Hoe lang was Herakles?

Herakles (Archeologisch museum, Korfu)

Het stadion in Olympia was 192,27 meter lang, ofwel één stadion, zoals de Griekse lengtemaat heette. Die werd gedefinieerd als 600 voet ofwel pous. Helaas gebruikten niet alle stadstaten dezelfde voet: bij de Ioniërs in westelijk Turkije was de lengte 29,6 cm (net als bij de Romeinen) en bij de Atheners 31,5 cm. In Olympia ging men uit van de voet van Herakles, die 32,1 cm lang was geweest. Welk gegeven, zo lezen we in Asterix en de Olympische Spelen, ons in staat stelt te bepalen dat de halfgod ongeveer schoenmaat 46 heeft gehad.

Tegenwoordig is dat maat 49. Uderzo en Goscinny maakten deze grap omdat het Europees Comité voor Normalisatie in 1968, toen dit album verscheen, bezig was met de grote harmonisatieslag. Dat leidde in ambachtelijke kringen, zoals bij de schoenmakers, nogal eens tot gemopper. En Asterix is natuurlijk in de eerste plaats altijd commentaar op Frankrijk in de jaren zestig en zeventig. Althans, ik dacht dat het zo zat. Maar de grap blijkt al vijfentwintig eeuwen oud.

Lees verder “Hoe lang was Herakles?” →

Het Colosseum (8): protest

Seneca was nooit in het Colosseum, maar protesteerde tegen de barbaarsheid (Neues Museum, Berlijn)

[Dit is het laatste van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Slechts weinigen protesteerden tegen de bloederige jachtpartijen, executies en gevechten in het Colosseum. Enkele christelijke auteurs ontrieden hun geloofsgenoten de gang naar het amfitheater omdat ze het vermaak als heidens beschouwden, wat iets anders was dan een veroordeling van het spektakel als zodanig. Bovendien werd hun raad in de wind geslagen: de al genoemde nieuwsgierigheid van een Alypius is representatief.

Seneca over gladiatoren

Daarnaast waren er filosofen die protest aantekenden tegen de onmenselijkheden, zoals Seneca, die overigens in 56 na Chr. zelf spelen had georganiseerd:

Lees verder “Het Colosseum (8): protest” →

Het Colosseum (7): Commodus

Commodus als Hercules Romanus (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het voorlaatste van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Gladiatoren waren zó populair dat keizer Caligula eens vaststelde dat het volk hun meer eer bewees dan hem. Verschillende vorsten (Caligula, Nero, Titus, Hadrianus, Lucius Verus, Commodus, Didius Julianus, Caracalla, Geta) trainden daarom in de kazerne. Niet alleen cultiveerden ze zo een mannelijk imago, maar ook straalde zo iets van de reputatie van de gladiatoren af op hen. Welbeschouwd is het niet vreemd dat Commodus probeerde zijn populariteit op te vijzelen door het niet bij trainen te laten, maar ook in het openbaar op te treden als jager en gladiator.

Eerst presenteerde hij zich aan het volk als Romeinse Hercules. Bij officiële gelegenheden liep hij met een knots in de hand en een leeuwenhuid over het hoofd (zie boven). Hij kan goede redenen hebben gehad zich zo te profileren, want destijds gold de heerserscultus als middel om een etnisch heterogene samenleving te verenigen. Caligula en Domitianus hadden zich op soortgelijke wijze gepresenteerd.

Lees verder “Het Colosseum (7): Commodus” →

Het Colosseum (6): populaire gladiatoren

Muziek zoals ook in het Colosseum uitgevoerd moet zijn (Villa Dar Buc Ammera)

[Dit is het voorvoorlaatste van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

De meeste Romeinen waren dol op gladiatorengevechten. Velen gingen geheel op in deze demonstraties van mannelijkheid, kracht en onverschrokkenheid, zoals de Romeinse geschiedschrijver Tacitus aangeeft:

Hoeveel zijn er nog, die thuis over iets anders kunnen spreken? En waarover hoor je jonge mannen praten als je hun schoollokalen binnenloopt?noot Tacitus, Dialoog over de welsprekendheid 29.3.

Mannelijkheid, kracht en onverschrokkenheid: het waren de eigenschappen waarvan de Romeinen vonden dat zij er in royale mate over beschikten en er hun imperium aan dankten. Het bijwonen van gladiatorenshows gold als een manier om aan de dood te wennen, wat tijdens een veldslag van pas kwam. Weliswaar kwam ten tijde van keizer Tiberius de expansie van het rijk tot stilstand, maar de ideologie bleef bestaan. Konden de Romeinen hun stoerheid niet etaleren aan het front, dan konden ze hun onverschrokkenheid tonen door de dood in de arena gade te slaan.

Lees verder “Het Colosseum (6): populaire gladiatoren” →

Het Colosseum (5): gladiatoren

Gladiatoren (Villa Dar Buc Ammera)

[Dit is het vijfde van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Ik vertelde in het derde blogje dat een dag in het Colosseum begon met jachtpartijen, vervolgde met executies en eindigde met gladiatoren. In de twee vorige blogjes beschreef ik de jacht en de executies. Nu is het tijd voor de gladiatoren.

Ooit, toen het geloof nog bestond dat de geesten van de doden gunstig werden gestemd met mensenbloed, offerden de ouden bij uitvaarten gevangenen of slaven van geringe kwaliteit, die voor dat doel werden aangeschaft.noot Tertullianus, De schouwspelen 12.2.

Deze theorie van de christelijke auteur Tertullianus wordt bevestigd door Nikolaos van Damascus. De hieronder geciteerde woorden veronderstellen dat de ziel van de gestorvene gezelschap krijgt van de gedode gladiator. Dat is althans de enige manier om te verklaren waarom iemand bij testament bepaalt dat zijn geliefden op leven en dood moeten strijden:

Lees verder “Het Colosseum (5): gladiatoren” →

Het Colosseum (4): executies

Een van de executies in een amfitheater (Museum van El-Djem)

[Dit is het vierde van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Ik vertelde in het vorige blogje dat een dag in het Colosseum begon met jachtpartijen, vervolgde met executies en eindigde met gladiatoren. In dat vorige blogje beschreef ik de jacht. Hadden de dieren elkaar of de jagers de dieren afgemaakt, dan waren dus de misdadigers aan de beurt. Wellicht is dit het moment om even een trigger warning af te geven, want wat nu gaat volgen, is onprettige lectuur.

De eerste executies ad bestias, door beesten, vonden volgens Valerius Maximus plaats in 146 en 168 v.Chr.:

Nadat hij het Karthaagse Rijk te gronde had gericht, wierp Publius Cornelius Scipio Aemilianus deserteurs van niet-Romeinse afkomst voor de wilde beesten tijdens spelen die hij aanbood aan het volk, en toen Lucius Aemilius Paullus koning Perseus van Macedonië had overwonnen, legde hij mensen met dezelfde afkomst en schuld voor de olifanten om te worden vertrapt.noot Valerius Maximus, Gedenkenswaardige daden en uitspraken 2.7.13-14.

Lees verder “Het Colosseum (4): executies” →

Het Colosseum (3): jachtpartijen

Jachtscène zoals ze ook in het Colosseum te zien waren (Archeologisch Museum, Mérida)

[Dit is het derde van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Ook toen keizer Titus het Colosseum voor de tweede keer inwijdde, was het gebouw niet af. Volgens de zogeheten Kroniek van het jaar 354 werd het amfitheater tijdens de regeringsperiode van Titus’ broer en opvolger Domitianus “voltooid tot aan de schilden in de nok”. Deze schilden bevonden zich bovenaan de buitenwand.

Lees verder “Het Colosseum (3): jachtpartijen” →

Het Colosseum (2): bezoekers

Het Colosseum

[Dit is het tweede van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

De bouw van het Colosseum (de naam is niet authentiek) was vooral een politieke daad. Door het te bouwen op de plaats waar ooit het Gouden Huis van Nero had gestaan, begon Vespasianus de herinnering aan zijn voorganger uit te wissen. Maar al wilden Vespasianus’ bouwkundigen breken met Nero’s projecten, het lukte niet helemaal. De hoofdas van het amfitheater viel samen met de door Nero aangelegde Heilige Weg. Maar wellicht was dat tóch de bedoeling, want het Colosseum stond nu precies achter de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar. De nieuwe dynastie leek zo als het ware de vorige te overtreffen: een duidelijk signaal.

Dat werd opgepikt door de dichter Martialis, die debuteerde met een boek vol puntdichten over het amfitheater:

Waar nu de Colossus naar de sterren blikt,
daar stond ooit het huis van een boosaardig heer.
Rome was destijds door één huis ingepikt.
Middenin was toen het keizerlijke meer;
tegenwoordig staat het Colosseum daar.
Op de plaats waar nu de nieuwe Thermen staan
lagen de vertrekken van die moordenaar.
Iedereen kan nu naar bad en spelen gaan,
Rome is de stad van de Romeinen weer
en niet alleen van Romes heer.noot Martialis, De schouwspelen 2.

Lees verder “Het Colosseum (2): bezoekers” →

Antieke magie

Verzameling magische voorwerpen (Louvre, Parijs)

Stel je eens voor dat een Egyptenaar of Griek of Romein zomaar twintig eeuwen vooruit kon reizen en in onze tijd belandde. En stel je even voor dat hij of zij op miraculeuze wijze ineens lezen kon en zelfs Nederlands begreep. Wat zou zo iemand vinden van deze blog? Vermoedelijk keek onze gast verbaasd op van de onderwerpskeuze. Een van de meest wezenlijke aspecten van het toenmalige leven schittert door afwezigheid: de magie.

Terwijl iedereen – uit alle lagen van de bevolking, uit alle windstreken – wel deed aan wat bekendstaat als Schadenzauber: magische handelingen om iemand in de problemen te brengen. Er waren nog andere vormen van magie, waarover zo meteen meer. Omdat magie zo extreem veelvormig en zo gewoon was, is het woord “magie” misschien ook wel verkeerd gekozen. In ons taalgebruik is het immers de valse tegenhanger van de officiële godsdienst. Wij associëren magie met de duivel, niet met het goddelijke. Maar zo’n onderscheid is in de Oudheid niet zo makkelijk te maken.

Lees verder “Antieke magie” →

Cassius Dio

Portret van een Romein, ongeveer 230 na Chr. (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

We moeten het eens hebben over Cassius Dio. Ik noem hem regelmatig – op het moment dat ik dit schrijf is hij ruim 120 keer vermeld geweest – maar ik heb nooit een eigen blogje aan hem gewijd. Welnu: hij leefde van 164 tot pakweg 235 na Chr. en was, zoals hij niet moe wordt te benadrukken, een vooraanstaand Romeinse senator van Griekse afkomst. Hij had de zeer zeldzame eer tweemaal consul te zijn, in 204 en in 229, de laatste keer samen met keizer Severus Alexander. Dio zou desondanks volledig vergeten zijn als hij niet tevens de auteur was van een (Griekstalige) Romeinse Geschiedenis.

Een Griek van geboorte maar een Romein door overtuiging en behorend bij een rijke familie, was het eigenlijk onvermijdelijk dat Dio bestuursfuncties zou bekleden. Hij trad toe tot de Senaat tijdens de regering van Commodus (r.180-192), was consul in 204 en diende vanaf 217 als gouverneur in Asia, Africa Proconsularis (223) en Pannonia Superior. Enkele jaren later had hij dus de zeldzame eer van een tweede consulaat, nog wel met de keizer zelf.

Lees verder “Cassius Dio” →