Het antieke Jemen

Een dromedaris uit Jemen (Institut du monde arabe, Parijs)

Ik ben nog nooit in Jemen geweest. En ik denk dat het ook niet meer zal gebeuren. Dus dit blogje gaat over een gebied dat ik niet ken uit eigen waarneming. Het is echter ook een gebied dat hoort bij de oude wereld, zelfs al lag het aan de uiterste grens, waar het Mediterrane handelsnetwerk aanknoopte bij het netwerk rond de Indische Oceaan. Dat maakte het antieke Jemen belangrijk.

Het was een vanouds welvarend gebied. Zó welvarend dat de Grieken en Romeinen het aanduidden als het Gelukkige Arabië. Het is te hopen dat de bewoners dat nooit hebben gehoord, want het is bekend dat zij zich niet beschouwden als Arabieren. Om te beginnen woonden de Jemenieten in steden en waren ze landbouwers; ze waren, anders dan althans een deel van de Arabieren, geen nomaden. En ze spraken geen Arabisch. Die taal, die rond 1000 v.Chr. werd gesproken in zuidelijk Syrië en Jordanië, verspreidde zich in de IJzertijd naar het zuiden, maar vooralsnog niet naar Jemen.

Lees verder “Het antieke Jemen”

De hop

Hop (Zoo, Antwerpen)

Vroeger heette het milieu en tegenwoordig leefomgeving, maar evengoed verandert Nederland in een dystopie. Een doodenkele keer is er echter goed nieuws en keert zomaar een verdwenen diersoort terug. De otter, de zeearend, de bever, de wolf, de hop.

Het enige exemplaar van die wonderlijk gekuifde vogel dat ik in onze contreien ooit zag was in de Antwerpse dierentuin – zie boven. In het Midden-Oosten heb je meer kans het grappige beestje te zien en we kennen het dan ook uit allerlei antieke teksten. De Egyptenaren vereerden het dier omdat het voor zijn ouders zorgdenoot Horapollon, Hiërogliefen 1.55., terwijl de Joden deze vogel nou juist beschouwden als weerzinwekkend. noot Leviticus 11.19. Dat wil zeggen dat het noch rein, noch onrein was, maar niet paste in de categorieën en dus helemaal verontrustend was.

Lees verder “De hop”

Genetica en fondsenwerving

Naqada-aardewerk (Neues Museum in Berlijn)

Dat was toch aardig. Genetici hebben bevestigd wat ze al een tijdje wisten, dat er uitwisseling is van genetisch materiaal tussen Syrië en Ethiopië. Dat is ook helemaal niet zo vreemd. Al in de Naqada-tijd (zeg maar het vierde millennium voor Christus) voeren kooplieden uit Egypte naar zowel Syrië als Nubië. Daarmee zijn ze vrolijk doorgegaan tijdens het Oude Rijk, de Eerste Tussenperiode, het Middenrijk, de Tweede Tussenperiode, het Nieuwe Rijk en de Late Tijd. In die laatste periode was de culturele kruisbestuiving zelfs buitengewoon intensief. Het zou nieuws zijn als er géén uitwisseling van genetisch materiaal was tussen de twee culturen.

Dat je bevestigt wat we al wisten, is voor een wetenschapper ondertussen wat vervelend. Daarmee overtuig je je financiers namelijk niet. Onze genetici wisten raad: je zegt gewoon dat dit past bij het verhaal van het bezoek van de koningin van Seba aan koning Salomo (1 Kon. 10.1-13). En verdraaid, iedereen schrijft het over, hoewel Seba niet ligt in Ethiopië maar in Jemen. De claim is ongeveer even onzinnig als wanneer je, nadat je hebt vastgesteld dat er genetische overeenkomsten zijn tussen mensen uit Syrië en België, het middeleeuwse sprookje erbij haalt dat Jozef van Arimatea is afgereisd naar Engeland.

Lees verder “Genetica en fondsenwerving”