Vragen rond de jaarwisseling (3)

De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)

Een kleine drie weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal vandaag de vragen beantwoorden over de joodse wereld. Dat waren er opvallend veel.

Het verhaal van de “zondvloed” komt in uiteenlopende versies voor in zowat elke cultuur. Is er ooit een universele ramp gebeurd en wanneer zouden we deze kunnen situeren ?

Voor zover ik weet zijn de meeste verhalen over een grote overstroming en een kleine groep mensen die de beschaving (plus veestapel) redt, te herleiden tot een beperkt aantal originelen. De bekendste stamt uit Mesopotamië, met als varianten het Bijbelverhaal en een versie uit India en Perzië. De “Noach” in deze verhalen verneemt van de godheid waaronder de oerwateren ressorteren over de naderende ramp en bouwt een schip. Een ander origineel is dat van de vroege bewoners van de Amerika’s. Hierin dankt de mensheid haar redding aan een bergtop. Een derde verhaal komt uit China, waar archeologen op zoek zijn naar een historische gebeurtenis.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (3)”

Wie was Mozes? (1)

Mozes gered uit de Nijl (muurschildering uit de synagoge van Doura Europos)

Heeft Mozes bestaan? Hoe zit het met de Uittocht uit Egypte? Die vragen kwamen vorige week binnen. Niet voor het eerst overigens, maar de problematiek is interessant genoeg om opnieuw te behandelen. Ook omdat ik nu wat anders denk over de diverse problemen.

De bronnen

Om te beginnen is er de kwestie van het bewijs. Dat is vooral het Bijbelboek Exodus, dat het verhaal vertelt van de Uittocht. De Bijbel vervolgt, na wat uitleg van de Wet, met het Deuteronomistisch Geschiedwerk (zeg maar Jozua tot en met Koningen), dat zo nu en dan terugblikt op wat we al weten uit Exodus en daaraan inhoudelijk weinig toevoegt. Als deze materie de enige bron zou zijn, zou een historicus zeggen “één bron is geen bron” en concluderen dat de informatie niet heel sterk is. Nu wordt Mozes ook op andere plaatsen in de Bijbel genoemd, waarvan Micha vrij oud lijkt. We mogen daarom minimaal concluderen dat Mozes een bekende figuur is geweest en dat over hem diverse verhalen circuleerden. Die verhalen klinken weliswaar fantastisch, maar de geloofwaardigheid is een andere kwestie, waarop ik terugkom.

Lees verder “Wie was Mozes? (1)”

De Edomieten

Koper uit de Araba (Jordan Museum, Amman)

Omdat ik volgend voorjaar een reis naar Jordanië organiseer, leek het me aardig om iets te vertellen over de volken die daar vroeger woonden. Dat waren aanvankelijk de IJzertijdrijkjes van de Ammonieten, Moabieten en Edomieten, ruwweg even oud als Juda en Israël, aan de overzijde van de rivier de Jordaan. Hun woongebieden werden ingelijfd in de rijken van de Assyriërs, Babyloniërs en Perzen. Toen Alexander de Grote laatstgenoemden had onderworpen, kwam de regio in handen van hellenistische heersers; we lezen dan over de Nabateeërs. De Romeinen stichtten er een Dekapolis, een “tienstedenbond”, en uiteindelijk zien we dat de macht verschuift naar de Arabieren, die al voor de komst van de islam dominant zijn. Al die volken zijn al aan bod geweest of komen nog aan bod. Vandaag echter: de Edomieten.

Edom lag direct ten zuiden van de Dode Zee, aan weerszijden van de slenk die we de Araba noemen, de bijbelse Zoutvallei. De naam van het koninkrijk, Edom dus, betekent zoiets als “het rode land” en verwijst vermoedelijk naar de rossige kleuren van het Seir-gebergte. De naam is heel oud, want ze duikt al op in Egyptische teksten. Zo mochten tijdens de regering van koning Merenptah (r.1213-1203) “de Šasu-nomaden uit Edom” het koninkrijk van de Nijl betreden. Deze vermelding is interessant omdat ze bewijst dat er in de Late Bronstijd nomaden heen en weer trokken door de Sinaïwoestijn. Dat biedt een context voor de verhalen over de tocht van Mozes en de Hebreeën. Lees verder “De Edomieten”

Een gerestaureerde Horus

Beeld van Horus (Musée Royal de Mariemont, Morlanwelz)

Een valk, gemaakt van kalksteen. Sporen van verf. Op zijn kop de dubbele pschent-kroon die het Egyptische koningschap symboliseert. Net als de valk zelf, die Horus voorstelt, de beschermgod van de koning.

Amenhotep II

En er zijn inscripties. Helemaal links, voor de tenen van de vogel en op de foto wat moeilijk te lezen, staat

De goede god, de heer van beide landen, Aakheperura, geliefd door Horus.

Aakheperura kennen we ook onder de naam Amenhotep II. Hij regeerde van 1427 tot 1401 v.Chr. en misschien las u ooit De boog van de farao van  Cornelis Wilkeshuis, een kinderboek over Amenhoteps jonge jaren dat in elk geval op mij grote indruk maakte.

Lees verder “Een gerestaureerde Horus”

Kwakgeschiedenis: Daar is Colin Humphreys weer

Jozua op een gevelsteen bij het Joods Historisch Museum (Nieuwe Amstelstraat 32)

Ach ja, Colin Humphreys. Die wil zó graag dat de Bijbel letterlijk waar is. Kwam al eens op de proppen met een krankzinnige theorie over het Laatste Avondmaal, waarbij hij de informatie negeerde waarover de evangeliën het onderling eens zijn en waarbij hij datgene overnam waarover ze elkaar tegenspreken. Normaal gesproken lach je dat weg, en dat doet dan ook iedereen die ze allemaal op een rijtje heeft. Maar ja, Humphreys werkt aan een universiteit en dus is er altijd wel een of andere domme journalist die het toch gelooft. Zoals destijds Het Parool. Ik heb er hier over geschreven.

En nu heeft hij de theorie opgerakeld die Hezi Yitzhak c.s. eerder dit jaar naar buiten brachten over Jozua en de slag bij Gibeon. Dit keer is het de website Scientias die er met open ogen invloog. Omdat het gewoon een herhaling van zetten is van wat al in januari in het nieuws was, herhaal ik mijn stukje uit januari ook maar. Heb ik het ook eens gemakkelijk.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Daar is Colin Humphreys weer”

Factcheck: De slag bij Gibeon

De slag bij Gibeon op een gevelsteen bij het Joods Historisch Museum (Nieuwe Amstelstraat 32)

Bijbelverhalen zijn vaak zo verschrikkelijk mooi. Hier is er een die altijd tot de verbeelding spreekt: Jozua, de aanvoerder van de Hebreeën, trekt ten strijde tegen vijf Amoritische koningen, kort nadat hij het land van Israël is binnengetrokken.

Na een nachtelijke mars vanuit Gilgal deed Jozua een onverwachte aanval op de vijanden en Jahwe bracht hen voor Israël in verwarring. Zo brachten de Israëlieten hun bij Gibeon een zware nederlaag toe, achtervolgden hen de berghelling op naar Bet-Choron en bleven hen bestoken tot bij Azeka en Makkeda. Toen zij, vluchtend voor Israël, op de steile afdaling van Bet-Choron gekomen waren, liet Jahwe uit de hemel grote stenen op hen neerhagelen, die hen doodden. Dat duurde tot Azeka toe. Er stierven er meer door de hagelstenen dan de Israëlieten met het zwaard konden doden. (Jozua 10.9-11)

Hierna voegt de auteur iets toe dat hij lijkt te hebben ontleend aan een verder niet bekend Boek van de Rechtvaardige.

Lees verder “Factcheck: De slag bij Gibeon”