Wat heet mooi? De teksten

Een dichteres uit Pompeii, soms geïdentificeerd als Sapfo.

Wat heb ik me op de hals gehaald, dacht ik, toen ik de ruim 230 mooie voorwerpen en tekstennoot Een tekst is natuurlijk ook een voorwerp, meer precies een werktuig, en nog preciezer een container (voor informatie). zag waarmee u reageerde op mijn oproep anderen met schoonheid te verrijken en te bevoordelen. U leverde teveel schoonheid voor één blogje, en sometimes there’s so much beauty in the world, I feel like I can’t take it. Ik begin met een lijst van mooie teksten, en heb op 10 september een blogje over architectuur, en wat daarna komt weet ik nu nog niet.

Observatie vooraf: je zou hebben verwacht dat als mensen houden van een bepaalde cultuur en bijvoorbeeld sculptuur noemen, ze ook wel architectuur zouden noemen en teksten. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Soms kan ik verklaren waarom mensen die een bepaalde esthetiek waarderen die wel in de ene kunstcategorie kunnen benoemen maar niet in een andere. Keltische voorwerpen liggen in allerlei musea maar Keltische architectuur is feitelijk niet overgeleverd. Even vaak kan ik het verschil niet verklaren.

Lees verder “Wat heet mooi? De teksten” →

Alexander de Grote in Sousa (1)

Perzische decoratie uit Sousa (Louvre, Parijs)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we vorige maand vertrokken uit de grote stad Babylon en op weg gegaan naar Sousa. Zoals wel vaker in de oude geschiedenis kennen we de plannen van de generaal niet en moeten we die afleiden uit wat hij feitelijk deed. Het is plausibel dat de Macedoniërs de diverse hoofdsteden van het Perzische Rijk wilden plunderen, want dat hebben ze gedaan, maar eigenlijk weten we dat niet. Alexanders biograaf Ploutarchos vertelt:

Toen hij door Babylonië trok verbaasde hij zich vooral over een kloof waaruit onophoudelijk vuur opsteeg als uit een bron, en over de stroom van nafta die zo groot was dat hij niet ver van die kloof een meer vormde. Dit nafta leek op asfalt, maar was zo licht ontvlambaar dat het, al voordat de vlam het bereikte, ontbrandde door de vuurgloed, en dikwijls ook de lucht ertussen deed ontvlammen.noot Ploutarchos, Alexander 35.1-2; vert. Hetty van Rooijen.

Lees verder “Alexander de Grote in Sousa (1)” →

Alexander de Grote in Babylon (3)

De Ištarpoort (Pergamonmuseum, Berlijn)

[Derde van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

Hoewel de gezaghebber in Babylon, Mazaios, naar de Macedoniërs was overgelopen, waren Alexanders mannen op hun hoede en ze rukten in slagorde op naar de beroemde stad. Het moet hen hebben teleurgesteld dat de muren minder imposant waren dan Herodotos van Halikarnassos had beweerd, maar van de andere kant: ze waren nog nooit eerder in een stad geweest met ruwweg 100.000 inwoners. Ter vergelijking: Athene was half zo groot.

Lees verder “Alexander de Grote in Babylon (3)” →

Ktesias, geschiedschrijver (of zo)

Zomaar een Griek (Archeologisch museum, Delfi)

Het is voor ons, levend in de rijke westerse wereld, eigenlijk vrij simpel: een bewering is waar of niet. Voor ons interessant is de discussie over de waarheidstheorieën (is iets waar omdat het correspondeert met een waargenomen feit of omdat het voortvloeit uit andere waarheden?) en de discussie over robuustheid (hoe waarschijnlijk is het dat iets waar is?). Over zulke thema’s kunnen wij nadenken met enige kans dat we ook iets bereiken, want we hebben de filosofische concepten, de wiskunde, de tijd en het geld. We kunnen onderzoek doen.

Wat is waar?

Dat was anders in de tijd vóór de Wetenschappelijke Revolutie, dus zeg maar de tijd van Vesalius, Stevin en Newton. Afgezien van de wiskunde, waarin een ware bewering voortvloeit uit axioma’s, was waarheid eeuwenlang ontoetsbaar. Als iemand beweerde dat je niet voorbij de evenaar kon zeilen omdat het daar te heet was voor menselijk leven, kon je niet even een expeditie ondernemen om dat te onderzoeken.

Lees verder “Ktesias, geschiedschrijver (of zo)” →

Na de slag bij Gaugamela

De vlakte van Gaugamela, gezien vanuit het zuiden

In onze reeks over Alexander de Grote heb ik een tijdje geleden verteld hoe de Macedoniërs in de zomer van 331 v.Chr. oprukten naar het door de Perzische koning Darius III Codomannus uitgekozen slagveld ten oosten van de rivier de Tigris. Al eerder had ik verteld hoe de slag bij Gaugamela verliep, dus ik neem vandaag de draad van het verhaal op ná Alexanders overwinning en de aftocht van zijn tegenstander. (Als u denkt dat Darius is gevlucht, heeft u de de film van Oliver Stone gezien en geen goed geschiedenisboek gelezen.)

Verliescijfers

Net als na de gevechten aan de Granikos en bij Issos, noteerden de officieren op de dag na de slag het aantal mannen dat niet aanwezig was op het appel. Ook maakten ze een schatting van het aantal gedode vijanden. Alexanders biograaf Curtius Rufus schrijft dat er 40.000 Perzen sneuvelden, “althans volgens de berekeningen van de overwinnaars”, terwijl minder dan 300 Macedoniërs zouden zijn gevallen. De Griekse geschiedschrijver Diodoros verdubbelt de cijfers, namelijk 90.000 en 500, terwijl de anders redelijk nuchtere Arrianus schrijft:

Lees verder “Na de slag bij Gaugamela” →

Wie was Julius Caesar? (2)

Gem met portret van Julius Caesar (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Tweede deel van de evaluatie aan het einde van mijn reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Het eerste deel was hier.]

Persoonlijkheidscultus

Ik noemde in het vorige blogje het Forum van Caesar. Dat is te lezen als een monument voor de autocratie, maar dat is niet het hele verhaal. Het was althans niet uniek. Machtige tijdgenoten richtten wel vaker zulke monumenten voor zichzelf op, zoals het theater dat Pompeius bouwde. Dat Julius Caesar de godin Venus adopteerde als stammoeder, was in zijn kringen ook de gewoonste zaak van de wereld. Ruim anderhalve eeuw eerder had Scipio Africanus al beweerd een lijntje te hebben met de goden.

Het is ook opvallend dat het vooral de senatoren zijn geweest die Julius Caesar het ene eerbewijs na het andere toekenden. Ploutarchos constateert dat de eerste daarvan, voorgesteld door Cicero, nog wel een zekere betekenis hadden, maar dat het doorsloeg.noot Ploutarchos, Caesar 57. Vaak denken we dat de Romeinen heel krijgszuchtig waren, zoals de Grieken artistiek zouden zijn geweest, de Perzen wreed, en de Feniciërs eeuwige koopvaarders. Die clichés zijn handig voor een eerste kennismaking, maar als je voor de Romeinen een cliché zoekt dat een karaktertrek benoemt die echt correct is, dan zou ik zeggen dat ze de ergste hielenlikkers uit de wereldgeschiedenis zijn geweest. De dictator heeft een paar eerbewijzen afgeslagen en je bent geneigd te denken dat de stroopsmeerderij zelfs Caesar te gortig werd.

Lees verder “Wie was Julius Caesar? (2)” →

De begrafenis van Julius Caesar (3)

De voorkant van de tempel van Caesar; het afdakje markeert de plek waar het lichaam is verbrand.

[Het laatste van drie blogjes over de begrafenis van Julius Caesar. Het eerste was hier.]

Op de middag na de moord op Julius Caesar was diens stoffelijk overschot in een draagstoel naar zijn huis achter het Forum Romanum gebracht. De menigte had luidruchtig geklaagd en gejammerd. Er waren ook mensen geweest die de daad met instemming hadden begroet, zodat de moordenaars konden denken dat de publieke opinie op hun hand was. Een enkele magistraat sloot zich bij hen aan. Ik vertelde al dat Lucius Cornelius Cinna, zijn ambtskledij had afgelegd omdat hij zijn ambt had gekregen van de dictator.

Wat er was aan sympathie voor de moordenaars, werd deels de kop ingedrukt door de soldaten van Lepidus en door Caesars veteranen. Toen diezelfde Cinna, gehuld in de ambtskledij die hij eerder had afgelegd, naar de Senaatsvergadering in de tempel van Tellus was gekomen, had hij moeten rennen voor zijn leven. De uitvaartplechtigheid op het Forum Romanum maakte dat de stemming in de stad ronduit vijandig was voor de moordenaars.

Lees verder “De begrafenis van Julius Caesar (3)” →

De begrafenis van Julius Caesar (2)

De ambtswoning van de hogepriester met daarvoor de tempel van Caesar; het afdakje markeert de plek waar het lichaam was opgebaard.

[Het tweede van drie blogjes over de begrafenis van Julius Caesar. Het eerste was hier.]

De menigte die vandaag 2069 jaar geleden op het Forum Romanum was al behoorlijk opgewonden toen Marcus Antonius begon te spreken: “als consul over een consul, als vriend over een vriend, als verwant over een verwant”, zoals Appianus het typeert.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.143.

De korte toespraak

Onze oudste bron is Ploutarchos, die anderhalve eeuw na de uitvaart in vier verschillende biografieën op die gebeurtenis inging.

Aan het eind van zijn rede zwaaide hij hoog met de bebloede, door zwaarden doorstoken kleren van de dode en noemde degenen die deze daad gepleegd hadden vervloekte moordenaars.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14; vert. Hetty van Rooijen.

Lees verder “De begrafenis van Julius Caesar (2)” →

De begrafenis van Julius Caesar (1)

Marcus Antonius (Koninklijke bibliotheek van België, Brussel)

De reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden” nadert haar einde. Vandaag 2069 jaar geleden deed Caesar immers niets meer want hij was dood. De moordenaars hadden zich verscholen op het Capitool en hadden het initiatief gelaten aan de consul, Marcus Antonius, die een compromis had voorgesteld: amnestie voor de daders indien ze ermee akkoord gingen dat Caesars maatregelen van kracht blijven.

Daarmee waren de moordenaars akkoord gegaan – en zo verspeelden ze hun voornaamste troef: dat ze hadden gestreden voor de principes van de rechtsstaat. Marcus Junius Brutus had zijn best gedaan het doden van de dictator te presenteren als de executie van een crimineel en had de andere samenzweerders ervan overtuigd dat ze niet ook Marcus Antonius moesten doden. Dan zouden ze zich immers verlagen tot het principeloze niveau van de machtspolitiek. Door in te stemmen met het compromis, deden de moordenaars dat evengoed. Met wat goede wil kunnen we de Tweede Burgeroorlog nog interpreteren als een opstand van één man tegen het legitiem gezag, maar vanaf nu was het factie tegen factie. De Romeinse Republiek was in Munda strijdend ten onder gegaan, op 18 maart was ook de politieke fictie gestorven.

Lees verder “De begrafenis van Julius Caesar (1)” →

De Senaat vergadert

Senatoren op de Ara Pacis (reliëf in de Vaticaanse Musea, Rome)

Vandaag 2069 jaar geleden, 17 maart 44 v.Chr. dus, kwam in de tempel van Tellus de Romeinse Senaat samen. De voorzittende consul, Marcus Antonius, vond het heiligdom een geschiktere plek dan het eigenlijke Senaatsgebouw, dat werd herbouwd, of de vergaderzaal van Pompeius, waar pas achtenveertig uur eerder Julius Caesar was vermoord. Er zijn verschillende verslagen van de bijeenkomst in de Tellustempel, maar helaas zijn die minimaal anderhalve eeuw na dato geschreven. Het verslag van Appianus lijkt het beste.

Intimidatie

Toen het bijna dag was kwamen de senatoren voor de vergadering bijeen in de tempel van Tellus, zo ook praetor Cinna, die zich weer had gehuld in de ambtskleding die hij eerder had afgelegd omdat die door een tiran gegeven zou zijn. Toen de mensen hem zagen, begonnen sommige personen stenen naar hem te gooien, woedend dat hij, toch een verwant van Caesar, hem als eerste in het openbaar belasterd had, en ze kwamen achter hem aan; en toen hij een huis in was gevlucht, maakten ze daar een stapel hout en zouden die ook aangestoken hebben, als niet Lepidus met zijn leger was verschenen en dat had verhinderd.noot Appianus, De burgeroorlogen 2.126; vert. John van Nagelkerken.

Lees verder “De Senaat vergadert” →