De Bergrede (4): Eedaflegging

Jezus met de Wet van Mozes (Catacombe van Domitilla, Rome)

De Bergrede, waarover ik al enkele keren eerder blogde (een, twee, drie, vier), bestaat uit een proloog van zaligsprekingen, gevolgd door een reeks aanscherpingen van de Wet van Mozes:  “Jullie hebben gehoord dat…” wordt dan gevolgd door “en ik zeg zelfs…”. Verder zijn er oproepen om het goede niet te doen voor de bühne maar vanuit overtuiging, eenvoudig te zijn in gebed, anderen niet te veroordelen – kortom, volmaakt te zijn zoals God volmaakt is.

Eén van de aanscherpingen is deze (Matteüs 5.33-37, Nieuwe Bijbelvertaling):

Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.” En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken. Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.

Lees verder “De Bergrede (4): Eedaflegging”

De Bergrede (3)

Christus als wetgever. Sarcofaag uit de catacombe van S. Sebastiano, Rome

Het zal u niet zijn ontgaan dat ik afgelopen week in Frankrijk was om de laatste hand te leggen aan mijn boek Hannibal in de Alpen. Als u het niet merkte door het reeksje van woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag, dan was het misschien door mijn draadje op Twitter. Er was door alle drukte weinig tijd om mijn wekelijkse stukje over het Nieuwe Testament voor te bereiden, maar gelukkig kan ik u een alternatief bieden. Of beter: twee.

Ik blogde onlangs over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. Daarover is nu ook dit stuk van Jan Krans te lezen op de blog van de Protestantse Theologische Universiteit. Aanbevolen.

Lees verder “De Bergrede (3)”

De paleografie van 4QBéatitudes

In een eerder stukje verwees ik naar de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4Q525 of 4QBéatitudes. Voor wie de telling niet kent: 4Q verwijst naar de vierde grot van Qumran, daarna volgt een nummer of een naam. In dit geval dus 525 of, zoals de Franse geleerde die de tekst publiceerde het fragment noemde, Béatitudes.

Ik heb er onlangs bij een podcast over gesproken en zei toen dat het mogelijk was dat deze tekst, die wel enige parallellen heeft met de Zaligsprekingen uit de Bergrede, niet per se het model hoefde zijn van de christelijke tekst. Het kon ook andersom zijn, opperde ik, omdat het fragment niet scherp gedateerd is. Er is geen koolstofdatering. Een vroege versie van Jezus’ woorden kon heel wel de auteur van een late Dode-Zee-rol hebben beïnvloed. Die gedachte was een improvisatie in de studio en ik had het beter niet kunnen zeggen, want de tekst is paleografisch gedateerd in de Herodiaanse periode.

Lees verder “De paleografie van 4QBéatitudes”

De Bergrede (2)

Mozaïek uit de Groß Sankt Martin in Keulen

In mijn reeks over het Nieuwe Testament was ik begonnen aan de Bergrede. Zoals ik al vertelde is het een compositie van de auteur van het Matteüs-evangelie, gebaseerd op de uitsprakenverzameling die bekendstaat als Q. Het beroemdste deel is de verzameling paradoxen die bekendstaat als de Zaligsprekingen omdat, in oude vertalingen, deze spreuken steeds werden ingeleid met “zalig is degene die…” Hier gebruik ik de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.3-12 (parallel: Lukas 6.20-23) en de situatie is dat Jezus een berg op gaat om zijn eerste grote redevoering te houden. Hij begint met een Umwertung aller Werte.

Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Lees verder “De Bergrede (2)”

De Bergrede (1)

De Bergrede met Christus als wetgever, op een heel laag bergje. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Zoals ik al eerder heb verteld, liggen aan de evangeliën van Matteüs en Lukas twee bronnen ten grondslag, enerzijds het evangelie van Marcus en anderzijds de bron Q. (Op Twitter verspreidt Arthur Brand een gerucht dat een tekst van Q is aangetroffen in dezelfde cache waarin ook het Evangelie van Judas zou zijn gevonden. Ik ben sceptisch, maar noteer het als iets waarop u gespitst moet zijn.) Lukas geeft Q weer in de volgorde waarin hij het aantrof: een reeks spreekwoorden en gezegdes zonder veel verband. Matteüs maakt er toespraken van, waarvan de Bergrede het indrukwekkendste is. Ze is vooral bekend om de ronkende proloog, de beroemde “zaligsprekingen”, waarin Jezus de toekomst schetst in het Koninkrijk van God (“Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.”)

Er is over de Bergrede veel te vertellen. Zo is er een nauwe parallel in de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4Q525 en zijn er leuke antropologische observaties te doen bij het woord “geluk”. Mij gaat het nu even om de compositie als geheel, die er dus een is van Matteüs. Het publiek zal meteen hebben herkend dat als Jezus op een berg de Wet gaat bespreken, dit een verwijzing is naar Mozes’ wetgevende activiteit op de berg Horeb/Sinaï. Dat maakt Jezus in de eerste plaats “de profeet als Mozes”, een gangbare messiaanse titel, en in de tweede plaats een religieuze autoriteit. Immers, joodse religieuze autoriteit wilde zeggen: uitleg van de Wet.

Lees verder “De Bergrede (1)”

Geweld in Judea (2)

De militaire expansie van het Hasmonese tempelstaatje
De vorming van Judea: militaire expansie van het Hasmonese tempelstaatje

Ik begon gisteren een reeks over oorlog in het antieke Judea. Ik presenteerde u een geestdodend saaie reeks van gewelddadige conflicten om u te tonen dat oorlog destijds meer dan bij ons een realiteit was. Je hoefde daarbij niet rechtstreeks door het geweld getroffen te zijn om de gevolgen te ondervinden. Een mooi voorbeeld is de passage uit de Bergrede waarin Jezus verwijst naar een soldaat die van een voorbijganger kon eisen dat deze een deel van de bagage zou dragen: “als iemand u dwingt een mijl te gaan, ga dan twee mijlen.” Toen Jezus werd gekruisigd, eisten de soldaten dat een zekere Simon van Kyrene, die net van zijn akker naar Jeruzalem kwam lopen, het kruis zou dragen.

Wij hebben geen idee wat de nabijheid van geweld met mensen doet, maar het is moeilijk voorstelbaar dat het géén mentale gevolgen heeft. Het lijkt me denkbaar dat de drempel om geweld toe te passen erdoor werd verlaagd. Ouders sloegen hun kinderen, lijfstraffen als geseling waren gangbaar en in het uiterste geval volgde executie. Dit kan niet anders dan psychische consequenties hebben gehad. (Ik zou er graag meer over willen weten maar het meeste van wat ik in mijn studie en daarna heb gelezen op het snijvlak van psychologie en geschiedenis bestond uit een slaapverwekkende herhaling van dezelfde zetten, waarbij de ene geleerde riep dat moderne psychologische concepten toepasbaar zijn op de Oudheid en de andere geleerde zegt dat de maatschappelijke verhoudingen destijds te anders waren.)

De tweede van mijn tien stellingen ligt in het verlengde van de stelling dat geweld in de Oudheid een realiteit was.

2. Oorlog was acceptabel maar het jodendom maakte wel regels

Lees verder “Geweld in Judea (2)”

Onze Vader

nazareth_basilica_anunciation_caves
Jezus’ Aramese achtergrond in Galilea valt nauwelijks te illustreren, maar in zijn geboorteplaats Nazaret zijn de sporen gevonden van grotwoningen en van wat vermoedelijk een synagoge is geweest. Christelijke graffiti uit de Oudheid suggereren dat de plek destijds werd erkend als een van de locaties uit Jezus’ leven.

Grappig berichtje op de website van de NOS: de katholieken in Nederland en Vlaanderen zullen vanaf vandaag een nieuwe tekst gebruiken van het Onze Vader, het gebed dat Jezus van Nazaret aan zijn leerlingen leerde. Het wordt daarom ook weleens “het gebed des Heren” genoemd. Het Vaticaan hecht er, om het Vaticaan moverende redenen, aan dat er in één taalgebied maar één vertaling wordt gebruikt.

De tekst van het gebed is in twee versies overgeleverd, door de evangelisten Mattheüs en Lukas, die allebei schreven in het Grieks. Er moet een origineel aan ten grondslag liggen dat is opgesteld in het Aramees (een van de Joodse talen in de Oudheid). Omdat we twee iets verschillende versies hebben, staan we op redelijk stevige grond bij de reconstructie, temeer omdat er ook in de Oudheid al een hertaling van het Grieks naar het Aramees is gemaakt, de Peshitta. Hier is een reconstructie van de oertekst. Als u hardop voorleest, herkent u het rijm.

Lees verder “Onze Vader”

De Jezus van Fik Meijer (slot)

Christus als wetgever. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

[Het derde deel van mijn bespreking van Fik Meijers Jezus en de vijfde evangelist. Het eerste deel is hier.]

Fik Meijer wil de historische Jezus tot leven brengen, maar verwaarloost de historische Jood Jezus en negeert belangrijke Joodse bronnen. Er zijn meer punten waarop Meijer als historicus niet de kwaliteit levert die we zouden verwachten van een hoogleraar.

Eliminatie en authenticatie

Eén voorbeeld is zijn behandeling van de Bergrede, die Fik Meijer op blz.240 typeert als “de enige tekst die echt iets prijsgeeft over de door Jezus beoogde samenleving”. De tekst is echter een compositie van de evangelist Matteüs, die gebruik maakte van het materiaal uit de bron Q. De precieze reconstructie is niet helemaal onomstreden, maar voor Meijers doel – een boek voor het grote publiek – weten we er voldoende van. We beschikken dus over een oude bron, Q, en een daarvan afgeleide bron, Matteüs. In dit soort situaties dient een historicus de voorkeur te geven aan de oude bron en de jongere “te elimineren”. Dit punt is belangrijk, want Q toont de door Jezus beoogde samenleving niet echt: Meijer ziet voor Jezus’ mening aan wat in feite die van Matteüs is.

Lees verder “De Jezus van Fik Meijer (slot)”

De Jezus van Fik Meijer (1)

Ik heb nooit over de Nederlandse oudhistoricus Fik Meijer willen schrijven. Ik ben namelijk ooit verschrikkelijk geschrokken van zijn boek Macht zonder grenzen, waarin vele tientallen feitelijke onjuistheden staan. Bijna de helft daarvan is zonder oudheidkundige vooropleiding te herkennen. Omdat mensen hun vragen het liefst via mail beantwoord krijgen, ontving ik er elke week een paar, en die stroom is nooit opgedroogd. Een nare herinnering. Daarom heb ik, als bijvoorbeeld het NRC Handelsblad me verzocht iets van Meijer te bespreken, dat doorgaans geweigerd.

Full disclosure

Het is daarom met enige aarzeling dat ik nu iets schrijf over Jezus en de vijfde evangelist, Meijers boek over de historische Jezus en Flavius Josephus. Afgezien van het feit dat ik er vooraf al van uitga dat Meijer een sloddervos is, maak ik me kwetsbaar voor het verwijt dat ik een negatief oordeel vel omdat ik zelf een boek over een soortgelijk onderwerp heb geschreven. Er is de afgelopen vier dagen echter zes keer naar mijn mening gevraagd. “Ik snap wel dat je je bezwaard voelt om er in het openbaar iets over te schrijven vanwege je eigen boek,” schreef bijvoorbeeld Yuri Visser van Historiek.net, “maar aan de andere kant ben jij daarom juist dé persoon om kanttekeningen te plaatsen.”

Lees verder “De Jezus van Fik Meijer (1)”

Hoe heet dat?

De bergrede op een christelijke sarcofaag (Musée national des antiquités, Algiers)

De Zaligsprekingen zijn de proloog van een toespraak die is te vinden in het evangelie van Matteüs, de Bergrede. De evangelist heeft de woorden, die hij aantrof in een oudere bron, bewerkt, maar nieuwtestamentici zijn in staat de oorspronkelijke tekst te reconstrueren. Die moet ongeveer als volgt zijn geweest.

Gelukkig de armen,
want voor hen is het Koninkrijk.

Lees verder “Hoe heet dat?”