Fossielen

Een van de belangrijkste teksten uit de Oudheid is de Kroniek van Eusebios. Daarmee bedoel ik niet dat de tekst buitengewoon rijk is aan ideeën of opvalt door het sprankelende taalgebruik. Ook is het prima mogelijk je bezig te houden met de oude wereld zonder er ooit naar te hebben gekeken. Ik heb mijn studie kunnen afronden zonder ooit een blik in de Kroniek te hebben geworpen. De tekst is echter heel fundamenteel: Eusebios bracht hierin alle hem bekende chronologische informatie samen, afkomstig uit bronnen die sindsdien verloren zijn gegaan. De lijst met Olympische kampioenen, de Egyptische koningslijsten van Manethon en de Babyloniaka van Berossos zijn voor een groot deel bekend via Eusebios’ Kroniek, die overigens zelf verloren is gegaan maar is overgeleverd in een Armeense vertaling en door enkele christelijke auteurs.

Diepzinnig is het, zoals gezegd, niet: Eusebios wil slechts tonen dat de bijbelse chronologie accuraat is. Eerlijk is Eusebios echter wel. Hij constateert bijvoorbeeld dat de datum van de Griekse versie van de Zondvloed en de datum van de Babylonische en Joodse versies elkaar uitsluiten. Doordat hij het materiaal zo eerlijk presenteert, kunnen wij redelijk zien wat er vóór hem bekend was. Dat maakt de Kroniek tot een belangrijke tekst. Tot de ontcijfering van de Babylonische tabletten hadden we eigenlijk weinig anders om de antieke chronologie te bepalen en pas met de uitvinding van de koolstofdatering en jaarringdateringen kregen we echte alternatieven.

Lees verder “Fossielen”

Het graf van Daniël (bis/ter)

Graf van Daniël, Kirkuk

Het regende pijpenstelen en ik zat gefrustreerd te staren naar een tekst die niet zo snel vorderde als ik wilde, toen ik een appje kreeg van Marjon Verburg, die momenteel op reis is in Irak. Ik ben dus gewoon stervensjaloers, want Irak is (met Algerije en Afghanistan) een van de landen waar ik nog altijd heen wil. Of beter, waar ik professioneel gewoon hoor te zijn geweest.

Meer in het bijzonder kwam het appje uit Kirkuk en bovenstaande foto toont u het graf van de profeet Daniël. Of beter, een van zijn graven. Ik blogde al eens over ’s mans graf in Susa en zijn graf in Samarkand. Er zijn nog meer graven, zoals in Tarsus in Turkije en in Sidi Denaine in Marokko. De vernietiging van een graf van Daniël in Mosul door de zogenaamd Islamitische Staat werd enkele jaren geleden in één adem gerapporteerd met de destructie van het graf van Jona.

Lees verder “Het graf van Daniël (bis/ter)”

De paasdatum in het jaar 30 (1)

Romeinse soldaten bespotten Jezus (Catacomben van Praetextatus, Rome; tweede eeuw)
Romeinse soldaten bespotten Jezus (Catacomben van Praetextatus, Rome; tweede eeuw)

Al tijden ligt er op mijn bureau een aantekening dat ik een fout moet herstellen die ik een tijdje geleden heb gemaakt. Ik ben er een paar keer op gewezen, moest er even rustig voor zitten om te doorgronden hoe het ook alweer zat en vervolgens vond ik die rust niet werkelijk. (Zo liggen er ook nog vier interviews te wachten en ruim honderd mailtjes.) Nu ik ziek ben, heb ik het betreffende blogstukje aangepast en dat was weleens tijd ook, want het ging om een fout die ik vorig jaar met Pasen heb gemaakt en die ik dus een jaar heb laten liggen.

Ik had destijds een reeks stukjes over het Lijdensverhaal en stelde in dit deel de vraag op welke datum Jezus stief. Was dat:

  • zoals de eerste drie evangeliën beweren, op Pesach (dus op vrijdag 15 nisan)?
  • zoals Johannesevangelie stelt, op de voorbereidingsdag voor Pesach (dus op vrijdag 14 nisan)?

Er zijn nog wat slagen om de arm, maar die zal ik u besparen. In het gewraakte stukje had ik het verkeerd uitgelegd. Nu dan even goed.

Lees verder “De paasdatum in het jaar 30 (1)”

Baruqa

De schlemielige resten van de Toren van Babel
De schlemielige resten van de Toren van Babel

Soms herken je in de Oudheid iets uit het heden. Zo hebben in Frankrijk joodse en islamitische leiders hun gelovigen opgeroepen mee te betalen aan de herbouw van de Notre Dame. Niet dat die oproep werkelijk nodig was, want elke Fransman, elke Europeaan heeft deze dagen het gevoel verweesd te zijn, maar dit deed me denken aan een bankafschrift uit Babylonië.

Midden in Babylon verrees de enorme tempeltoren Etemenanki, het “huis van het fundament van de hemel op aarde” dat behoorde bij de hoofdtempel Esagila. Toen koning Nebukadnezzar het monument in de zesde eeuw v.Chr. had vernieuwd, had hij gebluft dat de toren tot in de hemel zou reiken en dat er zóveel bouwvakkers werkten dat alle talen van de wereld bij de bouwput werden gesproken. De joodse auteur van het verhaal van de Toren van Babel schreef een buitengewoon effectieve parodie op ’s konings propaganda.

Lees verder “Baruqa”

Het evangelie van Marcus

De leeuw: het symbool van de evangelist Marcus én het wapen van Venetië. Gevelsteentje in Amsterdam (Stromarkt 7).

De “Markus-Passion”, zo kopte het Handelsblad zaterdag, “blijft iets voor fijnproevers”. Ik neem voetstoots aan dat de beoordeling van Bachs gedeeltelijk verloren gegane oratorium correct is. Maar het slot is raar.

Het stuk zelf mist het meeslepende drama van zijn grote broers Matthäus en Johannes. De koren en aria’s blijven nogal liturgisch en afstandelijk. Nergens kruipt het verhaal echt onder de huid. De Markus-Passion zal – zal zoals het evangelie zelf – wel iets voor fijnproevers blijven.

Wat kan muziekrecensent Joost Galema bedoelen met zijn bewering dat het evangelie van Marcus iets voor fijnproevers is? Ik schrijf dit zonder ironie of sarcasme, ik snap het gewoon werkelijk niet. Het Marcus-evangelie is namelijk een van de toegankelijkste teksten uit de oude wereld.

Lees verder “Het evangelie van Marcus”

π

Het is vandaag 14 maart. Dat schrijf je als 14-3 en daarmee is dus niets aan de hand, al zou het een leuke voetbaluitslag zijn, maar in Amerika noteren ze dat als 3-14 en dat lijkt wel een beetje op het getal pi ofwel π ofwel 3,14159 gevolgd door een oneindige reeks decimalen ofwel het getal dat de verhouding aangeeft tussen de omtrek en de doorsnede van een cirkel. Omdat de datum wel een beetje lijkt op dat getal, wordt 14 maart weleens pi-dag genoemd. Als π een waarde had van 4, z□u deze zin er z□ uitzien en met een waarde van 3 k⬡n u z⬡iets verwachten.

Het teken π staat voor het Griekse περιφέρεια, “periferie”, wat zoiets betekent als omtrek, en daarmee zijn we bij de Oudheid, waarin ook is nagedacht over dit getal. De Bijbel bevat bijvoorbeeld een beroemde passage waarin iets staat dat, als je het letterlijk neemt, wiskundig niet kan. In een evocatie van de glorie van de tempel van Salomo beschrijft de auteur van het Deuteronomistische Geschiedwerk, nadat hij de zuilen Jachin en Boaz heeft vermeld, de Bronzen Zee, een groot waterbekken op de voorhof voor de tempel.

Verder goot Salomo de Zee, tien el in doorsnee, helemaal rond, en vijf el hoog; men kon haar met een koord van dertig el omspannen. (1 Koningen 7.23)

Lees verder “π”

In memoriam Simone Mooij-Valk (4)

(Langestraat 19, Amsterdam)

[Vandaag twee jaar geleden overleed Simone Mooij-Valk. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2016/2017 mocht ik haar levensbericht schrijven. Het aardige van zo’n tekst is dat je, meer dan in een necrologie in een krant, ruimte hebt om iets over iemand te vertellen. Bij dezen een iets aangepaste digitale versie, waarvan het eerste deel hier is.]

Een energieke oude dag

Simones literaire activiteit beperkte zich niet tot vertalingen. Van haar artikelen is ‘Het afscheid bij de poort’ (in de in 1998 verschenen bundel Receptie van de klassieken X) vermeldenswaard. Ze beschrijft hierin hoe een van de bekendste scènes uit de Ilias – Hektor neemt afscheid van zijn vrouw Andromache en zijn zoon Astyanax – bleef terugkeren in de latere literatuur. Het aardigst is dat Simone oppert dat het soldatenliedje Lili Marleen weleens een van de jongste takken aan deze boom kan zijn. Zulke speelse observaties waren typerend voor haar.

Lees verder “In memoriam Simone Mooij-Valk (4)”