabbi Hanan ben Tahlifa vertelde aan rabbi Jozef: Ik ontmoette eens een man die een in Assyrische tekens geschreven Hebreeuwse boekrol bezat. Ik vroeg: “Hoe kom je daaraan?” Hij vertelde: “Ik diende als huurling in het Romeinse leger en vond het in de Romeinse archieven. Er staat in dat 4231 jaar na de Schepping de wereld wees zal worden. Van de daarop volgende jaren zullen er sommige worden besteed aan een oorlog tegen de grote zeemonsters en sommige aan de oorlog van Gog en Magog, maar de resterende jaren zullen de messiaanse tijd vormen.”

Lees verder “Mozes van Kreta”

Hoe kennen we Herodotos?

Modern beeld van Herodotos (Bodrum)

Een kleine twee jaar geleden publiceerde ik een stukje, eigenlijk meer een bedelbrief, waarin ik u vertelde dat we filmpjes waren begonnen te maken om u uit te leggen hoe oudheidkundigen komen tot hun conclusies. Hoe weten wetenschappers nou wat ze weten? Wat maakt oudheidkunde tot een wetenschap?

Ik denk (en niet als enige) dat het belangrijk is dat we dit soort dingen uitleggen. Niemand schiet er immers iets mee op als deze of gene u vertelt wat er in de Oudheid is gebeurd of hoe men dacht of handelde. Dat zoekt u immers wel op het internet op. Een wetenschap die haar naam waard is, legt zich professioneel uit en toont het wetenschappelijk proces.

Sindsdien hebben we – mede dankzij uw bijdragen – kunnen filmen in Amsterdam, in Museumpark Oriëntalis en het Valkhofmuseum in Nijmegen, in het Huis van Hilde in Castricum, nog een keer in Museumpark Oriëntalis bij Nijmegen, in het Thermenmuseum in Heerlen, in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en bij Second Sun in Eindhoven. Daarna begon de montage en nu, na bijna twee jaar na het begin, is het eerste filmpje daar: classicus Hein van Dolen legt uit hoe het mogelijk is dat we na vijfentwintig eeuwen nog altijd de Historiën van Herodotos kunnen lezen. Antieke literaire teksten zijn immers overgeleverd in middeleeuwse handschriften vol kopiistenfouten, maar toch kunnen classici de oudere voorbeelden reconstrueren. Van Dolens uitleg van de Lachmannmethode ziet u hieronder.

Lees verder “Hoe kennen we Herodotos?”

Romeins kannibalisme

Het slachten van varkens in de winter was in elke voorindustriële samenleving belangrijk: dit detail van Breughels “Volkstelling in Betlehem” kan zó worden toegepast op de situatie in het antieke Rome.

Het is al heel lang bekend: als de mensheid nog toekomst wil hebben, zullen we in het rijke noorden een stap terug moeten doen. Vleesconsumptie zal zeldzaam worden. (Ironie: ik schrijf deze woorden net nadat ik een stuk kip in de oven heb gezet.) Minder vlees is ook niet zó heel erg, want het is eigenlijk een nogal inefficiënt voedingsmiddel. Als iemand van alleen vlees en zuivel zou moeten leven, is twee-en-een-half voetbalveld nodig om hem te voeden, terwijl een even grote akker met graan twaalf mensen kan voeden.

In het Romeinse Rijk, met zijn onderontwikkelde economie, was vlees dus zeldzaam. Mensen aten vooral graanproducten, met als gezonde aanvullingen de vruchten van de wijnrank en de olijfboom. Plus natuurlijk nog wat fruit. Als een gewone Romein al vlees at, zal het zijn gegaan om spek, lever, haas, ham en andere delen van de varkens die in de wintermaanden werden geslacht. Als je bedenkt dat deze dieren afval eten, is het niet zo vreemd dat bijna de helft van alle bekende amuletten betrekking heeft op maagkramp. De Romeinen legden dit verband overigens niet.

Lees verder “Romeins kannibalisme”