Kort Libanees (2)

Wandschildering van Maria (Nationaal Museum van Libanon, Beiroet)

Libanon is een verdeeld land en het zal u wel bekend zijn dat de scheidslijnen religieus zijn. Je hebt christenen en moslims; die laatsten zijn weer verdeeld in soennieten en sji’ieten, en van die laatsten zijn de druzen een zó bijzondere variant dat je je kunt afvragen of je ze nog als sji’itisch kunt beschouwen. Die groepen zijn onderling weer verdeeld, soms langs religieuze lijnen en soms langs politieke lijnen. Er zijn bijvoorbeeld twee grote sji’itische partijen, de nationalistische Amal en de pro-Iraanse Hezbollah. En er zijn altijd de ego’s en de belangen van de diverse politieke leiders.

Hoe schep je eenheid in “a house of many mansions”? De overheid heeft in het verleden ingezet op een gedeeld verleden door de vernieuwing van het Nationaal Museum. Men is daarbij bepaald niet zuinig geweest en het is een van de mooiste culturele instellingen van de wereld, maar ik krijg niet de indruk dat het verleden werkelijk helpt om eenheid te scheppen. Geschiedenis is er natuurlijk ook helemaal niet om nationale identiteiten te helpen vormen, maar ik kan me bovendien niet aan de indruk onttrekken dat veel Libanezen ook niet al te veel van het verleden weten willen. Niet helemaal onbegrijpelijk natuurlijk, want elke politieke groep heeft lijken in de kast. Niet zelden letterlijk.

Lees verder “Kort Libanees (2)”

Meer lijkwadegeleuter

Crucifix uit 1304, ruwweg even oud als de Lijkwade van Turijn; de makers wisten niet hoe de Romeinen iemand kruisigden (Keulen, St. Maria im Kapitol).

Een gewelddadige dood is meestal een onsmakelijke affaire, waarover je niet moet schrijven. Dat wordt voyeurisme. Als het gaat om kruisigingen, de wrede executiemethode die de Romeinen tot in perfectie (lees: zo langdurig mogelijk) ontwikkelden, moet je helemaal je mond houden. Het was nog veel erger dan de Bobben Smalhout dezer wereld u uitleggen. In feite zijn zulke artikelen een aantasting van het recht op een onverstoord sterven en niet ten onrechte heeft Raymond Brown, de auteur van een belangrijk boek over de Bijbelse lijdensverhalen, opgemerkt dat hij zulk onderzoek misplaatst vindt en hoopt dat er een einde komt aan zoveel smakeloosheid.

Helaas is er de lijkwade van Turijn, die altijd weer opduikt, zelfs als er geen nieuws is. U kent de problematiek: op een in Turijn bewaard stuk textiel staat een fotonegatieve afbeelding van een gekruisigde man. Is dit het doek waarin Jezus begraven is geweest? Het antwoord is een oorverdovend nee: er is C14-onderzoek gedaan en het weefsel dateert uit 691±31BP. Dat wil zeggen dat er, na ijking aan de jaarringcurve, 68% kans is dat het textiel is vervaardigd tussen 1273 en 1288. Er is 95% kans dat het is vervaardigd tussen 1262 en 1312, met nog een piepkleine kans dat het stamt uit het derde kwart van de veertiende eeuw.

Dat is het einde van de discussie. Er zijn insinuaties dat de laboratoria hun werk niet goed hebben gedaan, maar dat zijn precies dat: insinuaties. Ze worden steeds weer gedaan door mensen die een complicatie verzinnen die ze niet zouden hebben verzonnen als het niet was om de lijkwade als geloofsvoorwerp te redden van de wetenschap. Ze verzinnen voor elke oplossing een probleem. Ik ga daar nu niet op in want ik blijf niet aan de gang. Mijn aanleiding is dat de lijkwade in de sociale media de ronde weer doet, ook al gaat het om kwakonderzoek van vijf jaar geleden.

Lees verder “Meer lijkwadegeleuter”

Ringcompositie

Drie Romeinse ringen uit Dab’aal bij Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet)

[Vandaag een gastbijdrage van mijn goede vriend Richard Kroes, oorspronkelijk op zijn eigen blog, hiero.]

Nog niet zo lang geleden ontbrandde op deze blog een korte discussie over de “ringcompositie”: een andere manier van het ordenen van een tekst, waarin de gedachtegang niet serieel wordt geordend (zoals in A-B-C-D-E) maar in ringen rondom een middendeel: A-B-C-D-C-B-A. Aanleiding voor de discussie was de opmerking van theoloog Cees van Veelen dat het belangrijkste stuk tekst steeds in het midden van zo’n compositie te vinden was.

Twee reageerders, een natuurkundeleraar en een wiskundige, vroegen daarop om empirisch bewijs voor die stelling. Dat vond ik grappig omdat het de cultuurgebondenheid van schijnbaar harde wetenschappelijke vragen illustreert: niemand uit onze cultuur zal ooit vragen om bewijs voor de seriële compositie van een stuk tekst en de bewering dat het belangrijkste stuk aan het einde staat.

Lees verder “Ringcompositie”

Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?

Het nieuwe blad (foto Mohsen Goudarzi; Ahmed Shaker heeft een andere foto)

Eerst maar even dit. Je hebt middeleeuwse handschriften en middeleeuwse handschriften. Als we even afzien van hun kwaliteiten als materieel object (hoe is het vervaardigd, is het geïllustreerd, is het professioneel geschreven?), wordt de waarde bepaald door de inhoud van de tekst. Om eens iets te noemen: als handschrift B is overgeschreven van handschrift A, is handschrift B minder belangrijk dan handschrift A (“elimineerbaar”).

Eén van de absolute topstukken is de Codex Sana’a 1. Die is in 1972, toen een lekkend dak restauratie noodzakelijk maakte, ontdekt in een afgesloten vertrek bij een van de bibliotheken van de Grote Moskee van Sana’a in Jemen. Dat is een van de oudste moskeeën ter wereld: het staat vast dat ze tussen 705 en 715 is uitgebreid en ze dus daarvóór moet zijn gesticht. In de eeuwenlang vergeten, afgesloten kamer werden 15.000 oude islamitische teksten gevonden en misschien was het vertrek wel wat de joden een geniza noemen: een opslagruimte van religieuze geschriften die te versleten zijn voor gebruik maar die je uit respect toch ook niet weggooit.

Lees verder “Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?”

Religieuze kruisbestuiving

Nabi Ayla

De foto hierboven maakte ik in Nabi Ayla, een dorpje in de Bekaa-vallei. Het oogt als een moskee en het is ook een islamitische gebedsruimte, maar het graf is dat van de joodse profeet Elia, die hier door moslims, joden en christenen wordt vereerd. Toegegeven, het zal niet echt het graf van Elia zijn en veel joden zijn in de jaren tachtig uit Libanon vertrokken, maar het zijn dus niet alleen moslims die deze moskee bezoeken.

Evenzo zijn het in Libanon niet slechts christenen die naar een kerk gaan. Neem de grot van Sint-Joris in Jounieh, even ten noorden van Beiroet. Zowel christenen als moslims (die hem El Khidr noemen) wenden zich tot de heilige die de draak versloeg, om zijn hulp in te roepen voor kinderen met een groeistoornis.

Een theologische purist zal tegenwerpen dat niet Sint-Joris maar God helpt en dat Joris slechts bemiddelt. De vakterm is “voorspraak” maar ik vermoed dat deze nuance voor de gewone gelovige weinig uitmaakt. Ik denk ook dat die niet heel goed kan vertellen waarom theologen zoveel waarde hechten aan het onderscheid tussen de diverse godsdiensten. Goed als de heiligen zijn, zijn ze immers niet kieskeurig in hun clientèle, wat ook wel blijkt uit het feit dat El Khidr en Joris dezelfde zijn als de Griekse held Perseus.

Lees verder “Religieuze kruisbestuiving”

Ikoon

Ikoon met de bron des levens

Berat mag dan het antieke Antipatreia zijn, de Oudheid is niet waarom je in deze mooie stad bent, al denk ik dat ik op de citadel wat hellenistisch muurwerk heb gezien. Die citadel, dát is waarom je hier komt, en het moet gezegd: die is buitengewoon de moeite waard. Er ligt daar een compleet dorp, hoog boven de witte huizen van de stad, met een stuk of veertig kerken (om twaalf uur vandaag meer over dit duizelingwekkende aantal), kasseienstraten, twee moskeeën, torens, een indrukwekkende toegangspoort en natuurlijk een brede en hoge muur. Er is trouwens ook een modern beeld van Constantijn de Grote omdat de Albanezen denken dat deze keizer in hun land is geboren.

Eén van de kerken is gewijd aan Maria Hemelvaart en in het eraan grenzende Onufri-museum fotografeerde ik deze icoon. U ziet Maria en de “bron des levens”, maar het gaat me om de achtergrond: twee moskeeën. Je kunt dat interpreteren alsof Gods liefde zich uitstrekt naar niet-christenen. Ik vermoed dat dat ook is wat de onbekende kunstenaar uit de achttiende eeuw heeft willen zeggen: wij Albanezen horen bij elkaar. Zie ik het (vanuit mijn toeristische ivoren toren) goed, dan spelen er in elk geval momenteel weinig religieuze spanningen. Na de Culturele Revolutie van Hoxha, die in de jaren zestig alle uitingen van religiositeit verbood, is dat misschien ook niet zo vreemd: moslim of christen, ze delen allemaal dezelfde nare ervaringen en hebben allemaal op gelijke wijze hun religie aan de nieuwe tijd aangepast.

Lees verder “Ikoon”

De wierookroute (3)

De Bahira-moskee in Bosra heeft de vorm van een Romeinse basiliek. De Bahira-legende veronderstelt dat rond 600 de oude karavaanweg nog altijd in gebruik was.

[Het thema van de Romeinenweek is mobiliteit en ik heb de afgelopen dagen al enkele aspecten behandeld. Dankzij de DNA-revolutie weten we nu dat er in oude tijden veel meer mobiliteit is geweest dan we lange tijd hebben aangenomen. De netwerken waren ook veel wijder dan we dachten. Ik ga daarom nog eens in op de Wierookroute, waarover ik in 2016 het onderstaande publiceerde in het tijdschrift Hermeneus. Het eerste deel was hier.]

Van Mekka naar Bosra

De christenen, die in de loop van de vierde en vijfde eeuw meer invloed kregen op de Romeinse samenleving, beschouwden het branden van wierook als een vorm van afgodendienst en waren er lange tijd terughoudend mee. De handel in geurstoffen leed eronder en er waren grote sociale veranderingen op het Arabische Schiereiland – meestal niet ten goede. De islamitische verhalen over het onrecht tijdens de Jahiliyyah (de “tijd der onwetendheid” voor de profeet Mohammed) lijken echo’s te bevatten uit deze periode van maatschappelijke onrust.

Lees verder “De wierookroute (3)”