Dode walvis

Walvis op een gevelsteen (Elleboogsteeg 12, Amsterdam)

Om onheil te voorkomen mag geen moeite ons teveel zijn. Ofschoon ik niet geloof in voortekens, attendeer ik u er, nu er bij Burgh-Haamstede een bultrugwalvis is aangespoeld, toch even op dat de Romeinen een gestrande walvis beschouwden als een extreem slecht voorteken. In de winter van 17/16 v.Chr. spoelde zo’n dier aan op de kust van wat vermoedelijk Vlaanderen is geweest. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio weet er meer van:

Het gedrocht was zeven meter breed en drie keer zo lang, leek op een vrouw (behalve wat het hoofd betreft) en was vanuit de Oceaan op de kust gestrand. (Romeinse geschiedenis 54.20)

Lees verder “Dode walvis”

Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (1)

Her graf van centurio Lucius Poblicius uit V Alaudae (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Het is niet ongebruikelijk de geschiedenis van het Romeinse Rijk te vertellen aan de hand van keizers. Zo deden ze het in de Oudheid al en in de negentiende eeuw, toen geschiedvorsing een wetenschap werd, ging men ermee verder. Het was immers de tijd waarin Europese geschiedenis gemaakt leek te worden door koningen, premiers en ministers, het was de tijd van de grotemannengeschiedenis. De echt belangrijke wetenschappers voelden zich ongemakkelijk bij deze visie op oorzakelijkheid. Het is geen toeval dat Theodor Mommsen, de voornaamste van allemaal, vastliep toen hij met zijn Römische Geschichte was aanbeland bij de keizertijd. Hij wist dat zelfs de grootste grote mannen alleen maar geschiedenis konden maken met instituties die ze niet zelf hadden gecreëerd.

Ik heb weleens overwogen een geschiedenis van het Romeinse Keizerrijk te schrijven aan de hand van de legioenen. Zo’n boek zou dan zeker zijn begonnen met het Vijfde Legioen Alaudae. De bijnaam is Gallisch en betekent “leeuweriken”, vergelijk het Franse alouette. Het ontstaan van deze eenheid staat feitelijk voor het begin van het keizerrijk.

Lees verder “Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (1)”

Valt te weten waar de Drususgracht lag?

Drusus, naar wie de Drususgracht is vernoemd (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een in de antieke bronnen genoemde plek? Deze problematiek is gangbaar en elke oudheidkundige weet dat atlassen (zoals) veel schijnzekerheid bieden. Waar lag Waššukanni? Waar op de Atheense Akropolis stond het Parthenon? Welke ruïnes zijn die van Ubar? Zulk onderzoek is te reduceren tot vier deelproblemen.

  1. Tekstkritiek: wat staat er precies in de geschreven bronnen?
  2. Bronkritiek: vergelijking van de bronnen om informatie te distilleren
  3. Reconstructie van het antieke landschap
  4. Plaatsing van de informatie (2) in het landschap (3)

In het geval van Hannibals Alpentocht zijn er voldoende tekst- en bronkritische problemen om te weten dat er onvoldoende informatie is om in het landschap te passen. Einde speurtocht. Dat het Alpenlandschap niet noemenswaardig is veranderd zou stap #3 makkelijk hebben kunnen maken, maar zover komen we dus niet eens. Iets dergelijks, bedacht ik onlangs, speelt op onschuldiger niveau bij de zogeheten Drususgracht, een waterbouwkundig werk dat is vernoemd naar de Romeinse veldheer Drusus.

Lees verder “Valt te weten waar de Drususgracht lag?”

Liberchies

Geminiacum zoals het er nu bij ligt; het pad is de antieke weg.

De “grand strategy” van het Romeinse Rijk in de Julisch-Claudische periode (tussen pakweg 50 v.Chr. en 70 na Chr.) lijkt even bot als simpel te zijn geweest: zorg dat er aan de grenzen geen vijanden zijn. Anders gezegd: moord er zoveel mogelijk uit. Caesar onderwierp Centraal-Gallië en joeg in de periferie velen over de kling en eiste absolute gehoorzaamheid van de overlevenden; later vergrootte Augustus het gecontroleerde gebied naar de Rijn en werd een periferie tussen Rijn en Wezer leeg geveegd; nog later werd de directe invloedssfeer opgeschoven naar de Wezer en kregen de mensen tot aan de Elbe het hard te verduren.

Van de tekentafel

Het gaat me nu even om de expansie ten tijde van Augustus, toen het door Caesar leeg gemaakte Belgica Romeins werd. Om het te bevolken verplaatsten de Romeinen hele volksstammen. De Ubiërs, Bataven en Sugambriërs verhuisden van de oostelijke naar de westelijke Rijnoever. Het meer naar binnen gelegen gebied – zeg maar het huidige België – werd bij wijze van spreken van de tekentafel af ontworpen, met stedelijke knooppunten als Bavay en Tongeren en een netwerk van grote wegen. Ze worden vanouds Chaussée Brunehaut genoemd, naar een Frankische koningin die ze volgens een veertiende-eeuwse legende heeft laten repareren.

Lees verder “Liberchies”

De slag in het Teutoburgerwoud (1)

Gezichtsmasker van een Romeinse helm, verloren tijdens de slag in het Teutoburgerwoud en gevonden te Kalkriese

Uiteindelijk is het een kwestie van psychologie. De oudhistoricus is getraind om te gaan met tekortschietende bronnen en kent geen correcte interpretaties, hooguit aannemelijkere en mindere aannemelijke. En die past hij voortdurend aan. Geschiedenis is, met een bekend woord van Geijl, “een discussie zonder eind”. De archeoloog heeft een overvloed aan ambigue data en is getraind om die ambiguïteit te verminderen door zoveel mogelijk bij de concrete vondsten te blijven. Geef de historicus en de archeoloog dezelfde teksten en vondsten – bijvoorbeeld de Romeinse militaire voorwerpen bij het Duitse Kalkriese en de teksten over de slag in het Teutoburgerwoud – en ze komen, extreem gezegd, tot tegengestelde conclusies. De historicus ziet geen bezwaar in de gelijkstelling van de vondsten aan het uit de teksten bekende gevecht, omdat hij weet dat het morgen weer kan worden aangepast, terwijl er voor de archeoloog nooit voldoende vondsten zullen zijn. Ook het rijke archeologische materiaal is voor dit type vraag namelijk altijd te weinig.

Vandaag het eerste van zeven stukjes over de zojuist genoemde slag in het Teutoburgerwoud. Er is namelijk een interessant nieuwtje te melden dat een nieuwe verbinding van de twee soorten bewijsmateriaal mogelijk zou kunnen maken. Maar eerst eens een verhaal, gebaseerd op teksten.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (1)”