Alexander de Grote en de Ouxiërs

Shushtar

Zoals ik in een eerder blogje in deze reeks al aangaf, was Alexander de Grote op weg gegaan naar Persis, het kernland van het Perzische Rijk, het huidige Fars. Niet al zijn manschappen namen deel aan deze operatie. Persis mocht dan het politieke centrum zijn van een wereldrijk, het was agrarisch arm en kon onmogelijk de 60.000 soldaten, de 30.000 non-combattanten, de 8500 paarden en de 1800 lastdieren voeden waaruit het Macedonische leger op dit moment lijkt hebben bestaan. Een groot aantal soldaten overwinterde in het vruchtbare Elam, deels als garnizoen voor de stad Sousa.

De weg naar het Zagrosgebergte, dat Persis als een muur begrenst, maakte deel uit van het stelsel van koninklijke wegen en de Macedoniërs konden zonder problemen oprukken. Kleitabletten uit Persepolis vermelden dat de heerbaan tussen deze paleisstad en Sousa was voorzien van twee dozijn pleisterplaatsen. De eerste etappes van Alexanders route zijn daardoor goed te reconstrueren. Na twee dagen overbrugden de Macedoniërs  de rivier de Dez in de schaduw van de vervallen, duizend jaar oude tempeltoren van Choga Zanbil, en na een tussenstop in een dorp dat in de kleitabletten wordt aangeduid als Ithema, bereikte het leger Šurkutir, het huidige Shushtar. Daar stak het leger de Karun over, die, zoals Curtius Rufus schrijft, “diep temidden van rotsachtige, met wouden begroeide oevers stroomt”.

Lees verder “Alexander de Grote en de Ouxiërs” →

Alexander de Grote in Sousa (2)

De troonzaal in Sousa

In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote de capitulatie van de Perzische hoofdstad Sousa in ontvangst nam. Het paleis lag op een plateau dat hoog uitstak boven het hete maar vruchtbare rivierdal. De Perzen hadden op dat plateau – door de wind bewaaid en iets koeler dan het rivierdal – een immens terras aangelegd, dat met dertien hectare groter was dan dat van bijvoorbeeld Persepolis. Het paleis zelf had een omvang van vier hectare, de twintig meter hoge troonzaal niet meegerekend.

De luxe was groter dan de Macedoniërs ooit hadden gezien. Verbaasd dronken ze uit bekers van glas, aten ze van marmeren borden en openden ze deuren met klinken van lapis lazuli. Het moet hebben geleken op de beschrijving uit het Bijbelboek Ester:

Draperieën van fijn linnen, wit en blauwpurper van kleur, waren aan albasten zuilen bevestigd met roodpurperen koorden van byssus en zilveren ringen; op een mozaïekvloer van porfier, albast, parelmoer en gekleurde stenen stonden rustbanken van goud en zilver. Er werd wijn geschonken in gouden bekers, die allemaal verschillend waren, en er was koninklijke wijn in overvloed, zoals men dat bij een koning mag verwachten.noot Ester 1.6-7; NBV21.

Lees verder “Alexander de Grote in Sousa (2)” →

Alexander de Grote in Sousa (1)

Perzische decoratie uit Sousa (Louvre, Parijs)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we vorige maand vertrokken uit de grote stad Babylon en op weg gegaan naar Sousa. Zoals wel vaker in de oude geschiedenis kennen we de plannen van de generaal niet en moeten we die afleiden uit wat hij feitelijk deed. Het is plausibel dat de Macedoniërs de diverse hoofdsteden van het Perzische Rijk wilden plunderen, want dat hebben ze gedaan, maar eigenlijk weten we dat niet. Alexanders biograaf Ploutarchos vertelt:

Toen hij door Babylonië trok verbaasde hij zich vooral over een kloof waaruit onophoudelijk vuur opsteeg als uit een bron, en over de stroom van nafta die zo groot was dat hij niet ver van die kloof een meer vormde. Dit nafta leek op asfalt, maar was zo licht ontvlambaar dat het, al voordat de vlam het bereikte, ontbrandde door de vuurgloed, en dikwijls ook de lucht ertussen deed ontvlammen.noot Ploutarchos, Alexander 35.1-2; vert. Hetty van Rooijen.

Lees verder “Alexander de Grote in Sousa (1)” →

Alexander de Grote in Babylon (4)

Zegel van een Babylonische priester (Louvre, Parijs)

[Laatste van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

De aankomst van de Macedoniërs in Babylon was dus een wetenschappelijke doorbraak zonder weerga, die de Griekse kennis van hemel en aarde aanzienlijk verrijkte. In schril contrast met deze glorieuze gebeurtenis staat het lot van de Babylonische vrouwen. Levend in de stad van Semiramis, over wie de Griekse mannen de geilste gedachtes hadden, ervoeren ze lijfelijk wat zoveel vrouwen in oorlogstijd hebben moeten ondergaan. Het meest schrijnende is het verwijt dat ze de verkrachting aan zichzelf hadden te wijten. Curtius Rufus geeft ze een trap na:

Geen van Alexanders steden is verdorvener in zeden, geen beter toegerust om bovenmatige gevoelens op te roepen en ervoor te bezwijken. Zolang er maar voor schanddaden wordt betaald staan ouders en echtgenoten toe dat hun kinderen en echtgenotes ontuchtige seks hebben met vreemdelingen. Vrouwen wonen daar ook drinkgelagen bij en hoewel ze aanvankelijk netjes gekleed gaan, ontdoen ze zich al gauw van hun bovenkleding. Ik geneer me tegenover mijn lezers te zeggen dat de Babylonische vrouwen zich vervolgens steeds verder onteren en zich uiteindelijk ontdoen van hun meest intieme kledingstukken. Dit walgelijke gedrag is niet alleen typerend voor courtisanes, maar ook voor getrouwde vrouwen en jonge meisjes, voor wie dit alles valt onder de noemer gezelligheid.noot Curtius Rufus, Alexander 5.1.36-38; vert. Daan Stoffelsen..

Lees verder “Alexander de Grote in Babylon (4)” →

Alexander de Grote in Babylon (3)

De Ištarpoort (Pergamonmuseum, Berlijn)

[Derde van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

Hoewel de gezaghebber in Babylon, Mazaios, naar de Macedoniërs was overgelopen, waren Alexanders mannen op hun hoede en ze rukten in slagorde op naar de beroemde stad. Het moet hen hebben teleurgesteld dat de muren minder imposant waren dan Herodotos van Halikarnassos had beweerd, maar van de andere kant: ze waren nog nooit eerder in een stad geweest met ruwweg 100.000 inwoners. Ter vergelijking: Athene was half zo groot.

Lees verder “Alexander de Grote in Babylon (3)” →

Alexander de Grote in Babylon (2)

Gereconstrueerde muur van Babylon

[Tweede van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

Alexander wist niet beter of de stad die hij op het punt stond in te nemen, Babylon, was de grootste ter wereld. Ze was omgeven door een stadsmuur van honderd meter hoog. Dat had althans de Grieks onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geschreven en ook Aristoteles was van mening dat de muren eerder een compleet land omringden dan een enkele stad. Zulke verdedigingswerken waren zelfs voor het leger dat Tyrus had ingenomen te hoog.

Onderhandelingen

De Babylonische Astronomische Dagboeken bewijzen dat de koning van Macedonië het niet wilde laten aankomen op een belegering. Al in een vroeg stadium opende hij onderhandelingen. Daarbij probeerde hij zich te presenteren als een goede Babylonische vorst, een attitude die hij tot het einde van zijn leven heeft bewaard. Hier is de tekst van zo’n dagboek.

Lees verder “Alexander de Grote in Babylon (2)” →

Alexander de Grote in Babylon (1)

Het paleis van Nebukadnezar in Babylon

Elke soldaat in het leger van Alexander de Grote had gehoord van de hoofdstad van het aloude koninkrijk Babylonië, een stad die weliswaar ruim twee eeuwen eerder door de Perzische koning Cyrus de Grote was veroverd, maar nog altijd een van de belangrijkste culturele centra op aarde was: Babylon!

Rijkdom

“In geen land ter wereld gedijt Demeters geschenk zo welig”, had de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geschreven, om te specificeren dat er wel twee- tot driehonderd keer zoveel graan werd geoogst als gezaaid. Dat was  grof overdreven, maar de reële vijftienvoudige opbrengst maakte de regio wel degelijk tot het welvarendste agrarische gebied van de oude wereld. De Babyloniër Berossos schreef trots:

Lees verder “Alexander de Grote in Babylon (1)” →

De Alexandersarcofaag

De Alexandersarcofaag achter spiegelend glas (Archeologisch Musea, Istanbul)

Osman Hamdi was een van de belangrijkste Ottomaanse archeologen, en het is aan hem te danken dat de koninklijke graven in Sidon in 1887 niet zijn geplunderd maar redelijk professioneel zijn opgegraven. Het gaat om twee complexen; het een was door antieke vandalen geplunderd, in het ander stonden de sarcofagen van een dynastie die in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. regeerde over de Fenicische havenstad. De jongste van de stenen grafkisten staat bekend als de Alexandersarcofaag en was het graf van koning Abdalonymos (Abd-Elonim, “dienaar van de hoogste goden”). Deze koning van Sidon zou Alexander volgen tot in India.

Hamdi begreep meteen het belang van de vondst, borg alle sarcofagen en liet ze overbrengen naar het Ottomaanse Museum in Constantinopel, niet ver van het Topkapi-paleis. Daar staat de verzameling grafkisten nog altijd, al heet de instelling inmiddels de Archeologische Musea van Istanbul.

Lees verder “De Alexandersarcofaag” →

Na de slag bij Gaugamela

De vlakte van Gaugamela, gezien vanuit het zuiden

In onze reeks over Alexander de Grote heb ik een tijdje geleden verteld hoe de Macedoniërs in de zomer van 331 v.Chr. oprukten naar het door de Perzische koning Darius III Codomannus uitgekozen slagveld ten oosten van de rivier de Tigris. Al eerder had ik verteld hoe de slag bij Gaugamela verliep, dus ik neem vandaag de draad van het verhaal op ná Alexanders overwinning en de aftocht van zijn tegenstander. (Als u denkt dat Darius is gevlucht, heeft u de de film van Oliver Stone gezien en geen goed geschiedenisboek gelezen.)

Verliescijfers

Net als na de gevechten aan de Granikos en bij Issos, noteerden de officieren op de dag na de slag het aantal mannen dat niet aanwezig was op het appel. Ook maakten ze een schatting van het aantal gedode vijanden. Alexanders biograaf Curtius Rufus schrijft dat er 40.000 Perzen sneuvelden, “althans volgens de berekeningen van de overwinnaars”, terwijl minder dan 300 Macedoniërs zouden zijn gevallen. De Griekse geschiedschrijver Diodoros verdubbelt de cijfers, namelijk 90.000 en 500, terwijl de anders redelijk nuchtere Arrianus schrijft:

Lees verder “Na de slag bij Gaugamela” →

Alexander de Grote op weg naar Gaugamela

Munt van Mazaios (Staatliches Münzkabinett, München)

Ik liet u gisteren achter bij de brug die Hefaistion, de beste vriend van Alexander de Grote, over de Eufraat aan het bouwen was, toen aan de overzijde van de rivier het leger arriveerde van Mazaios. Hij was een Babyloniër in Perzische dienst. Alexanders biograaf Arrianus vertelt:

De Macedoniërs hadden nog geen verbinding gemaakt die doorliep tot aan de andere oever, omdat ze vreesden dat de troepen van Mazaios het bruggenhoofd zouden aanvallen. Maar toen Mazaios hoorde dat Alexander zelf in aantocht was, sloeg hij met zijn hele leger op de vlucht. Zodra hij weg was, werden de bruggen doorgetrokken naar de overkant en ging Alexander er met zijn leger overheen.noot Arrianus, Anabasis 4.9.14-15; vert. Simone Mooij.

Een Macedonische nederlaag

Arrianus’ idee dat Mazaios op de vlucht sloeg toen de Macedonische koning naderde, gaat direct of indirect terug op de woorden waarmee Alexander, Parmenion en de andere commandanten de gebeurtenis aan hun soldaten uitlegden. Het zal hen zeker bemoedigd hebben dat het eerste treffen met de vijand tijdens deze operatie was uitgelopen op zo’n gemakkelijk succes.

Lees verder “Alexander de Grote op weg naar Gaugamela” →