Wie wil er mee naar Algerije?

Mozaïek uit Lambaesis

Oké, een nieuw jaar en nieuwe plannen. Als u een trouwe lezer bent van deze blog, heeft u wellicht al gezien dat ik een reeks achtergrondblogs ben begonnen. Met die onregelmatig verschijnende reeks komen we 2026 wel door. Ook Kees Alders is weer actief als schrijver: hij zal u vanaf medio januari op gezette tijden meer vertellen over Chinese en Indische filosofieën. In Groningen gaat een leesclub van start met het voornemen historische romans te lezen en er op deze plek verslag van te doen. Daarnaast zijn er de oude reeksen: over wat de oudheidkundige disciplines maakt tot wetenschappen, over het Nieuwe Testament en over Julius Caesar – en die reeks loopt weliswaar ten einde, maar gaat nog wel door na 15 maart.

Tot zover het aanbod op deze blog. Maar ik wilde u ook over iets anders informeren. Ik organiseer namelijk in september een reis naar Algerije. Dat is – eerlijk is eerlijk – een dure reis en de visumprocedure is knap ingewikkeld. Maar: Algerije is de frustrerende voorbereidingen en de hoge reissom dubbel en dwars waard.

Lees verder “Wie wil er mee naar Algerije?”

Vragen rond de jaarwisseling (4)

Giorgio de Chirico, Gli archeologi (1927)

Zo’n drie weken geleden nodigde ik u uit om de traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik zal nu mijn best doen de meer beschouwende vragen te beantwoorden.

Wat vond je zelf de belangrijkste ontdekking?

Eerlijk gezegd heb ik in 2025 weinig bijzonders zien langskomen. Alles ging z’n gangetje. Je kunt natuurlijk niet elk jaar een nieuwswaardige doorbraak hebben.

Waar zou je dit jaar de Kasteel van Amstelprijs voor geven?

Ach ja, de Kasteel van Amstelprijs! In de eerste jaargangen van de Livius Nieuwsbrief reikte ik die uit aan de meest opzichtige manier om te vissen naar publiciteit. Ik noem nog maar eens Josephine Quinn, die de geschiedenis van Het Westen plaatst in de wijdere context. Voor de journalisten die haar kritiekloos aan het woord lieten: wereldgeschiedenis is een genre uit de jaren zeventig. De journalistiek relevante vraag is waarom wetenschappers publiciteit zoeken met iets dat dat al een halve eeuw in de belangstelling staat.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (4)”

Bronnen

De brand van de Hindenburg

Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen in mijn reeks “vragen rond de jaarwisseling” en ik heb de vier blogjes met antwoorden inmiddels geschreven. Morgen de eerste aflevering. Eén vraag was echter meer complex. Ze betrof de bronnen en het antwoord vergde een apart stukje, dus bij dezen.

Kan je nog eens de definities herhalen/bevestigen van een primaire en een secundaire bron?

Lees verder “Bronnen”

Nuttig en nutteloos: paradigma

Geocentrisme en heliocentrisme (Mathematisch-Physikalischer Salon, Dresden)

Een mens krijgt in de loop van de dag heel wat informatie over zich uitgestort. Je zou een criterium willen hebben om snel zin en onzin te scheiden, zodat je niet teveel tijd verspilt aan de onzin. Eén zo’n criterium is of een schrijver of spreker het woord “paradigma” gebruikt. Dat woord geeft feitelijk aan dat de informatie die zal volgen, niet de moeite van het luisteren of lezen waard is. Een nuttig woord dus, dat u eindeloos veel tijd bespaart.

Merton en Kuhn

Het had anders kunnen zijn. De term is ooit gemunt door de Amerikaanse socioloog Robert Merton (1910-2003), die ermee bedoelde dat groepen wetenschappers tal van onuitgesproken aannames delen, waarbij valt te denken aan concepten, zaken die als problematisch worden ervaren, de procedures om zulke problemen op te lossen, en onomstreden inzichten die kunnen dienen als basis voor verder onderzoek. De uitdrukking “paradigma” werd later door de wetenschapssocioloog Thomas Kuhn (1922-1996) gebruikt om uit te leggen wat een wetenschappelijke revolutie was. In zijn visie waren er periodes van normale wetenschap, waarin het paradigma à la Merton niet ter discussie stond, en plotselinge omslagen, “wetenschappelijke revoluties”, waarbij het paradigma veranderde.

Lees verder “Nuttig en nutteloos: paradigma”

Drone-magnetometrie

Vergelijking van een deel van het Actueel Hoogtebestand Nederland met hetzelfde gebied, gemeten het magnetisch beeld.

Toen de eerste archeologen in de achttiende eeuw aan het werk gingen, interpreteerden ze hun vondsten aan de hand van teksten, en zo is het lang gebleven. Als je had gelezen dat de Bataven in opstand waren gekomen in het najaar van 69 na Chr., dan was dat zowel de mogelijke verklaring als de mogelijke datering van die brandlaag in dat Romeinse fort. Het probleem met de tekstuele interpretatiewijze is natuurlijk dat we over een deel van het verleden geen teksten hebben. Sterker nog, dat is het grootste deel.

Gelukkig hebben archeologen in de twintigste eeuw geleerd om met allerlei natuurkundige en scheikundige technieken informatie te ontfutselen aan het voorwerp en aan het landschap. De geschiedenis van de archeologie is het triomfantelijke verhaal van een oudheidkundig specialisme dat de ene na de andere nieuwe techniek introduceerde, daardoor meer en meer informatie over het verleden wist te genereren en zich minder afhankelijk van de teksten maakte. Archeologie is niet langer “de dienstmaagd van de filologie”. De innovatie gaat bovendien door, zoals nog onlangs, toen archeologen van Periplus Archeomare op het idee kwamen een magnetometer aan een drone te hangen.

Lees verder “Drone-magnetometrie”

Feit en betekenis

Kleio, de muze van de geschiedvorsing (Prado, Madrid)

Het leuke van een blog is dat je af en toe eens hardop kunt denken. Bijvoorbeeld over de betekenis van feiten. Of wat feiten eigenlijk zijn.

Feiten

Een feit, zo leerde ik ooit, is iets dat het geval is. Maar we kunnen feiten nooit genoeg kennen. Het is bijvoorbeeld een feit dat ik op het moment dat ik dit schrijf een lichte pijn heb in mijn rechterknie, maar u kunt dat niet navoelen. Zo is het ook in het algemeen. Er is een wereld met minimaal vier dimensies, die we slechts kennen in zoverre ze overeenkomt met de drie dimensies waarin onze geest onze zintuiglijke indrukken ordent. Er is een verschil tussen het Ding an sich en het Ding für mich. Werkelijk objectieve kennis bestaat daarom niet.

Lees verder “Feit en betekenis”

Een metafoor voor het verleden

Aristoteles (Huis van de Europese Geschiedenis, Brussel)

Zonder Aristoteles zouden we geen debat hebben gehad over de val van het Romeinse Rijk, schreef ik geen blogjes over de Eerste Tussenperiode en hoefden we ook de Zeevolkencrisis niet te bediscussiëren. Hadden wetenschappers daarentegen wat meer Ovidius gelezen, dan was ons een hoop bespaard gebleven. Helaas is het niet zo en nou zitten we dus met de brokken.

Groei, bloei en neergang

De moeilijkheid is te illustreren aan de hand van een van Aristoteles’ bekendste werken, de Poëtika, waarvan het overgeleverde deel is gewijd aan tragedies. (Een slothoofdstuk over komedies ontbreekt.) De auteur beschrijft hoe het genre zich stap voor stap ontwikkelde, tot het zijn eindvorm bereikte. Aristoteles gebruikt dus een botanische metafoor: de tragedie groeide steeds meer naar wat de filosoof beschouwde als natuurlijk einddoel.

Lees verder “Een metafoor voor het verleden”

Sloppy Science

Vorige week publiceerde Stan van Pelt, die u kunt kennen als degene die in De Volkskrant adembenemende stukken schreef over de problemen rond de vermeende ontdekking van het majorana-deeltje, een boek over wetenschapsfraude. Het heet Sloppy Science en behandelt, behalve de voorbarige majorana-claims, zo’n beetje alles wat de laatste jaren in het nieuws is geweest over minder dan optimaal functionerende wetenschap.

Leesplezier

Ondanks de naargeestige thematiek heb ik Sloppy Science ademloos gelezen. De voorbeelden die Van Pelt noemt zijn goed uitgewerkt. De lezer begrijpt het wetenschappelijke probleem, hij herkent welke hindernis leek te zijn overwonnen, hij snapt waarom dat niet het geval was, en hij begrijpt waarom deze of gene fraude gevaarlijk was.

Lees verder “Sloppy Science”

De grenzen van de Oudheid

Jan Collaert, “Nieuwe ontdekkingen” (1600)

Ik blogde onlangs over de ruimtelijke grenzen van de Oudheid. Volgens mij is de traditionele verdeling naar op taal gebaseerde culturen – dus Griekenland, Egypte, Perzië enz. – inmiddels achterhaald en is het nu zinvoller het verleden te bestuderen aan de hand van maatschappijtypen. Immers, het maatschappijtype stelt grenzen aan wat een gegeven cultuur vermag en het eigene blijkt uit de binnen die grenzen gemaakte keuzes. Er is echter nog een tweede afbakening van de Oudheid: de begrenzing in de tijd. Ook die is historisch gegroeid.

Drie tijdperken, twee transities

Ik heb ooit geweten wie de verdeling Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijdnoot Die laatste wordt weer verdeeld in Nieuwe Tijd en Nieuwste Tijd, maar dat laat ik even buiten beschouwing. heeft bedacht; het was een geestelijke die werkzaam was op Corsica, als ik me goed herinner. Feit is in elk geval dat men ten tijde van de Italiaanse Renaissance het idee had dat er een nieuwe tijd was begonnen en dat er twee verledens waren om uit te kiezen: de Romeinse tijd (goed) en de Middeleeuwen (slecht). In allerlei opzichten zocht men aansluiting bij de Oudheid. Men zocht antieke teksten, men probeerde de oude filosofie te doen herleven, men zette gebouwen neer met quasi-antieke façades, en men streefde naar herstel van het vroegste christendom.

Lees verder “De grenzen van de Oudheid”

De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (8)

Plato (Altes Museum, Berlijn)

[Dit is het laatste van acht door Marco Folpmers geschreven blogjes over de mogelijkheid met artificiële intelligentie Plato’s Zevende Brief te analyseren. Het eerste was hier. In dit blogje: is het bewijs nu rond?]

Perry’s analysenoot J.B. Perry, Examining the Authenticity of Plato’s Epistle VII through Deep Learning (2021; Bachelor’s thesis, Harvard College). is knap gedaan, maar desondanks is dit niet het definitieve bewijs dat de Zevende Brief (afgezien van twee latere interpolaties) authentiek is. Dit is hooguit een eerste aanzet.

Kritiek

Op de eerste plaats is er de aard van de publicatie. Dit is een scriptie. Een scriptie van de Harvard-universiteit is natuurlijk een scriptie van een excellent instituut en ook de studie zelf en de genoemde begeleidende docenten zien er geloofwaardig en gezaghebbend uit. Maar het is geen publicatie in een peer-reviewed journal. Misschien volgt die nog. Maar op het moment ontbreken er nog essentiële “checks and balances”.

Lees verder “De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (8)”