De val van Cartagena (2)

Cartagena nu en toen

De stad Cartagena, waarover ik zojuist al blogde, was gebouwd op een schiereiland dat een grote baai in tweeën deelde. De zuidelijke helft staat nog altijd in verbinding met de zee en wordt nog altijd als haven gebruikt. Hier legde Scipio’s vloot aan. De noordelijke helft van de baai was een soort lagune, gevoed met zoet water vanuit een riviertje en van de zee gescheiden door het schiereiland met de eigenlijke stad. Toen het riviertje in de Nieuwe Tijd opdroogde, is deze lagune verzand; er ligt een moderne stadswijk die Ensanche heet, “de uitbreiding”.

Scipio sloeg zijn kamp op tegenover de plek ten oosten van het schiereiland, waar de stad met het land was verbonden. Hier ligt een hoge heuvel, de Cerro de los Moros, voorzien van een fort uit de Nieuwe Tijd. De volgende dag liet hij zijn mannen oprukken in de richting van de muren, die zijn opgegraven.

Lees verder “De val van Cartagena (2)”

Deel dit:

De val van Cartagena (1)

Scipio Africanus (Capitolijnse Musea, Rome)

Tot de dingen die je in je leven niet wil meemaken, en die wij gelukkig ook niet meer mee zullen maken, is de inname van een stad door een Romeins leger. Dat overkwam de bewoners van Cartagena in 209 v.Chr. De stad heette destijds Qart Hadašt, “de nieuwe stad”, wat de Romeinen later zouden veranderen in Carthago Nova. Het was de residentie van de familie Barka, die hier namens het “echte” Karthago het gezag uitoefende. Eerst Hamilkar Barka, vervolgens Hasdrubal de Schone, die in Cartagena de residentie bouwde waarvan de resten een jaar of vijf geleden zijn geïdentificeerd, en daarna Hamilkars zoon Hannibal Barka. In de Tweede Punische Oorlog trok hij, zoals bekend, met het Spaanse leger over de Ebro, Pyreneeën, Rhône en Alpen naar de Povlakte.

Oorlog in Spanje

Bij het oversteken van de Rhône, ergens begin oktober 218 v.Chr., wist Hannibal al dat de Romeinen het plan hadden geraden en al op weg waren naar Spanje om zijn aanvoerlijnen af te snijden. Eind december zegevierden de Romeinse oud-consul Gnaeus Cornelius Scipio en diens broer, consul Publius Cornelius Scipio, in de slag bij Cissa, niet ver van het huidige Tarragona. Daarmee was Hannibals lot feitelijk bezegeld. Het Karthaagse leger in Italië boekte weliswaar spectaculaire successen, maar kon de weinige bondgenoten die het daar verwierf, nooit even krachtig beschermen als de Romeinen de opstandige steden konden bestraffen.

Lees verder “De val van Cartagena (1)”

Deel dit:

Toerist in Córdoba

Puerta de Sevilla

Ik liet u in de vorige aflevering van dit narcistische winterfeuilleton gistermiddag achter op het station in Córdoba, in de hoop dat we fors vertraagd om half drie zouden vertrekken naar Córdoba. Dat gebeurde inderdaad, maar na 500 meter stopte de trein, en na twee uur stilstand reed hij terug naar het station. Dat was niet naar de zin van de eveneens aanwezige Feyenoordsupporters. “Kankerland”, herhaalde een zo’n fan luidkeels, en zo klonk er meer. Niet handig, als de politie op scherp staat voor een risicowedstrijd. Toen we de trein verlieten, moesten we onze legitimatie tonen en haalde de politie supporters uit de mensenmassa. Toen een andere trein ons later naar Córdoba reed, ontbrak in onze coupé de Feyenoordaanhang.

Een snelle wandeling

We hadden, achteraf bezien, vijf uur langer kunnen doorbrengen in Málaga, maar goed: we zijn aangekomen in Córdoba, ooit de hoofdstad van het gelijknamige emiraat. Mijn vriendin was er al eens met haar zus geweest en ook voor mij is de stad niet nieuw – zie dit blogje.

Lees verder “Toerist in Córdoba”

Deel dit:

Het Hemels Mandaat in Mesopotamië

Babylonië, Sogdië en China

Een paar dagen geleden schreef Kees Alders op deze blog over het Hemels Mandaat, Tianming, dat de Zhou-dynastie uit het westen van China voor zichzelf claimde toen ze in de elfde eeuw v.Chr. de Shang-dynastie omverwierp. Samengevat:

De laatste Shang-vorst zou wreed en losbandig zijn geweest, en daarmee het morele mandaat hebben verloren om zijn rijk te besturen.

Dit idee is in het latere China een belangrijke rol blijven spelen, aangezien het een van de kernvragen introduceerde van de latere Chinese filosofie: wat was immers de deugd waarover de heerser diende te beschikken? Die vraag laat ik verder aan Alders over om te beantwoorden, ik wijs op een parallel in Mesopotamië.

Lees verder “Het Hemels Mandaat in Mesopotamië”

Deel dit:

Toerist in Málaga

De alcazaba van Málaga

Málaga, wat Fenicisch is voor “koningsstad”, stond eigenlijk niet op ons reisprogramma, maar toen we de reis afgelopen november voorbereidden, hadden we de indruk dat we hier, komend vanuit Almería, de overstap naar de trein naar Córdoba weleens zouden kunnen missen. Dus kozen we ervoor om in Málaga te overnachten en later in alle rust door te reizen.

Het zou, zo dachten we, een superkort bezoek zijn. Eigenlijk wilden we gewoon niets bekijken. Ik was hier eerder geweest en het Romeinse theater wilde ik mede daarom niet nog eens zien: ik heb – zei hij blasé en niet voor het eerst – in mijn leven zó veel van die waaiervormige schouwburgen gezien dat het opnieuw bekijken ervan me niet erg aansprak. Er boven verrijst de Alcazaba die de Nasriden van Granada hier bouwden; die moesten we laten wat ze was, omdat we vreesden dan te laat op het station te zijn om de trein naar Córdoba te halen. Hetzelfde gold voor de kathedraal. We beperkten ons dus tot het museum.

Lees verder “Toerist in Málaga”

Deel dit:

De strijdbare Herman Schaepman

Herman Schaepman

Wie in Twente over de randweg van Tubbergen rijdt kan het haast niet missen: het meer dan levensgrote standbeeld van Herman Schaepman, dat even voorbij de afslag aan de weg van Tubbergen naar Almelo staat opgesteld. Reusachtig, somber: zo maar wat woorden die opkomen als er een beschrijving van dit beeld gegeven zou moeten worden.

Hoe anders is het wanneer je – na wat vriendelijke woorden te hebben uitgewisseld met een Zwitserse Gardist ter linkerzijde van de colonnade van het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad en nadat je je tas of rugzak hebt laten controleren op explosieven – vlak langs de basiliek loopt en dan aan de linkerzijde de toegang betreedt van het zogenaamde “Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi”, waar belangrijke Duitstalige, Nederlandse en Belgische katholieken begraven zijn. Op dit overvolle kerkhof, dat letterlijk in de slagschaduw van het Vaticaan ligt, is het even zoeken maar dan ziet men de rechtopstaande steen tegen de achtermuur die memoreert dat hier diezelfde dr. Schaepman begraven ligt. Uit het verslag van de Limburger Koerier van 29 januari 1903:

Lees verder “De strijdbare Herman Schaepman”

Deel dit:

Toerist in Almería

Poort in de Alcazaba van Almería

Vanuit onze hotelkamer in Almería keken we uit op een zonsopkomst over het water, dat hier Alboránzee heet, maar natuurlijk gewoon een deel is van de Middellandse Zee. De bus uit Cartagena was gisteren vrij laat in Almería aangekomen, maar nu het daglicht was, konden we de havenstad gaan verkennen.

Al-Marrya

Almería heette ooit Al-Marrya, wat zoiets betekent als “spiegel van de zee”. De stad is ontstaan toen zeelieden huizen begonnen te bouwen op een plek waar ze al weleens handel dreven met de boeren in deze omgeving. Graan voor vis. In 955 stichtte kalief Abd al-Rahman III van Córdoba hier een vlootbasis, die vanzelfsprekend moest worden beschermd met stadsmuren en met een moskee om te bidden om goddelijke bescherming. (Een inscriptie die de bouwwerkzaamheden documenteert, is te zien in het plaatselijke museum.) Op de rotsen achter de stad verrees de enorme burcht die bekendstaat als Alcazaba.

Lees verder “Toerist in Almería”

Deel dit:

Voor-westerse geschiedenis (4) flora

Olijfboom

De bovenstaande olijfboom stond een kwart eeuw geleden in Agrigento op Sicilië. Vermoedelijk staat ’ie er nog, want olijfbomen zijn taai. Net als steeneiken, johannesbroodbomen, Aleppo-dennen, acacia’s, ceders, vijgenbomen en andere oer-Mediterrane gewassen. Ze weten zich op harde grond te wortelen en kunnen tegen een stootje. Dat geldt ook voor de palmboom, die oorspronkelijk wat oostelijker groeide, in de eeuwen vóór het begin van onze jaartelling naar het westen oprukte en in de eerste eeuw v.Chr. nog voldoende zeldzaam was om het opschieten van zo’n boom te beschouwen als een voorteken – ik blogde daar al eens over. In de Arabische tijd werd de palmteelt echt serieus groot en de palmboomgaard van het Spaanse stadje Elche, in het westen van de oude wereld, geldt als werelderfgoed.

Van oost naar west

De dadelpalm representeert, om zo te zeggen, de grote flora-beweging in de oude wereld: oosterse gewassen kwamen naar het westen. Westwaarts kwam ook de bananenpalm, die in de zesde eeuw v.Chr. vanuit het Verre Oosten de Indusvallei bereikte en daarvandaan verder naar het westen reisde. De sinaasappelboom en de kersenboom kwamen al langer voor het Nabije Oosten en bereikten eveneens de Mediterrane wereld. Van de laatstgenoemde boom is dankzij Plinius de Oudere bekend dat de Romeinse generaal Lucullus hem rond 70 v.Chr. aantrof in Anatolië en meenam naar Italië, waarna andere Romeinen de kersenboom overbrachten naar Gallië. Net als de wijnrank overigens; de Moezelwijn is een Romeinse innovatie. De Perzen brachten als eersten suikerriet vanuit de Indusvallei naar Khuzestan (volksetymologie: “suikerland”), de hellenistische vorsten exporteerden de plant verder naar het westen, al werd het pas echt wat in de Late Oudheid. Idemdito katoen.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (4) flora”

Deel dit:

De opstand van Hermenegild (2)

Visigotische votiefkroon (Visigotisch Museum)

[Laatste van tweede blogjes over de opstand van Hermenegild. Het eerste was hier.]

Vierde bedrijf: Oorlog?

Koning Leovigild liet het niet bij een religieuze volte-face: hij trok ten strijde. Maar niet tegen zijn zoon. Zijn eerste campagne voerde hem naar het noorden, naar de Basken: door zijn gezag daar te laten gelden, verhinderde hij dat de Franken zich in een mogelijke burgeroorlog in het Rijk van Toledo zouden mengen. Een tweede operatie bracht hem naar Mérida, waar hij de weg afsneed waarmee de Sueben Hermenegild te hulp zouden hebben kunnen schieten. Pas nu rukte hij op naar Sevilla.

Hermenegild had in de voorgaande tijd, toen zijn vader in het noorden was, alle gelegenheid gehad om op te rukken naar Toledo, maar dat deed hij niet. Het was, zo zei hij, niet passend dat een zoon met geweld optrad tegen een vader. De Latijnse formulering is een echo van de Latijnse vertaling van een beroemde regel uit het Bijbelboek Samuël: als David de mogelijkheid heeft koning Saul uit te schakelen, zegt hij dat het niet passend is met geweld op te treden tegen een gezalfde des heren.

Lees verder “De opstand van Hermenegild (2)”

Deel dit:

De opstand van Hermenegild (1)

Munt van Leovigild (Visigotisch Museum, Toledo)

U vreest wellicht een nieuwe aflevering in mijn narcistische winterfeuilleton, maar wees gerust: op maandag zijn musea en opgravingen gesloten, dus we deden het rustig aan, en ik vertel u over de opstand van Hermenegild. Dat was, alles bij elkaar, weinig anders dan een rimpeling in de grotendeels vergeten geschiedenis van het Rijk van Toledo, maar er was een interessant gevolg, dat ik aan het einde van het volgende blogje zal noemen. Los daarvan hebben we een Nibelungenachtig drama met twee ruziënde koninginnen en een gedoemde held.

Eerste bedrijf: ruziënde koninginnen

In 569 kwam in het Rijk van Toledo koning Leovigild aan de macht. Zijn doel was het verenigen van heel Iberië, wat betekende dat hij ambities had in het noordwesten, waar het Suebische koninkrijk lag, en in het zuidoosten, waar de Byzantijnen nog niet zo heel veel eerder enkele steden hadden ingenomen. Inderdaad zou Leovigild Córdoba heroveren. Er was hem verder veel gelegen aan vrede met de Franken in het noordoosten, waar de Merovingische koningen gelukkig verdeeld waren.

Lees verder “De opstand van Hermenegild (1)”

Deel dit: