Mongolenstorm (2)

Skeletten van de slachtoffers van de Mongolen in Kara Tepe
Skeletten van de slachtoffers van de Mongolen in Kara Tepe

Gisteren begon ik te vertellen hoe de komst van de Mongolen de verhoudingen tussen islam en christendom op scherp zette. Ik noemde de door Djengiz Khan en Hulagu aangerichte verwoestingen: het huidige Oezbekistan en Iran werden onder de voet gelopen. Bij de val van Bagdad, hét culturele en politieke centrum van de islam, maakten de veroveraars onderscheid tussen wat christelijk en islamitisch was: het eerste werd gespaard, het tweede vernietigd. Hoewel religieuze vervolging al bestond – elke godsdienst stelde andere godsdiensten achter – en hoewel de machthebbers destijds geweld niet schuwden, was het geweld van de Mongolen van een andere categorie. Dit was geen aanmoediging tot bekering en zelfs geen gewelddadige dwang tot bekering, dit was een regelrechte genocide, waarbij de moslims geen kans kregen zich het leven te redden. Wie voordien een stad veroverde, plunderde die en nam de macht over, maar waar de Mongolen waren geweest, waren geen steden meer.

Sommige Mongoolse leiders sympathiseerden met het christendom. Hulagu was getrouwd met een christin, zijn zoon trouwde een Byzantijnse prinses en hijzelf was vermoedelijk zelf ook christen. 100% zeker is het niet maar hoe dat ook zij, hij verleende in de op de moslims veroverde gebieden allerlei rechten aan de christenen die ze eerder hadden verloren: ze mochten weer kerken bouwen en wijn drinken bijvoorbeeld, en openbare processies houden. De Kruisvaarders zagen wel wat in samenwerking met de Mongolen en waren daarom bereid vrije doorgang te verlenen aan de naar Egypte oprukkende Mongoolse generaal Kitbuga, een nestoriaanse christen. In zijn horde trokken ook Georgiërs en Armeniërs mee.

Lees verder “Mongolenstorm (2)”

Mongolenstorm (1)

Nishapur: slachtoffers van de Mongoolse aanval. Let op het gat in de schedel links.
Nishapur (Iran) slachtoffers van de Mongoolse aanval. Let op het gat in de schedel links.

Gisteren kwam op mijn stukje over de Samarkandse knekelkist de vraag waarom de Mongolenstorm het begin van het einde voor het christendom in Centraal-Azië markeerde. Vandaag en morgen (of overmorgen) een poging tot antwoorden.

Om te beginnen: het was in de eeuwen voor en na 1000 gebruikelijk dat veroveraars degenen die ze hadden onderworpen, onder druk zetten om de religie van de meesters over te nemen. Toen de Byzantijnen terrein wonnen in Syrië, probeerden ze de bevolking voor de Griekse orthodoxie te winnen; wie daar niet mee instemde, verhuisde. De maronitische christenen trokken in deze tijd naar Libanon. Westerse christenen die een land veroverden, zetten hun onderdanen onder druk, zoals de reconquistadores in Spanje deden. Moslims deden dat ook ten opzichte van de religieuze minderheden in hun landen, de zogenaamde dhimmi‘s. Meestal maakte regelgeving met discriminerende bepalingen wel duidelijk dat er maar één superieure religie was. Geweld kwam voor maar was betrekkelijk zeldzaam.

Lees verder “Mongolenstorm (1)”

Vademecum van de islam

vademecumAfgelopen maand werd me een exemplaar van het Vademecum van de islam toegestuurd met het verzoek of ik het zou willen recenseren. De islam in 400 begrippen luidt de ondertitel en volgens de flaptekst is het boek bedoeld als naslag

voor journalisten, studenten, beleidsmedewerkers en iedereen met een algemene interesse in een onderwerp dat steeds meer de actualiteit beheerst.

Een praktische toepassing dus, die feitelijke informatie in kort bestek en overzichtelijk wil aandragen. Er hebben diverse arabisten en islamologen aan meegewerkt. Namen die ik trouwens geen van allen kende (maar dat zegt niks), of Hans Janssen moet een spelfout zijn met een “s” teveel.

Lees verder “Vademecum van de islam”

Alles over Oezbekistan

Kara Tepe
Kara Tepe

Ik heb de laatste tijd veel over Oezbekistan geschreven. Vandaag maak ik het mezelf makkelijk met een overzichtje van alle stukjes, die ik hier opsom in min of meer historische volgorde. Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, heb ik geprobeerd wat vat te krijgen op de zo onbekende materie door de geschiedenis te reduceren tot een viertal grote “vegen” over de landkaart.

De eerste integratie van het gebied was een veeg vanuit het noorden naar het zuiden. We kunnen deze associëren met de Indo-Europese migratie. Uit het begin van die tijd stamde dit amulet.

De op de eerste veeg volgende periode werd gedomineerd door de Iraanse volken. Een van de beroemdste personen uit die tijd was Zarathustra. Op de Perzische tijd volgde de Griekse, die ik illustreerde met stukjes over Alexander de Grote, de dood van Bessos, over de stad Kampyr Tepe, over het klooster Kara Tepe en over de Heraklesboeddha.

Lees verder “Alles over Oezbekistan”

Stoddart en Connolly in Buchara

De audiëntiehof in de citadel van Buchara, waar noch Stoddart, noch Connolly de juiste geloofbrieven wist te tonen.
De audiëntiehof in de citadel van Buchara, waar noch Stoddart, noch Connolly de juiste geloofbrieven wist te tonen.

Ik schrijf dit in Buchara, een plaats die mogelijk heeft gediend als residentie van Spitamenes, de man die in het voorjaar van 329 v.Chr. Bessos uitleverde aan Alexander, te laat ontdekte wat de Macedonische heerschappij inhield, in de late zomer in opstand kwam en het de Macedoniërs behoorlijk lastig maakte. Een Macedonisch leger dat richting Buchara werd uitgezonden, werd aan de rivier de Polytimetos door de Sogdiërs vernietigd. Pas in 327, na de stichting van steden als Kampyr Tepe en door de vestiging van duizenden Griekse huurlingen werd het gebied voldoende worden gepacificeerd om Alexander zonder gezichtsverlies verder te laten trekken.

De Macedoniërs zijn dus nooit in Buchara geweest. Pas in de Middeleeuwen kwam het waterrijke gebied in de Kyzyl Kum-steppe onder westerse aandacht, maar het zou tot de negentiende eeuw duren voor het echt goed bekend werd. De wederzijdse ontmoeting verliep, voorzichtig uitgedrukt, niet al te best, zoals de Britse kolonel Charles Stoddart tot zijn verdriet ondervond.

Lees verder “Stoddart en Connolly in Buchara”

Het graf van Daniël

Het graf van Daniël in Susa
Het graf van Daniël in Susa

In Susa, in het zuidwesten van Iran, is een mooi mausoleum voor de profeet Daniël. Inderdaad, die van de leeuwenkuil en de voorspellingen aan de Babylonische koning Nebukadnezzar. Dat de bewoners van Susa geloven dat Daniël begraven zou liggen in Susa, is op het eerste gezicht wat merkwaardig, omdat de joodse profeet toch vooral met Babylon wordt geassocieerd. Waarom denken mensen dat hij desondanks ligt in Susa?

Het heeft te maken met de Arabische veroveringen en het ontstaan van de islam. De Arabieren hadden de stad ingenomen en waren al aan het plunderen, toen bij de rivier een mummie werd ontdekt. De veroveraars wilden die kapotmaken, toen iemand hun voorhield dat ze het lichaam wilden vernietigen van de profeet Daniël. Dit weerhield de moslims, en zo bleef de mummie bewaard. Het is echter wat curieus, want Daniël wordt nergens in de Koran genoemd. De gebeurtenis illustreert hoezeer de vroege islam openstond voor allerlei ideeën uit de monotheïstische religies. De islamitische leer was nog niet uitgekristalliseerd.

Lees verder “Het graf van Daniël”

Vijf constateringen over religie

safed_yosef_caro5
De hogepriesterlijke zegen (Safed, Yosef Caro-synagoge)

Kent u die mop van die columnist die voor het laatst werd gesignaleerd in het Oezbeeks-Afghaanse grensgebied? Daar zit u nu middenin. Terwijl dit stukje geautomatiseerd online gaat, ben ik op weg naar Termez en als alles naar wens gaat, bezoek ik daar Kara Tepe, de ruïne van een boeddhistisch-klooster-in-Griekse-stijl op de grens van de twee Centraal-Aziatische landen. En dat is waar u mij voor het laatst signaleert, want dit is mijn laatste column.

Niet omdat ik naar het Verre Oosten verdwijn, maar omdat ik redacteur ben geworden van een oudheidkundig publiekstijdschrift dat binnenkort voor het eerst verschijnt. Ik wil daar de komende maanden voldoende tijd voor hebben. En dat betekent dat ik na ruim twee jaar deze column beëindig met vijf constateringen.

Lees verder “Vijf constateringen over religie”