Eutropius (4): De feiten vaststellen

Over dit portret van Polybios valt meer te zeggen (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Terwijl u dit op leest, ben ik voor mijn werk een dagje in Sidon. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Toen de historicus Polybios in de tweede eeuw v.Chr. beschreef hoe de Romeinen het Middellandse Zee-gebied hadden verenigd, had hij daarvoor negenendertig boekrollen nodig. Een halve eeuw later gebruikte Quintus Valerius Antias eens zoveel rollen voor een geschiedenis van de Romeinse Republiek. Toen Titus Livius aan het begin van onze jaartelling dezelfde materie behandelde, besloeg het resultaat 142 boekrollen. Het moge duidelijk zijn dat Antias en Livius minder tijd besteedden aan archiefonderzoek dan aan het schrijven van hun tekst. Anders dan Polybios, die ooggetuigen interviewde, baseerden Antias en Livius zich op eerdere auteurs, die ze zorgvuldig lazen en in eigen woorden navertelden.

Lees verder “Eutropius (4): De feiten vaststellen” →

Pytheas van Marseille

Gallische helmen, iets ouder dan de tijd van Pytheas (Musée d’archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)

De Karthagers, die een buitenpost hadden aan de Straat van Gibraltar, hadden de onprettige gewoonte om iedere Griek te verdrinken die richting Atlantische Oceaan kwam. Om die reden, zo wist de Alexandrijnse geleerde Eratosthenes (die van de berekening van de aardomtrek), moesten Griekse rapporten over het westelijke wateren worden gelezen met de nodige scepsis. Die banvloek heeft zijn uitwerking niet gemist, want we hebben er niet één over. Wat we wel hebben, zijn wat fragmenten uit De Oceaan, het boek dat een zekere Pytheas rond 325 v.Chr. zou hebben geschreven.

Afkomstig uit de Griekse kolonie Marseille zou deze auteur erin zijn geslaagd de Karthaagse blokkade te omgaan en de Atlantische Oceaan te bereiken. De fragmenten, overgeleverd door niet minder dan achttien antieke auteurs, zijn interessant genoeg, zelfs als sommige van die achttien auteurs Pytheas citeren om aan te geven dat er niks van klopt. We krijgen een beeld van ’s mans omzwervingen – en dat is eindeloos fascinerend, al was het maar omdat hij de eerste is geweest die schreef over Nederland.

Lees verder “Pytheas van Marseille” →

Klassieke literatuur (5b): geschiedschrijving

Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een collegereeks. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]

Xenofon

Ik heb u eergisteren al voorgesteld aan Herodotos, de auteur van de Historiën, en aan Thoukydides, die het genre dat we gemakshalve “geschiedschrijving” noemen versmalde tot de daden van enkele grote mannen. Vandaag behandel ik enkele andere schrijvers, en dan begin ik met Xenofon, een van de onderhoudendste auteurs uit de Oudheid. Dat is ook niet zo vreemd, want behalve auteur was hij huurling, econoom, filosoof, paardenfokker, reiziger, balling, biograaf, romancier, generaal en hoveling. Met zo’n leven ben je natuurlijk niet in staat iets te schrijven dat saai is.

Lees verder “Klassieke literatuur (5b): geschiedschrijving” →

Factcheck: Hangende Tuinen?

De “East India House Inscription” vermeldt geen Hangende Tuinen (British Museum, Londen)

Voor wie nooit iets leest, is alles nieuws. Dit betekent dat je, als wetenschapper, er goed aan doet het publiek niet te veel te vertellen, want dan kun je altijd een oud kliekje opwarmen en presenteren als iets nieuws. Een loepzuiver voorbeeld van nieuws-dat-geen-nieuws-is-maar-ervoor-moet-doorgaan is het bericht dat de zogenaamde Islamitische Staat ongewild de Hangende Tuinen van Babylon zou hebben gevonden.

Nou, dus niet. En het is zelfs geen hypothese die de moeite van het overwegen waard is. Het is gewoon zoeken naar iets waarvan je weet dat het niet bestaat en toch “hebbes!” roepen.

Lees verder “Factcheck: Hangende Tuinen?” →

Semiramis’ nalatenschap

Het defilé in Persepolis begint: de hoveling rechts kondigt het begin aan (Nationaal Museum Teheran)
Reliëf uit Persepolis begint (Nationaal Museum Teheran)

Ik blogde een tijdje geleden over het feit dat de oudheidkundige disciplines iets negentiende-eeuws hebben behouden. We hebben immers te maken met gebrek aan data. De verbanden die we leggen, zijn daardoor empirisch zwak en moeilijk te toetsen. Weerleggen gaat dus lastig en zo gaan oude ideeën lange tijd mee. Wellicht ook wel omdat ze in een tijd waarin meer tijd was voor geschiedenisonderwijs ingang hebben kunnen vinden in het publiek bewustzijn.

De geschiedenis van het oude Perzië is een voorbeeld. Die werd aanvankelijk geschreven aan de hand van Griekse bronnen. Voor de Achaimenidische tijd zijn dat Herodotos, Xenofon, Ktesias en de Alexanderhistorici; voor de Parthische en Sassanidische periodes weer andere bronnen, die helaas net niet zo lekker lezen als de genoemde auteurs (wat misschien verklaart waarom deze tijdperken minder bekend zijn). Er zijn meer Griekse auteurs geweest die schreven over het oude Perzië, maar hun werk is grotendeels verloren gegaan. Ze zijn bekend uit citaten die u aantreft in een serie die bekendstaat als Die Fragmente der griechischen Historiker. Naar goed academisch gebruik wordt het consulteren daarvan voor het publiek geblokkeerd.

Lees verder “Semiramis’ nalatenschap” →

De val van Persepolis

Door mensenhanden beschadig reliëf van Xerxes
Door mensenhanden beschadig reliëf van Xerxes in Persepolis

Over Persepolis, waar ik wakker werd op de ochtend waarop u dit leest, heb ik al eens eerder geschreven op deze kleine blog. Het is een van de grootste antieke ruïnes en de plaats verveelt me nooit. Dát het een ruïne is, is het gevolg van de Macedonische plundering: Alexander de Grote nam de stad in de winter van 331/330 in en bleef er een paar weken. Bij zijn vertrek ging de toorts erover.

De Griekse historicus Kleitarchos sprak enkele jaren later met de ooggetuigen en zijn verslag ligt ten grondslag aan het verhaal van Diodoros van Sicilië (Wereldgeschiedenis 17.70-72). Ik geloof dat ik de onderstaande vertaling ooit zelf heb gemaakt maar weet dat eerlijk gezegd, ruim tien jaar na mijn Alexanderboek, niet meer zeker. Het is in elk geval niet de vertaling die Simone Mooij later zou maken. U leest hieronder eerst hoe de stad wordt veroverd en geplunderd, en later hoe het paleis in vlammen opgaat.

Lees verder “De val van Persepolis” →

Dood in Babylon (4)

Marduk

[Het is vandaag op de kop af 2336 jaar geleden dat in Babylon Alexander de Grote stierf. Alle reden om een oud artikel over de grote veroveraar, ooit verschenen in Spiegel Historiael, online te plaatsen. Vandaag dus, in vijf afleveringen. Deel een was hier.]

Gelukkig wisten de chaldeeën ook wat hun koning moest doen om te voorkomen dat het onheil hem zou treffen. Zoals gezegd kon de oppergod Marduk Alexander met goed fatsoen niet met onheil slaan als de vorst de tempeltoren Etemenanki zou restaureren. Hoewel de historicus Arrianus anders beweert en de chaldeeën van bouwfraude beticht, was wel degelijk gewerkt aan de toren. Momenteel zijn drie kleitabletten bekend die het ongelijk van Arrianus bewijzen en de chaldeeën rehabiliteren.

Lees verder “Dood in Babylon (4)” →