Ikoon

Ikoon met de bron des levens

Berat mag dan het antieke Antipatreia zijn, de Oudheid is niet waarom je in deze mooie stad bent, al denk ik dat ik op de citadel wat hellenistisch muurwerk heb gezien. Die citadel, dát is waarom je hier komt, en het moet gezegd: die is buitengewoon de moeite waard. Er ligt daar een compleet dorp, hoog boven de witte huizen van de stad, met een stuk of veertig kerken (om twaalf uur vandaag meer over dit duizelingwekkende aantal), kasseienstraten, twee moskeeën, torens, een indrukwekkende toegangspoort en natuurlijk een brede en hoge muur. Er is trouwens ook een modern beeld van Constantijn de Grote omdat de Albanezen denken dat deze keizer in hun land is geboren.

Eén van de kerken is gewijd aan Maria Hemelvaart en in het eraan grenzende Onufri-museum fotografeerde ik deze icoon. U ziet Maria en de “bron des levens”, maar het gaat me om de achtergrond: twee moskeeën. Je kunt dat interpreteren alsof Gods liefde zich uitstrekt naar niet-christenen. Ik vermoed dat dat ook is wat de onbekende kunstenaar uit de achttiende eeuw heeft willen zeggen: wij Albanezen horen bij elkaar. Zie ik het (vanuit mijn toeristische ivoren toren) goed, dan spelen er in elk geval momenteel weinig religieuze spanningen. Na de Culturele Revolutie van Hoxha, die in de jaren zestig alle uitingen van religiositeit verbood, is dat misschien ook niet zo vreemd: moslim of christen, ze delen allemaal dezelfde nare ervaringen en hebben allemaal op gelijke wijze hun religie aan de nieuwe tijd aangepast.

Lees verder “Ikoon”

De wierookroute (3)

De Bahira-moskee in Bosra heeft de vorm van een Romeinse basiliek. De Bahira-legende veronderstelt dat rond 600 de oude karavaanweg nog altijd in gebruik was.

[Het thema van de Romeinenweek is mobiliteit en ik heb de afgelopen dagen al enkele aspecten behandeld. Dankzij de DNA-revolutie weten we nu dat er in oude tijden veel meer mobiliteit is geweest dan we lange tijd hebben aangenomen. De netwerken waren ook veel wijder dan we dachten. Ik ga daarom nog eens in op de Wierookroute, waarover ik in 2016 het onderstaande publiceerde in het tijdschrift Hermeneus. Het eerste deel was hier.]

Van Mekka naar Bosra

De christenen, die in de loop van de vierde en vijfde eeuw meer invloed kregen op de Romeinse samenleving, beschouwden het branden van wierook als een vorm van afgodendienst en waren er lange tijd terughoudend mee. De handel in geurstoffen leed eronder en er waren grote sociale veranderingen op het Arabische Schiereiland – meestal niet ten goede. De islamitische verhalen over het onrecht tijdens de Jahiliyyah (de “tijd der onwetendheid” voor de profeet Mohammed) lijken echo’s te bevatten uit deze periode van maatschappelijke onrust.

Lees verder “De wierookroute (3)”

Crossroads

In de vijftiende eeuw was ze er ineens, de term “Middeleeuwen”. Het achterliggende idee was dat er ooit een glorieuze Romeinse Oudheid was geweest, dat het daarna allemaal minder was geweest maar dat men nu, in het Italië van de Renaissance, althans de ambitie had die glorieuze tijd te doen herleven. De driedeling Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijd is sindsdien blijven bestaan, inclusief de negatieve beoordeling van het middelste tijdvak. Het is geen compliment als iemand je toevoegt dat je er middeleeuwse denkbeelden op nahoudt.

Geen historicus die er nog zo over denkt. Enerzijds omdat aan het einde van de Middeleeuwen het belang van de Italiaanse Renaissance sterk is genuanceerd, anderzijds omdat aan het begin van de Middeleeuwen in feite een compleet nieuw tijdvak “ertussen is geschoven”. Werd vroeger een cesuur aangenomen op het moment dat het Romeinse staatsapparaat in West-Europa in de late vijfde eeuw desintegreerde, tegenwoordig zien historici de periode tussen pakweg 300 en 1000 meer als eenheid. Ik heb weleens geblogd over Chris Wickham, een van de historici die deze omslag hebben bewerkstelligd. Het Amsterdamse Allard Pierson-museum wijdt momenteel een prettige expositie aan dit tijdvak.

Lees verder “Crossroads”

De helft van alle schoonheid

Lotfollah-moskee, Isfahan

Het is om een of andere reden niet algemeen bekend, maar toen de lieve God de wereld in elkaar had geschroefd, had gezien dat het allemaal goed was en zich opmaakte om de zevende dag te gaan rusten, viel hem op dat hij iets was vergeten: hij had pas de helft van alle schoonheid uitgedeeld. Zo is het dus gekomen dat het er hier op aarde soms lelijk aan toegaat.

God zat dus opgezadeld met nog de helft van alle schoonheid. En hij wilde toch echt gaan rusten. Wie zal het hem kwalijk nemen dat hij besloot op het allerlaatste moment gewoon alle schoonheid op één plek neer te leggen? En zo geschiedde. God zag dat het goed was en op de zevende dag rustte hij.

Lees verder “De helft van alle schoonheid”

Mleeta

De plaats waar de zionistisch-imperialistische ambities worden begraven

Vrijwel onmiddellijk nadat in 2012 in het Bulgaarse Burgas bij een aanslag zes joodse toeristen waren gedood, beschuldigden de Amerikaanse en Israëlische autoriteiten de Hezbollah. Dat was een onverwachte claim, want de sji’itische strijdgroep uit Libanon laat zich erop voorstaan een professioneel leger te zijn dat onschuldige burgers met rust laat. Het zonder aanziens des persoons vermoorden van joden is meer iets voor Hamas en nationaalsocialisten. Toen het onderzoek naar de aanslag enkele maanden later werd afgesloten, bleef de oorspronkelijke conclusie echter gehandhaafd: Hezbollah had het gedaan. Dat kan juist zijn maar ik zou er ook niet van opkijken als nog eens wordt ontdekt dat met het bewijsmateriaal is gerommeld. Ik heb geen mening.

Waar ik daarentegen wel een uitgesproken mening over heb, is dat Hezbollah geen frisse organisatie is. Het is een terreurgroep. Met vertakkingen in de drugshandel. Wie tegenwoordig door de zuidelijke Bekaa-vallei reist of door het zuiden van Libanon, ziet elegante huizen, gefinancierd met drugswinsten. Onfris. Ik zie ook de grap niet van de verkoop van Hezbollah-t-shirts aan toeristen (al ben ik niet zo humorloos dat ik niet moest grinniken om de verkoper die ze in Baalbek aanbood met een welgemeend “sjaloom”). Verder vind ik mokken met het portret van leider Hassan Nasrallah alleen geschikt voor het drinken van bier, wijn en andere spiritualiën.

Lees verder “Mleeta”

Libanese identiteiten

Annaya, de grafkerk voor Sint-Charbel, een van de voornaamste spirituele centra van de maronitische kerk

Ergens rond 600 n.Chr. trok een Arabische stam vanuit Jemen langs de Wierrookroute naar Syrië. Deze mensen, die in elk geval als officiële fictie maar deels ook werkelijk verwant met elkaar waren, vestigden zich in de omgeving van de Romeinse stad Cyrrhus, waar ze zich rond 630 bekeerden tot het christendom. Meer precies: ze bekeerden zich tot het monotheletisme, een doctrine die inhield dat Christus weliswaar twee naturen had gehad maar slechts één wil. Wat hier theologisch precies aan schort weet ik niet maar het moet iets afschuwelijks zijn.

Enkele jaren later veroverden de islamitische Arabieren Syrië en de monotheletisten woonden nu in het Arabische wereldrijk. De theologische discussies in het Byzantijnse Rijk zullen nauwelijks tot hen zijn doorgedrongen: ze bleven vasthouden aan hun opvattingen. Misschien was het, levend in het kalifaat, ook wel handig om niet teveel te lijken op de religie van de Byzantijnse vijanden.

Lees verder “Libanese identiteiten”

Snouck Hurgronje

Wie in Leiden over het Rapenburg naar het Academiegebouw wandelt, passeert op nummer 61 het huis waar Christiaan Snouck Hurgronje heeft gewoond. Afgezien van de in steen gebeitelde naam herinnert er weinig aan de geleerde, die leefde van 1857 tot 1936 en tot op de dag van vandaag ietwat omstreden is. Snouck was namelijk de islamoloog die de strategie ontwierp waarmee generaal Van Heutsz tussen 1898 en 1903 de bevolking van Atjeh onderwierp. Niet iedereen kan, om het zacht uit te drukken, waardering opbrengen voor de architect van een koloniale oorlog.

Er is echter meer. Snouck Hurgronje had zich in 1885, minimaal in naam, bekeerd tot de islam en had enige tijd in Mekka en gewoond en gestudeerd. Voor menig moslim gold hij als vertrouwenspersoon, ja als leraar. Tegelijk schreef hij rapporten voor de Nederlands-Indische autoriteiten, waarin hij doorgaf wat hem was verteld. Was het, zoals Snouck Hurgronjes biograaf Philip Dröge in zijn onlangs verschenen boek Pelgrim opmerkt, wel eerlijk van de Nederlandse geleerde om de mensen die hem bewonderden, zó te belazeren? Was hij niet in feite gewoon een spion?

Lees verder “Snouck Hurgronje”