4QMMT

Een van de snippers van 4QMMT, “Enige werken der Wet” (Wikimedia Commons)

Vraag een willekeurige oudheidkundige de vijf belangrijkste oudheidkundige ontdekkingen uit de afgelopen halve eeuw te noemen, en hij of zij zal daarbij ook de Dode Zee-rol noemen die bekendstaat als 4QMMT. Die tekst is echter niet heel bekend bij het grote publiek en verdient daarom wat meer aandacht.

De eerste twee letters van 4QMMT staan voor de vierde grot van Qumran, de vindplaats van diverse exemplaren van deze oude joodse tekst. De andere letters staan voor Miqsat Ma’ase ha-Torah, ofwel Enige Werken der Wet. De tekst is in de jaren tachtig uitgegeven. De Dode Zee-rollen zijn namelijk nogal onhandig gepubliceerd: de eerste, atypische grot heeft de toon gezet voor de receptie, maar pas toen de enorme verzameling teksten uit de vierde grot was gepubliceerd, hadden we een idee van wat er nu eigenlijk was. Het onderzoek kon pas in 2009 werkelijk beginnen. Een goed boek dat de oude schijnzekerheden vermijdt, is De Dode Zeerollen. Nieuw licht op de schatten van Qumran van Mladen Popović, waarover ik hier ooit de loftrompet stak.

Lees verder “4QMMT”

De Jezus van Fik Meijer (1)

Ik heb nooit over de Nederlandse oudhistoricus Fik Meijer willen schrijven. Ik ben namelijk ooit verschrikkelijk geschrokken van zijn boek Macht zonder grenzen, waarin vele tientallen feitelijke onjuistheden staan. Bijna de helft daarvan is zonder oudheidkundige vooropleiding te herkennen. Omdat mensen hun vragen het liefst via mail beantwoord krijgen, ontving ik er elke week een paar, en die stroom is nooit opgedroogd. Een nare herinnering. Daarom heb ik, als bijvoorbeeld het NRC Handelsblad me verzocht iets van Meijer te bespreken, dat doorgaans geweigerd.

Full disclosure

Het is daarom met enige aarzeling dat ik nu iets schrijf over Jezus en de vijfde evangelist, Meijers boek over de historische Jezus en Flavius Josephus. Afgezien van het feit dat ik er vooraf al van uitga dat Meijer een sloddervos is, maak ik me kwetsbaar voor het verwijt dat ik een negatief oordeel vel omdat ik zelf een boek over een soortgelijk onderwerp heb geschreven. Er is de afgelopen vier dagen echter zes keer naar mijn mening gevraagd. “Ik snap wel dat je je bezwaard voelt om er in het openbaar iets over te schrijven vanwege je eigen boek,” schreef bijvoorbeeld Yuri Visser van Historiek.net, “maar aan de andere kant ben jij daarom juist dé persoon om kanttekeningen te plaatsen.”

Lees verder “De Jezus van Fik Meijer (1)”

Homohuwelijk

homohuwelijk

Ik had voor vandaag eigenlijk een lief stukje over negende-eeuwse moslims aan de Zijderoute in gedachten, waarin ik dan wilde vertellen dat de islam ook toen al een enorme variatie vertoonde, maar de actualiteit moest natuurlijk weer tussenbeide komen. Die bestaat uit een van de wonderlijkste opiniestukken die ik in tijden heb gezien. Het is helaas niet meer online, maar hier vindt u een samenvatting: drie godsdienstwetenschappers (Hector Avalos, Robert Cargill en Kenneth Atkinson) herinneren de lezers van de Des Moines Register eraan dat de Bijbel het huwelijk nergens definieert als de verbintenis tussen een man en een vrouw.

Duh.

De Bijbel veronderstelt wel meer bekend. Wat een messias is, wordt bijvoorbeeld onvoldoende uitgelegd, zodat wetenschappers zich nog altijd het hoofd breken over de vraag hoe Jezus’ zelfbeeld zich verhoudt tot de bekende messianologieën. De Bijbel is nu eenmaal een millennium of twee, drie oud en veronderstelt ideeën die destijds gangbaar waren. Dat geldt voor elke antieke tekst. De dromen in het Gilgamesj-epos veronderstellen kennis van de Mesopotamische waarzeggerij, Homeros neemt aan dat je de Griekse goden kent, de historische teksten van Tacitus veronderstellen dat je weet dat op de randen van de aarde de agressiefste barbaren wonen. Er is altijd een onuitgesproken context. Dat de Bijbel geen definitie van het huwelijk geeft, is daarom een zeer slecht argument voor een alleszins respectabel standpunt.

Lees verder “Homohuwelijk”

Talmoed

De Bijbel begint met vijf boeken die bekendstaan als ‘de Wet’. Dat is een rotwoord. In het Hebreeuws heten ze Tora, een woord dat een heel scala aan betekenissen heeft, zoals ‘onderricht’, ‘leer’ en ‘doctrine’. Wie de nadruk legt op het laatste, zal er vooral 365 geboden en 248 verboden in herkennen, waaraan een mens zich maar heeft te houden.

Tot degenen die het zo zagen, behoorden de mensen die de joodse gewijde literatuur vertaalden in het Grieks. Zij gaven tora weer als nomos, wat vooral ‘wet’ betekent, en we zien dezelfde attitude ten aanzien van de heilige schrift later bij de sadduceeën. Zij meenden dat wat God had gegeven, eeuwig en onveranderlijk was en te allen tijden diende te worden nageleefd.

Lees verder “Talmoed”

Hoezo monotheïsme? (2)

Tempelberg, Jeruzalem

[Dit is het tweede stukje in een reeks waarin ik uitzoek hoe monotheïstisch de joden in de Oudheid waren. Het eerste is hier.]

Ik concludeerde vorige keer dat in het antieke jodendom – laten we zeggen tussen 165 v.Chr. en 70 na Chr. – de norm op zichzelf duidelijk genoeg was: de sjema, “Hoor Israël, de Heer is onze God, de Heer alleen”. Er waren echter uitzonderingen. Een voorbeeld vinden we in 2 Makkabeeën, waarin we lezen dat soldaten van Judas de Makkabeeër na een gevecht de doden begroeven en ontdekten ze dat enkele gesneuvelden amuletten hadden gedragen van buitenlandse goden. De auteur van het tweede Makkabeeënboek is er zeker van dat deze overtreding van de norm de oorzaak was van hun dood en keurt dus af dat een jood zich plaatste onder de bescherming van andere goden. De gesneuvelden zelf, die toch hun leven voor de joodse zaak hadden geriskeerd, dachten daar evident anders over.

Ongeacht de norm van monotheïsme lijken de joden in de praktijk verdeeld te zijn geweest over de vraag of het vereren van slechts één god kon samengaan met de erkenning dat andere goden iets goeds voor je konden doen. De Theodotos en Ptolemaios die ik gisteren noemde, lijken in elk geval geen tegenspraak te hebben ervaren tussen hun joodse identiteit en hun heidense praktijk.

Lees verder “Hoezo monotheïsme? (2)”

De halachische Jezus

Jezus met de Wet van Mozes (Catacombe van Domitilla, Rome)

Zoals de vaste lezers van deze kleine blog weten, ben ik momenteel bezig met mijn boek over de manier waarop joden en christenen gescheiden wegen zijn gegaan, Israël hersteld. Na in twee hoofdstukken de politieke versplintering en de Romeinse annexatie te hebben beschreven, ben ik nu bezig met het even versnipperde religieuze landschap.

Het is gebruikelijk om op dit punt te verwijzen naar Flavius Josephus, een Joodse historicus die in zijn Joodse oudheden een overzicht heeft opgenomen van de drie belangrijkste stromingen in het jodendom: de sadduceeën, de farizeeën en de essenen. Hij presenteert ze zó dat een Griekse of Romeinse lezer ze kan begrijpen: alsof het filosofische stromingen zijn. De essenen zijn bijvoorbeeld te vergelijken met de aanhangers van Pythagoras. Ook voor de moderne lezer is dit een toegankelijke benadering, dus auteurs die eerder boeken hebben geschreven over de geschiedenis van het jodendom of het ontstaan van het christendom, hebben dankbaar gebruik gemaakt van Josephus.

Lees verder “De halachische Jezus”

Een nieuwe Paulus

In Damascus wordt deze stadspoort aangewezen als de plaats waar Paulus ooit over de muur wist te ontsnappen. Weererkers zijn een middeleeuwse uitvinding en deze poort stond er niet in de eerste eeuw.
In Damascus wordt deze stadspoort aangewezen als de plaats waar Paulus ooit over de muur wist te ontsnappen. Weererkers en mezekouwen zijn middeleeuwse uitvindingen en deze poort stond er niet in de eerste eeuw.

In twee eerdere stukjes heb ik uiteengezet dat de leer van de apostel Paulus de laatste jaren ter discussie is gesteld. De oorzaak is dat het traditionele beeld van het antieke jodendom, dat een starre, op de Wet gerichte godsdienst zou zijn geweest, onhoudbaar is gebleken. De oude visie dat christenen zich onderscheidden van de joden doordat in het nieuwe geloof Gods genade centraal stond en in het oude geloof de Wet, blijkt niet te kloppen. Zo komt de vraag op waar het verschil dan zit – of, iets preciezer gezegd, wat het verschil is volgens Paulus.

Ik beken dat ik op dit moment moeite heb met de materie, die betrekkelijk nieuw is voor me. Wat ik begrijp is dat in de diverse stromingen van het jodendom, waaronder de stroming die later bekend kwam te staan als het christendom, de goede werken waarmee de gelovige een zonde kan compenseren, mogelijk zijn doordat God deze weg in Zijn genade heeft getoond, en dat die genade niet door de werken wordt verworven. Anders gezegd, dat een jood goede werken kan doen, bewijst dat hij al is gered – hij maakt deel uit van het Verbond – en ze zijn voor die redding geen voorwaarde.

Lees verder “Een nieuwe Paulus”

De oude Paulus

De zogenaamde "bron van Paulus" in Tarsus.
De zogenaamde “bron van Paulus” in Tarsus.

Al ruim een jaar of dertig woedt er een discussie over wat de apostel Paulus nu eigenlijk heeft gezegd. Dat is een interessant onderwerp, waarmee ik me momenteel bezighoud voor het schrijven van mijn boek Israël hersteld. Ik blogde er al over dat Paulus’ verering van Christus binnen de grenzen van het joodse monotheïsme bleef, zodat de vraag opkomt wat nu precies het punt is waar de wegen van joden en christenen uiteen gingen. Omdat ik binnenkort wil bloggen over het nieuwe Paulusbeeld, blog ik vandaag over het oude beeld van de apostel.

Dat moeten we bijstellen omdat onze visie op het jodendom sinds de jaren zeventig zeer ingrijpend is veranderd, en Paulus polemiseert tegen bepaalde trekken van dat oude geloof. Nu het jodendom anders blijkt te zijn geweest dan we dachten, moeten we die polemiek met andere ogen lezen. Ander jodendom, andere Paulus. Zelfs al is, ook na dertig jaar onderzoek, nog niet helemaal duidelijk hoe die nieuwe Paulus eruit ziet, het is goed te zien dat geleerden – vooral theologen – de handschoen hebben opgenomen.

Lees verder “De oude Paulus”

De joodse Jezus

Het belangrijkste boek dat een oudhistoricus moet lezen is, momenteel, John P. Meiers briljante A Marginal Jew. Rethinking the Historical Jesus. Ik realiseer me dat veel oudheidkundigen zullen zeggen dat het onderzoek naar het leven en de opvattingen van de timmerman uit Nazaret eigenlijk het werk is van theologen, maar dat oordeel is gebaseerd op een onjuist begrip van de “derde speurtocht”, die historisch van aard is. Sterker nog, het zoeken naar de historische Jezus is het innovatiefste en methodisch geavanceerdste deel van de oude geschiedenis. En daarbinnen is A Marginal Jew simpelweg het beste boek.

Of beter: boeken. Oorspronkelijk zou het gaan om drie delen, die zijn verschenen in 1991, 1994 en 2001. De voornaamste conclusies zullen echter worden gepresenteerd in het vijfde deel. Het vierde deel is in 2009 verschenen, brengt het totale aantal bladzijden op 2990 en behandelt Jezus als rechtsgeleerde. Als een rabbi, om de oude Joodse uitdrukking te gebruiken. Jezus is immers binnen het Jodendom gebleven, en dat wil zeggen dat de historische Jezus alleen de Joodse Jezus kan zijn, een cliché dat Meier uitlegt door uit en te na te herhalen dat de Joodse Jezus de halachische Jezus is.

Lees verder “De joodse Jezus”