Geschiedenis van Perzië (5)

Dualistisch amulet uit Soch (Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan, Tasjkent)

In mijn reeks over de Perzische geschiedenis en de Bijbel vandaag twee teksten. Eerst een passage uit 2 Samuël, een wat ouder deel van de Bijbel, geschreven voor of aan het begin van de Babylonische Ballingschap. Laten we zeggen tussen 620 en 580 v.Chr.

Opnieuw ontbrandde de toorn van Jahwe tegen de Israëlieten. Hij zette David tegen hen op door te zeggen: “Ga een volkstelling houden in Israël en Juda.” (2 Samuël 24.1)

David doet wat hem wordt gevraagd en wordt vervolgens door God gestraft. Daarvoor bestaan verschillende verklaringen, waar wij het nu niet over hoeven hebben. De pointe is dat men het ook in de Oudheid wat curieus vond. Hier is wat de auteur van Kronieken, die 2 Samuël heeft bewerkt, erover te melden heeft:

Eens keerde Satan zich tegen Israël. Hij zette David ertoe aan een volkstelling te houden in Israël. (1 Kronieken 21.1)

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (5)”

Geschiedenis van Perzië (4)

De Cyruscilinder (British Museum, Londen)

In mijn reeks over de geschiedenis van Perzië in relatie tot de Bijbel vandaag een lastige kwestie: de terugkeer van de Joden naar het land van Israël. De eerste aanzet daartoe was, zo zou je uit de Bijbel afleiden, de inname van Babylon door Cyrus de Grote in 539 v.Chr. De Perzische vorst zou vrij snel daarna hebben bepaald dat de Joden mochten terugkeren. De cruciale passage is het slot van 2 Kronieken, dat wordt herhaald aan het begin van het boek Ezra.

Vaak wordt de hierboven afgebeelde Cyruscilinder genoemd als bevestiging van de bijbelse bewering dat Cyrus de Joden liet terugkeren, maar zo simpel is het niet. Die tekst noemt uitsluitend ballingen uit Mesopotamië en Iran, geen bewoners van de westelijke gebieden. We mogen er zelfs niet uit afleiden dat Mesopotamiërs en Iraniërs zijn teruggekeerd, omdat de opmerkingen op de cilinder in feite in hoge mate clichématig zijn: Cyrus betoont zich een goede vorst maar dat wil niet zeggen dat hij de idealen ook in de praktijk bracht.

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (4)”

Geschiedenis van Perzië (3)

Nabonidus op een reliëf uit Harran, nu in het British Museum (vergelijk)

Ik was begonnen met een reeks over de geschiedenis van Perzië en was al ingegaan op een van onze kroongetuigen, Herodotos van Halikarnassos, op de Assyrische grondslagen van het Aziatische wereldrijk en op de inname van Babylon door Cyrus de Grote. Ik verwees daarin naar het Bijbelboek Daniël en hoewel niemand me er een vraag over heeft gesteld, wil ik toch even een mogelijke tegenwerping behandelen: de auteur van Daniël heeft het namelijk niet over de Perzische koning Cyrus maar over Darius de Mediër (Daniël 6.1).

Die kennen we verder niet. Geen enkele andere tekst uit de Oudheid noemt een Darius de Mediër, hoewel we toch duizenden en duizenden kleitabletten hebben uit deze periode. Het probleem is niet de etnische aanduiding. Perzen en Meden golden vaak als uitwisselbaar (zo duiden de Grieken het conflict dat wij “de Perzische Oorlogen” noemen, aan als “de Medische Oorlogen”). De voornaam is echter wel wat problematisch. Het is niet die van de man die in 539 v.Chr. Babylon veroverde, maar van de feitelijke organisator van het Perzische Rijk, Darius I de Grote (r.522-486 v.Chr.).

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (3)”

Geschiedenis van Perzië (2)

Rembrandts weergave van het “teken aan de wand”. De vrouw links van de koning heeft de trekken van Rembrandts echtgenote Saskia.

Het punt kan niet vaak genoeg worden gemaakt en dus maak ik het gewoon nog maar eens een keer: we hebben over de oude wereld te weinig informatie. Daaruit volgt dat we over sommige gebeurtenissen eigenlijk te weinig weten. Hoe het Perzische Rijk is ontstaan bijvoorbeeld. Het staat vast dat toen koning Cyrus de Grote in oktober 539 v.Chr. de stad Babylon innam, hij in één moeite door het hele Babylonisch Rijk kon overnemen en dus beschikte over een goedgeorganiseerde staat, maar hoe hij dit kon doen is niet goed bekend. Halfnomadische stammen uit de bergen nemen niet zomaar een wereldrijk over.

Lange tijd zou het verhaal uit Herodotos, over wie ik onlangs schreef, zijn gebruikt om dit allemaal te verklaren. Het komt erop neer dat in Iran de Meden (in West-Iran) aan de macht waren en dat de Perzen (Zuid-Iran) hun vazallen waren. Op een gegeven moment besluit de Pers Cyrus in opstand te komen – het romantische sprookje dat moet verklaren waarom, zal ik later vandaag behandelen – en hij onderwerpt zijn voormalige overheerser. Vervolgens onderwerpt hij de Lydiërs in het westen van Turkije en daarna valt hij Babylonië aan. Ook oostelijk Iran wordt onderworpen en Cyrus komt om als hij probeert Centraal-Azië te onderwerpen.

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (2)”

Geschiedenis van Perzië (1)

Assyrisch soldaten (Pergamonmuseum, Berlijn)

Een tijdje geleden benutte ik deze blog om tips te geven voor een eerste kennismaking met de Bijbel. Dat leidde tot een uitnodiging of ik iets wilde schrijven over de geschiedenis van het oude Perzië, dat tussen 550 en 330 de hele oude wereld verenigde. Heel de oude wereld? Nee, in het verre westen bleef een kleine groep Grieken moedig weerstand bieden tegen de Perzische eenheidsstaat. Daarover maandag meer, nu eerst even iets over die Perzen en als we het daarover gaan hebben, moeten we eerst even wat terug in de tijd.

Rond het jaar 1250 v.Chr. was de wereld nog overzichtelijk. Een paar supermachten deelden de lakens uit: Egypte, de Hittieten in Turkije, Babylonië. In de twaalfde eeuw desintegreerde dit systeem. Als u er meer over wil lezen: Eric Cline beschrijft in zijn boek 1177 hoe het systeem te complex begon te worden. Een crisis op één punt had gevolgen voor de andere delen en als één staat instortte, was er geen staat die voldoende geïsoleerd was om overeind te blijven. De Bronstijd liep ten einde en de IJzertijd begon. Rond 1000 begon de geschiedenis in feite opnieuw met nieuwe partijen. In het oude Kanaän lezen we over de Hebreeën, wat noordelijker namen de Feniciërs de aloude handelsroutes over en in het noorden van Irak begonnen de Assyriërs aan de opbouw van een wereldrijk.

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (1)”

En het Woord was…

De Drie-eenheid op een zeventiende-eeuwse muurschildering uit Arbanasi (Bulgarije)

[Onlangs gaf ik hier ruimte aan Alexander Smarius, die schreef over de nieuwe Bijbelvertaling van de Jehovah’s Getuigen. Elke vertaling is keuzes maken en sommige daarvan vertellen nogal wat over de vertaler zelf. Zo is er de kwestie van de openingszin van het Johannesevangelie, die Smarius hieronder toelicht, want Jehovah’s Getuigen maken daar een significant andere keuze dan andere christenen. Ik kom er later vandaag ook nog op terug in “Methode op Maandag”.]

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

In de meeste Nederlandstalige Bijbels is dat de openingszin van het Evangelie van Johannes (Johannes 1:1). Verderop in de tekst wordt duidelijk dat met “het Woord” de Zoon van God wordt bedoeld, Christus. Minder duidelijk is hoe de lezer moet begrijpen dat degene die “bij God” was zelf ook “God” was. Volgens de gangbare Bijbelverklaring zijn de Vader en de Zoon samen één God, zoals twee lucifers één vlam kunnen delen.

Lees verder “En het Woord was…”

De jonge islam

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Onlangs verzorgde ik een lezing waarbij het ontstaan van de islam ter sprake kwam. Over dat onderwerp is – door gelovige moslims, door islamofoben en door historici – voldoende gezegd dat niet herhaald behoeft te worden, maar ik wil wel wijzen op een punt dat ik belangrijk vind: er gingen ideeën aan de islam vooraf. Nu is dat natuurlijk het intrappen van een wagenwijd openstaande deur: nieuwe ideeën ontstaan doorgaans in wisselwerking met andere. Als het niet zou zijn, zouden we immers niet begrijpen wat er nieuw aan was. Maar het blijft interessant te kijken waartegen Mohammed zich afzette, welke ideeën de zijne voortbrachten, waartegen hij polemiseerde en wat de in de vroege islam gemaakte keuzes zeggen over de eerste gelovigen. Daar ligt, zoals ik zie, momenteel een van de fronten van de geschiedwetenschap.

In de eerste plaats: in het laat-Romeinse Rijk won het christendom aan populariteit. Eerst stonden de keizers Licinius en Constantijn het geloof toe, daarna waren er keizers die het als persoonlijke voorkeur hadden, vervolgens kwam een einde aan de overheidssubsidie van de heidense culten en tot slot zag keizer Theodosius erop toe dat de christenen één centrale leer hadden, vastgelegd in de geloofsbelijdenis die op het Concilie van Constantinopel in 381 werd bevestigd.

Lees verder “De jonge islam”