Karyatide uit het Forum van Augustus (ik weet niet meer waar ik deze foto heb genomen)
Wie het Augustusforum, waaraan ik ook het vorige blogje wijdde, betrad vanaf het Forum van Caesar, zag op het plein eerst een beeld van keizer Augustus in een vierspan. Daar achter verrees de vijfendertig meter hoge tempel van Mars de Wreker. De onverwachte aanblik van zo’n groot bouwwerk moet enorme indruk hebben gemaakt, zeker als het witte Carraramarmer op een zomermiddag fonkelde in de zon.
Aan de voet van de ook nu nog imponerende trap stonden fonteinen, waarvan tegenwoordig alleen lage muurtjes resteren die amper boven het gras uitsteken. Hier stonden ook enkele standbeelden die ooit van Alexander de Grote waren geweest. In het gevelveld van de tempel lag links een beeld van Palatinus (de personificatie van de heuvel waarop Rome was ontstaan), daarop volgde een zittende Romulus die het voorteken van de twaalf gieren gadesloeg (een voorteken dat ook Octavianus eens zei te hebben ontvangen), en middenin stonden een schaars geklede Venus en een stoere Mars. Rechts van hem stond Victoria, zat Roma en lag de riviergod Tiber. Door deze verwijzingen naar de stichtingssage presenteerde Augustus zich als nieuwe Romulus.
Er zijn veel plekken in Rome waarover iets te vertellen valt, maar als blogger loop je regelmatig tegen je grenzen aan. Zeshonderd woorden, of desnoods een tweetal blogjes van elk achthonderd, is meestal onvoldoende om méér te vertellen dan wat oppervlakkigheden. Het Forum van Augustus, waarover ik het vandaag wil hebben, is een prettige uitzondering, omdat de ideologie die Romes eerste keizer uit wilde dragen, herkenbaar is voor ons. Of beter: wij kunnen hedendaagse ideeën projecteren op die stille stenen, die niets terug zeggen en ons in dit geval niet confronteren met feiten die zich niet laten interpreteren.
Maar eerst twee dingen die u vermoedelijk wel weet: keizer Augustus kwam aan de macht als geadopteerde zoon van Julius Caesar, en die had naast het oeroude Forum Romanum al een eigen forum laten aanleggen, waarover ik al eens eerder heb geblogd. Het was het eerste van de zogeheten keizerfora. Augustus kon niet achterblijven. Zijn forum was gemodelleerd op het Caesarforum en diende eveneens de propaganda van de bouwer. Er waren echter verschillen.
Vestaalse Maagden bewaarden het testament van Caesar (Antiquarium del Palatino, Rome)
Het was 13 september in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel 45 v.Chr. U weet, na dit intro, dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En het antwoord is dat hij zijn testament maakte.
Het is verleidelijk te denken dat hij zich realiseerde dat hij nog maar een half jaar te leven had. Het is zelfs niet uitgesloten. Wellicht had hij lucht gekregen van het complot van Gaius Trebonius. Caesar zal zeker hebben begrepen dat hij zijn tegenstanders weliswaar had verslagen, maar ze zelden voor zich had gewonnen. Ook moet hij hebben geweten dat veel van zijn partijgangers opportunisten waren. Anders gezegd, hij had de macht gegrepen maar slaagde er niet in een vorm te vinden waarin dat acceptabel was. De dictator-voor-tien-jaren was realist genoeg om te weten dat macht een morele fundering moest hebben. En daar schortte het aan. Suetonius vermeldt dat Caesar Spaanse bodyguards had “die hem overal met getrokken zwaard begeleidden”. Dat zegt voldoende. Het is goed mogelijk dat Caesar wist dat hij rekening moest houden met een moordaanslag.
Dit wordt een saai blogje. Ik schrijf het vooral voor mezelf, omdat ik even wat dingen op een rijtje wil hebben. Dus u moet het maar niet lezen, tenzij provinciale herindelingen uw hobby zijn.
Maar het zit dus zo. Als u in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. naar de Maghreb had gekeken, dan lag in het oosten, waar nu Tunesië ligt, het gebied waarover de stad Karthago de scepter zwaaide. Reisde u naar het westen, dan arriveerde u in Numidië, en dat bestond uit het gebied van twee groepen: in het oosten de Massyliërs en in het westen de Masaeisyliërs. De koning van de Numidische volken is op dat moment Massinissa; hij resideerde in Cirta, het huidige Constantine. Nog wat verder naar het westen, zeg maar in wat wij Marokko noemen, leefden de Mauri.
[Laatste blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]
Livius leefde tweeduizend jaar geleden. Je mag hem elitair noemen, je mag zijn moralisme oppervlakkig noemen. Het is immers een klassieke auteur. Om deze reeks niet in mineur te beëindigen, noem ik twee deugden die Livius óók bezit.
Titus Livius als stilist
Om te beginnen kan hij een verhaal vertellen. Tijdens het bewind van keizer Domitianus (r.81-96) stelde Quintilianus, een docent welsprekendheid, de Romeinse geschiedschrijvers Livius en Sallustius gelijk aan de Griekse auteurs Herodotos en Thoukydides.noot [Quintilianus, Opleiding tot redenaar 10.1.101.]. Dat was destijds de allergrootst mogelijke lof. Als Livius iets vertelde, zo vervolgde Quintilianus, was het verhaal zo helder als kristal, terwijl zijn toespraken onbeschrijfelijk welluidend waren.
Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)
[Vierde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]
Avaritia & crudelitas
Ik was vanmorgen begonnen met een samenvatting van het geschiedwerk van Titus Livius en had de tweede eeuw v.Chr. bereikt. Nu volgt het conflict tussen twee rivaliserende Romeinse staatslieden: Marius en Sulla. De boeken 66-70 gaan over de opkomst van Marius en worden gevolgd door zes boeken over de Bondgenotenoorlog, waarin de Romeinen moeten vechten tegen hun Italische medestanders, die burgerschap eisen. Na een Romeinse zege voeren de Romeinen oorlog tegen koning Mithridates van Pontus, zonder hem te overwinnen. Generaal Sulla neutraliseert het probleem, keert terug naar Italië en bestuurt de republiek als dictator.
Dit deel van de geschiedenis van Rome vanaf de oprichting, dat de verdeeldheid van de Romeinse elite hekelt en eindigt met de dood van Sulla, werd waarschijnlijk aan het begin van onze jaartelling gepubliceerd. De Periochae maken duidelijk dat Livius vaak aangaf dat politieke vraagstukken werden opgelost per vim, “met geweld”. Andere terugkerende begrippen zijn avaritia en crudelitas, “gierigheid” en “wreedheid”. Het was dus geen opbeurende lectuur, al zal Livius hebben opgemerkt dat met Augustus alles beter was geworden.
De ondergang van de Republiek
De boeken 91-105, gepubliceerd rond 5 na Chr., gaan over de opkomst van Pompeius, Crassus en Julius Caesar. We vernemen hoe de jonge Pompeius met succes vecht tegen de rebellenleider Sertorius in Hispania, zich bindt aan Crassus en consul wordt, en later vecht tegen de Cilicische piraten, Mithridates en de Joden. Hierop volgt de formatie van het Eerste Driemanschap, door Livius getypeerd als “een samenzwering tegen de staat door de drie voornaamste burgers”. Caesars sensationele Gallische oorlog eindigt met een climax: de Romeinen steken in Boek 105 niet alleen de Rijn maar ook het Kanaal over. Deze ontknoping suggereert dat Livius’ boodschap was dat Romeinen, als ze hun verdeeldheid maar overwonnen, de grootste dingen konden bereiken. Het is interessant dat Boek 104 een digressie heeft gehad geweest over Germaanse gewoonten, wat suggereert dat Livius de rapporten heeft gelezen van de Romeinse generaals Drusus en Tiberius.
De volgende decade gaat over de staatsgreep van Caesar. Boek 106 begint met de dood van Julia, Caesars dochter en de echtgenote van Pompeius. Vanaf nu zijn de harmonieuze relaties tussen de Romeinse leiders verdwenen. Ramp volgt op een ramp. De Belgische leider Ambiorix verslaat de legioenen van Caesar en de Parthische commandant Surena verslaat de soldaten van Crassus in Carrhae. Er is onrust in Rome, Caesar wordt verslagen bij Gergovia, en hoewel hij in Boek 108 de Galliërs verslaat, verslechtert zijn relatie met Pompeius nog verder. De Tweede Burgeroorlog breekt uit. Ik citeerde in een eerder blogje al Livius’ jeugdherinnering aan een waarzegger die in Padua de uitkomst van de slag bij Farsalos “zag”. Boek 115, waarschijnlijk gepubliceerd in 8 na Chr., eindigt met Caesars viervoudige triomf. Het moet bemoedigend zijn geweest voor Livius’ tijdgenoten, die net ernstige militaire tegenslagen in Illyricum hadden geleden.
Boek 116 begint met het complot tegen Caesar. Livius’ oordeel over de dictator: “Het valt niet uit te maken of het beter was voor de republiek dat Caesar werd geboren of dat beter was geweest als hij nooit was geboren.” De hele pentade (dus de boeken 116-120) beschrijft dan het conflict tussen Marcus Antonius en Octavianus. Vijf boeken is veel ruimte voor slechts twee jaar, maar Padua, waar Livius is geboren, speelde in deze oorlog een rol en Livius had het meegemaakt. Hij zal de gebeurtenissen belangrijker hebben gevonden dan wij. Boek 120 beschrijft hoe de twee kemphanen met Lepidus het Tweede Driemanschap sluiten.
Augustus
Livius publiceerde deze pentade in ca.10 na Chr. en het is mogelijk dat hij opnieuw benadrukte dat heersers samenwerken, een thema dat in deze jaren steeds belangrijker was in de Augusteïsche propaganda. Uit deze jaren stamt een tempel voor Concordia en ook werd Tiberius ingewerkt als opvolger.
Maar ook al stemde Titus Livius in met de heerschappij van Augustus, hij wilde ook niet ontkennen dat diens regering met geweld was begonnen. Moderne oudheidkundigen wijzen wel op de opmerking in de Periochae dat Boek 121 en de volgende boeken zijn gepubliceerd “na de dood van Augustus”. Dat hoeft niet te betekenen dat Livius censuur vreesde; hij lag ongeveer op schema.
De boeken 121-133 vertellen over de oorlog van de Driemannen tegen Brutus en Cassius, culminerend in de Dubbele veldslag bij Filippoi (Boek 124). Daarop volgen Marcus Antonius’ oorlog tegen de Parthen (Boek 128) en Octavianus’ oorlogen tegen Sextus Pompeius en in Illyricum. Lepidus verdwijnt van het toneel (Boek 129) en Marcus Antonius ontmoet Kleopatra. De Zeeslag bij Aktion rondt het verhaal af.
Misschien was dit het oorspronkelijke eindpunt van Livius’ project. Hij was ooit begonnen met een geschiedenis van Rome, en had nu het moment bereikt waarop hij zich aan dat werk had gezet. Hij had toen gedacht dat na de burgeroorlogen een ethisch reveil mogelijk was. De Romeinse wereld was inderdaad vreedzamer geworden, maar hij moet hebben opgemerkt dat de republiek, met zijn publieke debatten, was veranderd in een monarchie, waar beslissingen werden genomen door één man. En in het geheim.
Livius was daardoor niet in staat iets te produceren zoals de voorgaande drieëndertig boeken, waarin hij vierentwintig jaar had beschreven. Na boek 134 verviervoudigt het tempo van zijn verhaal: hij beschrijft tweeëntwintig jaar in slechts negen boeken. Het verhaal was nu heel anders dan het voorafgaande en het is mogelijk dat Livius zijn belangstelling begon te verliezen. Het is waarschijnlijk dat boek 134 begon met de woorden van fragment 58:
Ik heb inmiddels genoeg roem verdiend en zou een punt achter mijn geschiedwerk kunnen zetten, maar mijn rusteloze geest voedt zich met het schrijven.
Titus Livius bleef dus schrijven. De Periochae van de laatste boeken zijn zeer kort en suggereren niet dat het opwindende lectuur was. Dat was niet Livius’ schuld. De tijden waren aan het veranderen. De trieste paradox van de geschiedschrijving is immers dat alleen oorlogen en rampen materiaal leveren voor een boeiend narratief. Als de laatste boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad wat saai waren, was het omdat Livius tot zijn geluk niet leefde in interessante tijden.
Het hing al een tijdje in de lucht, maar de universiteit van Cardiff sluit inderdaad alle oudheidkundige opleidingen. Een nieuwe bijdrage aan het lijstje hier.
Augustus, die stilzwijgend aanwezig is op elke bladzijde die Titus Livius schreef (Glyptothek, München)
[Tweede blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]
Toen keizer Augustus de monarchie had gesticht, hadden veel mensen het gevoel dat de situatie in Italië zou normaliseren. De dichter Vergilius schreef zijn optimistische Georgica en Griekse auteurs als Dionysios van Halikarnassos en Strabon van Amaseia vestigden zich in de hoofdstad. Livius lijkt in deze stemming te hebben gedeeld en publiceerde de eerste vijf boeken van zijn Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad tussen 27 en 25.
Hij was rond de dertig. Een Romeinse man zou inmiddels zijn getrouwd en kinderen hebben gehad. Quintilianus weet dat de geschiedschrijver een zoon had, voor wie hij een verhandeling schreef over stijl, en een dochter, die was getrouwd met wwn zekere Lucius Magius. De encyclopedist Plinius de Oudere citeert een geografisch werk van een zoon van Livius.
Ethisch reveil
De Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad was bedoeld als voorbeeld voor de Romeinen. Ze hadden geleden, maar dat was te wijten aan hun eigen, immorele gedrag. Een ethisch reveil was echter nog steeds mogelijk en Livius bood zijn publiek opbeurende én afschrikwekkende voorbeelden. Zoals gezegd: hij was geen historicus in onze zin van het woord. Het was echter een serieus en belangrijk project en Augustus was geïnteresseerd. Livius behoorde niet tot diens inner circle, maar de twee mannen respecteerden elkaar en we weten dat Augustus eens (wellicht na de publicatie van de boeken 91-105) een grap maakte dat Livius nog steeds een voorstander was van Pompeius, de vijand van Caesar.
Als dit al een verwijt was, was het niet ernstig. Livius bleef dicht genoeg bij het keizerlijke hof om de jonge prins Claudius aan te moedigen geschiedenis te gaan schrijven. (De toekomstige keizer publiceerde helaas verloren geschiedwerken over Karthago en de Etrusken.)
Titus Livius zelf bleef zijn leven lang werken aan de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad. De publicatiegeschiedenis valt enigszins te reconstrueren:
Titus Livius zou een bekend persoon zijn geweest en er is een beroemde anekdote, verteld door Plinius de Jongere, dat eens een man helemaal uit “Gades” was gekomen om Livius eens in het echt te zien. Plinius denkt dat de man uit het Gades in Andalusië kwam, maar als er al iets waar is van dit malle verhaal, zal het wel slaan op een gelijknamig dorpje in Campanië.
We lezen echter ook dat er maar weinig publiek was bij voorleesavonden. Dat is begrijpelijk. Het ontbrak de man uit Padua aan de charme, de ironie en de andere kwaliteiten van het toenmalige literaire leven. Zijn wereldbeeld was nooit dat van de Romeinse literaire elite; hij bleef altijd provinciaal. En ook al moet je er geen website naar noemen, hij was, zoals gezegd, een betere geschiedschrijver dan men weleens zegt.
Zomaar een jonge Romein, niet per se Titus Livius (Archeologisch museum, Thessaloniki)
Ooit, lang geleden, nog in de vorige eeuw, had ik een website over de Oudheid, die hing onder een Planet-account en een URL had die eindigde op /~lende045. Dat was onhandig en ik besloot een domeinnaam te registreren. Een vernoeming naar de geboren verhalenverteller Herodotos leek me wel wat. Herodotus.com dus. Maar die naam was al vergeven. Livius.com dan, vernoemd naar die andere geboren verteller van historische verhalen? Die naam was al in handen van een Roemeense tandarts. En dus koos ik voor Livius.org. Achteraf bedacht ik: ik had ook Herodotus.org kunnen kiezen. Of een variant met Herodotos.
Wie was Livius, behalve een geboren verteller van historische verhalen? Omdat ik op vakantie ben, heb ik zeven stukken voor u klaargezet over de Romeinse auteur. Belangrijk om te onthouden: hij is geen historicus in de normale zin des woords, dus iemand die aan de hand van een genuanceerd causaliteitsbegrip probeert het verleden te verklaren. (Verklaren is wat het verslag maakt tot meer dan een opsomming; het genuanceerde causaliteitsbegrip is een voorwaarde voor hedendaagse wetenschappelijkheid.) Eerder was Livius een voorloper van de geschiedvorsing, zoals de alchimist voorafgaat aan de chemicus en de astroloog an de astronoom.
Ik zeg niet dat de legionairs van Julius Caesar, aan wie ik zojuist een blogje wijdde, voortaan alleen nog maar vriendelijke heren waren. Ik noemde het bloedbad in de Griekse stad Gomfoi al eens. Evenmin beweer ik dat Caesar op een humanitaire missie was. Het disciplineren van de soldaten was noodzakelijk omdat verdere plundering schadelijk was voor het door Caesar verworven Romeinse Rijk.
Het ontstaan van een beroepsleger
Maar toch. Er veranderde nóg iets. Een Romeinse man mocht zesmaal worden opgeroepen voor een veldtocht. De proletariërs die het leger waren gaan vormen, dienden zes jaren aaneen. Het leger dat Caesar in Gallië inzette, diende langer, veel langer. Uiteraard waren er protesten en muiterijen, maar gaandeweg groeide een beroepsleger. Ten tijde van keizer Augustus diende een legionair twintig jaar, waarna hij nog vijf jaar beschikbaar moest blijven. De soldij en de afzwaaipremie (aanvankelijk een boerderij, later een betaling) waren gereguleerd. De officieren kregen fors meer betaald, opdat ze loyaal zouden zijn en geen leiding zouden geven aan muiterijen.
Een heel jonge Octavianus (Museo Archeologico Nazionale, Florence)
Het was juni van het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde ofwel “ons” 45 v.Chr. Dus ja, u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Caesar had hem, toen nog een zestienjarige jongeman, al willen meenemen op zijn Afrikaanse campagne, maar Octavius’ moeder had dat verboden. Tijdens de viervoudige triomftocht had Octavius meegereden met de ruiters achter Caesars zegekar. Later was hij gastheer geweest bij een toneelvoorstelling. Hij was toen onwel geworden en had geen deel kunnen nemen aan de Spaanse Oorlog. Desondanks reisde hij, eenmaal genezen, zijn oudoom achterna. In de zomer van 45, kort voor zijn achttiende verjaardag, diende hij zich in de buurt van Gibraltar bij Caesar aan.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.