Het oude Egypte van John Romer

Koning Senusret III van Egypte (“Sesostris”;Metropolitan Museum of Art)

Het verhaal is overbekend: toen Napoleon naar Egypte trok, reisden geleerden mee, die daar de steen van Rosetta vonden. Hiermee kon Champollion de hiërogliefen ontcijferen en de grondslagen leggen van de egyptologie. Zoals het gaat met dit soort heldenverhalen is het kort door de bocht maar in de kern juist: de egyptologie is als wetenschap ontstaan in de negentiende eeuw.

En dat maakt uit. Oudheidkundigen beschikken namelijk vrijwel altijd over te weinig informatie. Dataschaarste is hét methodologische probleem dat de oudheidkundige disciplines verbindt en onderscheidt van de meeste andere wetenschappen. Door dit informatietekort is het onvermijdelijk dat bij de reconstructie van de antieke culturen de aannames van de onderzoeker een rol spelen, zodat de hoofdlijnen die de eerste egyptologen in hun vakgebied ontwaarden, hun negentiende-eeuwse wereld weerspiegelden. En aangezien latere oudheidkundigen voortbouwden op het werk van hun voorgangers, spelen die ideeën nog altijd een rol.

Lees verder “Het oude Egypte van John Romer” →

Kadaster

Kleitablet met een kadaster (Pergamon Museum, Berlijn)
Kleitablet met een kadaster (Pergamon Museum, Berlijn)

Vandaag in de reeks museumstukken: een kleitablet met een tekst uit het kadaster. Het is in het zuiden van Irak vervaardigd tegen het einde van het derde millennium v.Chr., dus ruim vierduizend jaar oud. Het zou – als het museum niet tot volgend jaar in verbouwing was – te zien moeten zijn in het Berlijnse Pergamonmuseum, wat suggereert dat het is verworven in de negentiende eeuw: dit museum bevat vooral voorwerpen uit het Ottomaanse Rijk, waarmee het Wilhelminische Duitsland het heel goed kon vinden.

Kadasters zijn een onbezongen grondslag van onze beschaving, maar dat vergt wat uitleg. Ze zijn ontstaan om gewaswisseling mogelijk te maken. Wanneer een gewas op een bepaald stuk land groeit, onttrekt het stikstof aan de bodem, zodat je het jaar daarop van dat stuk grond geen even rijke oogst kunt binnenhalen. Je moet de akker dus braak laten liggen en liefst ook bemesten om het weer even vruchtbaar te krijgen. De mensheid heeft in de loop der eeuwen diverse systemen ontwikkeld om dat zo efficiënt mogelijk te doen. Dat veronderstelt echter dat je weet welk veld waar ligt – en dus een kadaster.

Lees verder “Kadaster” →

Elite

Luxe-aardewerk uit Oost-Iran (Nationaal Museum, Teheran)
Luxe-aardewerk uit Oost-Iran (Nationaal Museum, Teheran)

Rond 4000 v.Chr. begon de wereld complexer te worden. Daar was het een en ander aan vooraf gegaan. De akkerbouw had zich vanuit het Midden-Oosten verspreid tot aan de Atlantische Oceaan. De mensen waren gaan wonen in boerderijen, in dorpen en zelfs in steden. De geit, het varken, de koe, het schaap en het paard waren gedomesticeerd. Zuivel, bier en wijn waren aan het dieet toegevoegd, ambachtslieden hadden leren pottenbakken en beeldhouwen, smeden hadden ontdekt hoe ze koper en goud moesten bewerken. Rond 3000 kwam daar brons bij. De samenleving werd steeds diverser.

Zonder dat ik ook maar één spoor van bewijs heb, denk ik dat er een groep mensen moet zijn ontstaan die behoefte had aan luxe. Wie het breed heeft, wil het immers breed laten hangen. Die mensen zouden dan degenen kunnen zijn geweest die het prachtige aardewerk wilden hebben dat in het vierde en derde millennium werd vervaardigd.

Lees verder “Elite” →

Chinese zondvloed

Onlangs publiceerde De Volkskrant een leuk artikel over een overstroming die, in lang vervlogen tijden, aan de bovenloop van de Gele Rivier zou hebben plaatsgevonden. Een en ander is net gepubliceerd in Science (meer), waarin de onderzoekers tevens claimden bewijs te hebben gevonden voor de mythische watersnoden die, voordat China een echte staat werd, het land zouden hebben geteisterd.

Hoezo zondvloed?

De journalist die erover schreef, Maarten Keulemans, vroeg mij of ik commentaar had en ik heb hem naar eer en geweten verteld dat ik sceptisch was. Dat baseerde ik op een parallel met Mesopotamië, waar archeologen in verschillende steden dikke kleipakketten hebben gevonden die ze strijk en zet uitlegden als bewijs voor het Bijbelverhaal over de zondvloed. Helaas kan dit niet werkelijk zo zijn, aangezien die kleilagen niet zijn afgezet op hetzelfde moment en in elke stad een ander stratum vormen. Als ik een artikel over archeologisch bewijs voor mythische overstromingen aangeleverd zou krijgen voor Ancient History Magazine, zou ik het zeker weigeren. Zo kwam het dat ik in De Volkskrant werd geciteerd als een der sceptici die twijfelden aan de Chinese zondvloed.

Lees verder “Chinese zondvloed” →

Sumerisch contract

shuruppak_tablet_sale_louvre
Contract uit Shuruppak (Louvre, Parijs)

Shuruppak gold in Mesopotamië als een van de oudste steden ter wereld, gesticht vóór de Zondvloed. De archeologische vondsten gaan inderdaad heel, heel ver terug. Zo dateert het bovenstaande kleitablet, geschreven in het Sumerisch en tegenwoordig te bewonderen in de rustige oud-oosterse afdeling van het Louvre, uit de zevenentwintigste eeuw v.Chr.: de tijd waarin in Egypte de derde dynastie de eerste piramiden bouwde en waarin in onze contreien de mensen van de Vlaardingencultuur aarzelden tussen nomadisch en sedentair leven. In Engeland besloten de bouwers van het tot dan toe houten Stonehenge dat het leuk zou zijn het monument opnieuw op te trekken uit steen.

Terug naar het kleitablet: dat bevat een administratieve tekst. Er wordt een huis (oppervlak: 54 m²) met een slaaf verkocht. Onderaan staan de getuigen vermeld die instaan voor de eerlijke verkoop. Het zou nog even duren voor de mensen het document zélf, voorzien van twee zegels of handtekeningen, zouden gaan beschouwen als bewijs voor de overeenkomst: in de Oudheid waren getuigen nog heel belangrijk.

Lees verder “Sumerisch contract” →

Amulet

Slangenamulet uit Soch (Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan, Tasjkent)
Amulet met slangen uit Soch (Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan, Tasjkent)

Om nog even in Oezbekistan te blijven: dit amulet is te zien in het Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan in Tasjkent. Het is gemaakt rond 2000 v.Chr. en opgegraven in Soch in de Fergana-vallei. Dus helemaal in het oosten van het land. Archeologen rekenen deze regio tot de periferie van wat bekendstaat als het “Bactria-Margiana Archaeological Complex” (BMAC). Er is linguïstische discussie over de vraag of de sprekers de voorlopers zijn van de Indo-Iraanse talen of dat de sprekers van deze talen, door het gebied trekkend, woorden hebben overgenomen van de mensen uit het Bactria-Margiana Archaeological Complex.

Lees verder “Amulet” →

Andronovo

Bijl met allerlei demonische wezens (Vroege Bronstijd; New York, Metropolitan Museum of Art)
Bijl met allerlei demonische wezens (Vroege Bronstijd; New York, Metropolitan Museum of Art)

Anderhalve maand geleden kondigde ik een reeks stukjes aan over de geschiedenis van Centraal-Azië, ingegeven door het feit dat ik binnenkort naar Oezbekistan zal gaan. Ik wilde die stukjes schrijven omdat ik de geschiedenis van het gebied onoverzichtelijk vind. Tot voor kort had ik eigenlijk maar twee of drie aanknopingspunten: de Perzische periode (die ten einde kwam met Alexander de Grote), en de Mongoolse heerschappij. En – vooruit – de Sovjetjaren.

Ik was die reeks niet vergeten, maar door gezondheidsproblemen kwam het er niet van. Grappig genoeg kreeg ik, net toen ik had besloten de reeks eens te gaan maken, het nieuws dat de vergunning rond was om Kara Tepe te bezoeken, een laat-antieke opgraving in het niemandsland tussen Oezbekistan en Afghanistan. Als dat geen voorteken is!

Lees verder “Andronovo” →

Jiroft

Steenwerk
Steenwerk uit Jiroft (Archeologisch museum, Teheran)

Het bovenstaande voorwerp is afkomstig uit Jiroft uit het zuidoosten van Iran en is nu te zien in het Archeologisch museum van Teheran. Misschien is het een potje, misschien is het een armband, ik weet dat niet zeker. Ik denk dat het eindeloos herhaalde vormpje een schorpioen voorstelt, maar misschien is het wel een abstract teken. De typische kleur is omdat het chloriet is.

Jiroft is niet zomaar een opgraving. Het gaat om een enorme stad uit ruwweg 2500-2200 v.Chr. Dat is interessant, want op dat moment waren er nog niet zoveel steden. In Egypte moeten ze er zijn geweest, maar de Nijl heeft veel weggespoeld. In Syrië en in het Tweestromenland waren zeker steden. En in de Indusvallei. Jiroft is de verbindende schakel tussen de twee laatstgenoemde cultuurgebieden.

Lees verder “Jiroft” →

Sumerisch Scheppingsverhaal

Scheppingsverhaal uit Girsu (Louvre, Parijs)
Scheppingsverhaal uit Girsu (Louvre, Parijs)

Dit is een kleitablet uit het Louvre, afkomstig uit Girsu, een stad in het zuidoosten van Irak. Het is in het Sumerisch geschreven, ergens in het derde kwart van het derde millennium v.Chr. Hier is de vertaling:

Hemel kleedde zich als een jonge held.
Hemel en Aarde wisselden woorden uit.
Destijds bestonden de god Enki en zijn stad Eridu
nog niet en de god Enlil leefde nog niet.
De schoonheid van de velden was stof.
De bloei was stof.
De dagen waren nog niet licht.
De nieuwe manen vertoonden zich nog niet aan de hemel.

Lees verder “Sumerisch Scheppingsverhaal” →

Anatolische beschavingen: Alacahöyük

“Zonneschijf” uit Alacahöyük, nu in het museum voor Anatolische Beschavingen in Ankara.

[Dit is het tweede deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

De opkomst van de steden en het ontstaan van de staat vonden plaats tijdens de overgang van de Kopertijd naar de Vroege Bronstijd, zo rond 3000 v.Chr. Rond 2750 ging Arslantepe ten onder. De opgraving van Alacahöyük documenteert de tweede helft van het Vroeg Brons. Er zijn dertien koningsgraven gevonden – vijf ervan zijn momenteel te zien – waarin wonderlijke bronzen of zilveren voorwerpen zijn opgegraven die, om het oneerbiedig te zeggen, nog het meest lijken op mattenkloppers. Men noemt ze “zonneschijven”, maar dat is omdat we niet weten wat ze wél zijn.

Tegen het einde van de Vroege Bronstijd trokken nieuwe volken Anatolië binnen, die Indo-Europese talen spraken. Daarvan stammen drie talen uit de historische periode af: het Luwisch, dat we later aantreffen in het zuiden en westen van Turkije (bijvoorbeeld in Troje), een daarmee verwante taal die in een eigen schrift werd geschreven en daarom “hiërogliefisch Luwisch” wordt genoemd, en de taal van de Hittieten.

Lees verder “Anatolische beschavingen: Alacahöyük” →