Saladins

De hoorns van Hattin
De hoorns van Hattin

In juli 1187 versloeg de Koerdische leider Saladin, sultan van Egypte en Syrië, het leger van het Kruisvaarderskoninkrijk Jeruzalem. Kort na de Slag bij Hattin nam hij ook Jeruzalem in en nog een handvol andere steden. Hij wist echter de havens van het Heilig Land niet te veroveren, zodat een christelijk tegenoffensief mogelijk werd: de Derde Kruistocht, waaraan onder andere Richard Leeuwenhart deelnam. Die slaagde er weliswaar nog niet in Jeruzalem te heroveren maar wist de christelijke posities voldoende te versterken om de Kruisvaarders in staat te stellen de klus in 1229 alsnog af te maken.

In de islamitisch wereld kreeg Saladin een slechte naam. De soennieten beschouwden Hattin als een overwinning waarvan de winst uiteindelijk werd verspeeld, de sjiitische moslims herinnerden zich vooral dat Saladin de sjiitische Fatimidendynastie had beëindigd. In het westen was Saladins reputatie vanzelfsprekend ook niet al te best. In de Carmina Burana worden de gebeurtenissen beschreven in apocalyptische termen, met Saladin als aanvoerder van ruim twee dozijn met naam en toenaam vermelde vreemde volken.

Lees verder “Saladins”

De vrouw van Allah

Allat (Museum van Aleppo)
Allat (Museum van Aleppo)

Mijn reeks museumstukken heb ik altijd bedoeld om dingen te tonen die interessant zijn. Er moet een verhaaltje over te vertellen zijn. Als ze mooi zijn, is het meegenomen, maar het is niet mijn eerste opzet. Dit reliëf van de Arabische godin Allat is er een voorbeeld van. De ruwe zwarte steen (basalt uit de Hauran) is moeilijker tot verfijnde sculptuur om te zetten dan bijvoorbeeld marmer, maar de beeldhouwer heeft iets fraais gemaakt.

Allat  (اللات) betekent gewoon “godin”, zoals Allah gewoon “god” betekent. De gelijkenis van de twee namen suggereert dat we, zoals gebruikelijk in de Semitische wereld, te maken hebben met een normaal godenechtpaar, zoals Baal en zijn Astarte of JHWH en zijn Asjera. In de Koran wordt Allat genoemd met Al-’Uzza en Manat als een van de drie godinnen die in Mekka bij de Kaäba werden vereerd en die een steen des aanstoots vormden voor Mohammed. De cultus beperkte zich echter niet tot het Arabische Schiereiland: Herodotos kende “Alilat” en stelde haar op gezag van een Perzische zegsman gelijk aan de liefdesgodin Afrodite (Historiën 1.131.3).

Lees verder “De vrouw van Allah”

Meer religie en etniciteit

Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks - en niet eens de belangrijkste.
Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks – en niet eens de belangrijkste.

Ik wist dat ik met mijn twee vorige stukjes een steen in een vijver gooide, maar het blijft grappig te zien welke reacties je krijgt. Ik zie althans humor in het feit dat bij een artikel dat uit twee delen bestaat, ruim duizend mensen de moeite namen te beginnen aan het eerste deel en nog geen driehonderd aan het tweede. Dat werpt een zeker licht op sommige behoorlijk grove commentaren op het eerste deel. Commentaren die ik dan ook heb weggehaald.

Maar is het wel zo grappig dat mensen al schelden voor ze een stuk helemaal hebben gelezen? Voor het goede begrip: ik schreef aan het begin dat ik antwoordde op vragen, dat ik niet de ambitie had een oplossing aan te dragen – dat kunnen historici namelijk niet en daar zijn ze ook niet voor – en dat ik wilde proberen te tonen waar de schoen wrong. Namelijk dat de concepten waarmee twee partijen elkaar verrot schelden een dialoog voeren niet overeenstemmen en dat er dus sprake is van een dialoog tussen doven. Ik probeerde dát verschil in kaart te brengen en wees erop dat het christendom nooit zo invloedrijk is als wanneer het, vermomd als seculier, niet meer wordt herkend en christelijke noties worden aangezien voor rationeel en objectief.

Lees verder “Meer religie en etniciteit”

Religie en etniciteit

Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks - en niet eens de belangrijkste.
Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks – en niet eens de belangrijkste.

In mijn vorige stukje vertelde ik dat het onderscheid tussen enerzijds iemands aangeboren eigenschappen – noem het ras of volk of de biologische kant van zijn etniciteit – en iemands aangeleerde eigenschappen (zoals religie) in de Oudheid niet zo vanzelfsprekend was. Het jodendom en de islam zijn daarvan de erfgenamen: ze definiëren nog altijd een volk in religieuze termen. Hoe komt het dat het seculiere West-Europa een onderscheid aanbrengt tussen deze twee?

Het begint in het vroege christendom. Jezus zelf was nog iemand van de oude groepsidentiteiten: zijn religieuze missie was tegelijk een nationale, namelijk het binnenhalen van de verloren schapen van Israël. Na zijn dood herinterpreteerden de eerste gelovigen zijn boodschap: je werd gered als je tot inkeer kwam en geloofde in Christus – en zo geherformuleerd viel het geloof te exporteren naar andere volken. Het Nieuwe Testament documenteert de spanningen: voor veel oorspronkelijke volgelingen van Jezus was het ondenkbaar dat het Verbond “breder” kon zijn dan alleen de Joden. Een nationale god kon er uiteraard ook zijn voor andere naties, maar dat het nationale aspect – dat de Joden het Verbondsvolk waren – werd opgerekt tot die anderen, dat kon niet.

Lees verder “Religie en etniciteit”

Etniciteit en religie

Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks - en niet eens de belangrijkste.
Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks – en niet eens de belangrijkste. Ras is een categorie uit het sociaal verkeer maar is te simpel om de complexe biologische werkelijkheid te beschrijven.

De vraag is nu al een paar keer op verschillende manieren aan me gesteld: “hoe komt het dat moslims islamkritiek beschouwen als racisme?” Of, met de gemeenheid van het eigentijdse debat: “als ras word je geboren en religie word je aangepraat – zijn moslims te dom om het onderscheid te begrijpen?” De aanname is dat je iemand niet mag bekritiseren op wat hij vanaf zijn geboorte is – zwart of een Marokkaan – maar wél op de ideeën die hij aanhangt (en dat is doorgaans religie).

Toevallig ben ik in Nederland geboren en maak ook ik dit onderscheid tussen enerzijds aangeboren ras of volk of de biologische kant van etniciteit en anderzijds overtuigingen. Ik vind dat handig. Toevallig ben ik tevens historicus en komt de vraag me niet onbekend voor. Een oplossing voor alle maatschappelijke problemen heb ik niet, maar ik kan wel proberen te tonen waar de schoen wringt.

Lees verder “Etniciteit en religie”

Mongolenstorm (2)

Skeletten van de slachtoffers van de Mongolen in Kara Tepe
Skeletten van de slachtoffers van de Mongolen in Kara Tepe

Gisteren begon ik te vertellen hoe de komst van de Mongolen de verhoudingen tussen islam en christendom op scherp zette. Ik noemde de door Djengiz Khan en Hulagu aangerichte verwoestingen: het huidige Oezbekistan en Iran werden onder de voet gelopen. Bij de val van Bagdad, hét culturele en politieke centrum van de islam, maakten de veroveraars onderscheid tussen wat christelijk en islamitisch was: het eerste werd gespaard, het tweede vernietigd. Hoewel religieuze vervolging al bestond – elke godsdienst stelde andere godsdiensten achter – en hoewel de machthebbers destijds geweld niet schuwden, was het geweld van de Mongolen van een andere categorie. Dit was geen aanmoediging tot bekering en zelfs geen gewelddadige dwang tot bekering, dit was een regelrechte genocide, waarbij de moslims geen kans kregen zich het leven te redden. Wie voordien een stad veroverde, plunderde die en nam de macht over, maar waar de Mongolen waren geweest, waren geen steden meer.

Sommige Mongoolse leiders sympathiseerden met het christendom. Hulagu was getrouwd met een christin, zijn zoon trouwde een Byzantijnse prinses en hijzelf was vermoedelijk zelf ook christen. 100% zeker is het niet maar hoe dat ook zij, hij verleende in de op de moslims veroverde gebieden allerlei rechten aan de christenen die ze eerder hadden verloren: ze mochten weer kerken bouwen en wijn drinken bijvoorbeeld, en openbare processies houden. De Kruisvaarders zagen wel wat in samenwerking met de Mongolen en waren daarom bereid vrije doorgang te verlenen aan de naar Egypte oprukkende Mongoolse generaal Kitbuga, een nestoriaanse christen. In zijn horde trokken ook Georgiërs en Armeniërs mee.

Lees verder “Mongolenstorm (2)”

Mongolenstorm (1)

Nishapur: slachtoffers van de Mongoolse aanval. Let op het gat in de schedel links.
Nishapur (Iran) slachtoffers van de Mongoolse aanval. Let op het gat in de schedel links.

Gisteren kwam op mijn stukje over de Samarkandse knekelkist de vraag waarom de Mongolenstorm het begin van het einde voor het christendom in Centraal-Azië markeerde. Vandaag en morgen (of overmorgen) een poging tot antwoorden.

Om te beginnen: het was in de eeuwen voor en na 1000 gebruikelijk dat veroveraars degenen die ze hadden onderworpen, onder druk zetten om de religie van de meesters over te nemen. Toen de Byzantijnen terrein wonnen in Syrië, probeerden ze de bevolking voor de Griekse orthodoxie te winnen; wie daar niet mee instemde, verhuisde. De maronitische christenen trokken in deze tijd naar Libanon. Westerse christenen die een land veroverden, zetten hun onderdanen onder druk, zoals de reconquistadores in Spanje deden. Moslims deden dat ook ten opzichte van de religieuze minderheden in hun landen, de zogenaamde dhimmi‘s. Meestal maakte regelgeving met discriminerende bepalingen wel duidelijk dat er maar één superieure religie was. Geweld kwam voor maar was betrekkelijk zeldzaam.

Lees verder “Mongolenstorm (1)”