De joden van Hamadan

Het mausoleum van Esther en Mordechai, Hamadan

In de islamitische landen zijn altijd joodse gemeenschappen geweest. De joden zijn immers “mensen van het boek” ofwel dhimmi’s ofwel erkende minderheden die recht hebben op bescherming en niet tot bekering horen te worden gedwongen. Het valt echter niet te ontkennen dat de joodse gemeenschappen in het Midden-Oosten weleens beter tijden hebben gekend.

Zo zijn er in Afghanistan überhaupt geen joden meer. Er is een beroemde grap dat er in Bagdad nog slechts twee Joden zijn – en die hebben ruzie. De prachtig gerestaureerde synagoge in Beiroet zal nooit meer het centrum zijn van een bloeiende geloofsgemeenschap.  In Hamadan, een grote stad in het westen van Iran, leven nog ongeveer dertig joodse gezinnen en dat is aanzienlijk minder dan de 3.000-6.000 joden die daar leefden ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, om nog maar te zwijgen van de 30.000 joden die hier in de middeleeuwen zouden hebben geleefd.

Lees verder “De joden van Hamadan”

Masada

De belegeringsdam van Masada

Bij het besturen van hun provincies werkten de Romeinen traditioneel samen met de oude lokale elites, die enerzijds het prestige hadden om hun onderdanen te bewegen Romeinse bestuursmaatregelen te aanvaarden en anderzijds op Romeinse steun waren aangewezen om aan de macht te blijven. Meestal koketteerden de notabelen met hun vriendschap met de machthebbers en namen ze de uiterlijke vormen van de romanisering al snel over: de Bataafse leider Kivilaz noemde zich trots Julius Civilis. Wie hogerop wilde, volgde het voorbeeld van de lokale elite, en binnen een generatie of twee, drie kon een gebied onherkenbaar veranderd zijn.

De Joodse Oorlog die in 66 n.Chr. begon, toont dat het mechanisme ook weleens faalde. De elite die de Romeinen in 6 n.Chr. had verwelkomd was de Romeinen behulpzaam geweest, maar een ongebruikelijk hoge belastingdruk had de gewone mensen doen verarmen en tot onrust gebracht. Daar kwam nog bij dat de Joodse godsdienst het mogelijk maakte klachten te verwoorden op een religieuze wijze die door de Romeinen niet werd begrepen: messianisme, eschatologie, apocalyptiek. Na de verwoesting van Jeruzalem moest de pacificatie opnieuw beginnen, en er was vrijwel geen elite meer om mee samen te werken.

Lees verder “Masada”

Tayma

Inscriptie uit Tayma: “Geplaatst door Sasag, de zoon van Abdosiris, de zoon van Qursan”.

De Tayma-oase ligt in het noordwesten van het huidige Saoedi-Arabië, langs de handelsroute die ooit van Yathrib (Medina) en Khaibar leidde naar de Duma-oase en Mesopotamië. Oeroude qanats (ondergrondse waterleidingen) en de stenen die ooit de velden afbakenden, duiden op een landbouweconomie die vrij complex was.

Archeologen vonden ook “Qurayya painted ware”, een type aardewerk dat in het laatste kwart van het tweede millennium v.Chr. is vervaardigd. Het wijst op handelscontacten die reikten tot in de Araba, de vallei op de grens van Jordanië en Israël tussen de Dode Zee en de Rode Zee. De Taymanieten hebben misschien dadels, aluin en steenzout verkocht en zullen daarvoor wel koper terug hebben gekregen. Een inscriptie met de naam van koning Ramses III (r.1184-1152) bewijst dat ook Egyptische kooplieden Tayma wisten te vinden

Lees verder “Tayma”

De dood van de messias (7)

De opstanding (George Bandele)

We hebben in deze reeks een paar keer geconstateerd dat de bronnen over de dood van Jezus van Nazaret, de evangeliën van Marcus en Johannes, elkaar soms tegenspreken. Dat bewijst dat ze onafhankelijk zijn, al is de situatie iets complexer dan volledige onafhankelijkheid: Johannes kende (direct of indirect) het verhaal van Marcus, maar had daarnaast eigen informatie. De rechtszaak bij Pilatus was niet in de ochtend, zoals Marcus aangaf, maar was volgens Johannes rond het middaguur. Het gebeurde ook niet met Pesach, maar op de dag die daaraan voorafging. Het is niet onvergelijkbaar met een rechtszaak, waarin getuigen elkaar voortdurend op dit soort punten tegenspreken terwijl ze het over de hoofdlijn eens kunnen zijn.

Andere aspecten zijn verontrustender. Doden plegen niet op te staan uit de dood en zonsverduisteringen vinden alleen plaats bij nieuwe maan, niet bij de volle maan die verondersteld is bij Pesach. Overigens zijn dit soort onmogelijkheden precies dat wat we zouden verwachten. In de oude wereld circuleerde veel minder informatie dan in onze maatschappij en mensen konden berichten zelden controleren. Wonderbaarlijke verhalen bleven dus onweersproken en behoorden daarom bij de antieke belevingswereld. In een andere context heb ik beschreven hoe het nieuwtje “keizer Constantijn heeft een visioen gehad” al tijdens zijn leven in de vertrouwde mallen werd gegoten: hij had bovennatuurlijke ruiters gezien die hem te hulp kwamen. Het is hoe mondelinge samenlevingen werken.

Lees verder “De dood van de messias (7)”

De dood van de messias (6)

De graflegging

Het laatste stukje van vandaag kan alleen gaan over de graflegging, zoals hierboven afgebeeld door de Nigeriaanse kunstenaar George Bandele, wiens werk de aanleiding was tot deze reeks. Volgens Marcus stierf Jezus tijdens het negende uur, rond een uur of drie in de middag. Misschien was het in feite wat later, want degenen die het lichaam van het kruis haalden hadden haast om het nog voor het vallen van de avond te doen. Bij zonsondergang zou immers de sabbat beginnen, waarop werk niet was toegestaan.

Zo staat het althans in zowel Marcus als Johannes, waarvan ik al aangaf dat ze onafhankelijk van elkaar ruwweg hetzelfde vertellen. Beide auteurs vermelden ook Jozef van Arimatea, een lid van het Sanhedrin, als degene die het lichaam bij Pilatus opvroeg. Marcus voegt toe dat Pilatus verbaasd was over Jezus’ snelle dood en het lijk pas afstond toen een centurio dit had bevestigd. Marcus noemt verder Maria van Magdala en Maria de moeder van Joses als aanwezig bij de graflegging. Johannes maakt daar een mannenzaak van: Jozef kreeg hulp van Nikodemos.

Deze bracht een mengsel van mirre en aloë mee, ongeveer honderd pond. Zij namen het lichaam van Jezus en wikkelden het met de welriekende kruiden in zwachtels, zoals bij een Joodse begrafenis gebruikelijk is. Op de plaats waar hij gekruisigd werd, lag een tuin en in die tuin een nieuw graf, waarin nog nooit iemand was neergelegd. Vanwege de voorbereidingsdag van de Joden en omdat het graf dichtbij was, legden zij Jezus daarin neer.

Lees verder “De dood van de messias (6)”

De dood van de messias (5)

De kruisiging (George Bandele)

Als we Marcus 15.25 mogen geloven, werd Jezus tijdens het derde uur gekruisigd, dat wil zeggen rond een uur of negen in de ochtend. Johannes 19.14 corrigeert het: het gebeurde rond het zesde uur, rond het middaguur. Beide auteurs vermelden waarom Pilatus Jezus ter dood veroordeelde: hij was “Koning der Joden”. Als Jezus deze titel inderdaad heeft gedragen, had hij zich schuldig gemaakt aan wat ooit perduellio had geheten, “hoogverraad”, en waarvoor in deze tijd de term maiestas in zwang aan het raken was. Het begrip bleek tijdens de regering van Tiberius nogal rekkelijk.

De vraag is in welke zin een timmermanszoon uit Nazaret koning kan zijn geweest. Uiteraard heeft dat iets te maken met het feit dat hij claimde de messias te zijn, de persoon van wie een deel der Joden geloofde dat hij Israël zou herstellen.

Lees verder “De dood van de messias (5)”

De dood van de messias (4)

De kruisdraging

Pilatus veroordeelde Jezus tot het kruis. Hierboven ziet u hoe hij, in de weergave van de Nigeriaanse houtsnijder George Bandele, het instrument van zijn dood naar Golgotha droeg. Wat tegenwoordig in Jeruzalem wordt aangewezen als de Via Dolorosa, de “lijdensweg”, gaat ervan uit dat Pilatus verbleef in de burcht Antonia, wat niet juist is: het praetorium was bij de Davidsburcht, vlakbij de huidige Jaffapoort, en Jezus droeg de dwarsbalk van zijn kruis door wat nu David Street en Muristan Street heet.

Althans, dat zal zijn route zijn geweest als de plaats van executie werkelijk was waar men het traditioneel aanneemt: in de huidige Grafbasiliek. Daaraan bestaat overigens weinig twijfel. De kerk in kwestie is gebouwd in de vierde eeuw op de plek van een tempel voor Afrodite die op zijn beurt weer rond het jaar 130 was gebouwd op de plaats waar de christenen het graf van Jezus vereerden. Wie tegenwoordig de Syrische kapel bezoekt, zal zien dat er diverse graven zijn, gemaakt aan het begin van de jaartelling.

Lees verder “De dood van de messias (4)”