Faits divers (33): archeologie

Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

***

De eerste steden

Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

Lees verder “Faits divers (33): archeologie”

Istifan al-Duwayhi

Istifan al-Duwayhi

Vorig jaar was ik in april in Libanon, waar mijn vriendin Françoise me meenam naar de Qadishavallei. Dat is zoiets als een combinatie van het Vaticaan, Genève, Ons’ Lieve Heer op Solder en de Athos. Hier verblijft de maronitische patriarch, hier werkten de beste theologen, hier was een schuilplaats voor gelovigen en hier staan allerlei kloosters. Die zijn prachtig gelegen op volkomen onbereikbare plaatsen. Voor wie het even kwijt was: maronieten zijn Libanese christenen met een eigen liturgie, die het gezag erkennen van de paus. Er waren ooit theologische verschillen maar die zijn sinds de dertiende eeuw steeds verder onder het tapijt geveegd.

Eén van de kloosters in de Qadishavallei staat bekend als Onze Lieve Vrouwe van Qannoubine en was van de vijftiende tot negentiende eeuw de residentie van de patriarch. Ik noemde dit klooster al eens toen ik hier Girolamo Dandini citeerde, die in 1596 aanwezig was bij een maronitische synode. Zou hij een eeuw later in Libanon zijn geweest, dan zou hij hier niet alleen Cornelis de Bruijn hebben kunnen ontmoeten, maar ook patriarch Istifan al-Duwayhi. (“Isitifan” is de Arabische weergave van de Griekse naam die wij weergeven als Stefanus of Étienne.)

Lees verder “Istifan al-Duwayhi”

Barbara van Baalbek

De heilige Barbara (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Iets wat me altijd heeft verbaasd, is dat in de Late Oudheid de persoonsnamen Barbarus en Barbara populair worden. Meneer Wildeman en mevrouw Woesteling. Een snelle zoektocht naar antieke Barbara’s levert me tientallen voorbeelden op uit Tunesië, Dalmatië, Italië, Raetia, Andalusië, Catalonië en de Gallische provincies. De Latijnse inscripties uit de stad Rome documenteren al bijna twee dozijn Barbara’s

De verklaring voor de populariteit van deze op zich toch negatieve naam is natuurlijk dat de Romeinen van binnen het Romeinse Rijk al sinds jaar en dag vertrouwd waren met de mensen van buiten het Romeinse Rijk. Ze waren aanwezig als koopleden en deden dienst in de legers. Sterker nog, in een tijd waarin het civiele bestuur en het militaire apparaat uit elkaar groeiden, presenteerden soldaten zich graag een tikje “barbaars”, want dat illustreerde hun positie. De gevoelswaarde was niet meer negatief. Het woord was iets gaan betekenen als “stoer” of “nobele wilde”.

Lees verder “Barbara van Baalbek”

De ceders van de Libanon

De ceders die Buckingham zag (maar dan twee eeuwen later)

Op weg naar India bezocht de reislustige Britse journalist James Buckingham (1786-1855) Libanon. Ik blogde al over hem. Later publiceerde hij Travels among the Arab Tribes Inhabiting the Countries East of Syria and Palestine (1825), waaruit de volgende beschrijving van de ceders komt. De bovenstaande foto toont het door Buckingham genoemde “kleine bosje”. Ik heb er zelf eens rechtsomkeert moeten maken naar Bcharre.

***

Bcharre verlatend, klommen we een uur over lichte sneeuw tot we bij de Arz el-Libenein kwamen, of de ceders van de Libanon. De bomen vormen een klein bosje op zichzelf, alsof ze zo zijn geplant, en staan in een holte, omgeven door rotsachtige uitsteeksels, aan de voet van de berg die de hoogste top van de Libanon is. Er zijn, denk ik, op dit moment ongeveer 200 ceders, allemaal fris en groen.

Lees verder “De ceders van de Libanon”

Geneeskunde bij de Kruisvaarders

De Arabische diplomaat en schrijver Usama ibn Munqidh (1095-1188) was de neef van een vooraanstaande Syrische heer. Zelf diende hij op verschillende missies. Zijn autobiografie toont dat er in de tijd tussen de Eerste en de Tweede Kruistocht aanzienlijke samenwerking was tussen de diverse partijen. Zo stuurde zijn machtige oom eens de christelijke arts Thabit naar een van de leiders van de Kruisvaarders. Die deed sarcastisch verslag van de lokale geneeskunde.


Thabit was pas tien dagen weg toen hij alweer terugkeerde. We zeiden: “Die patiënten heb je snel genezen zeg!”

Lees verder “Geneeskunde bij de Kruisvaarders”

Druzen en Maronieten (2)

Christelijke vluchtelingen

In 1860 brak een grootschalige burgeroorlog uit tussen de Druzen en de Maronieten in het Libanongebergte. Het conflict hing al een tijd in de lucht en zou uiteindelijk ook Damascus treffen. Er zijn allerlei verslagen van de verschrikkingen uit deze dagen, die uiteindelijk leidde tot een Franse interventie. Een van de ooggetuigen was de Britse consul in Beiroet, Charles Churchill, die was getrouwd met een Libanese en in het land woonde. Hun dochters zouden trouwen met Druzische prinsen.

Zijn verslag van de eerste gevechten, te vinden in The Druzes and the Maronites under the Turkish Rule from 1840 to 1860 (1862), is verward en op allerlei punten onjuist. Hij maakt echter duidelijk dat de Ottomaanse autoriteiten, die aanvankelijk nog het gezag hadden om een conflict te temperen, uiteindelijk de situatie niet meer controleerden. Het boek eindigt met een Havelaar-achtig appel aan de Europese vorsten om te interveniëren.

***

Op 3 augustus 1859 vond er een ernstig incident plaats tussen de Druzen en de Maronieten in het dorp Beit Mery, op drie uur afstand, in de bergen, van Beiroet. De aanleiding was een ruzie tussen een Druzische en een christelijke jongen.

Lees verder “Druzen en Maronieten (2)”

Een oorkonde van Lodewijk de Heilige

Zegel van Lodewijk de Heilige

In 1187 veroverde Saladin de stad Jeruzalem en sindsdien ging het van kwaad tot erger voor de Kruisvaardersstaten in het Nabije Oosten. Keizer Frederik II wist weliswaar in 1229 het christelijk gezag over Jeruzalem te herstellen, maar in 1244 ging de stad voorgoed verloren. Koning Lodewijk de Heilige was een van de leiders van de Zevende Kruistocht, die probeerde Jeruzalem te heroveren, maar die uitliep op een catastrofe.

In 1250 bevond de koning zich in Akko, waar hij probeerde zijn verslagen leger te herorganiseren. Hij ontving ook een gezantschap van de Maronieten, de christenen uit het Libanongebergte, die zich al een tijdje presenteerden als westerse katholieken in een Grieks-Orthodoxe en islamitische wereld. Dat maakte hen tot geschikte bondgenoten voor de Kruisvaarders en leverde hen westerse bescherming tegen andere groepen in het gebergte.

Lees verder “Een oorkonde van Lodewijk de Heilige”

Mark Twain in Baalbek

Baalbek

De Amerikaanse schrijver Mark Twain (1835-1910), de auteur van Tom Sawyer en Huckleberry Finn, reisde kort na de Amerikaanse Burgeroorlog naar het Heilig Land. Zijn reisbrieven bundelde hij later in The Innocents Abroad (1867). Op weg naar Jeruzalem bezocht hij ook Baalbek, en kwam de grote schrijver zijns ondanks woorden tekort. Wat hij de Tempel van Jupiter noemt, noemen wij de Tempel van Bacchus; en de bouwers van de heiligdommen waren, vanzelfsprekend, de Romeinen.

***

Om elf uur zagen we de muren en zuilen van Baalbek, een nobele ruïne waarvan de geschiedenis is als een verzegeld boek. De tempel staat er al duizenden jaren, en roept bij alle reizigers verwondering op, maar wie hem heeft gebouwd, en wanneer hij is gebouwd – dat zijn vragen die misschien nooit zullen worden beantwoord. Maar één ding is zeker: de grandeur van ontwerp en de elegantie van uitvoering, zoals te zien in de tempels van Baalbek, zijn ongeëvenaard, en zelfs niet benaderd in ook maar enig menselijk werk dat de afgelopen twintig eeuwen is gebouwd.

Lees verder “Mark Twain in Baalbek”

Benjamin van Tudela in Libanon

Het verzwolgen Tyrus, dat ook Benjamin van Tudela zag.

In 1160 vertrok Benjamin van Tudela, niet ver van Pamplona, voor een lange reis naar het oosten. Op weg naar Jeruzalem bezocht hij ook de Libanese havensteden; op de terugreis bezocht hij ook Irak, Jemen en Egypte. Na zijn terugkeer in 1173 gaf hij een soort interview, wat leidde tot een niet door hem geschreven, maar wel in de eerste persoon verteld reisverslag.

Hij heeft veel aandacht voor het joodse leven in de door hem bezochte steden en identificeert allerlei moderne plaatsen met plekken uit de Bijbel. Dat doet hij, naar huidige inzichten, niet altijd accuraat.

Lees verder “Benjamin van Tudela in Libanon”

Een bruiloft in middeleeuws Tyrus

Middeleeuwse bruiloft

In 1183 vertrok Ibn Jubair vanuit El-Andalus naar Mekka. De aanleiding voor zijn pelgrimage was een zwaar vergrijp: hij had een glas wijn gedronken. Op de terugreis bezocht hij ook Tyrus, waar hij een vrolijke bruiloft meemaakte. Hij noemt de priester niet die het huwelijk sloot, maar het moet Willem van Tyrus zijn geweest.

***

Een verleidelijk werelds schouwspel dat het verdient om hier te worden vermeld, was de bruiloftsstoet die we op een dag zagen bij de haven van Tyrus. Alle christenen, mannen en vrouwen, hadden zich verzameld en stonden in twee rijen voor de deur van de bruid. Men bespeelde trots trompetten, fluiten en alle muziekinstrumenten, totdat zij trots tevoorschijn kwam, samen met twee mannen die haar rechts en links begeleidden alsof ze haar verwanten waren.

Lees verder “Een bruiloft in middeleeuws Tyrus”