Erfgoedwanbeheer

Cervantes

Ik begon ooit te bloggen om de reden waarom ik ook aan de Livius Nieuwsbrief begon: om dingen te delen die ik mooi of leuk of interessant vond. Het intellectueel gewicht van mijn reeks museumstukken mag dan gering zijn, ik beleef er meer plezier aan dan aan de stukjes waarin ik uitleg wat er nu weer niet deugt. Die stukjes horen er echter wel bij. Ik doe immers niet aan public relations van de humaniora maar probeer mensen uit te leggen wat het van vakken zijn.

Het irritante van stukjes waarin je uitlegt wat er verkeerd zit, is dat je vaak in herhaling moet vervallen, bijvoorbeeld omdat kwakarcheologen net als andere archeologen hetzelfde nieuws enkele keren publiceren. “Waarom zou je iets één keer naar buiten brengen,” zoals de zandwroeters plegen te zeggen, “als je ook twee keer naar publiciteit kunt hengelen?” Of drie keer, zoals in het geval van het onlangs gevonden gebeente van Cervantes.

Lees verder “Erfgoedwanbeheer” →

Cervantes, alweer

Monument voor Cervantes, Madrid

Dit is dus eigenlijk gewoon regelrecht & ronduit schokkend nieuws. Al negen maanden, zo lees ik [dode link], zijn archeologen in Madrid op zoek naar het stoffelijk overschot van Cervantes. Ze hebben daarbij drie niet-geregistreerde graven in het vizier. Je vraagt je af waarom ze daar negen maanden voor nodig hebben, want zo moeilijk kan het toch niet zijn een geraamte met één arm te identificeren.

Maar het wordt nog gekker. De speurtocht naar de laatste rustplaats van de auteur van de eerste roman uit de wereldliteratuur duurt namelijk helemaal geen negen maanden. Dat is een klinkklare leugen. Men is er al drie-en-half-jaar mee bezig. Ik wijdde er op 29 juli 2011 een van de eerste stukjes van deze kleine blog aan. Daarin schreef ik:

Lees verder “Cervantes, alweer” →

Hellenistisch historicus

P. Monts. Roca 267
Papyrus Montserrat Roca 267

Ik blogde gisteren over papyri en vertelde dat zulke tekstvondsten konden helpen om de betrouwbaarheid te verifiëren van de overlevering van antieke teksten door middeleeuwse kopiisten. Ik rondde af met de opmerking dat er nog duizenden en duizenden onuitgegeven papyri zijn.

De toegankelijkheid van papyri is eerlijk gezegd wat problematisch, want zelfs als ze wel zijn uitgegeven, gaat het niet zelden om obscure publicaties die alleen zijn in te zien via interbibliothecair leenverkeer. Ik heb wel eens 230 gulden betaald om fotokopieën te laten maken van een uitgave die alleen in Berlijn voorhanden was. Over het feit dat we, twintig jaar na de doorbraak van het internet, redelijkerwijs mogen verwachten manuscripten en papyri online te kunnen inzien, heb ik het dan nog maar niet.

Lees verder “Hellenistisch historicus” →

I.S.I.S. en Don Quichot

Don Quichot en Sancho Panza (Spanjeplein, Brussel)

Eh, hoe zat het ook alweer met de ridder met het droevige gelaat? Mijn excuus eerst, want ik ga u twee alinea’s lang dingen vertellen die u al weet.

Don Quichot ziet bordelen aan voor kastelen en molens voor reuzen. Als hij mensen uit een benarde situatie bevrijdt, blijken het bandieten. Hij is echter eerlijk, hij is oprecht, hij is nobel. Hij is, met andere woorden, precies wat Cervantes zegt dat hij is. Hij is een edelman.

Hij is ook krankzinnig, maar zijn vrienden houden van hem. Eén van hen verkleedt zich als ridder en verslaat hem in een duel, waardoor de ongelukkige uiteindelijk thuis komt en daar de zorg krijgt die hij nodig heeft. Heel keurig, maar de man gaat dus mee in de wanen van Don Quichot. Idemdito Sancho Panza: hij gaat geloven in de betovering van Dulcinea, hoewel hij die zelf heeft verzonnen. Het motief dat Cervantes hiermee aansnijdt is hetzelfde als dat in Ettore Scola’s Enrico IV: wie is de echte gek, de man die niet weet wat de werkelijkheid is, of de man die willens en wetens meegaat in andermans waan? Een vergelijkbare vraag: wie is de echte edelman, de verarmde ridder met het zuivere hart of het rijke hertogelijk paar, dat zijn sadisme op een geesteszieke uitleeft?

Lees verder “I.S.I.S. en Don Quichot” →

Imperator

De imperator-inscriptie uit het Louvre
De imperator-inscriptie uit het Louvre

Voor de bovenstaande bronzen plaat, gevonden bij Cádiz in Andalusië, ben ik eens speciaal naar het Louvre gegaan. Vooruit, ik was al in Parijs en zou er vroeg of laat toch wel zijn beland, maar toch. De inscriptie is interessanter dan ze op het eerste gezicht lijkt; als u de Latijnse tekst precies wil lezen, kan het hier.

De strekking is dat de Romeinse veldheer Lucius Aemilius Paullus, die later de Macedoniërs zou onderwerpen, de burgers van een dorp ontsloeg van de diensten die ze moesten verrichten als slaven voor hun burgers in Hasta, het huidige Mesas de Asta. Een en ander gebeurde ergens tussen 191 en 189 v.Chr.

Lees verder “Imperator” →

We’re fucked

(Foto NASA; origineel)
(Foto NASA)

In mijn Facebook-timeline zijn een paar mensen die op gezette tijden een mooie foto of een stukje online plaatsen en zo iets vertellen over hun werk. Een ervan is Huub Eggen, die me vanavond verraste met de bovenstaande prachtige foto van Spanje. Rechts ziet u nog een zonnepaneel van het ruimtestation, waarvandaan de foto is gemaakt, en daarboven de Plejaden.

Ik kan alleen maar kijken naar de dunne atmosfeer. Het laagje lucht is zó dun, we zijn zó kwetsbaar. Ik had iets poëtisch willen citeren over ’s mensen broosheid, misschien een citaat van Leo Vroman. Maar dat lukt me niet.

Lees verder “We’re fucked” →

Slingerkogel

Slingerkogel, gevonden bij Zaragoza (Spanje)
Slingerkogel, gevonden bij Zaragoza (Spanje)

Afgelopen zondag dineerde ik bij Wim en Hanneke van Broekhoven: dé gezichten van Romeins re-enactment in Nederland. Nadat we wat zaken hadden besproken, lieten ze me de bovenstaande slingerkogel zien.

Wim was een tijdje geleden op een geologenbeurs met een vriend die mineralen en gesteenten verzamelde. Terwijl zijn vriend de stenen bekeek, zag Wim ineens de loden kogel, die hij herkende als een Romeins projectiel. Voor een appel en een ei kreeg hij hem mee.

Lees verder “Slingerkogel” →

Alva en de Spaanse Inquisitie

Alva (Teylers Museum, Haarlem)

Ik begrijp daar dus niet van: dat je een rechtbank begint om de religieuze meningen van anderen te beoordelen en dat je daarna, als je vaststelt dat er aan iemand een vlekje zit, zo iemand overlevert aan de wereldse autoriteiten om hem levend te laten verbranden. Het verontrustende van de Spaanse Inquisitie is niet – om de obligate grap maar meteen te maken, dan hebben we dat ook gehad – dat niemand haar verwacht, maar dat niemand haar begrijpt of begrijpen kan.

Dat ligt aan ons. Wij zijn gewend aan de godsdienstvrijheid en vinden dat de gedachten vrij zijn. Misschien vinden Nederlanders dat nog wel meer dan anderen: onze voorouders kwamen in opstand tegen de koning van Spanje omwille van de “liberteyt van conscientie“. Maar wij zijn de uitzonderingen: religieuze intolerantie is van alle tijden en plaatsen. De Romeinse Senaat legde de Bacchuscultus aan banden, Karel de Grote gaf de Saksen de keuze tussen doopvont en schavot, hindoes slaan islamitische heiligdommen kort en klein. De causaliteitsvraag, of intolerantie voortkomt uit religiositeit, is volgens mij onbeantwoordbaar, maar de stelling valt in elk geval te illustreren met een hoop naargeestigheden.

Lees verder “Alva en de Spaanse Inquisitie” →

Tweelingen

coin_dioscuri_211BCE_wien_khm
Castor en Pollux (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

De bovenstaande munt, die is te zien in de prachtige numismatische collectie van het Kunsthistorisches Museum in Wenen, is geslagen in het jaar 211 v.Chr., en het zal u wel duidelijk zijn in welke stad dat gebeurde: Rome. De twee ruiters, met een ster op hun helm, zijn de goddelijke tweelingen Castor en Pollux. Ze werden in Rome al sinds de vroege vijfde eeuw v.Chr. vereerd, omdat ze tijdens een bepaalde veldslag de soldaten extra krijgslust hadden gegeven én het nieuws van de overwinning in de stad waren komen melden.

De eredienst is echter veel ouder. Al sinds mensenheugenis werd dit tweetal vereerd door de Griekse aristocraten, en toen de Grieken zich in de zevende eeuw v.Chr. vestigden in zuidelijk Italië, namen ze de cultus mee. De tweelingen zouden het leger van de Griekse kolonie Lokris hebben bijgestaan in een veldslag en het nieuws van de zege nog op diezelfde dag bekend hebben gemaakt in het verre Olympia. Na deze wonderbaarlijke gebeurtenis verspreidde de cultus zich snel over de rest van Italië. De sage die de Romeinen later vertelden, is uiteraard een kopie van het Lokrische origineel.

Lees verder “Tweelingen” →

Monsignor Quixote (2)

In het eerste deel van dit stuk wees ik op het gekunstelde karakter van Graham Greenes boek Monsignor Quixote. Deze onnatuurlijkheid doet gelukkig niet af aan de leesbaarheid. Zoals ik al zei is de vriendschap van de twee mannen schitterend getekend, terwijl hun gesprekken ergens over gáán.

De afgelopen vijftig eeuwen – zo lang dus als we de geschiedenis kennen – zijn de meeste mensen op een of andere wijze religieus geweest. Een humanist kan dat niet zomaar als irrelevant terzijde schuiven: het verlangen naar Iets Hogers, wat dat ook moge zijn, is blijkbaar onderdeel van het mens-zijn. Omgekeerd zijn de antwoorden die de godsdiensten tot op heden hebben geboden te beperkt, te tijdgebonden, te irrationeel om in onze tijd nog te overtuigen. Voor beide standpunten valt iets te zeggen en Greene geeft aan beide ruimte, waarbij hij vooral onderstreept dat zekerheid iets is voor tevredenen en legen.

Lees verder “Monsignor Quixote (2)” →