Crossroads

In de vijftiende eeuw was ze er ineens, de term “Middeleeuwen”. Het achterliggende idee was dat er ooit een glorieuze Romeinse Oudheid was geweest, dat het daarna allemaal minder was geweest maar dat men nu, in het Italië van de Renaissance, althans de ambitie had die glorieuze tijd te doen herleven. De driedeling Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijd is sindsdien blijven bestaan, inclusief de negatieve beoordeling van het middelste tijdvak. Het is geen compliment als iemand je toevoegt dat je er middeleeuwse denkbeelden op nahoudt.

Geen historicus die er nog zo over denkt. Enerzijds omdat aan het einde van de Middeleeuwen het belang van de Italiaanse Renaissance sterk is genuanceerd, anderzijds omdat aan het begin van de Middeleeuwen in feite een compleet nieuw tijdvak “ertussen is geschoven”. Werd vroeger een cesuur aangenomen op het moment dat het Romeinse staatsapparaat in West-Europa in de late vijfde eeuw desintegreerde, tegenwoordig zien historici de periode tussen pakweg 300 en 1000 meer als eenheid. Ik heb weleens geblogd over Chris Wickham, een van de historici die deze omslag hebben bewerkstelligd. Het Amsterdamse Allard Pierson-museum wijdt momenteel een prettige expositie aan dit tijdvak.

Lees verder “Crossroads”

De helft van alle schoonheid

Lotfollah-moskee, Isfahan

Het is om een of andere reden niet algemeen bekend, maar toen de lieve God de wereld in elkaar had geschroefd, had gezien dat het allemaal goed was en zich opmaakte om de zevende dag te gaan rusten, viel hem op dat hij iets was vergeten: hij had pas de helft van alle schoonheid uitgedeeld. Zo is het dus gekomen dat het er hier op aarde soms lelijk aan toegaat.

God zat dus opgezadeld met nog de helft van alle schoonheid. En hij wilde toch echt gaan rusten. Wie zal het hem kwalijk nemen dat hij besloot op het allerlaatste moment gewoon alle schoonheid op één plek neer te leggen? En zo geschiedde. God zag dat het goed was en op de zevende dag rustte hij.

Lees verder “De helft van alle schoonheid”

Mleeta

De plaats waar de zionistisch-imperialistische ambities worden begraven

Vrijwel onmiddellijk nadat in 2012 in het Bulgaarse Burgas bij een aanslag zes joodse toeristen waren gedood, beschuldigden de Amerikaanse en Israëlische autoriteiten de Hezbollah. Dat was een onverwachte claim, want de sji’itische strijdgroep uit Libanon laat zich erop voorstaan een professioneel leger te zijn dat onschuldige burgers met rust laat. Het zonder aanziens des persoons vermoorden van joden is meer iets voor Hamas en nationaalsocialisten. Toen het onderzoek naar de aanslag enkele maanden later werd afgesloten, bleef de oorspronkelijke conclusie echter gehandhaafd: Hezbollah had het gedaan. Dat kan juist zijn maar ik zou er ook niet van opkijken als nog eens wordt ontdekt dat met het bewijsmateriaal is gerommeld. Ik heb geen mening.

Waar ik daarentegen wel een uitgesproken mening over heb, is dat Hezbollah geen frisse organisatie is. Het is een terreurgroep. Met vertakkingen in de drugshandel. Wie tegenwoordig door de zuidelijke Bekaa-vallei reist of door het zuiden van Libanon, ziet elegante huizen, gefinancierd met drugswinsten. Onfris. Ik zie ook de grap niet van de verkoop van Hezbollah-t-shirts aan toeristen (al ben ik niet zo humorloos dat ik niet moest grinniken om de verkoper die ze in Baalbek aanbood met een welgemeend “sjaloom”). Verder vind ik mokken met het portret van leider Hassan Nasrallah alleen geschikt voor het drinken van bier, wijn en andere spiritualiën.

Lees verder “Mleeta”

Libanese identiteiten

Annaya, de grafkerk voor Sint-Charbel, een van de voornaamste spirituele centra van de maronitische kerk

Ergens rond 600 n.Chr. trok een Arabische stam vanuit Jemen langs de Wierrookroute naar Syrië. Deze mensen, die in elk geval als officiële fictie maar deels ook werkelijk verwant met elkaar waren, vestigden zich in de omgeving van de Romeinse stad Cyrrhus, waar ze zich rond 630 bekeerden tot het christendom. Meer precies: ze bekeerden zich tot het monotheletisme, een doctrine die inhield dat Christus weliswaar twee naturen had gehad maar slechts één wil. Wat hier theologisch precies aan schort weet ik niet maar het moet iets afschuwelijks zijn.

Enkele jaren later veroverden de islamitische Arabieren Syrië en de monotheletisten woonden nu in het Arabische wereldrijk. De theologische discussies in het Byzantijnse Rijk zullen nauwelijks tot hen zijn doorgedrongen: ze bleven vasthouden aan hun opvattingen. Misschien was het, levend in het kalifaat, ook wel handig om niet teveel te lijken op de religie van de Byzantijnse vijanden.

Lees verder “Libanese identiteiten”

Snouck Hurgronje

Wie in Leiden over het Rapenburg naar het Academiegebouw wandelt, passeert op nummer 61 het huis waar Christiaan Snouck Hurgronje heeft gewoond. Afgezien van de in steen gebeitelde naam herinnert er weinig aan de geleerde, die leefde van 1857 tot 1936 en tot op de dag van vandaag ietwat omstreden is. Snouck was namelijk de islamoloog die de strategie ontwierp waarmee generaal Van Heutsz tussen 1898 en 1903 de bevolking van Atjeh onderwierp. Niet iedereen kan, om het zacht uit te drukken, waardering opbrengen voor de architect van een koloniale oorlog.

Er is echter meer. Snouck Hurgronje had zich in 1885, minimaal in naam, bekeerd tot de islam en had enige tijd in Mekka en gewoond en gestudeerd. Voor menig moslim gold hij als vertrouwenspersoon, ja als leraar. Tegelijk schreef hij rapporten voor de Nederlands-Indische autoriteiten, waarin hij doorgaf wat hem was verteld. Was het, zoals Snouck Hurgronjes biograaf Philip Dröge in zijn onlangs verschenen boek Pelgrim opmerkt, wel eerlijk van de Nederlandse geleerde om de mensen die hem bewonderden, zó te belazeren? Was hij niet in feite gewoon een spion?

Lees verder “Snouck Hurgronje”

Tien teksten (deel 2)

Tyfon op een kruikje ( Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Alvorens verder te gaan met mijn overzicht van teksten die facetten van de oude wereld illustreren met invloed op latere samenlevingen, wil ik nog even herhalen wat invloed is. Iets is invloedrijk als het ons denken en eventueel ons handelen duwt in een bepaalde richting. Het zorgt ervoor dat we iets doen of vinden tenzij we ons daartegen verzetten. Ik herhaal deze definitie omdat invloed vaak wordt verward met inspiratie. Inspiratie is echter het tegendeel van invloed: we noemen iets inspirerend als we er bewust aansluiting bij zoeken. Het is datgene wat we niet als vanzelf doen.

Ik heb in het eerste deel drie teksten genoemd de labels uit graf U-j bij Abydos vertegenwoordigen het begin van de schrijfkunst, de wetten van Eshnunna tonen dat je rechtsregels kunt vastleggen en de Ilias draagt zowel een esthetische als een ethisch norm uit die we nog altijd erkennen. Nummer vier is de Babylonische tekst die bekendstaat als Enuma Elisj.

Lees verder “Tien teksten (deel 2)”

De Everest Fallacy (opnieuw)

isfahan
Natuurhistorisch museum, Isfahan

1.

Bijna zes jaar geleden schreef ik:

Als ik bergen zou onderzoeken, zou de Mount Everest mij meteen opvallen, omdat het nu eenmaal de hoogste top ter wereld is. Maar zou ik al mijn kennis op deze berg baseren, dan gaat het mis: de Mount Everest is bijvoorbeeld grotendeels bedekt met sneeuw, en de meeste andere bergen zijn dat niet.

Het verschijnsel dat we het opvallendste ook belangrijk vinden, staat bekend als de “Everest Fallacy”. Deze neiging is vooral relevant voor de media, want nieuws is per definitie opvallend, extreem en dus niet-representatief. Een bomaanslag is extreem en daarom nieuws, maar is niet typerend voor wat er feitelijk gebeurt in een stad. Ik heb nooit de illusie gehad dat we ooit zonder de Everest Fallacy zouden leven. We zullen ons wereldbeeld altijd baseren op te extreme observaties.

2.

In het stukje waar ik zojuist naar linkte, gaf ik ook enkele voorbeelden van de Everest Fallacy. Voorbeelden die zes jaar geleden actueel waren. En over een daarvan wil ik het vandaag hebben.

Lees verder “De Everest Fallacy (opnieuw)”