Een overleden hond

Stoffelijk overschot van een hond (Burg Linn, Krefeld)

We moeten Dierendag niet ongemerkt voorbij laten gaan, en dus moeten we het eens hebben over een hond, want dat is toch maar de beste vriend van de mens. Alleen heb ik niet zo’n vrolijk stukje. Het bovenstaande hondje is maar een half jaar oud geworden en het is nogal sneu met hem afgelopen. Of haar – er zijn onvoldoende botten gevonden om te determineren of het een reu of een teef was. Het dier was vermoedelijk mank.

De vindplaats (in Krefeld-Gellep) is heel vreemd: onder een vertrek dat diende om groente, kruiden, fruit en vlas te drogen, zodat er geen schimmel op kon komen. Ook voor het mouten van graan is zo’n droogkamer onontbeerlijk. Onder de droogkamer – ooit heette dat een eest – lag een verwarmingskanaal, ongeveer zoals een Romeinse badinrichting een vloerverwarming had. Zo kon je voedsel drogen zonder het te roken (wat je bij sommige vlees- en vissoorten natuurlijk wel doet).

Lees verder “Een overleden hond”

Keizerin Faustina II

Faustina II (Nationaal Museum, Tripoli)

In 161 na Chr. kwam keizer Marcus Aurelius aan de macht. Hij is interessant omdat de beeldvorming zo verschrikkelijk uit de pas loopt met zijn verdiensten. Enerzijds de beeldvorming: deze man was de ideale heerser, de filosoof op de troon waarover Plato een half millennium eerder al had nagedacht. Ik kan echter zo snel niets noemen waaruit blijkt dat zijn beleid werd ingegeven door welke wijsgerige gedachte dan ook. Marcus’ werkelijke verdiensten: de generaal die leiding gaf aan een van Romes grootste oorlogen. Hij deed gewoon wat van ’m werd verwacht.

Dat zijn zoon Commodus niet wilde deugen, heeft Marcus’ reputatie geholpen, want de Romeinse historiografische traditie zette graag contrasten neer: Drusus versus Tiberius, Titus versus Domitianus, Severus Alexander versus Heliogabalus, de good guy tegenover de bad guy. Commodus is dus te zeer geportretteerd als ontaard, Marcus is te zeer gepresenteerd als ideale heerser. Deze tendens heeft ook invloed op de portrettering van zijn echtgenote, keizerin Faustina II.

Lees verder “Keizerin Faustina II”

Een slavenleven

Aisopos (Louvre, Parijs)

Of het nu de Arabische profeet Mohammed was, of  de profeet Jesaja, of de Ierse bard Caedmon: er zijn nogal wat verhalen over mensen die er eigenlijk niet geschikt voor waren maar die dankzij een goddelijke ingreep ineens virtuoos konden spreken of zingen. De anonieme auteur van het leven van Aisopos – of Aesopus, zoals vertaler Christian Laes de naam liever weergeeft – varieert op dit overbekende motief. De hoofdpersoon is niet zomaar een stomme slaaf die het vermogen tot spreken verwerft, maar gaat door datzelfde vermogen ten onder. Precies halverwege de tekst (nou ja, bijna dan) vinden we dan ook een lofrede én een smaadrede op tong & spraakvermogen.

Het leven van Aisopos

Opkomst en ondergang van een spreker: een mooi thema. Laes noemt in het commentaar bij zijn onlangs verschenen vertaling, Aesopus. Op de slavenmarkt in de Oudheid, echter ook andere mogelijkheden om de tekst te lezen. Daarmee noem ik meteen een van de kwaliteiten van dit boek: Laes toont dat er diverse interpretatiemogelijkheden zijn. Dat is een geluid dat we in de voorlichting over de Oudheid iets te weinig horen.

Lees verder “Een slavenleven”

Glanum: kleinood in de Alpilles

Glanum

Tussen het bij toeristen zeer populaire Saint-Rémy-de-Provence en de kleine, maar indrukwekkende bergketen van de Alpilles, ligt één van de belangrijkste opgravingen van Frankrijk: Glanum. Waar je in steden als Arles, Orange en Nîmes verspreid over het hedendaagse stedelijk grondgebied grootse bouwwerken vindt als (amfi)theaters, tempels, triomfbogen necropolen of villa’s, en nabij Nîmes ook nog eens het imposante aquaduct van de Pont du Gard, is Glanum echt een nederzetting waar moderne bebouwing nauwelijks een rol speelt.

Eerder kwam in deze Franse serie al Alba-la-Romaine voorbij, en later zal Vaison-la-Romaine volgen. Alba is bescheiden qua omvang, en Vaison biedt – naast een prachtig maar zwaar gerestaureerd theater – ook een opgravingsterrein dat (in tweeën gesplitst) beslist het bezoeken waard is: vergeet daarbij vooral ook niet het mooie museum met een aantal meer dan levensgrote beelden van Hadrianus, Sabina en Claudius en een marmeren torso van (vermoedelijk) Antinoös.

Lees verder “Glanum: kleinood in de Alpilles”

De Muur van Antoninus Pius (2)

Het badgebouw van Castlecary aan de Muur van Antoninus Pius.

[Dit is het laatste van twee gastblogs die Arnold den Teuling schreef over zijn bezoek aan Schotland en de Muur van Antoninus Pius. Het eerste was hier.]

Op mijn tocht naar het noorden ben ik heel veel cairns, restanten van huizen uit de ijzertijd, sporen van Picten, Kelten, Vikingen en tenslotte Engelse veroveraars tegengekomen, met als hoogtepunt de laat-neolithische nederzetting Skara Brae op Orkney. Daar schrijf ik later nog eens over.

Bovendien waren er op diverse plaatsen sporen van de activiteiten van Gnaeus Julius Agricola uit de jaren 77-84, dus nog ver vóór de Muur van Hadrianus. De zgn. Gask-linie ter hoogte van Crieff bestond uit tenminste zeventien uitkijkposten die op een tot anderhalve mijl van elkaar lagen, dit keer zonder tussengelegen wal. Ook sporen van een expeditie van keizer Septimius Severus rond 210 zijn bewaard gebleven.

Lees verder “De Muur van Antoninus Pius (2)”

De Muur van Antoninus Pius (1)

De ligging van Castlecary aan de Muur van Antoninus Pius

Jaren geleden had ik op reis naar Schotland samen met de familie o.a. de Muur van Hadrianus uitgebreid bekeken. Een aantal dingen was blijven liggen. Mijn recente zevenweekse rondreis met een buscamper door Noord-Engeland en Schotland begon dan ook bij de twee meest oostelijke forten ten oosten van Newcastle upon Tyne, Arbeia op de zuidoever van de Tyne en op de noordoever Segedunum, dat vlakbij de veerboothaven bleek te liggen. Mijn plan was om in hoofdzaak langs de oostelijke kust naar het noorden te trekken, Skara Brae op het grote eiland van de Orkney-groepen en andere prehistorische en historische monumenten te bekijken en dan langs de westkant weer naar het zuiden af te zakken. Uiteraard heb ik onderweg ook allerlei andere dingen bezocht.

Voor de toegang heb ik gebruik gemaakt van het lidmaatschap van de Scottish Historical Society, die de meeste historische plaatsen in beheer heeft of als een soort museumjaarkaart de toegang heeft geregeld. Zo kostte Edinburgh Castle mij geen £21.50, maar helemaal niets en kreeg ik bovendien een soepel tijdslot toegekend. De belangrijkste musea in Edinburgh, Glasgow en andere plaatsen zijn sowieso voor iedereen gratis. Voor particuliere landgoederen en plaatselijke musea is wel toegang verschuldigd. Landhuizen zijn er veel minder dan in Engeland. Die musea zijn meestal goedkoop, en voor boven de vijfenzestig gaat er nog eens een paar pond af.

Lees verder “De Muur van Antoninus Pius (1)”

De opstand van Avidius Cassius

Portret van een Romeinse man, dus niet per se Avidius Cassius (Archeologisch museum, Thessaloniki)

Jaren geleden maakte ik een overzicht van alle Romeinse keizers en usurpatoren – het is nog steeds hier te zien – met foto’s van portretbustes en munten en dergelijke. Ik voegde er wat linkjes bij die leidden naar pagina’s met de voornaamste biografische gegevens en bronnen. Leuk om te doen, maar soms lastig. Van een van de heersers kon ik namelijk almaar geen plaatje vinden: Avidius Cassius.

Op zich niet zó vreemd. Hij regeerde maar een paar weken, en dan ook nog alleen in een deel van het rijk. Maar toch. Er zijn keizers geweest die korter regeerden, zoals Gordianus I en Gordianus II, en van hen zijn wel portretten bekend. Ik deed eens navraag bij het Bode-Museum in Berlijn, dat een fenomenale collectie munten én een aardige publieksdienst heeft, en die vertelden me dat er geen munten van Avidius Cassius waren. En dat, dat is interessant.

Lees verder “De opstand van Avidius Cassius”

Antonijnse Epidemie

De genezende godheid Asklepios (Archeologisch museum, Antalya)

U weet: oudheidkunde is de wetenschap van de dataschaarste. Daardoor zijn er allerlei dingen die je nooit weten zult omdat je ze eenvoudigweg niet weten kunt. De Alpenpas waarover Hannibal naar Italië trok bijvoorbeeld. De data die oudheidkundigen wél hebben, zijn bovendien divers en worden bestudeerd door verschillende soorten onderzoekers, die onvoldoende communiceren om elkaar echt te begrijpen. Neem de gebeurtenis die bekendstaat als de Antonijnse Epidemie: de ziekte die na 165 na Chr. het Romeinse Rijk trof. Bij nader inzien is het allemaal minder duidelijk dan het lijkt.

Pestis, lues, loimos

Waaruit bestaat het bewijsmateriaal? Toevallig weet ik er iets van, omdat ik ooit belangstelling had voor demografische ontwikkelingen in de Romeinse tijd. Diverse bronnen noemen ziektes en gebruiken dan Latijnse woorden als pestis en lues of Griekse woorden als λοιμός. Hoewel “epidemie” de vertaling kan zijn, wil dat nog niet zeggen dat er sprake was een epidemie. Om te beginnen hebben deze woorden een bredere betekenis. Feitelijk verwijzen ze naar aandoeningen waarvoor antieke artsen geen meer specifieke naam hadden. Dat is dus elke ziekte die ze voor ’t eerst constateerden, ongeveer zoals wij in het najaar zeggen dat “de” griep heerst, ongeacht welk virus dat precies is.

Lees verder “Antonijnse Epidemie”

De Kushana’s

Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)

Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Manchurije en Mongolië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.

En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.

Lees verder “De Kushana’s”

Provinciale herindelingen

Africa (Musée des beaux-arts, Lyon)

Dit wordt een saai blogje. Ik schrijf het vooral voor mezelf, omdat ik even wat dingen op een rijtje wil hebben. Dus u moet het maar niet lezen, tenzij provinciale herindelingen uw hobby zijn.

Maar het zit dus zo. Als u in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. naar de Maghreb had gekeken, dan lag in het oosten, waar nu Tunesië ligt, het gebied waarover de stad Karthago de scepter zwaaide. Reisde u naar het westen, dan arriveerde u in Numidië, en dat bestond uit het gebied van twee groepen: in het oosten de Massyliërs en in het westen de Masaeisyliërs. De koning van de Numidische volken is op dat moment Massinissa; hij resideerde in Cirta, het huidige Constantine. Nog wat verder naar het westen, zeg maar in wat wij Marokko noemen, leefden de Mauri.

Lees verder “Provinciale herindelingen”