Laten we eerlijk zijn: als u Memi, die u hierboven ziet afgebeeld, op straat zou tegenkomen, zou u hem vermoedelijk niet herkennen. Ongetwijfeld had hij over zijn bovenlip een heel dun, zorgvuldig gecultiveerd snorretje, en vermoedelijk had hij een even zorgvuldig gevlochten sorbetkapsel, maar zulke grote ogen kan hij nooit hebben gehad. En toch, als ik naar die reuzepupillen kijk, denk ik dat ik iemand zie die ik, als ik oud-Egyptisch zou verstaan, zou kunnen begrijpen.
Dat denk ik weliswaar, maar uiteraard is dat vooral projectie. Elke cultuuruiting bestaat uit enerzijds de feitelijke uiting – geschreven of gesproken woorden, een materieel object, een gebruik… – en anderzijds allerlei impliciet veronderstelde informatie, en die laatste is voorgoed verloren. Het is niet zo dat we een signaal ontvangen en simsalabim contact hebben. We treffen iets aan dat ooit bedoeld is geweest als signaal en wij kennen daaraan een betekenis toe. Dat proces is voor de hele oude wereld lastig, maar voor Egypte is het nog moeilijker dan voor bijvoorbeeld Griekenland: de omvang van het Egyptische talige databestand is ongeveer 10% van dat van het Griekse, en hoewel ik voor de materiële cultuur geen cijfers heb, vermoed ik dat daar iets soortgelijks speelt. Onze kennis van de wereld van Memi is daardoor minder robuust dan de ook al niet bijster robuuste kennis die we hebben over de klassieke wereld.
Romulus en Remus op een munt uit Pisidië (onbekend museum)
Al ruim eenentwintig eeuwen geldt de eenentwintigste april als de stichtingsdag van Rome. Volgens de traditie waren Romulus en Remus, zoals de stichters heetten, eigenlijk herders, en dat is wat raar, aangezien in de meeste verhalen over stadstichtingen de klus in handen is van koningszonen of aristocraten. Waar komt het Romeinse verhaal vandaan?
Verzonnen dateringen
Eerst iets over de datum. Op 21 april vierden de Romeinen de Parilia. Het was een herdersfeest, waarbij mensen sprongen over vuurtjes van stro en olijftakken. Omdat de Romeinen meenden dat de oudste kern van hun stad iets primitiefs moest zijn geweest, en omdat ze niets primitievers kenden dan herders, redeneerden ze dat de eerste Romeinen ook wel herders zouden zijn geweest. Je zou het een sociologische theorie kunnen noemen. In elk geval heeft het niets van doen met de historische waarheid, want die is dat de eerste bewoners van Rome boeren waren. Niks herders, het archeologisch bewijs is zonneklaar. Maar goed. Als je aanneemt dat de eerste Romeinen herders waren, dan houd je herdersfeesten in ere, en vanaf de eerste eeuw v.Chr. meende men dat Rome was gesticht op 21 april.
Luchtfoto’s! Luchtfoto’s! Die waren best handig, redeneerden de generaals in de Eerste Wereldoorlog, om te weten waar vijandelijke loopgraven waren. En zo kregen de legers fotografische diensten, zo groeiden de fotoarchieven en zo kregen archeologen er een hulpmiddel bij. Op een zuurstofrijke bodem groeien gewassen beter, en een oude, reeds lang gedempte sloot is nog lang snel zuurstofrijker dan de omgeving. Zulke crop marks zijn zichtbaar op een luchtfoto. In Flanders Fields zijn zo tientallen middeleeuwse versterkte boerderijen geïdentificeerd, en elk jaar wordt wel iets ontdekt op de foto’s die in de jaren twintig boven Irak zijn gemaakt. Zoiets kan natuurlijk ook in Nederland.
Een motte op Urk?
Een lid van een lokale afdeling van de Nederlandse Archeologievereniging-AWN (zeg maar de vereniging van archeologieliefhebbers) bekeek de luchtfoto’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt van de droogvallende Noordoostpolder, en hij zag dat even voorbij Urk een kring lag in een deel van de polder dat ooit bij het eiland hoorde, maar al in de Late Middeleeuwen door de zee is verzwolgen. De kring is sindsdien nooit meer zichtbaar geweest, aangezien het nieuwe land in gebruik is genomen voor de landbouw. Ook op de foto’s van Google Earth en op de LIDAR-beelden van het Actueel Hoogtebestand is niets te zien.
Na de val van Jeruzalem, in 70 na Chr., hadden de joden geen tempel meer en geen hogepriester. Zonder allerhoogste autoriteit moesten ze hun geloof opnieuw uitvinden. Als de sadduceeën, zoals je vroeger weleens las, vooral behoorden tot het meer welvarende deel van het Joodse volk, waren ze ten onder gegaan door de plunderingen tijdens de Joodse Oorlog. Van de mensen die de Dode Zee-rollen schreven (misschien de essenen) horen we niets meer. De sicariërs en de zeloten waren gesneuveld.
Nieuw leiderschap
Slechts twee groepen overleefden: enerzijds de farizeeën, anderzijds de volgelingen van Jezus. Uit die laatste groep is het christendom voortgekomen, met een kader van priesters, diakenen en bisschoppen. (Er waren aanvankelijk ook apostelen en christelijke profeten, maar die verdwijnen al snel uit zicht.) De christenen raakten van de andere joden gescheiden door de door de keizer geëiste Fiscus Judaicus, een maatregel die niet alle monotheïsten trof op dezelfde manier.
Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met ook deze keer weer enkele niet-samenhangende berichtjes.
Het Antikythera-mechanisme
Het Antikythera-mechanisme was een mechanische rekenmachine annex planetarium waarmee onder meer zonsverduisteringen en de data van de diverse Griekse atletiekwedstrijden konden worden berekend. Het is gevonden op een scheepswrak bij de Peloponnesos en is maar gedeeltelijk bewaard, zodat niet helemaal duidelijk is hoe het voorwerp precies gereconstrueerd zou moeten worden. Dat neemt niet weg dat er verschillende knappe voorstellen zijn gedaan en dat instrumentmakers reconstructies hebben gebouwd. Sinds kort is er ook een in eigen land, en daarover leest u hier meer.
Een paar weken geleden maakte ik een rondreis door Bulgarije, waarbij we ook een bezoek brachten aan Adamclisi in Roemenië. Daar staat een veertig meter hoog, trofeevormig monument ter ere van de overwinning die keizer Trajanus daar in 106 behaalde op de Dacische koning Decebalus en zijn bondgenoten. Ik heb al eens geblogd over diens zelfmoord, gedocumenteerd in het grafschrift van de Romeinse ruiter die het hoofd afhakte en naar Trajanus bracht. Er is ook een beroemde afbeelding op de Zuil van Trajanus.
Museum en stad
Ik bezocht in Adamclisi twaalf jaar geleden, maar toen was het museum gesloten. Dit keer had ik meer geluk. Het gebouw bleek een mooie façade te hebben waarop in mozaïek de Daciërs en Romeinen samen stonden afgebeeld, alsof ze als gelijkwaardige partijen de grondslag hebben gelegd voor een romaanse cultuur die werd voortgezet in het Roemenië van Nicolae Ceaușescu. Propaganda, zeker, maar mooi gedaan.
Het irritante van het werk van geheime diensten is dat het werk van geheime diensten geheim is. Historici weten er minder van dan ze zouden willen. Natuurlijk zijn er archieven, maar het kan heel lang duren voordat die worden vrijgegeven. Dat de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog alle Duitse codeberichten konden lezen, werd pas dertig jaar na dato erkend en voor zover ik weet duurde het nog eens veertig jaar tot alle stukken openbaar waren. Maar ook een onderzoeker die toegang heeft tot alle overgebleven stukken, zal regelmatig moeten raden wat bedoeld kan zijn geweest met codewoorden en toespelingen. Historici zijn natuurlijk vertrouwd met embargo’s en contextverlies, maar als het gaat om de geschiedenis van een geheime dienst, zijn de problemen groter.
Kim Philby
Je merkt dat op elke pagina van The Writer and the Traitor, het boek dat de Britse journalist Robert Verkaik wijdde aan de vriendschap tussen Graham Greene en Kim Philby. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de laatste een bliksemcarrière bij de Britse buitenlandse inlichtingendienst MI6. Op tweeëndertigjarige leeftijd stond hij aan het hoofd van alle Britse tegen de Sovjet-Unie gerichte contraspionage. Later was hij gestationeerd in Washington. En dat terwijl hij, zoals zou blijken, werkte voor Stalin. Als hoofd van de contraspionage kon hij alle aanwijzingen die tegen hem bestonden, laten verdwijnen; een overloper die hem kon ontmaskeren merkte te laat dat Philby Moskou had ingelicht. Niemand weet wat er van deze Konstantin Volkov is geworden.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.