Henri Pirenne

St.-Pietersnieuwstraat 132, Gent

Afgelopen zondag en maandag ben ik in Gent een paar keer langs het huis aan de Sint-Pietersnieuwstraat 132 gewandeld waar de Belgische historicus Henri Pirenne (1862-1935) woonde, de auteur van Mahomet et Charlemagne. Het bleek een moderne bouwval. Zelfs geen gevelsteentje herinnerde aan de ooit beroemde bewoner, maar eigenlijk verbaasde dat me niet. Wie een écht belangrijk boek schrijft, zal zien dat zijn inzichten zó ingeburgerd raken dat niemand meer herkent dat je er anders over kunt denken, waarna degene die het heeft bedacht kan worden vergeten.

De vraag die Pirenne wilde beantwoorden, was waarom de Middeleeuwen zo’n ander karakter hadden dan de Oudheid. Er was een transitie geweest, zoveel was duidelijk. In het Romeinse Rijk was er interregionale handel, bloeiden de steden, betaalden de mensen met munten, beloonde de overheid zijn functionarissen in geld; in de Middeleeuwen was de handel beperkter, waren de steden kleiner, ruilde men producten en compenseerde de vorst zijn graven en hertogen door ze land in leen te geven. Wat was er gebeurd?

Lees verder “Henri Pirenne”

Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben (1)

Ik heb geen plaatje van een brandende moskee (en eigenlijk gaat dit stukje er ook niet over) dus ik geef u deze foto maar van de Lotfollah-moskee in Isfahan.
Ik heb geen plaatje van een brandende moskee (en eigenlijk gaat dit stukje er ook niet over) dus ik geef u deze foto maar van de Lotfollah-moskee in Isfahan.

Het is verleidelijk om over de actualiteit te bloggen. Een nieuwsbericht over pakweg een rechtszaak tegen de NS maakt je boos of wanhopig of vrolijk, of alledrie, en dat wil je van je afschrijven. Het leuke is dat je met een actueel stukje ook wat meer lezers trekt. Soms wordt het doorgeplaatst naar andere websites en dan heb je wat eer van je werk.

Een nadeel van zo’n stukje is dat het een bepaalde eenvoud moet hebben. Je kunt er één gedachte in uitwerken, hooguit twee. Je kunt ook niet te veel voorkennis veronderstellen. De discussie over de islam, die in de kern gaat over lastige zaken als methodisch collectivisme en methodisch individualisme, is geen onderwerp voor een blogstukje. (Ik heb dat hier eens uitgelegd aan de hand van de ontspoorde discussie tussen Peter Breedveld en Marcel Hulspas.) De discussie die we zouden moeten voeren, leent zich ook niet voor een TV-debat en is vermoedelijk zelfs te complex voor een krant. Aangezien onze meningen desondanks worden beïnvloed door deze media, is de discussie inmiddels onderdeel van het probleem.

Lees verder “Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben (1)”

Wie is er bang voor Mohammed?

hulspas_bang

Ik moet Marcel Hulspas ruim twaalf jaar geleden hebben ontmoet. Hij vond me via het internet en vroeg me als meelezer van zijn boek En de zee spleet in tweeën, waarin hij de ontstaansgeschiedenis van de joodse Bijbel beschreef. Een mooi boek, ik kan het u aanraden. Niet dat Hulspas – ik ken niemand die hem Marcel noemt – altijd gelijk heeft, maar omdat hij verdraaid goede vragen stelde over het heilige boek.

Ik zie hem nog regelmatig, al belette het immer falende voormalige rijksspoorwegbedrijf onze laatste ontmoeting. (Iets met blaadjes die op de rails lagen en treinen die zó kort waren dat ik geen fiets kon meenemen.) Van zijn allerlaatste boek, Wie is er bang voor Mohammed?, was ik eveneens meelezer. Dat maakt het onmogelijk om het boek eerlijk te recenseren en dat zal ik dan ook niet doen.

Lees verder “Wie is er bang voor Mohammed?”

Saladins

De hoorns van Hattin
De hoorns van Hattin

In juli 1187 versloeg de Koerdische leider Saladin, sultan van Egypte en Syrië, het leger van het Kruisvaarderskoninkrijk Jeruzalem. Kort na de Slag bij Hattin nam hij ook Jeruzalem in en nog een handvol andere steden. Hij wist echter de havens van het Heilig Land niet te veroveren, zodat een christelijk tegenoffensief mogelijk werd: de Derde Kruistocht, waaraan onder andere Richard Leeuwenhart deelnam. Die slaagde er weliswaar nog niet in Jeruzalem te heroveren maar wist de christelijke posities voldoende te versterken om de Kruisvaarders in staat te stellen de klus in 1229 alsnog af te maken.

In de islamitisch wereld kreeg Saladin een slechte naam. De soennieten beschouwden Hattin als een overwinning waarvan de winst uiteindelijk werd verspeeld, de sjiitische moslims herinnerden zich vooral dat Saladin de sjiitische Fatimidendynastie had beëindigd. In het westen was Saladins reputatie vanzelfsprekend ook niet al te best. In de Carmina Burana worden de gebeurtenissen beschreven in apocalyptische termen, met Saladin als aanvoerder van ruim twee dozijn met naam en toenaam vermelde vreemde volken.

Lees verder “Saladins”

De vrouw van Allah

Allat (Museum van Aleppo)
Allat (Museum van Aleppo)

Mijn reeks museumstukken heb ik altijd bedoeld om dingen te tonen die interessant zijn. Er moet een verhaaltje over te vertellen zijn. Als ze mooi zijn, is het meegenomen, maar het is niet mijn eerste opzet. Dit reliëf van de Arabische godin Allat is er een voorbeeld van. De ruwe zwarte steen (basalt uit de Hauran) is moeilijker tot verfijnde sculptuur om te zetten dan bijvoorbeeld marmer, maar de beeldhouwer heeft iets fraais gemaakt.

Allat  (اللات) betekent gewoon “godin”, zoals Allah gewoon “god” betekent. De gelijkenis van de twee namen suggereert dat we, zoals gebruikelijk in de Semitische wereld, te maken hebben met een normaal godenechtpaar, zoals Baal en zijn Astarte of JHWH en zijn Asjera. In de Koran wordt Allat genoemd met Al-’Uzza en Manat als een van de drie godinnen die in Mekka bij de Kaäba werden vereerd en die een steen des aanstoots vormden voor Mohammed. De cultus beperkte zich echter niet tot het Arabische Schiereiland: Herodotos kende “Alilat” en stelde haar op gezag van een Perzische zegsman gelijk aan de liefdesgodin Afrodite (Historiën 1.131.3).

Lees verder “De vrouw van Allah”

Meer religie en etniciteit

Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks - en niet eens de belangrijkste.
Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks – en niet eens de belangrijkste.

Ik wist dat ik met mijn twee vorige stukjes een steen in een vijver gooide, maar het blijft grappig te zien welke reacties je krijgt. Ik zie althans humor in het feit dat bij een artikel dat uit twee delen bestaat, ruim duizend mensen de moeite namen te beginnen aan het eerste deel en nog geen driehonderd aan het tweede. Dat werpt een zeker licht op sommige behoorlijk grove commentaren op het eerste deel. Commentaren die ik dan ook heb weggehaald.

Maar is het wel zo grappig dat mensen al schelden voor ze een stuk helemaal hebben gelezen? Voor het goede begrip: ik schreef aan het begin dat ik antwoordde op vragen, dat ik niet de ambitie had een oplossing aan te dragen – dat kunnen historici namelijk niet en daar zijn ze ook niet voor – en dat ik wilde proberen te tonen waar de schoen wrong. Namelijk dat de concepten waarmee twee partijen elkaar verrot schelden een dialoog voeren niet overeenstemmen en dat er dus sprake is van een dialoog tussen doven. Ik probeerde dát verschil in kaart te brengen en wees erop dat het christendom nooit zo invloedrijk is als wanneer het, vermomd als seculier, niet meer wordt herkend en christelijke noties worden aangezien voor rationeel en objectief.

Lees verder “Meer religie en etniciteit”

Religie en etniciteit

Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks - en niet eens de belangrijkste.
Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks – en niet eens de belangrijkste.

In mijn vorige stukje vertelde ik dat het onderscheid tussen enerzijds iemands aangeboren eigenschappen – noem het ras of volk of de biologische kant van zijn etniciteit – en iemands aangeleerde eigenschappen (zoals religie) in de Oudheid niet zo vanzelfsprekend was. Het jodendom en de islam zijn daarvan de erfgenamen: ze definiëren nog altijd een volk in religieuze termen. Hoe komt het dat het seculiere West-Europa een onderscheid aanbrengt tussen deze twee?

Het begint in het vroege christendom. Jezus zelf was nog iemand van de oude groepsidentiteiten: zijn religieuze missie was tegelijk een nationale, namelijk het binnenhalen van de verloren schapen van Israël. Na zijn dood herinterpreteerden de eerste gelovigen zijn boodschap: je werd gered als je tot inkeer kwam en geloofde in Christus – en zo geherformuleerd viel het geloof te exporteren naar andere volken. Het Nieuwe Testament documenteert de spanningen: voor veel oorspronkelijke volgelingen van Jezus was het ondenkbaar dat het Verbond “breder” kon zijn dan alleen de Joden. Een nationale god kon er uiteraard ook zijn voor andere naties, maar dat het nationale aspect – dat de Joden het Verbondsvolk waren – werd opgerekt tot die anderen, dat kon niet.

Lees verder “Religie en etniciteit”