Tien teksten (deel 2)

Tyfon op een kruikje ( Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Alvorens verder te gaan met mijn overzicht van teksten die facetten van de oude wereld illustreren met invloed op latere samenlevingen, wil ik nog even herhalen wat invloed is. Iets is invloedrijk als het ons denken en eventueel ons handelen duwt in een bepaalde richting. Het zorgt ervoor dat we iets doen of vinden tenzij we ons daartegen verzetten. Ik herhaal deze definitie omdat invloed vaak wordt verward met inspiratie. Inspiratie is echter het tegendeel van invloed: we noemen iets inspirerend als we er bewust aansluiting bij zoeken. Het is datgene wat we niet als vanzelf doen.

Ik heb in het eerste deel drie teksten genoemd de labels uit graf U-j bij Abydos vertegenwoordigen het begin van de schrijfkunst, de wetten van Eshnunna tonen dat je rechtsregels kunt vastleggen en de Ilias draagt zowel een esthetische als een ethisch norm uit die we nog altijd erkennen. Nummer vier is de Babylonische tekst die bekendstaat als Enuma Elisj.

Lees verder “Tien teksten (deel 2)”

De Everest Fallacy (opnieuw)

Op de achtergrond de westelijke uitlopers van de Himalaya.

1.

Bijna zes jaar geleden schreef ik:

Als ik bergen zou onderzoeken, zou de Mount Everest mij meteen opvallen, omdat het nu eenmaal de hoogste top ter wereld is. Maar zou ik al mijn kennis op deze berg baseren, dan gaat het mis: de Mount Everest is bijvoorbeeld grotendeels bedekt met sneeuw, en de meeste andere bergen zijn dat niet.

Het verschijnsel dat we het opvallendste ook belangrijk vinden, staat bekend als de “Everest Fallacy”. Deze neiging is vooral relevant voor de media, want nieuws is per definitie opvallend, extreem en dus niet-representatief. Een bomaanslag is extreem en daarom nieuws, maar is niet typerend voor wat er feitelijk gebeurt in een stad. Ik heb nooit de illusie gehad dat we ooit zonder de Everest Fallacy zouden leven. We zullen ons wereldbeeld altijd baseren op te extreme observaties.

2.

In het stukje waar ik zojuist naar linkte, gaf ik ook enkele voorbeelden van de Everest Fallacy. Voorbeelden die zes jaar geleden actueel waren. En over een daarvan wil ik het vandaag hebben.

Lees verder “De Everest Fallacy (opnieuw)”

De jonge islam

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Onlangs verzorgde ik een lezing waarbij het ontstaan van de islam ter sprake kwam. Over dat onderwerp is – door gelovige moslims, door islamofoben en door historici – voldoende gezegd dat niet herhaald behoeft te worden, maar ik wil wel wijzen op een punt dat ik belangrijk vind: er gingen ideeën aan de islam vooraf. Nu is dat natuurlijk het intrappen van een wagenwijd openstaande deur: nieuwe ideeën ontstaan doorgaans in wisselwerking met andere. Als het niet zou zijn, zouden we immers niet begrijpen wat er nieuw aan was. Maar het blijft interessant te kijken waartegen Mohammed zich afzette, welke ideeën de zijne voortbrachten, waartegen hij polemiseerde en wat de in de vroege islam gemaakte keuzes zeggen over de eerste gelovigen. Daar ligt, zoals ik zie, momenteel een van de fronten van de geschiedwetenschap.

In de eerste plaats: in het laat-Romeinse Rijk won het christendom aan populariteit. Eerst stonden de keizers Licinius en Constantijn het geloof toe, daarna waren er keizers die het als persoonlijke voorkeur hadden, vervolgens kwam een einde aan de overheidssubsidie van de heidense culten en tot slot zag keizer Theodosius erop toe dat de christenen één centrale leer hadden, vastgelegd in de geloofsbelijdenis die op het Concilie van Constantinopel in 381 werd bevestigd.

Lees verder “De jonge islam”

Nis

Tichel met christusmonogram uit Spanje (British Museum, Londen)

Nog heel even iets over het plaatje dat ik afbeeldde bij mijn stukje over de Visigotische aanwezigheid op het Iberische Schiereiland: het Christusmonogram dat ik hierboven nogmaals toon. De zesde-eeuwse tichel, mogelijk afkomstig uit Ronda, is te zien in het British Museum en het (moeilijk leesbare) randschrift luidt BRACARI VIVAS CUM TUIS, waarvan het eerste woord “van Bracarius” betekent en de drie andere zoiets als “moge jij leven bij de jouwen”. Anders gezegd, het is een grafsteen die ooit, beschilderd en wel, tegen een muur of plafond was aangebracht.

De dood wordt dus herdacht door te zeggen dat iemand leeft en dat is niet de enige paradox. De alfa en de omega (de eerste en laatste letters van het Griekse alfabet) staan voor het begin en het einde en dat representeert… de eeuwigheid. Multatuli wees er al eens op dat wie mensen wil mobiliseren, ze een paradoxale boodschap moest geven: we moeten bijvoorbeeld samenwerken voor onze bevrijding. Dat paradoxale boodschappen, die immuun zijn tegen falsificatie, het beste werken, is natuurlijk een wat platvloers inzicht, maar ja, de diepste waarheden liggen nu eenmaal aan de oppervlakte.

Lees verder “Nis”

Berbers en Arabieren

Dat had u natuurlijk nóóit verwacht, dat ik een stukje over het het ontstaan van het emiraat van Cordoba zou illustreren met een heel originele foto van de moskee die Abdelrahman bouwde in opgemelde Andalusische stad.

Gisteren blogde ik over het Rijk van Toledo en ik schreef dat deze laat-Romeinse staat, centraal georganiseerd als ze was, door Arabieren in één keer kon worden overgenomen. Koning dood, het hof uitgeschakeld, hoofdstad ingenomen: dan houdt het verder op. Ik werd terecht gecorrigeerd: het leger dat de genadeklap uitdeelde bestond uit Berbers. Het grappige is dat ik daar bij het schrijven aan had gedacht. Omdat het leger marcheerde uit naam van de Umayyadische kalief van Damascus, had ik besloten het stukje niet nog ingewikkelder te maken dan het al was – maar het is geen onbeduidend detail.

De verovering begon in april 711, toen generaal Tariq, een islamitische Berber, met zo’n 12.000 soldaten de Straat van Gibraltar overstak. (“Gibraltar” is overigens een verbastering van Jebel Tariq, “Tariqberg”.) In juli versloeg hij bij Jerez het leger van de Toledaanse koning Roderik, waarna de joden in Cordoba en Écija Tariq en zijn mannen als bevrijders binnenhaalden. Of het enthousiasme oprecht was of een lepe reactie op het simpele feit dat er geen Toledaans leger meer was dat de steden kon beschermen, zullen we nooit meer weten. Wel moet worden aangetekend dat de handelingen van de diverse kerkelijke synodes duidelijk maken dat de christelijke autoriteiten de joden liever zagen gaan dan komen.

Lees verder “Berbers en Arabieren”

Bling!

Portret van een meisje met een sieraad in het haar (Archeologisch Museu, Thessaloniki)

Als ik u zeg dat het bovenstaande portret is te zien in het archeologisch museum van Thessaloniki, als ik toevoeg dat ik het “gewoon mooi” vind en als ik in de volgende alinea wat opmerkingen maak over een aspect van het antieke kunstvoorwerp, dan weet u dat u bent beland in weer een aflevering van de onregelmatig verschijnende rubriek museumstukken, waarvan u hier een overzicht vindt.

Om te beginnen vertelt het kapsel iets over de hoge kwaliteit van de oud-Romeinse scharen. Dit is namelijke haute coiffure: het haar is geknipt in laagjes die aflopen vanaf een middenscheiding, terwijl deze jonge vrouw op haar achterhoofd lange vlechten draagt die ze heeft opgebonden op haar kruin. Over haar scheiding ligt een metalen sieraad, dat bovenaan begint met een bloem, lijkt te zijn ingelegd met edelstenen (en daarom zelf wel van goud of zilver zal zijn gemaakt) en uitloopt op twee gewichtjes op haar voorhoofd. We weten niet waar deze jonge vrouw vandaan kwam, maar op mij komen haar kapsel en sieraad uitgesproken oosters over, al zeg ik erbij dat ik zoiets nog nooit ergens heb gezien. Het grappige is dat de indruk dat deze vrouw van oosterse afkomst is, sterker wordt als je de bovenste of de onderste helft apart bekijkt. Althans, zo vergaat het mij.

Lees verder “Bling!”

Henri Pirenne

St.-Pietersnieuwstraat 132, Gent

Afgelopen zondag en maandag ben ik in Gent een paar keer langs het huis aan de Sint-Pietersnieuwstraat 132 gewandeld waar de Belgische historicus Henri Pirenne (1862-1935) woonde, de auteur van Mahomet et Charlemagne. Het bleek een moderne bouwval. Zelfs geen gevelsteentje herinnerde aan de ooit beroemde bewoner, maar eigenlijk verbaasde dat me niet. Wie een écht belangrijk boek schrijft, zal zien dat zijn inzichten zó ingeburgerd raken dat niemand meer herkent dat je er anders over kunt denken, waarna degene die het heeft bedacht kan worden vergeten.

De vraag die Pirenne wilde beantwoorden, was waarom de Middeleeuwen zo’n ander karakter hadden dan de Oudheid. Er was een transitie geweest, zoveel was duidelijk. In het Romeinse Rijk was er interregionale handel, bloeiden de steden, betaalden de mensen met munten, beloonde de overheid zijn functionarissen in geld; in de Middeleeuwen was de handel beperkter, waren de steden kleiner, ruilde men producten en compenseerde de vorst zijn graven en hertogen door ze land in leen te geven. Wat was er gebeurd?

Lees verder “Henri Pirenne”