
Een van de populairste Romeinse goden was Apollo. We kennen hem onder allerlei namen: Apollo Delius was de Apollo zoals hij werd vereerd met de rituelen van het eiland Delos, Hercules Didymaeus was de Apollo zoals hij werd vereerd met de rituelen van het heiligdom in Didyma, Apollo Delphinius verwees naar de Apollo zoals die werd vereerd in het orakel van Delfi, en keizer Augustus vereerde Apollo met de rituelen van Aktion en in die vorm heet de god Apollo Actiacus. Zo ging dat met antieke goden: in veelvoud één.
Zo ook Christus. De Christus die werd vereerd in Antiochië was, zoals Romeinse goden betaamde, eender met én anders dan die in Alexandrië, om eens twee steden te noemen die hun naam gaven aan eigen theologische richtingen. Zoveel steden, zoveel christelijke gemeenschappen, zoveel opvattingen. De betekenis van het Concilie van Nikaia (325) is dat er één gedeelde doctrine kwam. Een eerste kenmerk daarvan was dat christenen niet ook andere goden mochten vereren – een aspect waarvan de meeste Romeinen met verbazing kennis zullen hebben genomen. Een tweede kenmerk was dat er maar één juiste manier was om te denken over Christus. In combinatie heten deze twee vernieuwingen “orthodoxie”.









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.