Het pro-actieve Paasstukje

Middeleeuwse afbeelding van een kruisiging (Keulen, St. Maria im Kapitol).

Over anderhalve week is het Pasen en aangezien journalisten momenteel druk bezig zijn met corona zullen ze voor het jaarlijkse paasstukje wel terugvallen op ongecontroleerde kopij. Als u oudheidkundige kul wil verspreiden, is dit het moment om een persbericht de deur uit te doen. De paashoax van dit jaar is er al en behandel ik hieronder. Voor wie daarentegen juist géén oudheidkundige kul in de media wil hebben, is dit het moment voor prebunking. Daarom heb ik wat naderende misverstanden op een rijtje gezet.

Judea was politiek onrustig

Populair gemaakt door Fik Meijer en Jesus Christ Superstar. Gebaseerd op kritiekloos gebruik van Flavius Josephus, die echter een heel eigen visie heeft op de aanloop naar de grote oorlog tussen Joden en Romeinen van 66-70. Volgens hem was de oorzaak gelegen in een “vierde filosofie” die “aan het Jodendom vreemd” was, waarmee Josephus de groep bedoelt die we kennen als de Sicariërs. Deze streed aan het begin van de jaartelling tegen de Romeinen en speelde zestig jaar later een kleine rol bij het uitbreken van de Joodse Oorlog. Josephus claimt continuïteit en om die te bewijzen noemt hij allerlei opstandelingen, maar die zitten stuk voor stuk in de periode tussen 36 en 66. Over de daaraan voorafgaande periode, waarin Jezus dus leefde, weet hij domweg geen rebellen te noemen. Die continue onrust in Judea bewijst hij dus niet en de hedendaagse conclusie dat het wel meeviel past bij de inschatting van Tacitus, die de situatie ten tijde van keizer Tiberius (r.14-37) samenvat met één woord: quies.

Jezus was een zeloot

In Nederland verdedigd door Charles Vergeer en internationaal door Reza Aslan, over wie ik meer dan eens heb geblogd. Met “zeloot” bedoelen ze dan: iemand die met georganiseerd geweld tegen de Romeinen streed. Probleem is dat het woord gewoon “fanatiekeling” betekent en niet per se duidt op geweld. Er zijn wel gewelddadige fanatieke eenlingen bekend – er was er een tijdens de Makkabeeënopstand bijvoorbeeld – maar als georganiseerde beweging zijn de zeloten niet bekend vóór de oorlog tegen de Romeinen, die uitbrak in 66 n.Chr. Dat Jezus een Simon de Zeloot als leerling had, wil alleen zeggen dat de man fanatiek was.

Jezus was als een lammetje zo vredelievend

Kleinchristelijke kitsch. Iemand die zijn tegenstanders toevoegt dat hun moeders seks hadden met een slang is geen onschuldig christelijk koorknaapje. Jezus’ boodschap was dan ook niet vredelievend: het naderende oordeel zou niet het begin zijn van een Utopia waarin “alle Menschen werden Brüder” maar het begin van een door God zelf geregeerde wereld waarin de rijken zouden worden bestraft. De laatsten zouden de eersten zijn en de eersten de laatsten. De toenmalige autoriteiten apprecieerden dat niet en dat kostte Jezus, nadat hij op het tempelplein een rel had veroorzaakt, uiteindelijk het leven.

Judas heeft Jezus niet verraden

Ooit naar voren gebracht door een groep onderzoekers die bekendstaat als het Jesus Seminar. De simpele waarheid is dat de evangeliën en de Handelingen zeggen van wel en dat we niet méér weten. Als het niet waar is, gaat het terug op een gerucht dat al snel na Jezus’ dood de ronde deed, want niet alleen is het in diverse onderling onafhankelijke bronnen te vinden, ook het criterium van de gêne is van toepassing: dat Jezus is verraden door iemand uit eigen kring, was iets dat niet viel weg te moffelen.

De Joden hebben Christus gedood

Antisemitische gouwe ouwe. Kruisiging was geen Joodse straf. Als Jezus een Joodse wet had overtreden, zou hij zijn gegeseld of misschien gestenigd. (Het “misschien” is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de Tempelautoriteiten de doodstraf mochten opleggen, wat weer afhankelijk is van de vraag of Judaea een provincie was, wat weer een antwoord veronderstelt op de vraag wat het Latijnse provincia in de vroege eerste eeuw betekende.) Jezus is veroordeeld door de Romeinse prefect Pontius Pilatus op grond van een Romeins vergrijp: Jezus zou hebben geclaimd koning van de Joden te zijn – het opschrift op het kruis.

Pontius Pilatus was procurator

Broodje aap van Karel Deurloo en Nico ter Linden, die dachten dat Tacitus het beter wist dan Pilatus zelf. Tja.

Jezus stierf niet aan het kruis

Gaat terug op de gnosis, is overgenomen in de Koran en wordt nu nog verdedigd door mensen die aannemen dat een kruisiging in z’n werk ging zoals op moderne afbeeldingen. Misschien houd je dat inderdaad een paar uur vol, zoals de mensen die zich op de Filippijnen aan het kruis laten slaan. De in onze tijd gangbare afbeeldingen van een kruisiging gaan echter terug op een middeleeuwse traditie – zie de Lijkwade van Turijn of het plaatje hierboven – en hebben weinig van doen met wat de Romeinen deden.

Ik ga u de details niet uitleggen om redenen die ik al eens heb toegelicht. Voor geweldsporno kunt u terecht bij Tom Holland. Neem van mij aan: een executie door middel van kruisiging was smeriger, gemener, pijnlijker en ook effectiever dan de middeleeuwers zich konden voorstellen.

De “leerling die Jezus liefhad” was wel/niet Johannes

Zie Dan Brown c.s. De genoemde leerling, een ooggetuige bij de kruisiging en de auteur van het vierde evangelie, lijkt bekend te zijn geweest aan de lezers van dat evangelie. Dat is alles wat we weten. De identificatie van die leerling met Johannes genoemd is niet meer dan een traditie. Dat de leerling Maria Magdalena is, is te vinden bij Dan Brown en niet zwakker of sterker dan de identificatie met Johannes.

Ik schreef in de vorige alinea dat de leerling in kwestie aan de lezers van het vierde evangelie bekend lijkt te zijn geweest. Die nuance hangt samen met de hype van twee weken geleden: het Johannes-evangelie zou “a forgery” zijn. Dat is het gehijg waarmee iemand eigenlijk alleen wil zeggen dat de auteur ten onrechte beweert een ooggetuigenverslag te leveren. Misschien zie ik iets over het hoofd, maar ik herken het probleem niet. De auteurs van antieke bronnen deden wel vaker alsof ze dingen hadden gezien die ze alleen van horen zeggen hadden; Herodotosverzinsels over Babylon en de eenhoorns van Julius Caesar zijn voorbeelden. De grens tussen feit en fictie lag destijds ergens anders en het wezen van de wetenschappelijke tekstuitleg is al een eeuw of twee dat we een route zoeken tussen de Skylla der goedgelovigheid en de Charybdis der hyperscepsis.

Oudheidkundigen nemen ooggetuigenclaims dus met een korreltje zout en proberen vooral de eigenlijke informatie te toetsen. Een kort voor Pasen naar buiten gebrachte hype verandert de interpretatie van het Johannesevangelie niet. Kortom: het is weer academische bellenblazerij, business as usual.

Jezus stond wel/niet op uit de dood

Het punt waar de wetenschappelijke criteria dienen te worden verbeterd. Ik behandelde de materie hier.

De christenen namen het kruismotief over van anderen

En wel de Egyptische anch, maar on n’a pas besoin de cette hypothèse. Zeker sinds de Dode Zee-rollen bekend zijn, is duidelijk dat elk aspect van het vroege christendom perfect past in het voorrabbijnse jodendom. Er is dus, om de totstandkoming van een nieuwe halachische stroming te beschrijven, geen reden om ver weg in Egypte parallellen te zoeken terwijl in Judea, dichtbij huis, parallellen zijn die meer verklaren. Dit geldt ook voor de paashoax van 2014 dat het lijdensverhaal op de Sumerische Dumuzi-mythe zou zijn geënt.

 

44 gedachtes over “Het pro-actieve Paasstukje

  1. Rudmer Koopal

    Misschien kun je een overzicht na Pasen maken welke hoaxen er waren. Levert vast leuke blogs op.

  2. Martin

    Maar aan welke hypothesen hebben we dan wel besoin? Dat is het hele punt. Je kunt wel van alles uit je duim zuigen, maar waarom zouden we dat serieus moeten nemen? Wat Lavoisier tegen Napoleon zei was niet dat God niet bestaat, maar dat “God” een overbodige hypothese is omdat “God” niet in de vergelijkingen voor de hemelse mechanica voorkomt. Overbodig, dus. Dat is alweer Bayes: als je geen data hebt die je hypothese waarschijnlijk maken, dan is die hypothese gewoon irrelevant. Als je ziet wat mensen in het verleden en ook nu nog allemaal geloven, dan is het duidelijk wat de impact is van het natuurwetenschappelijk denken op de Weltanschauung. Een atheïst neemt religie tenminste nog serieus, maar als je religie gewoon als irrelevant negeert, dan is er gewoon geen contact meer. Bij de VU zitten wat lui die dat dan “sciëntisme” noemen, wat blijkbaar een lelijk woord is. Dat geeft wel aan hoe de vlag erbij hangt; als discussie niet meer mogelijk is dan ga je schelden. Genegeerd geworden is niet leuk.

    1. Goede vraag. De hypothesen waaraan we besoin hebben, zijn volgens mij (a) toetsbaar aan de hand van de data waarover we beschikken; (b) gebaseerd op een zo breed mogelijke basis aan data; (c) en omdat ook die data tekortschieten, is er een bediscussieerde methode.

      Als een wetenschapper het ontstaan van het christendom vanuit het jodendom verklaart, voldoet hij aan die voorwaarden. Cruciaal is mijns inziens dat Jezus’ halachische opvattingen perfect passen in het voorrabbijnse jodendom. De ontdekking van de Dode Zee-rollen is echt heel belangrijk geweest.

      Als een onderzoeker Dumuzi erbij haalt zonder daarbij aan te geven hoe die hypothese méér verband legt tussen méér gegevens van uiteenlopender aard, zonder aan te geven hoe een idee van twee millennia eerder en duizend kilometer verderop in het jodendom kan zijn genesteld, is het mijns inziens slechte wetenschap.

      Ik hoop dat dit voldoende antwoord is. Ik voeg toe dat de DNA-revolutie het argument “duizend kilometer verderop” nuanceert.

    2. FrankB

      “Maar aan welke hypothesen hebben we dan wel besoin?”
      De eenvoudigste, dwz. degenen met de minste aannames. Ik mag toch veronderstellen dat u bekend met het Scheermes van Ockham? Dit is een belangrijke reden waarom natuurkundigen niet dol zijn op interpretaties van de quantummechanica die zogenoemde verborgen variabelen veronderstellen.
      Geldt in dit geval ook. “De christenen haalden het kruismotief uit Egypte en niet uit hun directe omgeving” roept onmiddellijk de vraag op: waarom van zo ver weg? Daar zijn vast wel antwoorden op te bedenken. Alweer doe ik een beroep op uw liefde voor de Stelling van Bayes. Die maakt, als mijn gevoel voor wiskunde me niet in de steek laat, vast wel inzichtelijk dat inspiratie/beïnvloeding van dichtbij huis een hogere waarschijnlijkheid heeft.

      “als je geen data hebt die je hypothese waarschijnlijk maken”
      Kleine correctie: die de extra aannames van je hypothese waarschijnlijk maken. Zelfs als wiskundigen (mijn zoon is er één en we zijn het eens dat die dol zijn op dit soort gekke dingen) er in slagen een volledig werkend model van de Platte Aarde Theorie in elkaar te knutselen dan verwerpen we het nog wegens de vele extra aannames die zo’n model nodig heeft.

      “Bij de VU zitten wat lui die dat dan “sciëntisme” noemen, wat blijkbaar een lelijk woord is.”
      Mijn wedervraag is altijd wat ze dan precies bedoelen met sciëntisme bedoelen. De antwoorden die ikzelf tot nu (op internet, dus niet representatief) ben tegengekomen vallen in twee categorieën uiteen:

      1. de definitie wordt zo extreem dat niemand, zelfs een Nieuwe Atheïst als Richard Dawkins, zich er ooit schuldig aan heeft gemaakt – de beschuldiging wordt een stropop;
      2. de definitie wordt breed en vaag, dus de beschuldiging wordt betekenisloos.

    3. Ben Spaans

      Het was de geleerde Pierre Simon de la Place die de opmerking over ‘de niet nodige hypothese’ tegen Napoleon maakte. Antoine de Lavoisier was al in 1794 onder de guillotine gekomen.

    4. Rob Duijf

      ‘(…) maar als je religie gewoon als irrelevant negeert, dan is er gewoon geen contact meer.’

      Kennis is begrensd, zonder kennis is er geen denken, dus ook (natuur)wetenschappelijk denken is beperkt. Nu kunnen we die grenzen wel verleggen en onze kennis uitbreiden, maar wat er voorbij die grens is, weten we niet; we kunnen niet over onze begrenzing heenkijken. Alles wat we daarover beweren, is onwaar en gebaseerd op aannames. We zien niet meer dan de projecties in onze eigen geest.

      Godsdiensten claimen van oudsher kennis te hebben van het onkenbare, dat met vele namen wordt genoemd. Er zijn mensen die daarin geloven en andere mensen bekleden met de autoriteit om te bemiddelen en uit te leggen aan andere gelovigen en niemand van hen ziet dat de keizer geen kleren aan heeft…

      De betekenis van religie komt van het Latijn ‘re ligare’: (her)verbinden. Godsdienst is daarin even irrelevant als welke stroming dan ook die beweert de waarheid in pacht te hebben en het vermeende gelijk van andersdenkenden meent te moeten ontkennen of te bestrijden. Contact betekent verbinden en dat zal pas mogelijk zijn als we het eigen gelijk loslaten, elkaar de hand reiken en samen op onderzoek gaan.

  3. Robert

    “(Het “misschien” is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de Tempelautoriteiten de doodstraf mochten opleggen, wat weer afhankelijk is van de vraag of Judaea een provincie was, wat weer een antwoord veronderstelt op de vraag wat het Latijnse provincia in de vroege eerste eeuw betekende.) ”
    Stephanos werd voor de Raad gebracht (ik dacht in en zelfde procedure als Jezus) en na een verdediging veroordeeld, buiten de stad gebracht en gedood door steniging (Hand 12-60). Dat klinkt mij toch in de oren als een terechtstelling volgens het boekje, en geen Romein die eraan te pas kwam.

    NB
    De naam Stepahanos zou trouwens ‘krans’ of ‘kroon’ betekenen. 🙂

    1. Ja, maar is dat verhaal wel waar? Bedenk dat de Paulus van de Handelingen op veel punten de exacte tegenpool is van de Paulus van de brieven en dat de Handelingen sterk lijken op een antieke roman.

      Ik weet gewoon niet wat hier aannemelijk is en wat niet. Het gaat me erom te tonen dat het allemaal onduidelijk is en dat er discussies bestaan. In elk geval: het was Pilatus en het waren Romeinse soldaten die zorgden voor de terechtstelling.

      1. Robert

        Ik durf ook niet te zeggen wat er van Handelingen klopt en wat niet, maar die discussie geldt ook voor de rest van de informatie – we denken bij het ene vers sterker te staan dan het andere.
        Maar de rol van Pilatus en de soldaten is niet doorslaggevend – de Raad durfde het blijkbaar zelf niet aan en poogde Jezus als rebel tegen het Romeins gezag veroordeeld te krijgen. Pilatus durfde het daarna – ondanks dat duidelijk was dat hij het vuile werk mocht opknappen – niet aan om Jezus vrij te spreken en vond het blijkbaar gemakkelijker om er eentje extra aan het kruis te nagelen. Ik zie daar geen tegenspraak met het idee dat de Joden hun eigen geloofszaken mochten regelen, inclusief de bijbehorende straffen.

        1. FrankB

          “de Raad durfde het blijkbaar zelf niet aan”
          en

          “inclusief de bijbehorende straffen”
          lijken mij behoorlijk met elkaar in strijd.

          1. Robert

            Ik zie niet waarom dat zo zou zijn. De Raad had (als de beschrijving van de terechtstelling van Stephanos klopt) het recht om te veroordelen en te straffen.
            Dat de Raad toch Jezus doorschoof naar Pilatus met een heel andere en valse beschuldiging van rebellie (godslastering was natuurlijk geen punt bij de Romeinen) geeft aan dat ze zelf niet wilden. De reden daarvoor is niet duidelijk; ofwel voelde men zich niet sterk genoeg om Jezus voor godslastering ter dood te brengen, misschien vanwege zijn populariteit. Dat is natuurlijk speculatie, ik heb ook wel eens gehoord dat het een poging was om de Romeinen in diskrediet te brengen door hen een populaire Jood te laten doden.
            De tegenstrijdigheden die u ziet zie ik in elk geval niet.

            1. De beschrijving van de bevoegdheden van de Raad is afkomstig uit een tekst die is geschreven na 70. Op dat moment bestond het Sanhedrin niet langer en we hebben geen idee welke bevoegdheden het ooit heeft gehad, áls het nachtelijk verhoor van Jezus al een raadsaangelegenheid was.

              Godslastering zou voor de Romeinen vrijwel zeker wél een punt zijn geweest. Geen volk was zo bijgelovig, constateerde Polybios al, en Pilatus had al enkele jaren ervaring met de gevoeligheden van het gebied waar hij gezag uitoefende. hij wist hoe makkelijk een kleine vergissing kon leiden tot geweld. Althans, als we de nogal negatieve typeringen van Pilatus in onze bronnen mogen geloven.

              1. Robert

                “Godslastering zou voor de Romeinen vrijwel zeker wél een punt zijn geweest.”
                Ook als het om een lokale godheid ging?

  4. FrankB

    “het Johannes-evangelie zou “a forgery” zijn.”
    Dat bekt natuurlijk lekker. Alleen vergeet men er altijd bij te vertellen wat men precies met “forgery” bedoelt. Heeft de onbekende auteur net als zijn moderne collega’s zijn document ouder doen lijken dan het is? Zo ja, welke empirische data ondersteunen die bewering? Of zou het heel misschien kunnen dat schrijvers nog niet aan die moderne obsessie leden om fictie en feit strikt uit elkaar te houden?

  5. Martin

    Het gaat tegenwoordig, behalve dan in de formele logica, niet om het onderscheid tussen fictie en feit, het gaat om de empirische onderbouwing van een hypothese. Er zijn veel conclusies die niet 100% zeker maar toch wel heel credible zijn.

    1. FrankB

      U bent de laatste tijd tamelijk dol op schijntegenstellingen.
      Ondersteunende empirische data zijn de belangrijkste manier om onderscheid tussen feit en fictie te maken als het om geschiedkunde gaat.

      1. Martin

        En als je een hypothese hebt met 90% waarschijnlijkheid? Dat is normale statistiek, of ik daar dol op ben of niet is niet relevant.

        1. FrankB

          Dan is er 90% kans dat de hypothese juist is, of de hypothese nou “X is fictie” of “X is feit” betreft. “Dol op” verwees niet naar “normale statistiek”, maar naar de drie schijntegenstellingen die u in korte tijd hebt geponeerd. Dat is weer een suggestie van u.
          JonaL heeft hierboven een grens getrokken, dus ik merk alleen nog op dat ik er behoorlijk moe van word als mensen mij dingen in de mond proberen te leggen die ik niet beweerd, noch bedoeld heb, maar uit hun eigen dikke duim komen. Een belangrijke taak van de oudheidkunde blijft onderscheid te maken tussen feit en fictie. Als Bayes en andere statistiek daarbij kan helpen, hoera plus applaus. Dat er geen volledige zekerheid over te verkrijgen valt is hoe dan ook een deur die al tientallen jaren wijd open staat. Iets anders heb ik nooit beweerd.
          En nu laat ik het laatste woord weer aan u; ik ben mijn belangstelling weer kwijt en zal deze pagina niet meer bekijken.

  6. Peter De Rijcker

    Een wel zeer ongelukkige (?) dag om net nu, op deze 1e april, mede te delen: ‘vis of geen vis’, that is the question 🙂

  7. Wat betreft “De “leerling die Jezus liefhad” was wel/niet Johannes”:

    Het evangelie claimt zelf geschreven te zijn door de geliefde leerling, dus die identificatie is meer dan een traditie.

    Vervolgens wordt dit verschillend geïnterpreteerd. Er zijn nog maar weinigen die denken dat het hier om de leerling Johannes gaat. Een fors deel van de deskundigen denkt dat het om de zogeheten ‘oudste’ (presbyter Johannes gaat. Anderen denken weer dat het niet uit te maken is wie het was, en er is ook een belangrijk deel van de onderzoekers die denken dat de geliefde leerling een literair construct is.

    Ik zelf denk dat er geen eenvoudige verklaring is. De geliefde leerling is mijns inziens in de eerste plaats een literair construct, een mythisch personage. Maar net zoals het evangelie van Petrus niets met Petrus te maken heeft en het auteurschap van Petrus mythisch is (idem voor bijvoorbeeld het protevangelie van Jacobus) maar dat niet betekent dat Petrus of Jakobus nooit bestaan hebben, zou het construct van de geliefde leerling niet helemaal zonder historisch substraat hoeven zijn. De kennis over de geografie van Palestina en Jeruzalem zou erop kunnen wijzen dat elementen in het evangelie teruggaan op iemand die afkomstig was uit de regio, die hoorde bij de (latere) navolgers van Jezus, en bijvoorbeeld rond 70 naar elders (Efeze?) is gevlucht. Dat is natuurlijk weinig meer dan speculatie, maar zou bepaalde kenmerken van het evangelie kunnen verklaren. En het betekent zeker niet dat het ooggetuigenschap – sowieso overgewaardeerd – is gerehabiliteerd.

    Het nieuws waar je naar verwijst is nogal rommelig gepresenteerd in dat artikel. Dat het evangelie niet van een ooggetuige komt is uiteraard voor de kritische interpretatie geen nieuws. Dat heeft alleen shocking value voor naïeve gelovigen. Maar de bewering dat je uit de johanneïsche literatuur geen johanneïsche gemeenschap kunt afleiden is wel degelijk een vrij nieuwe en methodisch interessante bijdrage.

    1. FrankB

      Ik heb er niets op tegen dat allerlei hypotheses geformuleerd worden omtrent het auteurschap van bijvoorbeeld het Evangelie van Johannes. Laat iedereen wel zo eerlijk zijn toe te geven dat er geen empirische data beschikbaar zijn om die hypotheses te testen en dat ze er voorlopig wel niet zullen komen ook.

      1. Ehm… er zijn wel degelijk data, namelijk de geschriften zelf, latere beweringen over het evangelie, en data over de vroegchristelijke beweging.

        1. Martin

          Het gaat om data die je kunt gebruiken om een hypothese te beoordelen. Er zijn wel latere beweringen, maar daar heb je niets aan.

          1. Dat is het probleem met de Oudheid: je hebt zelden de data die je hebben wil. Historische gebeurtenissen zijn immers niet waarneembaar. Wat we wel hebben, is hun neerslag: deels materieel, deels tekstueel. Daaruit kun je terugredeneren naar de feiten die ze documenteren.

            1. Martin

              Ja, dat is zo. Daarom is het nodig om breed te zoeken. De verklaring moet dan met alle data consistent zijn.

        2. FrankB

          Blijkbaar zijn al die data niet in staat de verscheidene hypotheses te testen, dwz. met enige waarschijnlijkheid uit te maken welke correct is en welke niet. Vergelijk de Platte Aarde Theorie. Als u alleen van huis naar werkt reist binnen een stad kunt u zoveel data verzamelen als u wilt, u zult niet in staat zijn haar te ontkrachten. Sterker nog, als u de reistijd berekent neemt u stiekem aan dat de Aarde plat is, want het is gemakkelijker de kromming te negeren.
          Dit is een algemeen probleem. Voor de vroegste fase van ons Heelal zit men met hetzefde.

    2. Ik heb de formulering wat aangepast want je hebt gelijk dat de auteur zegt ooggetuige te zijn geweest. Wat er nieuw is aan de theorie dat ooggetuigenschap een literair construct is, zie ik echter niet.

      Dat er geen johanneïsche gemeenschap was – dat lijkt me net zoiets als zoeken naar de Q-gemeenschap. Ik geloof niet dat er veel serieuze onderzoekers zijn die zich daarmee bezighouden. Of vergis ik me? Ik herkende althans weinig verrassends in de hype.

      1. Nee, dat het ooggetuigenschap een literair construct is, is een bekende opvatting in het onderzoek, al wordt die niet door iedereen gedeeld.

        De johanneïsche gemeenschap is een belangrijke lijn van onderzoek onder nieuwtestamentici, al is het echt voer voor specialisten. Er bestaat altijd al scepsis tegenover te speculatieve reconstructies, maar doorgaans wordt er wel veronderstelt dat deze groep geschriften iets weergeeft van bepaalde ontwikkelingen in groepen christenen aan het eind van de eerste eeuw. Het is vrij radicaal dat allemaal naar het rijk van de auctoriale fictie te verwijzen.

        1. Hé, dat was nieuw voor me, dat er geleerden zijn die een johanneïsche gemeenschap aannemen. Ik zal er ongetwijfeld overheen hebben gelezen door van woorden als “audience” niet te realiseren dat de auteur er meer mee impliceerde dan ik herkende.

      2. gmknepper

        Om nog preciezer te zijn: de auteur van de epiloog (hoofdstuk 21) van het evangelie claimt dat het evangelie geschreven is door de geliefde leerling. Maar of de auteur van die epiloog ook de auteur van de voorafgaande hoofdstukken is? Daar wordt meer aan getwijfeld dan aan het bestaan van een (of andere) johanneïsche gemeenschap;-) .

  8. Robert

    “Neem van mij aan: een executie door middel van kruisiging was smeriger, gemener, pijnlijker en ook effectiever dan de middeleeuwers zich konden voorstellen.”

    Ik betwijfel dat laatste ten zeerste. Spietsen was geen lichte dood. Villen, verbranden en vierendelen ook niet.

    1. Toch wisten middeleeuwers niet hoe een Romeinse kruisiging in zijn werk ging. De kwestie is smakeloos maar niet van belang gespeend: dat de wonden op de lijkwade van Turijn niet overeenkomen met wat je zou verwachten bij een Romeinse kruisiging, is een onweerlegbaar bewijs dat het doek niet uit de Oudheid kan stammen.

      (Voor wie zulk bewijs nog nodig had dan.)

      1. Robert

        Dat beaam ik direct – het ging mij om het voorstellingsvermogen van de Middeleeuwer waar het ging om executievormen. We zijn het eens.

  9. @FrankB je zegt “Blijkbaar zijn al die data niet in staat de verscheidene hypotheses te testen, dwz. met enige waarschijnlijkheid uit te maken welke correct is en welke niet.”
    Dat is niet helemaal correct. Want dan zouden er honderden hypothesen naast elkaar bestaan, en zouden bijbelgeleerden puur op basis van persoonlijke voorkeur er een kiezen of een verzinnen. In werkelijkheid laat de data maar een paar hypothesen toe (met lichte variatie) en gaat de discussie vooral over de gebruikte methode om hypothese en data zo goed en zuinig mogelijk overeen te laten komen. Inderdaad schieten de data tekort om de overblijvende knopen definitief door te hakken, maar dat is in de oudheidkunde gebruikelijk.

  10. jan kroeze

    Mooie blog.
    Is dat kruis bovenaan uit hout gesneden? Ik kan het niet goed zien. Ofwel wat zou het anders moeten zijn.

  11. Aansluitend op de vraag van Jan Kroeze valt mij de vorm van het kruis op. Kan iemand mij vertellen of dit wellicht een combinatie is van de Romeinse furca en de door de Romeinen na de Punische oorlog mee naar Rome gebrachte patibulum?

Reacties zijn gesloten.